Bo Vanluchene, het interview

Bo met wat favoriete boeken, niet van de grond geraapt

Erg trouwe lezers van het Nieuwsblad kennen hen nog van de column Bo luistert af, maar zelf leerde ik Bo Vanluchene pas kennen in de lessen Creatieve Bronnen aan de SchrijversAcademie.

We hebben het daarin over typische schrijverskwaaltjes zoals writer’s block, het impostersyndroom en die ene vaststelling waar we echt wanhopig van worden: niet schrijven is geen optie. Ik moest hen soms even porren voor die zich uitsprak over het ene of andere onderwerp, want Bo is meer van het geschreven woord dan van het spreken.

Met dat geschreven woord gaat het ondertussen steeds beter. Bo werkte onder andere mee aan De ogen van de uil, een poëziebundel over slapeloosheid (en wakker zijn, dat hoort samen), en publiceerde gedichten in allerlei tijdschriften, waaronder Het Liegend Konijn. Voor die bijdrage overlaadde Tzum hen wel twee keer met erg veel lof.

En nu, op zaterdag 7 februari om 14.00, stelt die hun debuutbundel De transformatiemachine voor. Er is nog een beetje plek in De Peperfabriek, inschrijven kan hier.

In afwachting van die grote dag houdt Bo zich schuil in Londen, van waaruit die elke zondag verslag uitbrengt van het leven daar op Bo Vanluchene in Londen, een schitterende blog die in no time is uitgegroeid tot een favoriet van de redactie hier op Aanlegplaats.

We spreken elkaar op een avond, want Bo heeft net ook een echte Londense job gescoord, met kantoor op Canary Wharf en al. Eat that, Linkeroever.

“Het voelt alsof alles samenvalt,” zegt Bo. “De verhuis naar Londen was al langer gepland, maar nu start ik hier met werken én komt dat debuut eraan. Dat zorgt voor stress, natuurlijk, maar ook voor een soort verscherping.”

Het boek heeft Bo nog niet in handen gehad. “Brexit. Veel te duur om naar hier te sturen. ’t Zal voor op de boekvoorstelling zijn, maar de pdf’s zagen er goed uit.”

Een belangrijk spoor doorheen de gedichten is gender en transidentiteit, maar wie de bundel leest als een thematisch pamflet, mist volgens Vanluchene de kern.

“Ik heb voor mezelf nog niet alle antwoorden. Het gaat over onderzoeken, over beweging. Dat ik dan straks gecast word als ‘die trans dichter’? Labels werken,” zegt Vanluchene. “Voor marketing, voor positionering. Maar ze zijn altijd versmallend.”

“En ik ben lang niet de eerste of de enige. Hannah Chris Lomans bijvoorbeeld, of Lucas Rijneveld. En Alara Adilow natuurlijk, daar kijk ik echt naar op.”

“Ik wil dat de bundel gelezen wordt als poëzie. Dat blijft het vertrekpunt. De zichtbaarheid van het thema boezemt me ook wel angst in. Mensen bijten zich er snel op vast. Ik wil niet per se publiek aantrekken dat alleen komt om te reageren, te polariseren. En tegelijk is terugplooien geen optie. Je kan niet alles controleren. Uiteindelijk moet je vertrouwen op het werk.”

“Ik had al eens eerder een blog, toen ik op Erasmus was in Tallinn. Net als bij Bo in Londen was die er in de eerste plaats om familie en vrienden op de hoogte te houden van mijn reilen en zeilen – dat spaart tijd om iedereen apart berichtjes te sturen. Maar de nieuwe blog is natuurlijk publiek, en ondertussen heb ik volgers die ik helemaal niet persoonlijk ken. Dat brengt verantwoordelijkheid mee: ook, en misschien zelfs vooral  een tekst die vlotjes leest en lijkt alsof die makkelijk uit de mouw is geschud, vraagt tijd en aandacht. En meer herschrijven dan je eigenlijk aan jezelf wil toegeven.”

“Er is een risico dat zo’n wekelijkse blog je leven gaat koloniseren. Dat je denkt: ik moet iets meemaken zodat ik erover kan schrijven. Het gebeurde soms bij Bo luistert af, waar ik schreef over flarden gesprekken die ik afluisterde. Moest ik weer buiten terwijl ik daar geen zin in had. Dat wil ik niet meer.”

“Die column eindigde met de lock-down. Toen zijn we allemaal plots veel eenzamer geworden. En het zijn die mensen die ik wil aanporren om zich, als het niet in real life wil lukken, dan toch op het digitale papier uit te drukken.”

“Een blog van de eenzaamste mens ter wereld, die wil ik lezen.”

“En erop reageren. Likes, comments. Want een blog, veel meer dan de huidige sociale media, gaat altijd over community. Dat doen jullie bij Aanlegplaats toch ook? Mensen samenbrengen? Niet dat ik eenzaam ben, hier in Londen, maar de reacties en likes op mijn blog doen me toch altijd deugd. Al blijf ik wel weg van de statistiekpagina. Want dan wordt het zo verleidelijk om alleen daar nog op te focussen en rekening te gaan houden met dat publiek.”

“Maar wanneer iemand me vraagt en betaalt voor een column vanuit Londen, dan wil ik graag wel eens een extra uitstap doen. Nu, met de blog, is het echt gewoon van mij.”

“Ook mensen die niet willen schrijven moeten een blog beginnen. Over wat ze elke dag doen. De vuilnisbakken buiten zetten. Of ophalen. Over de fabriek. Het kantoor. Het dagelijkse leven.”

“Ik ben eigenlijk nog altijd aan het afluisteren, merk ik. (lacht)”

“Wat maakt een blog goed? Humor. Dat zeker. En zelfrelativering. Het is allemaal niet zo belangrijk. Jij bent niet zo belangrijk, je hoeft de wereld niet op je schouders te dragen. Een zeker Bridget Jones-gehalte.”

“En niet te lang. Geen massieve tekstblokken, al nodigt Substack daar wel toe uit. Lange essays. Een uitdaging voor de lezer soms, maar we moeten onze aandachtsspier ook wel nog eens oefenen, toch?”

“Ik lees vooral Engelstalige blogs nu, over schrijven, queer blogs ook. En die van mensen die ik ken van de SchrijversAcademie of elders. En ik luister naar podcasts over dezelfde thema’s.”

“Wat er volgt na De transformatiemachine?”

“Eerst leven,” zegt Vanluchene. “Wennen aan Londen. Werken. En verder schrijven, natuurlijk. Altijd schrijven.”

Ik kijk via hun camera naar de boeken in Bo’s Londense flat. “Ik heb te weinig plek om al mijn boeken kwijt te kunnen,” verontschuldigt die zich. Boeken woekeren nu eenmaal, bevestig ik. Ze zijn ook hier overal.

“Ook op de grond, in stapels?”

Ik hoor de twijfels in hun stem. Mag het, die stapels, of mag het niet? Ik weet niet zo goed waar die daar precies in staat.

“Nee,” zeg ik. “Boeken zijn overal, maar echt nooit op de grond.”

Ik hoor opluchting in de lichte zucht uit Londen. “Bij mij ook niet. Dat lijkt op een of andere manier zo respectloos. En dan die beestjes! Nee, op mijn boeken kruipt er niks.”

De Transformatiemachine zal in mijn huis straks eerst een typisch dichtbundel zwerversbestaan leiden. Van tafel naar sofa naar nachtkastje naar aanrecht en weer verder. En daarna? In het rek met boeken van schrijvers die ik persoonlijk ken, en in hoge mate respecteer en waardeer.

Plaats een reactie