Aan Marita

Dit is de eerste brief in de eerste ketting van onze reeks Flessenpost.

Beste Marita

Gastvisser Johan Petit is juist gepasseerd op Aanlegplaats en zijn karakterisering van een sterke blog zweeft al dagen door mijn hoofd. Op onze vaste vraag wat een blog echt goed maakt, heeft hij niet over literaire kwaliteit, of over het overstijgen van het particuliere waarin veel gastvissers hem voorgingen, nee: van hem mag een blog gewoon een openbaar dagboek zijn. Een dagboek dat een glimp geeft van een uniek leven, waarin liefst het banale en het diepe naast elkaar bestaan. 

Daarom ben ik fan van jouw blog, Marita. Je laat zien wie je bent, terwijl je schrijft over katten en de dood, over hartzeer en per ongeluk de verkeerde kamer inlopen in een hotel. Zonder metaforen of moeilijke woorden. En – en dat vind ik natuurlijk het allerleukst – je schrijft over je werk. Ik weet niet wat je precies doet, maar wel dat het ‘stervensdruk’ kan zijn.

Ik herinner me de blog waarin je schrijft over hoe je, als de stress teveel wordt, met je collega’s fantaseert over het opendoen van een broodjeszaak. Gewoon een simpel volkoren broodje kaas of ham, lekker met gluten en aan vegan beginnen we niet. Misschien schenken we zwarte koffie of thee, maar misschien ook niet.

Ik weet dat ik twee minuten geleden nog suggereerde dat een blog voor mij het particuliere niet hoeft te overstijgen, maar die broodjeszaakdroom komt wel vaker terug. Mijn zus heeft hem ook, denk ik.

Waarom toch een broodjeszaak? Met een liefde voor eten lijkt het weinig te maken te hebben. Als je culinaire ambities hebt, droom je eerder over een restaurant of tapasbar. Sterker nog, jij geeft zelfs toe dat je helemaal niks met broodjes hebt: Ik doe de administratie, lekker vanuit huis en om te voorkomen dat ik opeens broodjes moet gaan smeren. Of erger, schoonmaken.

Broodjes – en zeker gewone simpele broodjes – zijn overzichtelijk. De broodjeszaak lijkt wel een metafoor voor de behapbare job: knallen in een klein team met algemene tevredenheid tot gevolg. Zo anders dan de gemiddelde kennisjob vandaag, waar verwachtingen sluimeren, verandering een constante is en je eindeloos kunt wachten op een schouderklopje. 

Vier minuten geleden had ik het nog niet zo op metaforen, maar ja, Johan Petit zei ook dat de mens een vat vol paradoxen is.

Zodoende heb ik net zo goed mijn dromen. Geen broodjeszaak, maar wel een hele lijst andere beroepen die ik nog wil proberen te doen. Te weten: postbode, psycholoog, journalist, uitbater van kattencafé, uitbater van ruime en educatieve hangplek voor jongeren (die reeds over de nodige vergunningen beschikt en geen last heeft van opkomend vocht), aerobicslerares.

In tegenstelling tot jou ben ik er nog niet aan toe om toe te geven dat er van deze dromen waarschijnlijk niets meer in huis komt. Ik heb nog maar net geaccepteerd dat ik geen carrière in de showbizz zal hebben. Beyoncé is weliswaar van hetzelfde bouwjaar als ik, maar ik heb ergens het gevoel dat ik eerder had moeten beginnen. Toen ik twaalf was en met een Donald Duck onder de trap zat, bijvoorbeeld. 

Wat is de functie van een droom, als je weet dat hij niet gaat uitkomen? 

Nee, de echte vraag is: wat is de functie van een carrière in de showbizz, als je geen tijd meer hebt om te dromen?

Een vat vol paradoxen, ik zeg het.

Groetjes

Marjon

4 gedachten over “Aan Marita

Plaats een reactie