
Een vangst over onverwachte vangsten. Past voortreffelijk in het begin van de lente met haar buien en grillen en plots een uur vooruit en stralen vitamine D door kieren waarvan je niet meer wist dat ze bestonden en vrienden uit hun winterslaap nog bleek maar blozend op terrasjes. De jingle van de ijsjeskar vlak voor het eten. Een hagelbui en een aprilvis.
Aron Groot graaft woorden uit vroegere lagen met andere talen die aan onze woorden bleven kleven en ontdekte iets leuks over het woord ‘zoet’.
Iris Salembier getuigt over de rouw als de winter maar dan plots ziet ze herinneringen als confetti, ze schrijft het mooier nog. Het klinkt als een fijn feest van bloesems. Scrolt u eventjes naar benee.
Gerbrand Bakker heeft plots een tuiniersblog die doet denken aan de blogs van dichteres Anne Broeksma en aan de geschriften van Vita Sackville-West. Zijn schrijvershanden tasten in de aarde. Bloembolverrassingen, gekke vormen, felle kleuren onverwacht.
Om erachter te komen of ons woord zoet nog verder teruggaat dan het Proto-Germaans, moeten we op zoek naar een verwant in een niet-Germaanse, maar wél Indo-Europese taal. Ik denk dan al snel aan het Oudgrieks.
En aan de eigenschappen van het Oudgrieks. Zo weet ik dat de Oude Grieken een hekel hadden aan zowel de s als de w, met name voorafgaand een klinker. Met deze kennis in het achterhoofd is het Griekse ἡδύς (hēdus, ‘zoet’) goed te vereenzelvigen met het Proto-Germaanse *swōtu-. De Proto-Indo-Europese oervorm was *sweh₂du-.
De oorspronkelijke s is in het Grieks in een h veranderd, en de w is volledig verdwenen. Aan (ἡδύς, hēdus) ontlenen wij ons hedonisme, de ideologie van het zoete.
uit: Hedonisme is zoetisme op Gevleugelde woorden
Het zit in kleine dingen. Het kruipt overal tussen en achter. Het blijft onverwachts en ongevraagd opdoemen. Net als confetti die je tot maanden na carnaval nog terugvindt. In spleten, kieren en holtes van je leven. Zo vind ik overal snippers herinneringen aan mijn moeder.
Ook spitte ik zo’n beetje op de tast in mijn vaders heemtuin rond. Op de tast, omdat vrijwel alles wat daar stond allang uitgebloeid was, het was in juli dat ik het deed. Eveneens op de tast, mede omdat ik niet goed kon uitmaken welke bol bij welk bolgewas hoorde, stopte ik hier in de Eifel van alles, en overal, in de grond. Dus ineens staan op onverwachte plekken narcissen, heel mooie: donkergeel met een knaloranje hart, elders komt iets op waarvan ik vermoed dat het boshyacinten zijn.
uit: Bollen van Gerbrand Bakker
