
We schrijven 11 juli; naast de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap dit jaar ook een stakingsdag bij De Lijn. Tijd voor wat extra aandacht voor het openbaar vervoer. Want: wat zouden blogs zijn zonder trams, treinen en bussen? Zonder de zinderende spanning van vertraging en gewijzigde vertreksporen? Zonder de verbazing over De Ander, die in je gezicht zit te telefoneren, te eten, te ademen, te wezen?
Echt, onze haven staat vol OV-stukjes. Hielden zelfs geen halt in ons net: Thijs Feuth die van station-tot-station loopt, Erik Herbosch op zoek naar Eigen Mensen in de tram, Vincent Merckx die in de gespikkelde kunststof decors van metro en trein bijleert over Potemkin, want “de werkelijkheid was veel minder lelijk en ook veel minder charmant…”. Gent is in zicht. Reizigers die hier uitstappen: denk bij het verlaten van de trein aan uw persoonlijke eigendommen. En neem ze dan ook mee.
Op de lijn Parijs – Kalmthout hebben we meer geluk. Bart Moeyaert blijft verbouwereerd achter in de Thalys, Tanja Wentzel doet een actiefilm in ‘de Amsterdammer’ naar Brussel-Noord om een voordracht van Filip Rogiers te halen en Jeroen Geuens wordt van innerlijke onrust beschuldigd rond station Noorderdokken. “De vrouw zei dat ik stenen rondjes moest kopen, zelf droeg ze allemaal sieraden met steen. In haar ring zat bijvoorbeeld een stuk labradoriet.”
Het aanwezige treinpersoneel wenst u een fijne reis.
Een jong meisje met een grote koffer is per ongeluk in de verkeerde wagon gestapt. Nu kan ze in het gangpad niet voor- of achteruit. Een grote vrouw briest ongeduldig. In Hollands Engels zegt ze: ‘You stand in my way. I have a man here who cannot see.’ Achter haar staat inderdaad een blinde man. Het meisje panikeert. Even lijkt er inderdaad geen oplossing te zijn. Uiteindelijk tilt de grote vrouw zuchtend haar eigen koffer op en wringt zich langs het meisje met de boodschap: ‘If I get something in my back, it will be your fault.’
Uit: Thalys op Bart Moeyaert
Wanneer ik eindelijk de juiste uitgang heb gevonden, is deze tijdelijk afgesloten. Ik sta voor een bord dat aangeeft dat ik een andere uitgang moet nemen en om het station heen moet lopen. Nog een smerige tunnel door. Eindelijk beland ik bij de Aarschotstraat. Aan de andere kant van het raam waar ik zonet niet doorkon. Er is nog niemand. Of niemand die hier komt voor poëzie, vermoed ik. Best mogelijk dat er geen publiek opdaagt op deze plek. Dan zie ik Filip staan achter het raam, met zijn strijdlustige rode jekker. Ook hij zit opgesloten. Ik gebaar dat hij rond het station moet lopen. Ik wil nog een foto maken maar Filip spurt al weg. Pas achteraf besef ik hoe grappig het was, uitgerekend in deze straat: de dichter achter het raam.
Uit: Poëzie in de Aarschotstraat op De rode valies
Sinds die ring was ze boeken gaan lezen en ze had workshops gevolgd over de krachten en de helende vibraties van steen. Nu zat ze met haar kennis op markten en beurzen, ze gaf workshops of ze hielp, zoals nu, ongevraagd. Een halfjaar geleden had ze de dochter van een vriendin maansteen en carneool aangeraden en vier maanden later was die zwanger.
