Gewoon doen, lieve schat (vangst #624)

Hier mag het: schelden op de geschiedenis, debacles uit je persoonlijke geschiedenis reconstrueren en met weemoed terugdenken aan die geschiedenis (ook al is het nu beter). Drie vrouwen schrijven eigenzinnig over vrouwendingen. Merel de Vilder Robier leest ‘een tranentrekkend, doch ondraaglijk semplistisch boek uit het Davidsfonds’, Els Claessens heeft last van de menopauze op een manier waar All Fours een puntje aan kan zuigen en Oud Zeikwijf (nieuw in de haven, maar weergaloos bloggend sinds 1998) mijmert over conversaties met ouwe Provo’s op een boot in Amsterdam.

Ik heb de door mijn tante vanaf blz 144 onaangeroerde pagina’s met een gekarteld mes, een briefopener bezit ik al lang niet meer, voorzichtig opengesneden. Als de zelf-kweller die ik bijwijlen, geregeld, (altijd ?) ben, heb ik de volle 247 bladzijden die het draakje telt aandachtig tot mij genomen. Een saai, bijwijlen irritant tijdsdocument: een hypocriete, paternalistische eloge ter ere van het zelf verloochenende Moederken. Eén lange publi-reportage voor een dienstbaar, klein en vroom bestaan: wat u toekomt krijgt ge nog wel. Na de dood.

NA DE DOOD!!!

Uit: Pensée du jour 28 op Merel de Vilder Robier

Helemaal tot stilstand gekomen moest ik wachten tot ik langzaam opzij zou beginnen vallen. Dat gebeurde in slow motion tot ik met het puntje van mijn linkervoet de grond raakte. Ik haalde opgelucht adem, maar zat dan nog wel steeds vastgesnoerd op het zadel van de fiets. Als een vlinder heb ik me uit de lange cocon kunnen wriemelen: eerst de schouders, dan de kop en daarna de armen. Om vervolgens, bij een temperatuur zo rond het vriespunt, in mijn zomerse rode jurk, het debacle te maskeren. Met de grootst mogelijke nonchalance probeerde ik de vest en jas (nog steeds verstrikt in het achterwiel) in mijn fietstassen te proppen, in de hoop dat niemand zou merken wat er gebeurd was.

Uit: Zonder getuigen op Gebeur-te-lijke ongevallen

Een klein probleempje: ik vond mezelf dom. Want waarom bedacht ík niet zulke fantastische dingen? Inmiddels hebben wij geleerd dat dat een vrouwending is, maar destijds was het nog volop het Mannentijdperk, en de zeldzame vrouwen die wel openlijk het woord voerden hadden dat euvel nog niet rondgebazuind. Ze keken wel uit. Dus leed ik daar enorm eenzaam onder. Durfde jaren amper wat te zeggen. Liet de verkeerden over mij heen lopen. Dat soort dingen, waarvoor mijn huidige zelf aan mijn jongere zou willen toefluisteren: “Doe nou niet, lieve schat”.

Dat is wel het fijne van ouder worden. Je laat je niet meer zo makkelijk imponeren. Vanavond vind ik dat ergens jammer. Het heeft iets wonderlijks om jezelf te laten meeslepen door een verhaal, door een mens.

Uit: Op de witte Raaf op Oud Zeikwijf

Plaats een reactie