
Het is een druilerige woensdag namiddag in Kortrijk. Op mijn weg naar de oudste DIY underground muziekvenue van België, kom ik een hond tegen. Deze hond is van plan dezelfde richting uit te gaan en wacht op haar baasje dat achterwaarts de deur uit komt: een paar benen in luipaardprint, gevolgd door een regenjas en rosse haren. Dat moet Kimme Tigra zijn!
Kimme Tigra, geboren Kim Lefevre, kennen we bij Aanlegplaats van de vaak hilarische zkvtjes (zeer kort verhaal) op haar Instagram, waar romantiek, criminaliteit en pitagroentjes laconiek door elkaar gehusseld worden en robotmaaiers net zo goed gevoelens hebben. In 2022 werden ze gebundeld met teksten van K.RJ Tochthond en uitgegeven in het boek Prozac en gezelschapsdieren (Fluxenberg).
We wandelen samen verder naar de legendarische locatie in kwestie, die The Pit’s heet en waar Kim vrijwilliger is. Daar worden we warm onthaald met een lokaal Blauwke en een fortuinlijke poging de chauffage aan te zwengelen in de backstage. “Kimme,” vraagt de barman, “voordat jullie helemaal filosofisch worden: zijn er nog bouillonblokken?” Terwijl Kim de voorraad checkt, springt haar hond die Fran heet, met een balletje het podium op. Hier speelde dit weekend nog de populaire Amsterdamse punkband Hang Youth. “Normaal gezien niet te betalen voor ons, maar uit sympathie hebben ze hier een stop gemaakt. Ze hebben zelfs hun T-shirts zwaar afgeprijsd.”
Je zou denken dat een mens na vier jaar interviews wat ervaring opbouwt, maar ik loop met open ogen in de val waar Julie Cafmeyer eerder bij Jo Komkommer thuis in was gelopen: ik gooi met het balletje. Een vrolijk doch hardnekkig probleem hijgt in mijn oor; één keer gooien is blijven gooien. ‘Jezelf verplaatsen van locatie is volgens mij de snelste manier om van hardnekkige problemen af te komen,’ schreef een jonge columniste waar we later nog op terug zullen komen. Ik volg het advies, maar Fran volgt harder en beter. Negeren dan. Het is erg moeilijk, ze heeft een vlekje op haar neus en haar oren staan zo guitig en bovendien drukt ze het balletje nogal grensoverschrijdend in mijn weke delen. Hoog tijd om de eerste vraag te stellen.
Waarom ben je begonnen met je zkvtjes?
Ik schreef langere teksten, maar toen ik ergens in 2019 werd uitgenodigd om voor te lezen op Punk, Proza en Pannenkoeken in de Kinky Star, heb ik eens geprobeerd iets heel korts te maken. Dat ging eigenlijk vrij vanzelf en ik vond het heel tof om aan die tekstjes te sleutelen en te knutselen. Dan ben ik daarmee doorgegaan op Instagram. Eerst elke week, maar dat lukt niet meer; ik merkte dat de kwaliteit begon achteruit te gaan.”
Zijn ze echt gebeurd?
70% is echt gebeurd… maar het is niet altijd met mij gebeurd.
Mogen we van een alter ego spreken?
Jawel, sommige dingen zou ik toch echt niet zelf doen. Maar er zit wel veel van mij in.
Ik ben blijven optreden met de zkvtjes. Bij de Sprekende Ezels en de Dinsdagclub, maar ook in Nederland: Op Ruwe Planken in Nijmegen en in De Poetsclub in Rotterdam. Ik treed vaak op met Tine Moniek en Pierrette COffrée. Hier in Kortrijk ben ik samen met Siebrand Craeynest Veel Vijfen en Zessen gestart, een reizend woordkunstpodium. Er is wel veel hoor op vlak van woord, maar het is heel niche en blijft daarmee vree onder ons.
Ik heb een drang om te schrijven, om verhalen te vertellen. Ik vind het heel leuk om daarmee bezig te zijn.
Zou je graag meer schrijven?
Ja, ik zou wel graag meer schrijftijd hebben, maar mijn probleem is dat ik veel graag doe. Ik ben hier in de Pits verantwoordelijk voor de boodschappen en het koken, ik heb een atelier in het Textielhuis waar ik teken en creatief bezig ben – momenteel maak ik een mozaïek voor in mijn keukentafel; ik heb een lief, een hond, een vriendenkring – die ook nog eens graag dingen organiseert – en werk fulltime. Het is veel.
Eerlijk: als ik het zonder optredens zou kunnen doen, graag. Voordragen geeft me toch altijd wel wat stress. Maar al mijn volgers komen van de voorleesavonden.
En je wordt wel graag gelezen?
Ja, dat wel. In Antwerp Music City werd ik eens aangesproken door iemand die ik volg op Instagram en echt heel cool vind. Bleek dat zij mijn zkvtjes fantastisch vind! Dat vond ik een hele eer. Ik treed ook graag op met mensen als Tine en Pierrette: ik vind dat niet alleen leuke mensen, maar ik vind hun werk ook echt heel goed.
Wat maakt een blog voor jou goed?
Er moet een verrassingselement in zitten, dat vind ik heel belangrijk. En ik grijp altijd terug naar het tragikomische: als ik schrijf én als ik lees. Het donkere trekt me aan, ook in muziek. Tegelijkertijd gaat het om lachen met jezelf of een situatie, niet altijd alles serieus nemen.
Het was An Olaerts die ons in haar interview wees op jouw account. Heb jij ook tips?
Er zijn niet veel anderen die zkvtjes posten, Joke Van Caesbroeck doet het en ByZeebroek, de dochter van Kamagurka misschien ook, alhoewel dat al meer columns zijn. Wel echt goed, vind ik. En verder Frank D’hanis, die staat al in jullie haven. Ik ken hem al van in onze studententijd, we hebben samen een hoorspel gebracht op Urgent FM. Abraham Von Solo vind ik goed, Johan Sebastiaan Stuer en Ken Van Roose alias Tochthond natuurlijk, maar die is gestopt. Sarah De Grauwe, dat is heel iets anders maar ook goed gedaan. Oh en Sarah Van Heuverzwijn, haar vind ik de max, haar schrijfsels zijn soms echt van de pot gerukt.
Ooit ben ik in een of ander rabbit hole op Instagram Marc van der Holst tegengekomen. Die schreef jaren geleden ook zeer korte verhaaltjes en één zin eruit is mij altijd bijgebleven: ‘Er zullen altijd meer tepels dan mensen op de wereld zijn’. Zoiets vind ik fantastisch; mijn lief heeft het op een tegeltje laten zetten. Hoe kom je d’r bie?
Van wie zou je graag een blog lezen?
Mag het iemand zijn die niemand kent? Mijn grootmoeder. Ze is op 8 oktober 99 jaar geworden en vertelt ook heel graag. Nu, tegenwoordig zijn het vaak dezelfde verhalen: over de oorlog, over haar moeder die vroeg gestorven is door een medische fout… Ik had graag nog meer verhalen van haar gehoord, verhalen die ik nog niet ken. Soms lees of kijk ik iets over de geschiedenis en dan denk ik: tiens, mémé was daar gewoon bij!
Ze is gelukkig wel nog in mijn podcast geweest. Ik heb ooit een reeks gemaakt ‘In mijn tijd was ’t beter’, waarin aan de hand van verschillende onderwerpen, verschillende generaties vrouwen aan het woord kwamen over hoe het eraan toe ging in hun tijd. Over anticonceptie, uitgaan, … Mijn grootmoeder heeft dan verteld over een meisje dat gestorven was na een clandestiene abortus. En over hoe ze na het dansen door haar moeder werd betrapt met mijn grootvader.
Welke boeken zitten er in je tas?
Ik heb er acht meegenomen: Handleiding voor poetsvrouwen van Lucia Berlin, 6 tot 8 zwarte mannen van Davis Sedaris, Fight Club van Chuck Palahniuk, The first bad man van Miranda July, Mijn jaar van rust en kalmte door Ottessa Moshfegh, The Death of Bunny Munro van Nick Cave en Vrolijke verwoesting van Delphine Lecompte.
Delphine Lecompte heeft mij door een zware periode geholpen. Enkele jaren geleden zat ik echt diep: ik ging uiteen met mijn man en ik moest mijn huis uit, wat ook het einde betekende van het kattenpension dat ik daar had. Toen ik Lecompte’s werk leerde kennen – per toeval eigenlijk, ik was in de bib op zoek naar hedendaagse dichters – dacht ik echt: what the fuck? Zij heeft ook veel meegemaakt: een alcoholverslaving, misbruik in de psychiatrie, de nodige problematische relaties. Ze schrijft overal over – en ze is ook pas later bekend geworden.
Ik heb haar ooit ontmoet, op een koffietafel voor Paul Snoek die hier in crematorium Uitzicht werd georganiseerd. Zij heeft daar voorgedragen. Haar hondjes waren mee en dan ben ik op haar afgestapt. Ze heeft over onze ontmoeting geschreven in Humo.
Na mijn speech word ik aangesproken door een jonge authentieke gekwelde vrouw met prachtige rode haren en een goddelijke pancreas, elke dinsdag fietst ze naar de bibliotheek om met haar smartphone foto’s te nemen van mijn Humo-column. Ze heeft niet genoeg geld om Humo te kopen.
(De titel van de column is ‘Humo is schandelijk duur geworden en zelden de moeite om afstand te doen van je vier euro’, red.)
Nu, ik ben vooral fan van haar gedichten, hoor. Minder van haar proza.
Maar mijn meest favoriete schrijver is toch wel Charles Bukowski. Toen ik 18 jaar was wist ik niet wat ik wilde doen. Mijn vader was postbode en zo kwam ik op een postsorteercentrum in Gent. St. Pieters terecht. Daar heb ik één van mijn beste vriendinnen leren kennen. Ze was negen jaar ouder dan ik en leerde me heel veel kennen van boeken en muziek. Ook Charles Bukowski. En dat resoneerde kweeniehoe hard. Hoe heelder dagen zuipen een mooi boek kan opleveren.
Die vriendin is ondertussen gestorven aan een maagbloeding. Zij kon ook heel goed schrijven. We hebben heel veel mails uitgewisseld, ook in die stijl: donker, tragikomisch en heel grappig.
Zou je zelf een roman willen schrijven?
Goh, ik heb dat wel eens geprobeerd. Ik heb Literaire Creatie gevolgd en een manuscript opgestuurd, waar wel wat interesse voor was maar uiteindelijk niks mee gebeurd is. En als ik dan naar het programma van Boektopia kijk en influencers als Jitske Van de Veire zie staan, besef ik dat daar niet tegenop te boksen is: uitgeverijen kiezen tegenwoordig voor het veilige, voor een naam die zeker zal verkopen. En ik denk dat ik dat eigenlijk ook niet wil.
De backstage is warm, de Blauwke’s zijn op en hoewel het aangenaam rock-&-roll aftappen is in Kims nabijheid, kan ik mezelf niet langer voor de gek houden. Tijd om afscheid te nemen van Kortrijk en van Kim. Maar niet voordat ze me haar domein heeft laten zien: de keuken van The Pit’s, waar de muren vol bandnamen, piemels en andere inspirational quotes staan en waar Kim eigenhandig gekleurde flikkerlichtjes boven het fornuis heeft geïnstalleerd, zodat ze in stijl kan koken. Al was dat zonder vast ook gelukt. Saluutjes é!

Eén opmerking over 'Kimme Tigra, het interview'