Bah! Reisverhalen! (vangst #182)

Ik moet een onhebbelijkheid bekennen: ik hou niet zo erg van reisverhalen. Of toch niet van de doorsnee variant. Na elke zomervakantie kijk ik met enige tegenzin aan tegen het terugzien van vrienden en collega’s. Niet uit mensonvriendelijkheid, maar omwille van de onbedwingbare noodzaak die mensen blijkbaar voelen om te vertellen over de reizen die ze maakten tijdens hun vakantie. We deden route zus en zo van een streek wiens naam je helemaal niets zegt. De citytrip naar stad X was echt de moeite waard, moet je ook eens doen. (Ik moet niks!) Vier uur vliegen, twaalf uur vliegen, een hele dag rijden met slechts een paar tussenstops aan de Aire de la I don’t care. Het was warm, het regende, het eten was oké. Ik heb mijn surfrecord gebroken en mijn vrouw haar enkel op de zwarte piste. Per fiets beklom ik de Mont-je-m’en-fout en pintjes erna, veel pintjes. 

Uit: Ulysses poseert van Philippe Diepvents.

Kijk, wanneer een blogger over Odysseus en Ulysses schrijft en tegelijk beweert niet van reisverhalen te houden, zoals Philippe Diepvents hier (welkom terug trouwens, Philippe, we hebben je gemist!), dan halen wij er meteen twee niet zo doorsnee reisverhalen bij. Met de fiets, dat ook nog.

Herman Loos zoekt tevergeefs heil op het kerkhof van Grimbergen, Marc Kregting vervloekt Vlaamse kasseien en ander wereldlijk onheil, om uiteindelijk zoals elke schrijver weer uit te komen bij Flaubert.

Na jaren dommigheid weet ik precies wat mijn lijf en leden doen na ruim tien uur fietsen: ze functioneren. Wat mijn hoofd doet, weet ik ook: het zeurt maar dat doet het eigenlijk altijd en het heeft dus minder invloed op mijn Dasein. De Duitse cultrenner Jens Voigt maakte school met zijn uitspraak Shut up legs! maar bij mij zijn het nooit de benen die hun bek moeten houden.

uit: Hey you don’t be silly op Here comes herman

Als ouder en lezer dwing ik mijn gezelschap naar het Flaubert-museum. Of als lezer van een lezer, want mijn gang wordt geleid door een opgezette papegaai. Het is de wegkapitein die hem eerder ziet dan ik, zoals het onze kinderen zijn die bij de balie het griezelig witte standbeeld rustig aankijken en besluiten dat zijn wimpers trillen.

uit: Hors Service op De Honingpot

Plaats een reactie