
Een dichter sterft rond Kerst. Daarna kan je schaatsen op de vennen en plots valt de sneeuw in vlokken als eieren zo groot. Op de radio hoor je over de wereldbrand en dat de blaaskaak met de oranje lok nieuwe landen wil kopen als een kilo appeltjes en nog wat later doet de zon al een beetje lente voor. Hier een vangst tussen seizoenen, tussen uitersten. Een zwijgend landschap middenin de wereldrommel. Met de ene voet nog in het donker maar de deur al op een kier. Kaal en kiemend. De tijd van studie en niet weten. Wordt het straks een slaapmutsje of een potje detoxthee?
Chrétien Breukers mijmert over Leonard Nolens, over dichters in het algemeen en het dichterswereldje in het bijzonder. Hij bespreekt de zaken op zijn typisch pedante toon met pretoogjes en een hilarische anekdote af en toe.
Marijke Van Thielen beschrijft putje winter met demonen en begrippen onder de modder. Heerlijk veel schaamte, tovenarij en nachtschade. Cyclische nachtmerries, verlangen naar het ochtendrood.
Dan, plotsklaps, neemt Bruno Willaert je mee van een voetbalploeg in Diksmuide tot Mauritius: een luchtig reisverslag. Alles komt goed!
Wat ik niet snap, is waarom iedereen altijd meeloopt in de rij bewonderaars, als die zich eenmaal heeft gevormd. Wanneer ontstaat het moment waarop een auteur niet langer het onderwerp is van kritiek? Waarom loopt iedereen, ook mensen die kunnen lezen en zich geen knollen voor citroenen laten verkopen, op een gegeven moment toch in de polonaise mee?
uit: De Nederlandstalige poëzie – een eigen geschiedenis – Leonard Nolens van Chrétien Breukers
Nietzsche had een afkeer van vrouwen. Dat treft, want ik heb een hekel aan Nietzsche.
uit: Ijsblauwe weerzin van Marijke Van Thielen
Een korte hotelinspectie leert me dat duurzaamheid erg belangrijk is. Ik vond het al vreemd dat er een lege minibar in de kamer stond, maar de bedoeling is dat je die zelf vult met wat je daadwerkelijk gaat opdrinken.
uit: Braden in Pamplemousse op Reloaded
