Het wiebelt (vangst #169)

Het leven is wiebelig, wiebelie-wobbelie wiebelig. Wij zijn wiebelig. We worden uit bed gespoeld, kunnen niet vermoeden wat komt, raken onszelf een beetje kwijt. En wiebelen voort.

We verliezen stukjes van onszelf: als we weggaan, als anderen weggaan. Eenzaamheid. Nieuwe stukjes zullen zich aandienen, als water dat over de kant klotst. We forceren niets. We schrijven. Met deze week: Katrin Van de Velde, Marijke Cornelis en Jan-Willem Lubbers

De man die elke dag kaarsjes voor me brandt, zegt dat hij doodgaat. Maar dat sterven doet hij al zo lang. Hij probeert me wanhopig (de tijd dringt!) naar zijn huis te lokken, een huis dat ik nooit zag.
Ik ben het helemaal mooi aan het maken, schrijft hij, speciaal voor jou. Ik wil dat je hier komt ontbijten, een hele dag blijft, en ’s avonds maak ik iets lekkers voor je klaar.
Ik heb het gevoel dat ik iemand zijn laatste wens onthoud. (En dat mijn komst zijn dood zal versnellen.) Hij is teleurgesteld dat zijn kaarsjes niet werken.

Uit: Woensdag 8 mei op In Caso Di Nebbia

Antoni, heet hij. Een warme naam voor de stormdepressie die ons vandaag trakteert. Ik maak me klaar om tegen hem in te gaan, op bezoek bij mijn vader. Hij zit daar nu nog in zijn kamertje, tussen een krappe selectie van zijn geliefkoosde spullen. Een houvast in de grote zee van eenzaamheid. Als ik op zijn deur klop, roept hij luid en duidelijk ‘JA’. Hij bedankt herhaaldelijk als ik weer vertrek.

Uit: TikTak op Zon, Zen en Murphy

Lezers of niet, waar het mij om gaat is dat mijn website mij ruimte geeft om te vinden waar ik niet naar zocht, maar wat misschien juist datgene is waar ik wel naar zocht. Ruimte waarin iets zich aandient waarvan ik in het begin van het schrijven nog geen vermoeden had. Niet ik schrijf deze website, de website schrijft mij. Daarom is het meer dan een adres in de virtuele wereld, het is een onzichtbare plek in mijn leven.

Uit: 1996 op Jan-Willem Lubbers

Plaats een reactie