
Ik ontving een berichtje van D. met de vraag of alles wel goed met me gaat. En waarom ik niet meer schrijf.
De D. die Katrin Van de Velde hier citeert ben ik niet, en dat zeg ik niet zo maar: over wie of wat je ook schrijft, iemand zal zich wel verontgelijkt voelen. En doe je dat nog wel, met zoveel manifest en moedwillig wanbegrip?
Marc Reugebrink waagt zich vanuit Duitsland aan commentaar over de ter plekke helemaal bevrijde vrouwenborst, en weet: niets zo heikel als je als man uitspreken over iets wat vrouwen juist gedurende hele week volkomen terecht als hun eigen domein hebben geclaimd.
Claimen is ook wat de vogelspotters doen bij Els Claessen. Je hebt gewoon een gele kwikstaart gezien. Zelf weet ik niets van vogels, maar in de buurt van Els hebben ze er vast ook met een hoge borst.
Na die daguitstap zag ik het meisje niet meer. Tot ik haar een jaar of vier later zomaar op straat tegenkwam, haar amper herkende. Ik schrok. Ze had nog haar mooie haren en ogen, maar was erg dik geworden. Zelfs de vorm van haar gezicht, de stand van haar ogen, was veranderd. Ze liep moeizaam.
Mijn vriend, die naast me liep, bleek haar te kennen. Ze zat bij hem op school. ‘Iedereen noemt haar Bessie Turf’, zei hij
Uit: Donderdag, 6 juli 2023 op In caso di nebbia
Maar soms lukt het: op het door heggen omzoomde grindterras van de Frannz Club in de Kulturbrauerei hier achter ons huis, bijvoorbeeld, waar mussen op je tafeltje komen zitten om de kruimels op te pikken — soms lukt het: helemaal niets vinden van wat dan ook maar, zelfs niet van de wijn die een dag later toch niet de beste geweest blijkt te zijn.
Uit: Dagen in Berlijn 26: Berlijn zonder mening op De Inwijkeling
In opperste concentratie spiedde ik het jaagpad (opgelet-in-slechte-staat) af naar putten en andere obstakels. Wat verderop zat er een prachtige vogel. Ik herkende hem niet meteen. ‘Wat ben jij mooi,’ zei ik luidop waarna hij opvloog. Zijn blauwgroene buik, felgele hals, en rode kopje vielen meteen op. Zijn snavel deed me denken aan dat van een ijsvogeltje. Maar de vogel daar was groter én mooier. Mijn frank viel: dat was hem. Het was de bijeneter!
Uit: De bijeneter op Gebeurtelijke Ongevallen
