De zoektocht naar een sterke man (vangst #154)

Ik heb een zwak voor schrijvers met een uitnodigende stijl en daarom weet de pen van Jan Devriese, waarin echo’s van Godfried Bomans weerklinken, me telkens opnieuw te verleiden. Zijn stukje over de herinnering aan een witte kerst in een ver verleden toen Lotte Lambert nog de aanvalsleider van Club Brugge was, is echt vintage Bomans – pardon Devriese. Meesterlijk hoe de Brugse Haarlemmer hier humor, melancholie en milde maatschappijkritiek moeiteloos in elkaar verweeft. Bij het lezen van de slotzin schoot ik zelfs luidop in de lach.

Dennis Pauwels is geen veelschrijver, maar de brieven die hij in zijn onvolprezen blog Brieven aan mijn zoon tot zijn jonge zoon richt raken me. Zijn niet van ironie gespeende zelfkritiek is even hard als het neonlicht in een operatiezaal. Hij weet met kleine toetsen een groot emotioneel canvas te bespelen. In het verhaal Dat lichaam schrijft Dennis over zijn deelname aan het programma Stukken van mensen en over de verkoop van zijn Banksy en over hoe de buitenwereld en vooral zijn verre vrienden en vage kennissen van vroeger zijn uitdijende lichaam zullen ervaren. The Whale in Mechelen. Met een door AI gegenereerd zelfportret om het te bewijzen.

Al vanaf haar eerste blogverhaal keek ik uit naar het grote debuut van Julie Cafmeyer. Het wachten duurde meer dan tien jaar maar in de loop van 2024 verschijnt dan eindelijk haar roman De collectieve inzinking van de familie Hofmeyer. In haar column met de al even heerlijke titel Tekens van luiheid viert Julie het recht op nietsdoen en wacht ze, samen met haar Russische onderbuurvrouw wiens echtgenoot ervandoor ging met een putana uit Moskou, op de komst van een slotenmaker. Of – bij gebrek aan slotenmaker – op de komst van een sterke man.

Bovendien vroor het steevast dat het kraakte en strompelden we al na enkele meters met een bevroren snotkegel van wel tien centimeter uit onze neus naar school. Daar moesten we dan eerst een halfuur ontdooien bij een chauffage die ofwel niet werkte ofwel kokend heet was, vooraleer we les kregen over Afrika, waar de arme zwartjes op het zilverpapier van onze chocoladerepen zaten te wachten. We snapten er niks van: chocolade was toch slecht voor onze tanden?’

Uit: Koortje van Jan Devriese

De opnames voor de uitzending werden een jaar eerder al gemaakt. Ik was nog niet lang uiteen, had grote financiële zorgen, een lichaam dat nooit eerder zwaarder was geweest en ik had bovendien te veel spullen op zolder om een gewone verzamelaar te zijn. De Banksy was een easy fix. Hij moest plaats maken voor geld en daar zou de TV bij helpen.

Uit: Dat lichaam van Dennis Pauwels

Over het algemeen ontvang ik liever geen bezoek omdat het hier niet is opgeruimd. Ik ben onder de indruk van mijn rommel, alles ligt hier precies hoe ik het wil, mijn wanorde.

Uit: Tekens van luiheid van Julie Cafmeyer

Gepubliceerd door Jo Komkommer

Ik werd geboren in 1966 in Wilrijk, maar gelukkig verhuisden mijn ouders al vrij snel naar het mondaine Berchem. Na een onopvallende carrière als linksachter bij SK 's-Gravenwezel werkte ik enkele jaren als reisleider in de Dominicaanse Republiek en de Verenigde Staten. Daar kwam ik in de lobby van een Holiday Inn in San Francisco Jolanda Cats tegen en het was liefde op het eerste gezicht. We zwierven nog even rond, kregen een dochter Zoé, kochten een huis in Antwerpen en trouwden. Ik werk sinds meer dan twee decennia in een stijlvol boetiekhotel met een haast even mondaine uitstraling als het Berchem uit mijn kinderjaren.

Plaats een reactie