Kathy Mathys, het interview

Ik tref Kathy Mathys op een donderdagochtend, online, in haar werkkamer in Breda. Ze heeft het druk. Eerder deze week stelde ze haar nieuwe boek Tot het glinstert voor in boekhandel Limerick in Gent, straks moet ze naar een vergadering van de Querido Academie in Amsterdam.

Voor een schrijver is de periode vlak na het verschijnen van een boek de meest spannende. Je gooit een steen in een put, en wacht op een echo. Zo veel boeken krijgen niet de aandacht die ze verdienen, dat weet ze zelf maar al te goed. Meer dan vijftien jaar was ze een vaste recensente voor de Standaard der Letteren, en ook daar is het vaak moeilijk kiezen.

Nu focust ze zich meer op het eigen schrijfwerk en op les geven. Bij de Querido Academie, de Nederlandse Schrijversacademie en de Vlaamse Schrijversacademie (twee organisaties die overigens niets met elkaar te maken hebben).

Soms moet je keuzes maken, zegt ze. Mijn lichaam dwong me er ook wel toe, om me te richten op wat me het meeste energie geeft. Op het pure recenseren was ik een beetje uitgekeken. Sowieso heb ik het liever over boeken die me inspirereren, die ik kan aanprijzen. Liever leesmissionaris dan sabelaar.

Zo ben ik ook als docent. Schrijvers zijn onzeker, en in een eerste les moet je ze geruststellen. Wijzen op wat er allemaal nog veel beter moet, kan later nog. Dat ik nu weer met een blog ben begonnen heeft met dat positieve, vrije gevoel te maken. Ik kan er schrijven wat ik kwijt wil, het avontuur opzoeken.

In mijn blog wil ik het hebben over wat me bezighoudt, en dat is toch in de eerste plaats literatuur: over hoe de boeken die ik lees me vormen, over schrijven, schrijftechniek. Dat doe ik trouwens ook in mijn artikelen voor Schrijven Magazine.

Maar op mijn blog kan dat op een andere toon, intiemer, uitnodigend. En het voornemen is er om dat nu heel regelmatig te doen. Al heb ik dat altijd al wel gedaan. Eerst in de SdL, toen we daar als losse medewerker ook af en toe een plek kregen om een column te plaatsen.

Het zijn ook de thema’s die in Tot het glinstert aan bod komen. Daarin vertel ik het verhaal van Anna, schrijfdocente, die geconfronteerd wordt met Billie, de dochter van een oud-student. Billie wil meer weten over de laatste dagen van haar vader, een beroemd geworden schrijver die onder verdachte omstandigheden stierf. Ik ben niet Anna, maar mijn ideeën over schrijven komen wel aan bod in het boek.

Ook die over het (auto)biografisch schrijven, waar een blog toch dicht tegenaan zit. De moeder van Anna, een kunstenares, stierf toen Anna zeven was, en ze mist verhalen over haar. Het gaat dus ook over herinneringen, en hoe onzeker we daar eigenlijk over zijn. Schrijvers die laat in hun leven nog weten hoe het allemaal precies gegaan is, vertrouw ik niet. Zelfs niet wanneer ze dagboeken bijhielden.

En dat brengt me naadloos bij de eerste schrijver waarvan ik graag een blog zou lezen: Emily Dickinson. Ook doden kunnen prima bloggen, toch? Ik ben me voor een nieuw project erg in haar aan het verdiepen. Veel van haar brieven zijn bewaard, maar een dagboek had ze dus niet. Een blog zou een mooie aanvulling zijn.

De rechtstreekse feedback van lezers kan ze dan misschien wel niet meer lezen. Jammer, want dat is het zaligste wat er is. Ik merk dat nu ook aan het boek. Oud-studenten van mij, willekeurige lezers, … velen laten weten dat ze het boek waarderen, en dat doet deugd.

Want makkelijk is het niet, voor niemand, ook niet voor mij: aan de geboorte van een boek gaat veel twijfel vooraf, en afwijzingen en aanmoedigingen. Dat zal ook wel herkenbaar zijn voor de bloggers op Aanlegplaats, dat is toch een mix van publicerende en niet publicerende schrijvers?

Van wie ik ook graag een blog zou lezen, is Donald Niedekker. Zijn Ochtenden, korte meditatieve stukken die zich buiten in een Noord-Hollands landschap afspelen, zijn eigenlijk al een beetje een blog. Daar mogen er zeker meer van zijn. Ze hebben op mij hetzelfde effect als haiku’s, het zijn momenten van bezinning.

Voor mijn derde blog kies ik een auteur uit Friesland – ik kom er graag, mijn schoonouders zijn Friezen. Jannie Regnerus heeft een heel mooi, poëtisch oeuvre. Heel atmosferisch ook, net als haar beeldend werk. De manier waarop ze daarin de wereld verkent en beschrijft leent zich ook voor een blog, vind ik.

Maar als je me nu vraagt wat een blog precies goed maakt, dan kom ik toch ook bij wat andere dingen uit. Het mag avontuurlijk zijn, speels, me ook aanzetten om verder door te klikken. Wat Nicole Ex (hoofdredacteur van See all this) in haar wekelijkse nieuwsbrief doet bijvoorbeeld, of Maria Popova in The Marginalian.

Spontaan lees ik enkel blogs waarvan de thematiek me boeit. Dani Shapiro had vroeger een blog over haar twijfels en haar schrijfproces, dat las ik met gretigheid. Beelden zijn ook belangrijk. Maar geen van die criteria is absoluut, de blog is vrijheid. Maar een eigen toon is het allerbelangrijkste.

Blogstukjes mogen ook niet te lang zijn. Niet meer dan vierhonderd worden, dan haak ik –

(En zo, beste lezer, eindigt dit interview dan ook abrupt: met 928 woorden is de limiet al lang overschreden. Terwijl we het verder nog hadden over de verschillen tussen Nederland en België, de band tussen voedsel en literatuur, en wat andere schrijvers, Georges Saunders voorop, in hun office hours te vertellen hebben.

Maar lees Tot het glinstert, stuur haar een spontane reactie, lees haar blog!)

Eén opmerking over 'Kathy Mathys, het interview'

Plaats een reactie