Zo erg was het met ons nog niet gesteld dus bleven we nog een nacht en vertrokken pas toen we geen droge onderbroek meer in onze bagage vonden. Op de derde zonloze ochtend stouwden we het lelijk eendje vol met onze spullen en vingen met vele gedachten in het hoofd de terugtocht aan. We gingen naar huis om de kou en de regen en het ontbreken van die wollen muts. Want echt, zeiden we tegen elkaar, als we ons hoofd warm hadden kunnen houden gedurende de koude nachten dan waren we gebleven.
Ingrid van der Graaf schrijft over boeken alsof het vrienden zijn die deel uitmaken van haar leven (zoals Malacqua van Nicola Pugliese in het citaat hierboven) en over al die andere dingen die het leven bijzonder maken.
Wij houden ervan literatuur en leven zo innig met elkaar verbonden te zien.
