
Als kind speelde ik dwarsfluit in het plaatselijk harmonie orkest. Daar hoorden optochten bij, en om de marsmuziek te kunnen lezen kregen we een armhouder. Een leren riempje met daarboven een lyra.
Daar moest ik dus – excuseer me als dit respectloos zou zijn – aan denken toen ik het stuk van Imme van Zuilekom over strapons las in Hard//Hoofd. Bo Vanluchene biedt een nog grotere extra aan, in de vorm van een vuilnisbak – politicus, en Dave Schut laat dan weer in het midden of er ook wat spannends te vinden is op de rommelmarkt in zijn straat.
We bewaren ze allemaal op eenzelfde plek, of ik bedoel iedereen die er een heeft, heeft hem liggen in een doos in een kledingkast, weggestoken in een hoekje. Of in een mandje onder het voeteneind, in een kist onder in het nachtkastje. Laatst was ik bij iemand die de doos boven op haar kast had staan, er hing een leren riempje uit en ik vond dat indrukwekkend. Ik kon me niet voorstellen dat dat riempje per ongeluk over de rand van die doos hangt.
Uit: Over hoe je echtheid kan dragen van Imme van Zuilekom op Hard//Hoofd
Dat waardeer ik echt aan de Britten: op geen enkel moment mogen politici vergeten dat ze belachelijk gemaakt kunnen worden.
Uit: Bloeden voor de Britten, en de graafste politieke kandidaat op Bo Vanluchene in Londen
We dronken koffie, we aten mergpijpen.
Ik vind dit echt heel leuk, zei ik tegen mijn vriendin.
Mijn dochter liep steeds weg omdat ze meer van de markt wilde zien. Ik liep met haar mee en kocht een knuffel van twee meisjes op een kleed.
Toen ik terugliep voelde ik mij een gezinsman zoals ik die ken uit verhalen van anderen: iemand die zijn buren kent, die graag onder de mensen is, die van een feestje houdt, ook bij hem thuis.
Uit: De gezelligste man van onze straat op Dave op donderdag
