Niemand luistert (vangst #138)

Je moet voorkomen dat je zachtjes praat,
want niemand luistert als men je niet hoort:
gezegend met de gave van het woord
ben je alleen wanneer men je verstaat.

Zo luidt het 37ste kwatrijn dat Ruud Verwaal uit à la recherche du temps perdu van Proust perst.

Een betere inleiding kan deze vangst niet krijgen. Ze gaat van fluisterend stil – Joke Vander Laenen – over het missen van het geluid van de regen – Thijs Feuth – naar teringherrie bij Jan-Paul Van Spaendonck.

Drie schrijvers die hun gave van het woord gebruiken om verlies draaglijk te maken. Ze weten niet beter dan dat het altijd zo zal zijn, citeert Joke in naam van haar jongere zelf en zus Wim Sonneveld. Dat we dat kwijt zijn, de onschuld, en de ijscowagen, en de in de crème-witte lak gezette panelen met hun geometrische ornamenten.

Alleen schrijven helpt.

‘Deze zomer ging ik opnieuw op vakantie. Hopelijk staat de kookplaat uit, denk ik ter hoogte van Venlo. Ook wij rijden niet terug, want we hebben het druk. Mijn lief (de salonfilosoof) kocht een auto waarvoor hij eigenlijk te oud is. Bovendien donderde hij een week eerder van een stelling en brak daarbij zijn pols. In een poging zijn haar te wassen voor vertrek, is het gips in het water terechtgekomen. Er hangt dus een lichte schimmelgeur in de nieuwe bolide.

Uit: Langs het tuinpad van mijn vader op Wings & Wonders

Als er iets is wat hij mist, die oudste van ons, dan is het die ijscowagen. Maar gelukkig staat daar heel wat tegenover. Zo smult hij van de ugali en de chapati, en op straat kijkt hij zijn ogen uit. Want in Afrika speelt dáár het leven zich af. Vrouwen in kleurige jurken die in plastic bakken op hun hoofd hun koopwaar dragen, kinderen in schooluniform, mannen die zakendoen. Er wordt gelachen, geroepen, getoeterd, en er bestaat geen manier om je afzijdig te houden. Als de schoolbus onze jongens ophaalt, klimt de oudste direct op de stoel naast de chauffeur, van waar hij het bruisende leven in al zijn details in zich op kan nemen.

Uit: In verhalen thuis van Thijs Feuth

Het was een aardige jongeman met een deftige naam, laat ik hem Diederik noemen. Opvallend open, iemand met wie je makkelijk praatte. Dat we een leuk gesprek hadden en ik aardig wat over mezelf vertelde was dan ook helemaal zijn verdienste. Bij het afscheid nemen zei ik dat we binnenkort maar eens uitgebreider kennis moesten maken. ‘Zeker,’ zei hij, ‘eerst nog een beetje opknappen, en dan trek ik erin.’ 

Uit: Teringherrie in bouwput Damsko op Voorheen Rookzanger

ps U Weet ondertussen al dat we twaalf van onze favoriete bloggers uitnodigden om gloednieuwe verhalen te schrijven. Ze scherpten hun pennen en lieten zich door hun verbeelding op sleeptouw nemen. Elf bijzondere illustratoren maakten er beelden bij. Het resultaat is het prachtige boek Kant en Wal #1 . Bestellen kan u het hier.

Plaats een reactie