
De dag na Blue Monday vraagt om blogs die contact zoeken, naar de ander reiken. Het is al winterstil genoeg. Langzaamaan zijn we opgesloten in onszelf met berenmutsen en wanten, gedachten draaien in kringetjes. We mummelen wat af en zien scheel van de huidhonger.
Thijs Feuth is longarts die ook zuurstof toedient via teksten. In zijn stukje filosofeert hij over zelfkritisch zijn en somt er de voordelen en nadelen van op. Hij komt tot de conclusie dat je niet zonder de verschillende percepties van een debat kan. Ingrid van der Graaf vertelt over het lezen, waarom en hoe en wat het tussen mensen doet.
Caro Van Thuyne ten slotte schrijft het kindje tot leven. Zo zintuiglijk, zo lichamelijk. De winter wordt er al bijna lente van. Alles leeft.
De oplossing ligt, denk ik, toch in het debat. Daar horen stellingnames bij – de ene keer wat ongenuanceerder dan de andere. Zolang mensen zich maar kwetsbaar durven op te stellen, zich niet ingraven, en behalve het spreken ook de kunst van het luisteren verstaan.
Uit: Over domheid van Thijs Feuth
Als je leest worden personages de maat der dingen. Met de man sprak je over de moeder van een vriendin. Er was sprake van egocentrisch gedrag, afwijzen van het eigen kind. Je wilde nog meer zeggen toen hij zei, ‘Dat klinkt als de moeder in Halfbroer van Nicolien Mizee.’ Precies, zo’n moeder! Als je beiden leest, begrijp je elkaar beter.
Uit: De boeken van 2024 van Werk in uitvoering
Maar waarom niet? Jij was gek op harde wind en regen, met gesperde mond en uitgestoken tong en zwierend en zwiepend met heel je heftige lijfje gaf je je over aan de wildheid, je wàs de overgave, je wàs de wildheid, je wàs de storm, en alleen al daarom ging ik met jou gelukkig door alle weer en wind. Zonder jou ben ik een slap kasplantje geworden. Het is net goed dat dit het weer is vandaag. Dit is jouw weer.
Uit: We drijven samen weg van het kleine kijken
