
Het is altijd wat met schrijvers. U houdt ze best wat op afstand: soms zijn ze ziek, soms hebben ze een ongeval, en vaak kunnen ze geen andere mensen verdragen. Het volstaat om hun teksten te lezen, daarin schuilt de liefde. Groots of klein. Voor de wereld en ook wel een beetje voor zichzelf.
Gelukkig maar.
Ingrid van der Graaf zoekt soelaas in de herinneringen aan A.L. Snijders, dat werkt altijd tegen misantropie. Eliane De Bleser komt weer boven water dankzij – en dat verbaast ons geenszins – de lectuur van Kant en Wal #1, onze onvolprezen en nog steeds te verkrijgen debuutbundel. Viktor Frölke tenslotte moet het helaas zonder cappuccino stellen op zijn verjaardag. Maar hij schrijft wel een gedicht.
Het komt wel eens voor dat ik geen mensen verdraag. Dat het al teveel is wanneer ze langs mijn keukenraam voorbij lopen. Ik trek dan de voordeur open en roep: ‘U bent de zoveelste vandaag. Kunt u alstublieft ergens anders voorbij gaan lopen.’ En dat de nietsvermoedende wandelaar, ‘Oh, dat spijt me’, zegt, vind ik mooi.
Uit: Mag het een zkv meer zijn op Werk in uitvoering
Ik gaf de planten water. Keek rond. Ging zitten. Startte de laptop maar zette hem dadelijk weer af.
Ik keek nog eens rond.
‘Wachten op Godot’, daar moest en wou ik in voortdoen. Ik nam het vast, deed het niet open en legde het opzij.
Wat lag er nog op mijn altijd veel te volle tafel?
Ik viste een ander niet al te dik boek vanonder de oude getrouwe Zomer van Pavese.
Kant en Wal # 1.
Uit: Het is de schuld van An Olaerts op Met Andere Woorden
vorige week op mijn 57ste verjaardag kwam ik
hard fietsend door de regen
op de weg terug van de supermarkt
waar ik melk had gehaald voor een cappuccino
ik vond dat ik daar wel recht op had
onder een bus
Hoe het verder gaat leest u op Melk bij Viktor Frölke
ps we menen het, he, als u nog geen exemplaar in huis hebt van Kant en Wal #1, grijp alsnog uw kans – nu met bewezen genezend effect.
