
Op wandelafstand van waar de redactie van De Standaard is gehuisvest, ligt Galerie Bortier. Het is daar dat ik met journaliste Lieve Van de Velde had afgesproken. Bortier is een historische gaanderij uit 1848, ontworpen door de visionaire architect Jean-Pierre Cluysenaar, die nog steeds de sfeer van de negentiende eeuw uitademt. Het zit tjokvol boekenwinkels waar bibliofielen op zondag speuren naar zeldzame eerste edities, terwijl koffiejunkies zich laten verwennen door barista’s die alles weten over de kunst van het klaarstomen van non-flat white cappuccino’s met havermelk. Het is een plek waar de oude en nieuwe wereld samenkomen.
Lieve moest nog wat werk afronden en huppelde enkele minuten na het afgesproken tijdstip binnen. Ze is een fleurige jonge zestigster die uitstraalt dat ze beter dan wie ook weet waar de hippe nieuwste eettenten zich bevinden. Aan alles merk je dat ze een kosmopoliete is die er nooit heeft bij stilgestaan dat je koffers ook kunt uitpakken. Al van jongs af aan voelde ze de drang om verder te reizen dan de grenzen van haar geboortedorp Erps-Kwerps. Toon haar een woestijn en ze is er als reisbegeleidster met een groep dwars doorheen getrokken.
Al meer dan drie decennia leeft Lieve van haar pen. Eerst maakte ze gedurende acht jaar bedrijfsmagazines voor Roularta, nadien ging ze aan de slag bij Planet Internet en sinds het begin van deze eeuw schrijft ze – met een onderbreking van drie jaar waarin ze voor Elle werkte – voor De Standaard.
Als een zeldzaam relikwie uit vervlogen tijden blijf ik zweren bij de papieren krant en daarom valt De Standaard ook op weekdagen bij ons in de bus. Doorheen de jaren verjongde en vervrouwelijkte de redactie en de herinnering aan de witte overhemden van Manu Ruys vervaagde. Alvorens we het over bloggen zouden hebben, was ons weerzien een uitgelezen kans om te schermen met de namen van journalisten en medewerkers van de krant die ik graag lees. Ive Marx! Christophe Vekeman! Ruben Mooijman! Joke Van Caesbroeck! Rebekka De Wit! Steven van Ammel! Nele Van den Broeck! Mia Doornaert! Raf Njotea! Zo. Dit palaver is geëindigd.
Lieve en ik kunnen beiden nog steeds blij worden van goed geschreven teksten.
En over goed geschreven teksten gesproken. Tijdens de treinrit had ik zitten lezen in De lijst van mijn leven van Suzanne Grotenhuis en ik gaf het aan Lieve. Ze begon erin te bladeren en verdween in het boek. Als redactrice die er op moet toezien dat elke komma juist staat, geraakte ze gefascineerd door een tekst zonder interpunctie en ik merkte hoe ze meer en meer ondergedompeld geraakte in de wereld van Suzanne Grotenhuis. Hallo, Lieve?! Wel bij de les blijven! We moeten het nog over bloggen hebben.
Waarom ben je ooit met een blog begonnen?
‘Het is allemaal alweer lang geleden, hé Jo. In die tijd werkte ik voor Planet Internet. Het was rond de eeuwwisseling. Dat was het prille begin van bloggen en blogs. In 2001 was ik een van de allereerste bloggers van het land. Mijn blog heette Cybrrina en stond op de portaalsite van Planet Internet. Mijn chef Fréderic Marain raadde me aan om eerst een persona te verzinnen zodat ik in haar huid kon kruipen, alvorens via haar mijn observaties wereldkundig te maken. Daarom verzon ik een autobiografie van twee pagina’s. Pas dan was Cybrrina klaar om tot leven gewekt te worden. Elke week schreef ik als Cybrrina column-achtige stukjes.’
‘Twee jaar later – in 2002 – ben ik voor mezelf met een blog begonnen. Dat werd dan Sajaara. Ik reed toen rond met een Toyota en leerde op de avondschool Arabisch en het Arabisch woord voor auto is Sajaara. Stiekem hoopte ik dat Toyota een wagen op de markt zou brengen met de naam van mijn blog. Voor mijn gevoel zou de cirkel dan rond zijn. Ik poste twee tot vijf blogstukjes per week. Het waren observaties die recht uit het hart kwamen. Dingen die ik op straat zag. Randzaken waar ik me druk om maakte. Het was eigenlijk Facebook avant la lettre.’
‘Ik had geen bepaald doel voor ogen. Het vloeide meer voort uit de zottigheid van de redactie van Planet Internet: “Zullen we allemaal eens beginnen bloggen?” Uit dat wilde idee zijn toen een vijftal blogs ontstaan. Sajaara heeft zes jaar bestaan. De lengte van de stukken varieerde. Kort en lang. Dan gaf ik mezelf ’s morgens bijvoorbeeld de opdracht om drie observaties te noteren die iets met het woord ‘grijs’ te maken hadden. De lucht; de jas van een man in een boekenwinkel; mijn schoenen. De volgende dag gooide ik het over een andere boeg en begon ik met ‘Het is toch moeilijk om…’ en uit die openingszin ontstonden bedenkingen. Het ging ook over zaken die me dwars zaten, zoals de liefde. Ik was net weg bij mijn ex en schreef beschouwende stukjes over hoe lastig het is om alleen te zijn. Soms waren het niet meer dan zeven zinnen of een handvol paragrafen. De blog leefde wel. Via een teller kon ik zien hoeveel lezers ik dagelijks bereikte. Op sommige dagen waren het er meer dan tweehonderd. Het was tof.’
‘Planet Internet werd opgekocht door KPN en we kregen met z’n allen collectief ontslag. Ik ben dan beginnen freelancen en bloggen, tot er plots een aanbod van De Standaard kwam: of ik bij hen chef-online wilde worden? Iemand poste op de nieuwssite van het toenmalige magazine Metro dat blogster Sajaara chef ging worden van DS online. Dat maakte me oprecht kwaad, want uit het niets werd mijn identiteit zomaar prijsgegeven. Zo wisten mijn toekomstige collega’s plots meer van mijn onnozele gedachten dan wat ik hen op mijn eerste werkdag had willen toevertrouwen.’
‘Voor mij betekende die anonimiteit tijdens het schrijven een beschermhulsel. Ik vond het echt invasief. Want juist omdat ik me achter een persona kon verschuilen, gingen mijn observaties dieper. Het was allemaal net voor met de komst van sociale media de bom om te ‘sharen’ en te ‘oversharen’ zou losbarsten. Na twee dagen was ik het incident alweer vergeten. Achteraf gezien had het weinig belang. Uiteindelijk zinken we allemaal in de anonimiteit weg.’
‘Naast het bloggen en mijn journalistiek werk had ik tevens een zot plan om een roman te schrijven. Daarom begon ik met een derde blog: Psychokippen. Ik gaf mezelf de opdracht om elke dag één pagina van een verhaal te schrijven. Het was impulsief begonnen. Afin, het was in de periode dat ik bij Elle werkte. In de zomer hadden ze nood aan een minibijlage met een licht fictief verhaal. De deadline kwam dichterbij en we hadden nog niets. Tot ik voorstelde om mijn blog dan maar als zomerroman te gebruiken. Het was het liefdesverhaal van Tina en Ono en speelde zich in Brussel af. Het werd op dertigduizend exemplaren gedrukt. Onlangs vond ik er eentje thuis terug en ik heb het herlezen.’
‘De Nederlandse blogster Merel Roze was een van mijn voorbeelden. Ook zij deelde gedachten en gevoelens op haar blog, die trouwens nog steeds bestaat. Er staat een link op naar de schrijfcursussen die ze geeft. Ondertussen is Merel een moeder van grote kinderen. Verder waren er een paar andere Nederlandse bloggers waar ik me aan spiegelde en enkele collega’s. Er bestond een heuse blogcommunity. We lazen elkaar. Nadien is die band wat verwaterd.’
‘De blog Psychokippen bestaat niet meer. Van Sajaara duiken er hier en daar op het internet soms nog wat sporen op.’
‘Bij DS hebben we een blogsysteem om snel nieuws te brengen over grote thema’s zoals de Amerikaanse verkiezingen, Oekraïne of Gaza. Op de redactie ben ik lang afdelingschef geweest en twee jaar geleden wou ik weer meer gaan schrijven. Toen hadden we het plan opgevat om dat blogsysteem te gebruiken voor een rubriek die we Uit het hart doopten met persoonlijk getinte verhalen over herkenbare menselijke thema’s.
Het is een roulement van afwisselende stukken over het leven. Sinds de zomer bestaat het format enkel nog in de krant, niet meer online.’
‘In het begin stond ik er alleen voor mee maar dat viel op lange termijn niet vol te houden, want ik liep tegen de grenzen van mijn eigen hoofd aan. Daarom hebben we met een groepje van een zestal mensen een beurtrol systeem geïntroduceerd. Het concept was in die zin revolutionair dat we het mysterie van de redacteur doorbraken. De afstand tussen de redacteur en de tekst werd kleiner. De meeste van de stukken zijn in de ik-vorm geschreven. En er worden zeer persoonlijke verhalen gedeeld. In die zin is mijn blogverleden nuttig gebleken, omdat ik al vertrouwd was met een persoonlijkere toon.’
‘De wens om opnieuw te beginnen bloggen is er nog. Het verlangen om niet zozeer voor het werk, maar voor mezelf schrijven. Maar ja: gebrek aan tijd, hè. Het zal iets zijn voor later als ik op pensioen ben.’
Wie zou je willen dat een blog begint en waarom?
‘Cleopatra! Ik zou zoveel over haar willen weten. Ik zou in haar hoofd willen kijken. Was ze echt een mannenverslindster? Hoe dacht ze over het leven? Hoe was ze bezig met seks? Was ze met haar uiterlijk begaan? Van haar wil ik echt alle ins- en outs kennen. Welke kleren droeg ze? Het is mijn wens dat Cleopatra haar hoofd via haar blog voor mij opensmijt. ‘De autobiografie van de eerste bitch uit de geschiedenis’.’
‘Als je namen van tijdgenoten zoekt, denk ik spontaan aan een toevallige naamgenoot: Rinus Van de Velde. Zijn kunst en zijn teksten grijpen me aan. Maar ergens vind ik het jammer dat zijn werk zo verhalend is. Hij geeft weinig van zichzelf bloot. Wat gaat er in zijn hoofd om? Is hij bezig met emoties? Ik zou willen weten wat hij denkt. Ik zou wensen dat hij soms in zijn hart liet kijken in plaats van alleen in zijn brein.’
‘Ik heb zelden het gevoel dat kunstenaars wat meer afstand zouden moeten nemen. Mij spreken de autobiografische elementen in hun werk me juist erg aan.’
‘Wat me ook zou interesseren is om de blog van een kloosterzuster te lezen. Kortom: ik ben nieuwsgierig naar de binnenkant van mensenlevens.’
Wat maakt een blog goed?
‘Voor mij hebben goede blogs weinig of geen filter. Je valt meteen bij de blogger in huis. Het zijn de reflecties van het moment, zonder dat het te bedacht of te geconstrueerd is. Zo krijg je als lezer een beeld van hoe die mens is, leeft en denkt.’
‘Natuurlijk heeft Elmore Leonard met zijn uitspraak Your easy read is my hard work gelijk, Jo. Maar het gebeurt evenzeer dat ik al zo lang over iets hebt nagedacht dat het er tijdens het schrijven spontaan uitrolt. Dan is het geen hard werk. Met sommige van mijn columns gebeurt dat: op een uurtje schrijf ik iets waar ik dan zelf blij mee ben, zonder dat het me enige moeite heeft gekost. Gewoon omdat ik er op voorhand al lang over had nagedacht.’
‘Anders dan op mijn blogs schrijf ik voor de krant behoedzamer. Want het is niet mijn krant. Op substack vind je tegenwoordig zeer veel goed geschreven sociologische analyses. Alsof ze uit de lucht geplukt zijn.’
‘Naast ongefilterd moet een blog eveneens getuigen van een eigen stijl. En authentiek zijn.’
‘Als het korte observaties zijn hoeven ze voor mij niet opgefleurd te worden met afbeeldingen. Maar als het om lange lappen tekst gaat, dan wel. Als je afbeeldingen gebruikt moet je consequent zijn en moeten ze in het verlengde van de tekst liggen. Het visuele dient overeen te komen met de identiteit van de schrijver, zodat de twee samenvallen en een afgerond geheel vormen.’
‘Voor mijn blog Sajaara plukte ik lukraak foto’s van het internet en ik plakte ze erop. Het was super inconsequent van mij. Maar voor Psychokippen had ik een vriend die passende foto’s maakte. Zo herinner ik me een hele mooie, domweg van mijn been op een barkruk. Daar zat wél een lijn in. Dat was esthetisch wél doordacht.’
Het einde van het gesprek naderde en het ging over onontdekte talenten. Zou een immomakelaar in Gdansk een zeldzaam getalenteerde striptekenaar kunnen zijn? Een beenhouwer een grensverleggende architect? Of de bassist van The Beatles een grandioze tuinarchitect.
‘Dat zal wel. Het kan toch niet zo zijn dat je al je talenten opgebruikt hebt. Zo was ik onlangs keihard verrast door het schrijftalent van fotografe Kaat Pype.’
‘Omgekeerd is een collega-redacteur naast journalist ook een begaafd fotograaf. Dat talent rijmt hij met een geordende geest. Zo publiceert hij op Instagram een duoreeks. Soms gebeurt het dat ik met hem voor een reportage door het land reis en als hem onderweg iets opvalt moeten we stoppen. Hij wil er dan absoluut een beeld van maken. Uit zijn archief van duizenden foto’s weet hij precies met welk ander beeld hij het kan linken. Hij is voortdurend bezig met kijken. Er zit veel dimensie in zijn foto’s.’
Het gesprek zat erop. Als trage schrijver sprak ik mijn bewondering uit over de snelheid van professionele pennen. Wat er ook gebeurt in de wereld – een dichter die sterft, een strafschop die gemist wordt, een bom die afgaat, een land dat een buurland binnenvalt – de volgende ochtend liggen er goed geschreven en degelijk onderbouwde analyses klaar.
‘Op de avond dat Prince stierf zijn we met z’n allen onmiddellijk naar de redactie teruggekeerd en ’s morgens hadden we twaalf pagina’s over het leven en de muziek van His Royal Badness geschreven.’
Gevraagd naar de schrijvers die ze graag leest, antwoordde Lieve: ‘Mijn absolute favorieten zijn Paul Auster, Douglas Coupland en Haruki Murakami. Vorige week heb ik mijn boekenkast nog eens uitgemest en vier zakken weggedaan. Het waren toffe boeken die ik graag heb gelezen, maar ik moet ze daarom niet bijhouden.’
Want ja, hoe vaak lees je in je leven een boek dat je echt nooit had willen missen?
We rekenden af en namen afscheid.
Met dezelfde energieke tred als waarmee ze was binnengewandeld snelde Lieve naar buiten. Ze moest die avond haar koffers nog klaarzetten voor haar volgende woestijnreis.
