
NvdR: dit is wel degelijk een vangst samengesteld door Tom Wouters
Philippe Clerick doet aan non-fictie op zijn blog, omdat hij naar eigen zeggen een gebrek aan verbeelding heeft. Dat verbeeldt hij zich maar. Onder de enorme eruditie en intellectuele bagage die hij keer op keer in zijn blogposts laat zien en die ik met veel bewondering lees, schuilt een fantast. Ook iemand die de realiteit op zijn eigen manier met elkaar verbindt doet nieuwe werelden ontstaan. In zijn recente blogpost ‘Pastiche’ deed hij dat op onnavolgbare wijze. Als een Pierre Menard die Don Quichote schreef, behandelde hij onwetend een tekst over een bezoek aan de paus die hij online vond als een geniale pastiche op het werk van David van Reybrouck, tot bleek dat van Reybrouck ook effectief de auteur was. Het geeft deze blogpost een mooie extra laag.
“Eindelijk begreep ik het. Karel had die recensies zelf geschreven en had daarbij de ene keer de stijl van Jacques Gans, en de andere keer de stijl van Marcus Bakker gepasticheerd. Ik heb die achterflappen daarna nog vaak met genoegen herlezen – een genoegen dat mij vreemd was gebleven als ik tot het einde toe was blijven geloven dat de recensies echt van Gans en van Bakker waren. Er was door de wetenschap dat de tekst een nabootsing was, een ‘laag’ bijgekomen, zoals literatuurwetenschappers dat zeggen.”
Uit: Pastiche op Clericks Weblog
Erik Herbosch ken ik sinds een jaartje of wat persoonlijk. Sinds vorige week weet ik dat hij ooit bijna zwemkampioen was, ik heb ‘m niet gevraagd wat die “bijna” betekent. Ik ben er wel vrij zeker van dat hij ooit gepubliceerd schrijver zal zijn, want wat een pen heeft die man. Hij heeft een blogpauze ingeroepen voor de zomer om te werken aan een boek. Wat ik aan ‘Toffe jongens’ zo fijn vind is de luchtige weemoed, een toon waarin Erik uitblinkt. Bonuspunten om er een abecedarium in te smokkelen, daarmee haalt hij me helemaal over de streep.
“Landmeter, Leraar, we beklommen niet bepaald de hoogste treden op de ladder van het beroepenalfabet. Onze bezigheden bezaten niet de importantie van een Advocaat, Beroepsdanser, Criminoloog of Componist, stelden maatschappelijk heel wat minder voor dan Minister of Notaris en droegen ook niet de luchtige speelsheid in zich van een Xylofoonspeler, Yoga-instructeur of Zaalvoetballer. Saai en dor bleven we beiden halfweg steken, bij de L. Hij werd geen Master-chef, ik geen Romancier.”
Uit: Toffe jongens op Sprekershoek van de Schrijverij.
Disclaimer: dit is vriendjespolitiek, maar het is voor de goede zaak. ik ken Jeroen Geuens al jaren. Toen we nog collega’s waren, verbrasten we uren van kostbare werktijd aan absurde gesprekken via Messenger. Hij maakt haast uitsluitend geniale dingen, of het nu tekeningen, filmpjes, muziek of teksten zijn. Vorige week nog stond hij op het podium van Vitalski’s dolle Dinsdagclub, bleek hij de beste podiumkop sinds tijden te hebben. Die man kan alles, alleen is hij zo frustrerend zuinig in het naar buiten brengen van zijn genie. Zo had Jeroen Geuens ooit een blog met daarop hooguit 3 berichten. Intussen heeft hij die ingeruild voor een Substack waar 1 gerecycleerde tekst op staat. Ooit zullen er vuistdikke naslagwerken over het genie Geuens geschreven worden, die dikker zullen zijn dan zijn verzameld werk. Laat deze vermelding in de eerste plaats een introductie zijn tot het onontdekte fenomeen Jeroen Geuens, en in de tweede plaats een warme oproep aan de man zelve om de wereld te laten zien wat ze missen.
“Wat doe je van werk?” zei hij. “O. Vooral in het hoofd dus.”
Uit: Vooral in het hoofd dus op Het Grote Niets
