Aan Ingrid Vanderkrieken

Dit is de tweede brief in de eerste ketting van onze reeks Flessenpost. Marjon schreef aan Marita, die nu schrijft aan… Ingrid Vanderkrieken.

Beste Ingrid,

Onlangs overkwam mij iets merkwaardigs. Althans, ik vond de situatie merkwaardig. Bij mijn wekelijkse Facebook-check trof ik twee havenmeesters aan op mijn tijdlijn. En daar waar Marjon vriendelijk verzocht om mijn mailadres, hield Dirk het stilzwijgend bij een vriendschapsverzoek. Twee mensen die ik niet ken, willen iets van mij. Waarom? Om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen heb ik, geheel tegen mijn principes in, voldaan aan beide verzoeken. Uit de e-mail van Marjon bleek al snel waarom zij mij benaderden (Marjon in ieder geval, van Dirk weet ik het nog niet): of ik niet een flessenpost wil schrijven aan een mede-blogger wiens bootje ook ligt aangemeerd in de haven van Aanlegplaats. Natuurlijk, en wel aan Ingrid Vanderkrieken!

Drie jaar geleden heb ik mij geabonneerd op jouw blog. Welke blog de aanleiding is geweest, weet ik niet meer maar ik herinner me een gevoel van herkenning. Een vrouw zoals ik, met dezelfde normen en waarden, die ook opgescheept zit met een multifocale bril en het leven met verwondering aanschouwt. Vaak zit ik instemmend te hummen als ik jouw blogs lees, soms verheugd als ik me realiseer dat ik niet de enige ben die liever iets lekkers eet dan dat er bewogen moet worden. Een van jouw zinnen heb ik ooit opgeschreven: “De geest is gewillig, het vlees is sterker.” Een tegeltjeswijsheid, ik overweeg het op de koelkast te plakken. En op iedere andere kast waarin voedsel valt te vinden.

Met de tijd kwam ook een gevoel van genegenheid bij mij naar boven drijven. Wat was ik trots  toen je je eerste boek uitbracht. Dat moest ik natuurlijk ook kopen. Het duurde even voordat ik het boek kon bestellen in Nederland, ik was van ongeduld al bijna afgereisd naar België. Dat ik dat niet gedaan heb, kwam omdat ik me afvroeg of het boek wel in iedere boekwinkel te koop zou zijn en naar welke stad ik dan zou moeten reizen. De stress werd me bijna te veel. Enfin, uiteindelijk heb ik het boek in mijn bezit gekregen en heb het met veel plezier gelezen.

Toch is het bijzonder. Wat maakt dat je iemand die je nog nooit hebt ontmoet en gesproken, bijna gaat beschouwen als een goede vriendin? Geeft het geschreven woord een goed beeld van hoe iemand in werkelijkheid is? Met mijn blogs geef ik maar een klein deeltje van mezelf bloot, er zijn zoveel dingen waarover ik zou willen schrijven maar (nog) niet durf. Feller, iets minder lief. Ik ben benieuwd hoe jij dat ervaart.

Als we elkaar in het echt zouden ontmoeten, zouden we dan een goed gesprek hebben of heeft het ongemak van een doodbloedend samenzijn de overhand? Of zouden we in stilte ook van elkaars gezelschap kunnen genieten? We zullen het waarschijnlijk nooit weten en dat is niet erg. De vraag van wat had kunnen zijn, laat ons waarderen wat we in ieder geval hebben en dat is het genoegen van het lezen van elkaars blogs.

Veel liefs,

Marita

Nvdr: deze brief maakt deel uit van onze nieuwe rubriek Flessenpost. Lees er hier alles over.

5 gedachten over “Aan Ingrid Vanderkrieken

Plaats een reactie