
De man met grijzende krullen achter De taal van een verliefde van Roland Barthes is niemand minder dan schrijver en docent Jeroen Theunissen. Geboren in de zomer van 1977 in Gent. Studeerde daar Germaanse talen. Werd leraar Engels en Duits. En schreef.
Tegenwoordig heeft hij een deeltijdse baan als docent in de film- en theaterschool RITCS in Brussel, en is hij onder andere leraar creatief schrijven.
Sinds 2004 publiceerde Jeroen verschillende boeken. Zijn debuut De onzichtbare verscheen bij uitgeverij Meulenhoff. Daarna volgden de verhalenbundel Het einde (2006) en de romans Een vorm van vermoeidheid (2008), De stolp (2010), De omwegen (2013), Onschuld (2014) en Jouw huid (2018). Er zijn ook drie dichtbundels, Thuisverlangen (2005), Het zit zo (2009) en Hier woon je (2015).
In 2022 verscheen Ik = cartograaf, een persoonlijk reisverslag van een wandeling dwars door Europa. Hij registreert een continent dat hem ‘verrassend klein’ voorkomt maar hem ook zorgen baart. ‘Er zijn straatarme streken die echt niet kunnen volgen in dat Europese verhaal.’ Dit boek, dat dankzij de opbouw in fragmenten wat weg heeft van een blog, werd op veel lof onthaald. In 2024 verscheen Een week, een korte roman waarin met mededogen, liefde en lichtheid het portret wordt geschetst van een vrouw die de pech heeft om te jong te sterven.
In zijn romans, gedichten en reisverhalen onderzoekt Jeroen grote existentiële thema’s op een kritische en persoonlijke manier. Zijn veelzijdige en tegendraadse oeuvre wordt regelmatig geprezen.
Wij, bij Aanlegplaats, vinden dat bloggen ook een existentiëel thema is. Maar is het dat ook voor Jeroen? We treffen elkaar op een bankje in een park naast een vijver met ganzen en eendjes. Ik draai de thermos open en giet zo sierlijk mogelijk de lauwe gembergranaatappelthee in een beker. Uit mijn jaszak vis ik letterkoekjes. De ganzen gakken. We zijn klaar voor een boeiend gesprek.
Waarom heb je zelf geen blog Jeroen?
Ik heb een huis dat afbetaald moet worden, twee kinderen, enkele vrienden, een deeltijdse baan in het onderwijs en ik schrijf boeken. Wanneer zou ik een blog moeten schrijven? Tegenwoordig publiceer ik wel af en toe stukjes op facebook over het schrijfproces van mijn nieuwe roman, en die stukjes zou je met enige goede wil een soort blog kunnen noemen. Ik zou ook graag op mijn website wat ruimte maken voor een blog, maar heb te veel aan mijn hoofd om er direct aan te beginnen. En ik heb ook – dat is misschien vreemd voor een auteur – constant angst dat ik niets te vertellen zal hebben als ik op regelmatige basis iets zou schrijven, dus soms blokkeer ik, en daardoor heb ik geen blog op regelmatige basis.
Er valt een stilte maar ze voelt niet ongemakkelijk. Door de drukte en het schrijversbestaan zitten we misschien wel hier en niet in een of andere hippe tent bedenk ik. Het zou een nieuwe trend kunnen worden. De parkgesprekken.
Op de vraag wie er absoluut een blog zou moeten beginnen en waarom komt er niet echt een antwoord. Ik ga een beetje vrezen dat Jeroen niets meer te vertellen heeft. De ganzen gakken voort. Ik hoor hoe twee letterkoekjes worden vermalen in de mond van de geïnterviewde.
‘Niemand moet iets’, vervolgt hij plots. ‘Wie een blog begint, moet het niet voor het publiek doen, maar in de eerste plaats voor zichzelf, lijkt me. Een blog is een goede plaats om zaken uit te proberen, zowel inhoudelijk als stilistisch. Het is een speels medium. Blogs van mensen die over alles grote meningen hebben, vind ik maar niets, want ik vind mensen met grote meningen maar niets. De enige goede reden voor een blog lijkt me dat je een experimenteerruimte zoekt. Als een blog een sleur wordt, stop er dan maar mee.’
Zo is het misschien wel met alles, zeg ik gewichtig. En wat maakt dat een blog echt goed is?
‘Tja, wat ik al zei,’ zegt hij. ‘Een goede blog is sowieso experimenteel, niet in de zin dat een blog moeilijk of avant-garde of hermetisch is of zo, net niet, maar in de zin dat een blog een medium is waar zaken op een beperkte ruimte uitgeprobeerd kunnen worden. Ik wil verrast worden door de manier waarop iemand schrijft en formuleert, liefst met humor.
Ik wil nog vragen of hij ook in de eerste plaats voor zichzelf schrijft. En of het ook steeds een experiment is. Ik peil nog even naar zijn laatste facebookpost over het essay ‘Tomorrow Sex Will Be Good Again’ van de Britse schrijfster Katherine Angel. Over seks en verlangen in onze periode van Me Too. En waarom hij het belangrijk vindt om over seksualiteit te schrijven in een roman. Zijn laatste zin was mooi zeg ik:
‘Ik geloof dat een roman – met die typisch literaire zin voor nuance, de eigenschap dat geen antwoorden gegeven worden maar vooral steeds weer nieuwe en net iets andere vragen worden opgeroepen – de ideale plaats is om erotiek te onderzoeken als een mysterieuze plek in onszelf, waar we kwetsbaar en onzeker zijn, een avontuur maar vooral ook een onvoorspelbaar domein, waar we als mensen worden geconfronteerd met onze diepste schoonheid en onze grootste angst.’
Het is te koud voor meer vragen, laat staan antwoorden. Deze plek brengt alles tot de essentie. We hoeven niet te schrappen. Ik draai de thermos dicht, stop de zak letterkoekjes in mijn zak. We nemen afscheid. In de vijver zwemmen de eendjes een nieuw rondje.
