
Zoals het past bij iemand die vaak en veel post op sociale media, treffen we Frank D’hanis, onze gastvisser van de maand, volledig digitaal. Hij heeft het druk, want behalve leerkracht, podcaster (samen met zijn partner Heleen Debruyne) heeft hij ook net zijn debuutroman uit, Bibi, een tragikomische bildungsroman over biseksualiteit en mannelijkheid.
Ooit had je een blog, Frank. Je staat zelfs in onze haven! Waarom nu niet meer?
Ik post nu inderdaad heel veel rechtstreeks op sociale media. Mensen vertellen me wel eens dat sociale media eigenlijk niet geschikt zijn voor de grote lappen tekst die ik produceer, en dat ik het beter op een blog zou zetten. Ik wil best aannemen dat dit waar is, maar toch lijk ik er niet toe te komen. Ik heb een website waarop ik inderdaad een tijd lang wat dingen plaatste maar de gewoonte verstierf al snel. Misschien houd ik van de vinnige snelheid van sociale media als primair publicatiemedium. Het heeft ook iets heel efemeers. Daar zie ik wel een zekere schoonheid in. Ik ben wellicht ook verslaafd aan de dopamine van dingen te posten en direct reactie te zien. Soms weet ik dat ik een stuk beter naar de krant zou sturen, maar kan ik het toch niet laten om het al snel te posten.
Eens iets gepost is kan ik door met mijn leven, naar nieuwe info, nieuwe verhalen, nieuwe schrijfsels. Mensen vragen zich wel eens luidop af of ik geen AI gebruik, omdat ik zoveel produceer, maar zo is het altijd geweest, ik heb altijd op deze manier geschreven. De kwaliteit van de schrijfsels is alleen mettertijd wat beter geworden. Hoop ik. Ik haat AI-tekstgeneratie met een enorme passie, ik blijf er helemaal van weg, het is de McDonalds voor je hersenen, ze worden er opgeblazen, ontstoken en traag van. Ongeveer het enige dat ik me dus naar een blog zie drijven is dat ook die sociale media allemaal in bezit zijn van vreselijke autocratische techbaronnen, dezelfde die nu alle vreugde in de scheppende kracht van het talige zomaar ongevraagd zijn met hun vieze schadelijke robotparasietjes.
Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen, en waarom?
Iedereen die in een bedrijf werkt en daar op een of andere manier uitgebuit wordt of misbruik ziet zou zijn ervaringen in een blog moeten kunnen zetten. De kapitaalmotieven van bedrijven zijn vandaag zo sterk, de concentratie en monopolies zo groot en machtig, dat we alleen maar uit de steeds sterkere cirkel van egoïstisch winstbejag zullen geraken als mensen massaal de klokken beginnen te luiden. Dat was ook het thema van mijn eerste non-fictieboek Held. Verandering zal van onderuit moeten komen. Op straat gaat het gebeuren, niet op het internet, dat infrastructureel volledig in handen is van de macht.
Toch kan het internet ons nog steeds ook kennis geven die we kunnen gebruiken om het systeem van ongelijkheid te bestrijden. En het helpt tot op zekere hoogte ook om ons te organiseren. Nu AI-systemen ongeveer alles van creatieve uitingen kunnen produceren zal het duidelijk worden hoe belangrijk ons fysieke lichaam eigenlijk altijd was in de productie van betekenissen. Mooie zinnen zijn betekenisloos als ze niet uit de doorleefde existentie van belichaamde mensen komen. AI-slop lezen – zelfs als het formeel identiek is aan wat geniale tekstschrijvers produceerden – is de triviale zinloosheid van een zichzelf voedende circulaire machine in de zielloze ogen kijken. Sorry, ik raak hier een beetje meegesleept, ik lijk wel een Vlaamse Slavoj Zizek. Vlamoj Zizek, dus.
Ik zou het ook wel leuk vinden mochten meer sociologen en linkse economen consequent een blog onderhouden. Meestal zie je zulke wetenschappers wel even wat dingen op een webstek zetten, maar dan stopt het vaak ook weer, valt het stil. Wim Van Lancker, Mieke Van Houtte, Ico Maly… hun blogposts zou ik geloof ik trouw lezen.
Wij, bij Aanlegplaats, zoeken er al een tijdje naar, en we krijgen het maar niet scherp: wat maakt dat een blog echt goed is?
Ik geloof niet dat een blog eigenlijk veel verschilt in wat andere vormen van schrijven goed maakt. Bij romans ga ik op zoek naar een unieke stem, een goede sfeer, karakters en blijf ik eerder weg van lege pretentie en een oerwoud aan metaforen. (Jawel, een oerwoud.) Non-fictie moet goed empirisch onderbouwd, erudiet verwoord en conceptueel sterk zijn en mag enkel de noodzakelijkste gemeenplaatsen bevatten. Het moet ook het hart op de juiste plek hebben, idealistisch zijn zonder naïviteit. Dat is een verdomd moeilijk evenwicht. Een goede non-fictieblog levert me idealiter nieuwe instrumenten om de eigen gedachten beter vorm te geven en te funderen.
We zullen niet snel van onszelf zeggen dat ons hart op de juiste plek zit (we zijn een redactie, beste lezer), maar durven wel te beweren dat Frank D’hanis ons heeft geholpen onze gedachten in vorm te brengen. Fit om de cirkel van economisch winstbejag te doorbreken, trekken we op deze eerste november de straat op. Net als bij een rolletje plakband is het even zoeken naar een goed begin. Alleen bij McDonalds verkopen ze koffie op dit uur en deze dag … Nee. Niet doen. We passen onze vinnige snelheid aan en stoppen onze gsm in onze zak. In de verte horen we unieke stemmen en mooie zinnen. En dan zijn we niet te stoppen.
Uit de weg, techbaron! We trotseren het dopaminedeficit; eten een handvol Halloweensnoep tegen de afkickverschijnselen. We vieren het belichaamde mensdom. We hekelen de ongelijkheid. We halen diep adem en strelen een zwarte kat. We kunnen alleen niet beloven dat we er morgen geen blog over schrijven.
