Van de kikker en de kookpot (vangst #225)

Het is niet waar hè, dat verhaal van die kikker die blijft zitten in een kookpot als de temperatuur langzaam wordt opgedreven. In 1869 deed de Duitse wetenschapper Friedrich Goltz zo’n test met een kikker waar hij eerst de hersens had uitgehaald. Die bleef inderdaad zitten. Een gezonde kikker sprong er gewoon uit.

De onderdrukking van het kleine om de massa klein te houden. Misschien moeten we vandaag niet enkel beducht zijn voor het grote, voor autocraten, oligarchen, populisten, imperialisten, maar evengoed voor dat kleine. De amfibieën, de insecten, de schimmels, de gisten; wat is hun plan eigenlijk? Wanneer heeft iemand nog eens de moeite gedaan naar hen te luisteren?

Awel, onze bloggers. Deze week.

Terwijl Lennart Vanstaen in een niemandsland tussen jong en oud zichzelf in een kookpot steekt bij de lokale fitness, zien enkele rijpere bloggers betekenis in de verschijning van kleine dieren in hun leefruimte. Mark Nankman krijgt een kikker op bezoek, Jan-Paul van Spaendonck hoort een meikever landen op zijn kampeertafel.

‘Als het te warm is, kan je in de houten kast hiernaast aan die linkse knop draaien’ geeft hij nog mee, en hij gebruikt het puntje van zijn handdoek om het water uit zijn oren te krijgen. Deze mededeling, verpakt als praktische waarschuwing, siert hem. Dat hij terugkomt op zijn woorden en even in beschouwing neemt dat ik misschien helemaal niet hou van een te hete douche. Het zijn vaak de kleine dingen die iemand sieren. ‘Een douche kan niet warm genoeg zijn voor mij’, antwoord ik hem. We oefenen ons een halve minuut in smalltalk waarbij we elkaar aanmoedigen om koudere douches te nemen. En dat allemaal in ons nakie.

Uit: Oud / jong op Een aanhankelijkheid aan vergankelijkheid

Had het mijn gedrag vanuit die positie bestudeerd om het juiste moment in te schatten om mijn tuin te kunnen binnenwippen? Is een kikker überhaupt in staat tot dergelijke snode planningen? Kikkers kunnen springen, maar niet over schuttingen. Ze kunnen graven, maar mijn kikker had dan diep moeten gaan, minimaal twintig centimeter, vanwege de betonnen randen die overal onder de schuttingen liggen. Kortom: de intelligentie van mijn kikvors nam al peinzende allengs toe. Hoe hij in mijn tuin is weten te komen blijft vooralsnog een raadsel.

Uit: Tijd voor een beter vliegengordijn op Verwoede noten

Zo ongeveer stelde ik me mijn vaders meikevers voor, als levende helikopters in de blauwe lentelucht. Toen de tijd aanbrak dat ik droomde van een toekomst als bioloog (niet voor niets was het boek van Durrell over de bewoners en vooral de fauna van Korfoe me zo lief) keek ik elk voorjaar uit naar de mythische torren maar die waren net zo van de vergiftigde en vervuilde aardbodem verdwenen als destijds de ooievaar – een vooroorlogse prent uit een fauna waarbij stond zeer zeldzaam, of: ‘laatste exemplaar waargenomen in 1963’. 

Uit: Es gibt wieder Maikäfer op Voorheen rookzanger

Plaats een reactie