De vangst van Sarah De Grauwe (vangst #220)

Mei, de mooie maand die de zomer inluidt. Voorzichtig, weliswaar – schoonheid mag langzaam insijpelen. De zon stijgt hoger, het licht schijnt feller. Alles geurt, kleurt en fleurt. Bloesems barsten in lachen uit, oude lentegodinnen dansen in de velden. In het bos blaast Pan de wind door de wilgen. En alles wordt een beetje zoals de pastelkleurige lusttuin van Jean-Honoré Fragonard.

Bij Aanlegplaats fladderen we de literaire tuin in, op zoek naar nieuwgeboren woorden. In de esthetische tuin van Tom Wouters van Het Ongerijmde (heerlijke blognaam trouwens!) vinden we een pad bezaaid met kikkers.

Tussen zaal en parking liep een voetweg, waarop ik opeens een kikker zag springen, en daarna nog een, en nog een, en toen ik rond keek, telde ik liefst tien van die diertjes, tot ik zag dat het er nog veel meer waren: ze kwamen uit het slootje gekropen dat langs de weg liep, zo’n slootje waarin dronken of eenzame mensen ’s nachts wel eens durven te verdrinken, en ze staken het pad over richting het weiland aan de andere kant.

Uit: Een pad, bezaaid met kikkers op Het Ongerijmde

Op het terras van Ingrid Vanderkrieken treffen we een naarstig klussende man. Nét iets te energiek om goed te zijn.

Energiek tot en met. Weken aan een stuk was hij aan het werk geweest – weken waarin het geluid van de slijpschijf, de mortelmolen, het geklop op de stenen haar waanzinnig maakten. Terwijl hij wéét dat ze zo gevoelig is voor geluid. “Straks hebben we nog een cementen tuin”, had ze vanmorgen geschreeuwd, “straks denken de buren nog dat we iets te verbergen hebben.

Uit: Energiek op Rimpelingen

En in de moestuin? Komkommers. In dit geval Jo, Jozef en Jacques-Henri Komkommer. Hier lees je Jo Komkommers meeslepende familiekroniek, De eenzaat van Verbier.

Vader koketteerde graag met zijn cynisme, maar diep in hem schuilde een romanticus die te fijnbesnaard was om zonder pantser de wereld aan te kunnen. Tijdens het oplepelen van de sambal liet hij enigmatische stiltes vallen in de hoop dat wij zouden begrijpen dat niemand op de wereld harder onder Weltschmerz te lijden had dan Jacques-Henri Komkommer.

Uit: De eenzaat van Verbier op Komkommerdagen

Plaats een reactie