De vangst van Kathy Mathys (#189)

Eigenlijk hou ik het meest van blogs die een specifiek onderwerp hebben. Een blog over Victoriaanse jurken, over bloemen drogen, over haiku’s schrijven: helemaal mijn  ding! Toch heb ik gekozen voor twee blogs die het leven in al zijn vormen en gedaantes onderzoeken.

Als eerste kies ik voor de blog van Sylvie Marie. Of het nu gaat over de poëzie van de metaaldetector of over een lezing in Colombia, altijd weet ze me mee te nemen. Ik lees haar blogs meestal via Facebook. Haar observaties zetten me altijd weer aan het denken en zijn speels en ontregelend.

‘Ik houd van de woordenschat in het wereldje. Weet u bijvoorbeeld het verschil tussen een bodemvondst, een voetvondst en een oogvondst? En wat zou een donderbus, een lepelsonde of lansschoen zijn? Je leert wel wat bij. Maar het mooiste aan deze hobby is natuurlijk dat je oneindig veel kunt verzinnen over waarom en hoe welk voorwerp waar is beland. Bovendien heb je ook nog je eigen verhaal dat je eraan toevoegt. Over die dag op het veld, over wie erbij was, onder welke weersomstandigheden, en over hoe je erin slaagde de boer te overtuigen eens op zijn grond te mogen zoeken.’

Uit: Metalen van Sylvie Marie (en er is meer op haar facebookpagina)

Ingrid van der Graaf schrijft op ‘Werk in uitvoering’ over het leven, maar ze linkt haar observaties vaak aan boeken. Dat is voor mij de aantrekkingskracht van dit blog. De manier waarop ze boeken en leven aan elkaar koppelt is zowel intiem als erudiet.

‘Dan begint het bladeren, van achter naar voor. Als bij het leggen van de tarot laat ik de regels van een gedicht tot me spreken. Mijn blik vangt woorden, regels die onbekommerd ontvangen worden. Niets is mooier dan het moment van de eerste keer. Regels van dichter Dirk Vis: ‘zeeloos zwom de vis van gootstenen en stroompjes’ en ‘Hoe is het om zee te zijn? vraagt de vis’, springen naar voren. Toen kwam Anne Provoost met, ‘Mijn zusje brak. Ik liep rond in de stad want ik wilde haar lijmen maar’. Daar kom ik bij terug wist ik. Maar eerst bladerde ik door tot: ‘en iedereen schrijft al over otters die elkaars poot vasthouden’, van Lena Plantinga. Ik voel me betrapt. Zij geeft aan dat dit teken van saamhorigheid onder otters een gegeven is dat je zou kunnen gebruiken, maar niet in de vorm van: ‘Zeg weet je…’. Plantinga gebruikt het als ontkenning, niet over otters schrijven omdat iedereen dat al zou doen. En ondertussen. Er was eerst een schok, alsof iemand er met mijn otters vandoor was gegaan. Nadat ik het hele gedicht gelezen had, fluisterde ik, ‘Geweldig, hoe ze dit gebruikt.’

Uit: Zeg weet je op Werk in uitvoering

Een van mijn passies, naast lezen en schrijven, is tuinieren of liever: lezen over tuinieren. Mijn tuinbibliotheek dijt uit. De natuur en landschap spelen ook altijd een grote rol in mijn romans. Ik kon dan ook niet weerstaan aan het blog van Anne Broeksma, ‘Notulen bij het ongetemde.’

‘Drie uur lang zaten we min of meer geluidloos en bewegingsloos in dat dassenbosje aan de rand van een maisveld. Onder een eik en onder jonge vogelkers. Twijgjes brak ik zo stil mogelijk af om ruimte te maken voor mijn stoeltje, mijn hoofd. We tuurden met de verrekijker paraat richting burcht, naar een ‘pijp’ die een week geleden nog ‘belopen’ was en zaten zelf natuurlijk ‘onder de wind’. Natuuronderzoek is taalpret. Zo leerde ik tijdens het inlezen over ‘snuitputjes’ en ‘mestgaten’. Mooie woorden die zo goed de lading dekken, dat je ze niet hoeft uit te leggen.’

Uit: Dassen tellen op Notulen bij het ongetemde

Plaats een reactie