
Het stond in de sterren geschreven dat ooit de dag zou aanbreken dat de twee grootse Geoff Dyer-fans van het koninkrijk België in het geheim in Gent zouden afspreken. In de koffiebar van boekhandel Limerick wachtte ik incognito op de komst van Melissa Giardina en al roerend door mijn koffie moest ik terugdenken aan de allereerste keer dat ik haar ontmoette. Het was op een boekpresentatie in dezelfde Limerick waar een honderdtal aanwezigen ernstig knikten tijdens de terechte lofbetuigingen die een debutante te beurt viel. Tussen de boekenrekken hadden twee mensen echter enkel oog voor elkaar. Melissa en schrijver Roderik Six. Zelden hoorde ik een passionele vlam harder knetteren dan tussen hen en ik dacht nog: het kan niet anders of zij worden zeer binnenkort een stel. En zo geschiedde.
‘Ik ontmoette Roderik toen ik nog getrouwd was, en hij samen met Karl Ove Knausgård aan de toog zat van mijn café in Kortrijk. Jaren later, na de Gentse boekvoorstelling van Val, schreef hij als opdracht in mijn exemplaar: “Ik wens je veel donkere nachten vol macabere erotiek toe.” Ik vond het prachtig, hoewel mijn toenmalige vriend er minder gelukkig mee was. Enkele jaren later zag ik op Instagram een foto van een oudere man die trots de opdracht liet zien die Roderik voor hem had geschreven. Het was juist dezelfde zin! Maar ja: ook oudere mannen hebben recht op donkere nachten vol macabere erotiek.’
Alles aan Melissa straalt avontuur uit. Met haar donkere ogen en nog donkerdere krullen is zij de perfecte ambassadrice van duistere literatuur. En laat literatuur nu, naast Roderik, haar tweede grote passie zijn. Nadat ze vele jaren in boekenwinkels had gewerkt richtte ze Vindetta! op waarmee ze als een vis door talrijke literaire wateren zwemt. Melissa modereert literaire evenementen en interviewt schrijvers zo deskundig dat die het gevoel krijgen dat het toch zinvol was om zich jarenlang uit het leven terug te trekken.
Het moge duidelijk zijn dat ze een hart heeft voor literatuur, maar heeft ze zelf ook schrijfambities?
‘Ik heb iemand nodig die me pusht, die me een deadline geeft; ik ben de grootste uitsteller ter wereld. Daarom heb ik me ingeschreven voor het schrijfatelier bij Els Moors. Zij geeft geen specifieke opdrachten maar enkel feedback op waar je zelf aan schrijft. Al heb ik mezelf inmiddels ook weer uitgeschreven, omdat ik ook die kortverhalen maar bleef uitstellen door te veel werk voor Vindetta!…’
Deze persoonlijke belediging kon ik niet laten voorbijgaan: ‘Neen, Melissa, die grootste uitsteller, dat ben ik!’
’Het is al goed. Maar dan ben ik zonder concurrentie de tweede grootste uitsteller.’
Ook al was het al na elf uur en stroomt er Italiaans – pardon: Siciliaans – bloed door Melissa’s aderen, toch bestelden we twee cappuccino’s.
Alvorens haar de klassieke Aanlegplaats-vragen voor te leggen, wilde ik echter nog weten hoe het was om de grote Geoff Dyer te spreken.
‘Het was een van mijn favoriete interviews ooit. Een geweldig gesprek met een uiterst boeiende man. Ik heb zoveel complimenten van hem gekregen over dat interview, dat heeft me toen echt deugd gedaan en wat meer zelfvertrouwen gegeven.’
Maar genoeg over Geoff.
Waarom ben je ooit met een blog begonnen?
‘Ik was nog maar een tiener en werd vooral aangetrokken door het anonieme aspect ervan. Wat me intrigeerde was de mogelijkheid om teksten onder een andere naam online te smijten. De titel van mijn blog was How About Sylvia. Ondertussen heb ik alle verhalen en gedichten verwijderd, maar de blog zelf bestaat nog. Ik zocht naar een naam en uiteraard kwam ik bij mijn heldin Sylvia Plath uit. Ik vond het interessant om met teksten te experimenteren zonder dat ik deze meteen aan iemand moest laten lezen en zonder de druk te ervaren die publiceren onder je eigen naam met zich meebrengt.’
‘Anders dan de Engelse blognaam doet vermoeden, schreef ik in het Nederlands. Het was typische beginners-poëzie van een vijftienjarig meisje. Ik ben, maar hou het onder ons, geboren in 1986. De blog vulde ik met mijn gedichten die ik vooraf al in schriftjes had neergepend en zo stond er meteen van alles op. Het idee was om het dan aan te vullen met nieuwe teksten en mijn schrijven te laten evolueren. Achteraf bekeken vond ik dat de kracht in het onpersoonlijke lag, terwijl het net dat onpersoonlijke was dat me na een tijdje afstootte. Ik vond het té anoniem. Ik had het gevoel dat ik in de leegte aan het praten was. Het was ook niet zo dat ik per se reacties kreeg.’
‘Het was nog voor de tijd van sociale media en ik liet het enkel aan een paar vertrouwelingen weten. “Dit is mijn WordPress How About Sylvia. Ga maar eens kijken en zeg me wat je ervan vindt!” Maar natuurlijk was ik zo beschaamd dat ik het haast tegen niemand durfde te zeggen. Tegelijkertijd vond ik het stikvervelend dat geen mens het las. Een vicieuze cirkel.’
‘Ook als vijftienjarig meisje dweepte ik al met mijn Heilige Drievuldigheid: Hugo Claus, Sylvia Plath en Peter Verhelst. Ik leerde hen op jonge leeftijd kennen en ben hen trouw gebleven. Onlangs herlas ik voor de podcast Drie boeken van Wim Oosterlinck The Bell Jar van Sylvia Plath. Vooraf was ik een beetje bang om het opnieuw open te slaan, maar het boek bleef overeind. Je herleest de grote boeken uit je kanteljaren gewoon op een andere manier – afhankelijk van waar je zelf op dat moment in je leven staat. Ben je gelukkig? Ben je depressief? Ben je onzeker? Ben je angstig? Ben je blij? Als ik in een gelukkige periode een gedicht van Sylvia Plath lees komt het anders binnen dan wanneer ik overspoeld word door donkere gedachten. De gedichten van Sylvia Plath: dat is hoe ik zelf als tiener wilde schrijven. En nu nog steeds, eerlijk gezegd. Maar ik heb die hoop een beetje naast me neergelegd.’
‘Natuurlijk koketteerde ik als jong meisje graag met de schrijvers die ik las maar nauwelijks begreep. Met een boek van Nabokov of Dostojevski onder de arm op café gaan zitten in de hoop dat het de knapste kroeghelden zou opvallen. Als ik nu jonge gasten in een donker café met een cultklassieker aan de toog zie hangen word ik overvallen door een licht gevoel van heimwee naar die vervlogen tijd. Het is hartverwarmend om je eigen tienerjaren in de jeugd van tegenwoordig weerspiegeld te zien.’
‘Ik vind het een fantastische manier om via brieven of dagboeken schrijvers beter te leren kennen. Letters to Véra van Vladimir Nabokov blies me helemaal weg, omdat hij zelfs in de brieven aan zijn vrouw bewees een groot literator te zijn.’
‘Hoe ik zelf schreef? Ik probeerde me enigszins te spiegelen aan die groten en ik had een soort donkerte over mij die ik nu nog heb. Muzikanten als Nick Cave, Wovenhand, PJ Harvey, Patti Smith: ze passen allemaal wonderwel binnen mijn donkerzwart esthetisch gevoel. Ook in lezen en in schrijven trek ik toch altijd naar dat duistere, want binnen het zwaarmoedige voel ik me begrepen en op mijn gemak. Vaak word ik overrompeld door hoge hoogtes en diepe dalen. Daarom ga ik altijd op zoek naar kunst die mij omarmt. De boeken en muziek waar ik van hou geven mij een schouderklop en zeggen: “Wij weten het soms ook niet meer, Melissa. Je bent niet alleen.”’
De tijd van koffie was voorbij en we lieten de eerste glazen wijn van de middag aanrukken.
‘Ik zeg nu wel ja op je opmerking dat lichtvoetigheid als tegengewicht tegen melancholie helpt, maar voor mij is humor in een duister boek absoluut niet nodig. Sowieso is humor literair gezien een zeer moeilijk genre. Toen ik nog in Het Paard van Troje werkte en klanten me naar tips voor grappige boeken vroegen, verwees ik hen altijd naar collega’s door. “Ik doe enkel depressieve, donkere boeken!” was mijn standaard antwoord. Ik heb het bij boeken minder nodig dat er humor moet inzitten om het te kunnen volhouden.’
‘Een van de laatste intrieste boeken dat ik regelmatig moest wegleggen was Committed: A Memoir of Finding Meaning in Madness van Suzanne Scanlon. Troost je, Jo, je bent niet de enige: bijna niemand kent het. Het gaat over een vrouw van zestig die terugkijkt op de tijd dat ze dertig was en in een psychiatrische instelling zat. Scanlon heeft het vanuit haar eigen ervaringen neergeschreven en doorspekt met echte herinneringen. Het kwam zo dichtbij omdat ik hetzelfde heb meegemaakt. Ik heb er altijd heel open over gepraat; ik vind het belangrijk voor lotgenoten, het mag geen taboe meer zijn om soms psychiatrische hulp te vragen. Na een destructief huwelijk met een alcoholist met losse handjes ben ik in een diepe put gevallen en heb ik me helemaal laten gaan en me gelaafd aan alcohol en andere verslavende kalmeringsmiddelen zodat ik weg was van deze wereld. Ik ben dertig geworden op een psychiatrische afdeling. Het was geen feest. Ziekenhuistaart? Neen dank u. (lacht).’
‘Zelfspot vind ik fantastisch. En sarcasme: I love it. Maar je moet het goed kunnen doseren.’
‘Als ik schrijf gaat het bijna altijd over mijn directe omgeving. Wat ik ook graag doe is mensen observeren en daar dan hele levens bij verzinnen. Mocht ik jou bijvoorbeeld ergens in een koffiebar zien zitten zou ik denken: “Ah, hij is Geoff Dyer aan het lezen en hij is een beetje gebruind: hij is vast en zeker op vakantie geweest. Waar zou hij wonen? Wat heeft ie vandaag gedaan? Waar gaat hij straks naartoe? Waarschijnlijk naar de zee, want hij heeft een blauw-wit gestreept t-shirt aan.” Wacht maar wat ik straks allemaal over je ga schrijven, schat. (lacht). Dat vind ik het fijnste onderdeel van schrijven: observeren.’
‘Momenteel ben ik bezig met het schrijven van onderling zeer uiteenlopende kortverhalen, een beetje in de stijl van de Argentijnse Mariana Enriquez. Zoals zij wil ik kunnen schrijven. Tegelijkertijd ontmoedigen geweldige verhalenbundels me soms, want dan denk ik: “Melissa laat het. Dát kun jij niet…”
‘De paradox is dat hoe drukker het in mijn leven en in mijn hoofd is, hoe groter mijn zin om te schrijven. Maar hoe meer tijd en ruimte ik krijg, hoe kleiner de drang wordt. Dat is natuurlijk het lot van elke procrastineerder.’
‘Mijn perfectionisme staat mijn schrijven regelmatig in de weg. Soms kan ik op een avond drie uur lang aan één zin werken. Maar dan is het wel een steengoede zin. (lacht).’
‘Roderik is niet alleen een secure schrijver, hij is eveneens zeer gedisciplineerd. In september verschijnt zijn nieuwe roman In het wit en eigenlijk heeft hij die op korte tijd gecomponeerd. Als Roderik zegt “Ik ga een project afwerken”, dan vindt hij in zichzelf de kracht om dagelijks aan zijn schrijftafel te zitten. Hij is heel gedisciplineerd en niet zo’n uitsteller gelijk gij. (lacht). Als Roderik zegt “Ik ga het doen!” dan doet hij dat. Als wij zeggen: “Ik ga het doen!” – dan doen we dat in het beste geval drie dagen later.’
‘Door er met jou over te praten heb ik opnieuw zin gekregen om te bloggen. Elke dag een klein stukje schrijven. Daarom heb ik deze morgen How About Sylvia terug geactiveerd. Maar voorlopig staat er nog niets op. Ik stel het nog even uit.’
Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen en waarom?
‘Ik ga nu net niet Sylvia Plath, Peter Verhelst of Hugo Claus zeggen omdat ik zo aan hun oeuvres gehecht ben. Spontaan moest ik aan Nicolien Mizee denken. Ken je haar niet? Ze is een Nederlandse schrijfster met een vaste column in het tijdschrift Trouw. Je zou absoluut haar Faxen aan Ger moeten lezen. Onlangs is het zesde deel uitgekomen. Het zijn stuk voor stuk kleppers van boeken. Eigenlijk is het een blog in boekvorm. Ger was begin jaren negentig haar prof scenarioschrijven. Ze was onmiddellijk erg onder de indruk van die man en ze begint hem faxen te sturen. Het fantastische aan die reeks boeken is dat hij nooit antwoordt en desondanks blijft ze hem schrijven. Het is een eenzijdige correspondentie. Nicolien Mizee toont zichzelf daarin zo echt. Ze heeft het over haar angsten en over het gewone leven en over een vrouw die op straat passeert en over hoe ze zich vandaag en morgen en gisteren voelt. Op den duur gaat het helemaal niet meer over Ger.’
‘Wat me aantrekt in haar stukjes is het idee dat het allemaal niet zoveel uitmaakt; maar net daarom voel je dat eraan geschaafd is en dat het eigenlijk wél de perfectie benadert. Ze neemt zichzelf niet au sérieux, maar tussen de regels door leer je haar heus wel kennen. Ze steekt niets onder stoelen of banken en haar faxen bestrijken alle facetten van het leven – ze gaat haar angsten, noch haar duistere kanten uit de weg.’
‘Tegelijkertijd zijn haar Brieven aan Ger vaak ronduit hilarisch. Zo droog, zo cynisch. En zo intriest. Een portie blogstukjes van Nicolien Mizee is, denk ik, wat ik elke dag zou kunnen gebruiken.’
‘Iemand anders die spontaan in mij opkomt is mijn moeder. Ook zij zou van mij mogen bloggen. Ze woont in Andalusië in het zuiden van Spanje en ik zie haar niet veel. Door de afstand is onze band wat verwaterd. Het zou voor mij een manier zijn om dichter bij haar te zijn en te zien hoe haar leven in mekaar zit.’
‘Mijn moeder is een Belgische uit het Waasland en mijn vader een Siciliaan. Hij is mijn held. Ik ben een enig kind en als dochter van een Siciliaan lig ik bij hem in de bovenste schuif. Dus je begrijpt: als jij het waagt één kritische noot over mij te schrijven staat mijn papa nog dezelfde dag aan je deur. (lacht). Na de echtscheiding van mijn ouders ben ik nog enkele jaren bij mijn moeder gebleven, maar op mijn vijftiende ben ik alleen gaan wonen.’
‘Net toen de band met haar weer hechter werd is zij verhuisd naar Spanje. Ik zat in mijn laatste jaar vertaler-tolk en had net mijn toekomstige man ontmoet. Telkens als mijn moeder naar België komt is het de eerste dag een groot feest, maar na enkele dagen beginnen we elkaar wat te irriteren. Intuïtief voelen we dat we elkaar niet meer kennen. Dat is pijnlijk. Daarom zou ik van haar graag een blog willen lezen zodat ik beter kan begrijpen wie zij na al die jaren geworden is. Het mag over haar alledaags leven gaan en over hoe het vroeger was en hoe zij het leven ervaart. Ook omgekeerd zou zij er veel aan hebben om mijn blog te lezen, om mij als volwassen vrouw te leren kennen. Zij weet ook al jaren niet meer wie ik echt ben. Ik moet de blog enkel eerst nog schrijven, zeker?’
‘Ik ben net negendertig geworden en hoor mezelf meer en meer zeggen: “O, ik klink just gelijk mijn moeder…”’
‘Aan de andere kant schuilt er ook een zekere schoonheid in. Nu ik ouder ben moet ik haar terugblikkend vaak gelijk geven.’
‘Ze leest graag, maar ze schrijft niet echt. De wens dat ze zou beginnen bloggen is dan ook meer een abstract idee.’
‘Thuis ben ik zonder boeken opgegroeid, maar mijn moeder nam me altijd mee naar de bib. Als enig kind zat ik liever in een hoekje te lezen dan dat ik buiten moest gaan spelen. Ook als kind was ik gebeten door de leesmicrobe. Ze heeft het lezen steeds gestimuleerd. De eerste keer dat ik haar met Roderik ben gaan bezoeken had ik Fierce Attachments, het moederboek van Vivian Gornick, meegenomen. Voor mij in het Engels en voor mijn moeder in het Nederlands. Maar het is niet gelukt om het samen te lezen en dat vond ik enorm teleurstellend. Voor mij was het een utopisch ideaal om juist dat boek samen te lezen, terwijl zij al na enkele pagina’s verveeld opkeek en zuchtend verkondigde: “Het doet me niks…” Die opmerking heeft me gekwetst.’
Wat maakt een blog goed?
‘Vooral het persoonlijke aspect ervan. Je krijgt een inkijk in het hoofd en in de leefwereld van een schrijver. Het sluit ook aan bij waar we het daarnet over hadden: mensen op straat observeren en nieuwsgierigheid voelen naar wie ze zijn, hoe ze denken en hoe ze het leven staan. Uit een blog kan je veel afleiden. Wie wat belangrijk vindt bijvoorbeeld. Dat vind ik het fijnste. Waar ik ook van hou zijn mensen die een loopje met de realiteit nemen, zoals bijvoorbeeld Tom Wouters. Ik merk enige verwantschap tussen zijn absurdistische verhalen en die Daniil Charms waarvan jij nu net Tsjak! hebt gekocht.’
‘Charms is zo goed. Als ik door zijn Verzameld Werk blader dat bij Van Oorschot is uitgegeven, bekruipt me vaak het gevoel: toon mij wat je schrijft en ik zal zeggen wie je bent. Voor mij is dát de essentie van bloggen.’
‘Dankzij Aanlegplaats is mijn interesse in blogs opnieuw aangewakkerd. Ik ben al een tijdje geabonneerd op de nieuwsbrief van Catherine Lacey, ook een soort blog waarin ze zich beperkt zich tot verhalen van een honderdvijftigtal woorden. Haar bijdragen zijn kleine observaties over haar eigen leven of over de de wereld rondom haar. Tegelijkertijd valt het mij, deels uit tijdsgebrek, moeilijk om blogs te lezen, juist omdat ik voor mijn werk al zoveel in boeken duik. Natuurlijk speelt het mee dat ik liever op papier dan op een scherm lees.’
‘Ik grijp minder naar blogs omdat je dan alweer online zit te lezen. Dat vind ik het voordeel van wat Tom Wouters of Steven Van Ammel op Facebook doen: tijdens het doomscrollen krijg je ineens een afgerond hapje tekst voorgeschoteld.’
‘Een positieve uitzondering was de pdf van Drie boeken van Wim Oosterlinck – het boek dat bij de podcast is verschenen, want dat had een warme lay-out en het werd opgefleurd door tekeningen – dat beviel me wel. Maar die doorlopende teksten op een scherm… daar word ik zo moe van. Daarom voel ik ook zo’n nood aan witregels. Het zijn ademmomenten in een tekst.’
‘Een blog kan ook een trigger zijn om lezers nieuwsgierig te maken naar wat die persoon verder nog geschreven heeft. Het geeft me inzicht in de vraag of het een schrijver is die voor mij werkt. Dàt is nog een voordeel van een blog: het is een behapbaar stukje tekst dat definieert wat voor type schrijver iemand is.’
‘Melissa, ik denk dat je de wereld een groot plezier gaat doen als je terug begint te bloggen…’
‘De wereld, Jo? Dat zijn wel héél veel mensen… (lacht).’
We traden naar buiten voor de fotoshoot en ik vroeg haar waarom ze net Monster had uitgekozen als haar favoriete boek en aan de verleiding had kunnen weerstaan om het verzameld werk van Peter Verhelst mee te sleuren.
‘Haha. Roderik zei nog: je gaat het toch niet weer over Peter Verhelst hebben. Ik heb dan maar gekozen voor Monster de recentste roman van Roderik Six omdat het zo’n speciaal boek is. Het is volledig anders van toon dan zijn trilogie Vloed, Val en Volt. In Monster is hij koning van de witregel. Het is heel gebald geschreven. Heel sec. Heel donker. Het begint ook met een mooie verwijzing naar De vreemdeling van Albert Camus: “Vandaag is mijn vrouw overleden. Of misschien gisteren. Ik weet het niet meer.” Het is een pikzwart boek over rouw en wat dat met een mens doet en hoe rouw een monster kan worden. Het is opgedragen aan de vrolijke raaf. Op de arm van die raaf prijkt de door Sven Verhaege ontworpen cover van Monster.’
‘Ik kende zijn kracht als schrijver, maar toen ik dit boek las dacht ik: “Oei, misschien moet ik toch een beetje bang zijn van hem…” Maar dat ben ik niet. (lacht).’
Het universum van de koffiebar van de Limerick nodigde uit om nog lang te blijven napraten over literatuur en andere belangwekkende bijzaken. Net zoals tijdens het lezen van een goed boek was de tijd voorbijgevlogen. Tot plots het moment aangebroken was dat er een trein naar de Metropool gehaald moest worden. Ik stond op en kuste de wang die ooit door Geoff Dyer was gekust. One degree of separation.
