
De voorbije zomer reisden we naar een van de prachtigste landen ter wereld: Noorwegen. Mijn vrouw en ik hadden onze hond en onze tent meegenomen en voldoende muziek en voortreffelijke podcasts om ons tijdens de lange autoritten gezelschap te houden. Daar in het hoge noorden van Europa groeide Drie boeken, de podcast van Wim Oosterlinck, al snel uit tot een vaste waarde. Het was de podcast die we tijdens de zomer van 2025 het vaakst beluisterden. Toon mij een gletsjer en ik zal voor eeuwig aan de stem van Wim Oosterlinck moeten denken. Terwijl we door verbijsterend indrukwekkende landschappen reden, hoorden we een bonte schare aan gasten in zijn programma vertellen over welke drie boeken we volgens hen absoluut gelezen zouden moeten hebben.
Wim verbluft horen schaterlachen terwijl een Vitalski in topvorm vinnig en vindingrijk over Goethe en Poe vertelde: het maakte een onvergetelijke reis nog onvergetelijker.
Achteraf kocht kocht Jolanda voor mij als aandenken het gelijknamige boek van de podcast.
Maar wie is toch de man achter Drie boeken? Ik was benieuwd en daarom had ik met Wim in een stijlvolle brasserie in de buurt van het Station Gent-Sint-Pieters afgesproken. Het was er rustig. Afwisselend dronken we gemberthee en cappuccino. Zet twee uitbundige introverten met een gemeenschappelijke interesse bij elkaar en het ijs zal onmiddellijk gebroken worden. Twee uur lang hadden we het over boeken en literatuur. We vroegen zelfs niet aan elkaar hoe het met de kinderen ging. Nog voor de schoolresultaten ter sprake konden komen, stak Wim van wal…
‘Ik herinner me nog de dekenale bibliotheek tegenover de kerk in Lochristi, het dorp waar ik ben opgegroeid. Je rook er de muffigheid van de boeken. Het was nog met fysieke kaartjes. Daar leerde ik Pietje Puk, Arendsoog en De vijf detectives van Enid Blyton kennen.’
‘Ik heb altijd wel gelezen, maar nooit zoveel als de afgelopen vijf jaar. ‘Dat komt omdat ik twee jaar lang jurylid van de Boekenbon Literatuurprijs ben geweest. Zes juryleden worden dan geacht samen een paar honderd boeken te lezen. Elke titel moet door minstens twee leden beoordeeld worden. Omdat het een literaire prijs is, oordeel je niet alleen over de inhoud maar ook over de schrijfstijl waardoor sommige inzendingen al snel afvallen. Een boek over – ik noem maar wat – ‘De geschiedenis van de maïsoogst in West-Canada tijdens de zeventiende eeuw’ mag dan hoogst interessant zijn, als het niet getuigt van literaire ambities kan je het snel opzij leggen. In die twee jaar heb ik veel en vooral snel leren lezen.’
‘Als jurylid voel je je bevoorrecht want je krijgt een overzicht van het volledige literaire speelveld in Vlaanderen en Nederland. Je voelt je uitverkoren. Niemand anders heeft dat. Je bent een van de weinige die een inzage krijgt in de complete productie van het afgelopen jaar en dat is een uitzonderlijk interessante blik. Het probleem is dat je veel dingen leest die slecht zijn. Een paar titels die goed zijn. En een handvol boeken die boven het maaiveld uitsteken. Laat ons zeggen dat er een zestigtal goed zijn. Dertig longlist-waardig. En vijftien verdienen het om op de shortlist te staan. Dat is niet veel op bijna zeshonderd boeken. Het nadeel is dat je niet meer kan kiezen wat je leest. Daarvoor ontbreekt het je eenvoudigweg aan tijd. Maar het is wel boeiend om te zien wat er allemaal op een jaar uitgegeven wordt.’
‘Als jurylid leer je lezen. Het motto is: niet stoppen! Gewoon blijven gaan! Lezen! Lezen! Lezen!’
‘Op voorhand had ik een lijstje gemaakt van de boeken die ik graag zou willen lezen nadat mijn opdracht als jurylid erop zat en op één stond: Wuthering Heights van Emily Brontë. Ik ben nu, drie jaar later, nog altijd aan het nagenieten van het feit dat ik kan lezen wat ik wil.’
‘Tegelijkertijd besef ik wat een luxe het is dat we ons kunnen verlaten op het oordeel van literaire jury’s. Uiteraard heeft iedereen een persoonlijke smaak, maar de leden doen keihard hun best om de beste boeken van het jaar eruit te filteren.’
Waarom ben je ooit met een blog begonnen?
‘Mijn nieuwsbrief Drie dingen voor de podcast Drie boeken beschouw ik als een blog. Hoe het ontstaan is? Op mijn site wimoosterlinck.wordpress.com begon ik te vertellen over de boeken die ik had gelezen. Die site is dan uitgegroeid tot de plek waar de podcast op staat. Ook mijn Instagram account is eraan gelinkt. Van al die activiteiten is mijn nieuwsbrief het meest blogachtige.’
Hoe selecteer je mensen voor de podcast?
‘De podcast bestaat nu zesenhalf jaar. Mijn selectie is heel simpel: Ik moet willen weten welke drie boeken mijn gast vindt dat we gelezen moeten hebben. Meer is het niet. Mijn persoonlijke nieuwsgierigheid is de trigger.’
‘Ik krijg veel vragen van platenfirma’s, uitgeverijen en andere instanties of ik die of die persoon of zou willen interviewen en dan denk ik bij mezelf: ‘ah, misschien.’ Die zet ik dan op mijn lijstje en af en toe bekijk ik mijn steeds langer wordende lijst en pik er iemand uit.’
‘Ik plan mijn gesprekken ruim op voorhand. Voor een podcast als de mijne gaat dat niet anders. Morgen komt er een jarenlang gekoesterde droom van mij uit, want dan zal ik de eer en het genoegen hebben om te mogen spreken met een Belgisch-Amerikaanse professor die vandaag een eredoctoraat krijgt aan de universiteit van Gent. Ingrid Daubechies. Zij is een wiskundige en natuurkundige en doceert in Princeton en aan Duke University. Ik ben al aan het kriebelen van de voorpret dat ik haar kan vragen naar haar drie favoriete boeken.’
‘Meestal gaan de gesprekken bij de gasten thuis door. Vaak in de buurt van hun boekenkast. Zo herinner ik me dat Bart Somers me uitnodigde in zijn bibliotheek. Die bevindt zich in een pand naast zijn huis. Het leek wel een oude garage die helemaal verbouwd was met een werktafel, een vergaderplek en uitzicht op de tuin. Bent Van Looy heb ik dan weer in zijn atelier geïnterviewd. Want naast muzikant en presentator is Bent ook kunstschilder. Het voordeel is dat je de mensen interviewt op de plek waar ze graag zitten en waar ze zich geborgen voelen. Maar soms gebeurt het dat een cultureel centrum me vraagt om de podcast voor een live publiek op te nemen. Zo heb ik recent zowel op de Brusselse kunstschool Narafi als op het non-fictieboekenfestival FAAR in Oostende auteurs voor een publiek geïnterviewd. Het is een gezonde afwisseling. Ik doe de beide zeer graag.’
‘Ik ben al op tal van bijzondere plekken geweest. Niettegenstaande dat was ik ongelooflijk onder de indruk van de schrijfkamer van Bart Moeyaert – sowieso al een man met een sterk ontwikkeld gevoel voor esthetiek en al helemaal wat zijn schrijfkamer betreft. Omdat hij in de literatuur in Vlaanderen een levend monument is, bekroop mij het gevoel een heiligdom te betreden. Dat had ik trouwens ook toen Erwin Mortier me uitnodigde in zijn slaapkamer, omdat daar de lichtinval beter was. Weet je wat ik toen dacht?’
Calma te, tigre?
‘Haha, neen. Hij trok zijn kast open en daar lagen zijn notitieboekjes… ! Ik dacht toen letterlijk: Ik zou mijn grootmoeder vermoorden voor een blad uit een van zijn notitieboekjes. Maar gelukkig voor de fysieke integriteit van Erwins notitieboekjes is mijn grootmoeder al enkele jaren geleden gestorven.’
Voel je tijdens een gesprek: dit wordt een interessante podcast? Zo zat ik gebiologeerd te luisteren toen je gasten als Tom Van Laere (Admiral Freebee) of Vitalski sprak. Hun frisse kijk op literatuur was voor mij een verademing.
‘Ik weet dat natuurlijk ook niet op voorhand. Het fantastische aan mijn podcast is: als je mensen interviewt… Hoe zal ik het verwoorden? Mensen uit de media worden vaak geïnterviewd. Het voordeel is dat ze zeer goed kunnen praten. Het is tof om met hen te spreken, want ze hebben een vlotte babbel klaarstaan en ze hebben interessante dingen te vertellen. Maar het nadeel is dat mensen uit de media vaak dezelfde antwoorden uit hun hoed toveren. De kracht van Drie boeken is dat ik vanuit een compleet nieuwe invalshoek mensen benader. Ik vraag iets wat nog nooit iemand hen gevraagd heeft. Soms krijg je, als je geluk hebt – en dat is zeldzaam – bij een mediafiguur een verrassing. Dan krijg je een nieuwe blik op die persoon. Dat is, denk ik, wat jij bedoelt. Dat je plots Admiral Freebee hoort op een manier die je nog nooit eerder van hem hebt gehoord.’
‘Als zoiets gebeurt vind ik het geweldig, hoewel je het niet op voorhand kunt inschatten. Ondertussen heb ik 340 gesprekken achter de rug en het kan niet elke keer prijs zijn. Maar vaak blijven gasten me verrassen. Zo had ik onlangs een interview met de regisseur van animatiefilms Vincent Bal. Het ging over het technisch aspect van scenarioschrijven. Ronduit fascinerend. Mijn podcast is voor mij eigenlijk één groot excuus om al mijn domme vragen te stellen. En als ik het beu ben stop ik. Want het is van mij en ik ben niemand iets verplicht. Plezant, hé? (lacht.)’
Staan er je nog mensen op je verlanglijst?
‘Dat zal nogal zijn. Het ding is: er zijn nog ontzettend veel schrijvers die ik niet heb uitgenodigd. Enkele wel natuurlijk. Maar heus niet zoveel. Toen ik de podcast begon had ik namelijk schrik dat luisteraars zouden denken dat het een programma van en voor schrijvers zou zijn. Ik krijg veel vragen van auteurs, maar ik kies bewust voor een gediversifieerde gastenlijst. Schrijvers vind ik anders wel ideaal voor opnames in een theaterzaal voor een live publiek. Of ze over het algemeen niet timide van karakter zijn? Daar heb ik anders nog niet veel van gemerkt. (lacht).’
‘Hoewel me net iemand te binnen schiet die inderdaad eerder schuchter is, Jo. Ik bezocht de dichter Ingmar Heytze in zijn huis Utrecht. Bij hem voel je dat hij lef uitstraalt op een podium, maar in wezen een introvert persoon is.’
‘Vergeet niet dat mensen met mij over hun favoriete onderwerpen spreken: lezen, schrijven, boeken. De opnames doe ik alleen. Zonder ploeg. De man die je soms op de achtergrond hoort lachen: dat ben ik. Het kost me niet de minste moeite om het programma te maken. Integendeel. Het geeft me energie. Het spreekt voor zich dat ik niet elke week de drie boeken die mijn gast tipt lees. Maar ik bereid me grondig voor en zoek allerlei informatie rond de uitgekozen titels op. Dat maakt het voor mij gemakkelijker om tijdens het gesprek spontaan linken te leggen. Al die ‘misschien’-linken zitten op voorhand in mijn hoofd. Daardoor kan ik betere vragen stellen.’
‘Ik knip er achteraf slechts enkele minuten uit. Het betreft vooral wat technisch knippen. Een storende kuch; een hakkelende vraag; rinkelende glazen; een blaffende hond…’
‘Hoe ik op het idee voor de podcast ben gekomen? Ik werk al lang voor de radio. Soms heb ik de behoefte om daarnaast een extra project te doen. In 2019 begon die innerlijke noodzaak weer op te spelen. Wat je namelijk op de radio niet kan doen is een heel lang gesprek met iemand voeren. Het idee rond Drie boeken was al een tijdje aan het gisten in mijn hoofd. Tijdens eindeloze autoritten met mijn vriendin Marie hebben we het concept zot idee ontwikkeld. Een zot idee is een project waarvan we op voorhand weten dat we het niet gaan concretiseren – zoals bijvoorbeeld in Londen gaan wonen. Maar soms kan een deel van een geflipt project wél levensvatbaar zijn. Zo is het idee voor de podcast tijdens een autorit ontstaan. En ook vanuit het gevoel: ik wil dit zo graag weten. Want als ik eerlijk ben is dat het enige bij mensen wat me interesseert. Ik wil totaal niet weten hoe het met de kinderen gaat of hoe de vakantie is geweest. Ik wil weten wat je aan het lezen bent.’
Wat zijn jou drie boeken? Ik neem aan dat je keuze doorheen de tijd evolueert. Maar vandaag op een vrijdag in maart in deze sympathieke eetgelegenheid in het wondermooie Gent rond het middaguur. Wat zijn jouw drie favoriete boeken, Wim?
‘Die Drie boeken zijn uiteraard een tijdsopname. Sowieso komt Bezonken rood van Jeroen Brouwers erin, want dat is mijn favoriet boek aller tijden. Van hem heb ik letterlijk alles gelezen. Voor de podcast ben ik bij zijn weduwe – Gwennie Debergh – langsgeweest. Al zeg ik het zelf: het was een fascinerende aflevering. Zeker luisteren. Dat is het eerste boek. Het tweede boek is ‘Het lied van ooievaar en de dromedaris’ van Anjet Daantje. Het is het beste Nederlandstalige boek dat ik het afgelopen decennium heb gelezen. Als derde boek zou ik op deze vrijdag in maart de winnaar van de Booker Prize van 2024 kiezen: Orbital van Samantha Harvey. Over twee jaar zal mijn laatste keuze wellicht een ander boek zijn. Ik vond Orbital prachtig poëtisch geschreven. En ja: zo evolueren mijn voorkeuren doorheen de tijd.’
‘Wie ik ook graag lees is de vorige Nobelprijswinnaar: Laszlo Krasznahorkai – een tip van Steven Van Ammel. Hij vernoemde hem in de podcast. Dankzij Steven had ik al twee boeken van hem gelezen toen de Hongaarse schrijver plots bekroond werd met de Nobelprijs. Voor mij het meest geweldige egomoment van het jaar. Meestal moet ik zeggen, nadat het nieuws is bekend gemaakt: nog nooit van die goede ziel gehoord! Maar nu kende ik hem niet alleen, ik had er zelfs al boeken van gelezen!’
Wie zou je willen dat een blog begint en waarom?
‘Dat is een goede vraag. Weet je wat het betekent als mensen zeggen dat het een goede vraag is? Dat ze nog even de tijd nodig hebben om erover na te denken.’
‘Barack Obama! Hij is mijn favoriete nummer één persoon. Als mens. Als potentiële gast in mijn podcast. Als schrijver. Als denker.’
‘Stel je voor dat Virginia Woolf nu zou leven en bloggen…’
‘Ik denk dat ik niet graag – noch van Obama, noch van Virgina Woolf en bij uitbreiding noch van iemand anders – meningen over de actualiteit zou willen lezen. Wat ik wél graag wil is: inspiratie. Wat vind jij een inzicht? Had jij met iemand een gesprek deze week dat is blijven hangen? Doe je daar iets mee? Naar wie of wat heb je geluisterd? Hoe ziet je bibliotheek eruit? Samengevat: persoonlijke, intellectuele en culturele inspiratie.’
‘Ik wil niet lezen wat Virginia Woolf over Trump denkt. Ik weet dat het een idioot is. Ik hoef dat niet herbevestigd te zien.’
‘Wat niet wil zeggen dat ik politieke boeken niet interessant zou vinden. Zo heeft Dominique Willaert er net een geschreven over hoe je mensen zou kunnen overtuigen niet meer op extreem rechts te stemmen. Dàt boeit me dan wel. Omdat Dominique er zich jarenlang in verdiept heeft.’
‘Actualiteit en geopolitiek interesseren me juist bovenmatig veel, maar ik wil enkel de mening lezen van mensen die het onderwerp aandachtig bestudeerd hebben.’
‘Een derde persoon die ik graag zou zien bloggen is Françoise Chombar. Eind jaren tachtig heeft ze Melexis opgericht. Een computerchipbedrijf. De firma heeft nu wereldwijd veertien vestigingen, waaronder ook in Taiwan en de Verenigde Staten. Het is een multinational geworden en het zou ons Belgen met trots mogen vervullen. Françoise Chombar stond al lang bovenaan mijn lijst en ik was oprecht verheugd dat ik haar voor mijn driehonderdste aflevering mocht interviewen. Zij is voor mij een van de meest inspirerende mensen die er in ons land rondlopen. Omdat ze de moed heeft gehad om te springen en lang CEO van Melexis is geweest. Computerchips zijn essentieel voor de toekomst zoals die zich tegenwoordig aftekent. Ze zit in de spits van de spitstechnologie. Hoe ze praat over hoe je een bedrijf moet leiden… Hoe ze praat over de boeken die ze gelezen heeft… De inspiratie die ze uit boeken haalt is zo geweldig. Ik zou zo graag hebben dat ze een wekelijkse blog schrijft. In de kern draait het bij mij altijd weer om hetzelfde: inspiratie.’
Wat maakt een blog goed?
‘Zal ik je het geheim van een goede blog verklappen? Maar alvorens ik het je influister ga ik eerst nog twee blogs vernoemen. Voor mij is een nieuwsbrief een hedendaagse blog. Die van Peter Zantingh heet De vierde versie. Zantingh schrijft over schrijven en over wat hij gelezen heeft. En hij vertelt wat hij er goed of niet goed aan vindt. Tegelijkertijd is het een dagboek waarin hij een inkijk geeft in hoe zijn schrijfproces evolueert. Een van mijn favoriete blogs is eigenlijk een Instagram account: BBBoeken. Die is van Bruno – de man van dokter Tessa Kerre. Zij is een hematoloog. Elke zaterdagmorgen staan zij en haar man om tien uur ’s morgens voor de deur van boekhandel Limerick. Ze kopen sowieso teveel boeken. Daarom hebben ze zichzelf de toestemming gegeven dat ze elk drie boeken mogen kopen. Niet meer en niet minder. Bruno houdt een blog bij op Instagram. Hij is fotograaf geweest en dat zie je aan zijn esthetische beeldtaal. Wekelijks beschrijft hij hun zaterdagochtenden in de Limerick en hun discussies over hoe ze tot hun finale keuze gekomen zijn.’
‘Maar nu is de tijd aangebroken om je het geheim van een goede blog vertellen: Persoonlijk zijn. Een blog is goed als hij persoonlijk is. Als je voelt: dat is typisch die persoon. Niemand anders zou dit op zo’n manier beschrijven.’
We gingen zo op in ons gesprek dat we besloten om te blijven lunchen. Het eten was voortreffelijk en nooit haperde de conversatie. Toch bleef ik een heel klein beetje op mijn honger zitten, want ergens hoopte ik dat Wim me dé vraag der vragen zou stellen.
‘Wat zijn volgens jou de drie boeken die we absoluut gelezen zouden moeten hebben, Jo?’
‘Ik ben bijzonder blij dat je me deze vraag stelt, Wim. En het klopt dat het natuurlijk, net als bij jou, een momentopname is. Maar toch denk ik dat ik de volgende top drie mijn definitieve keuze blijft.’
‘Dit zijn volgens mij de drie boeken die je absoluut gelezen zou moeten hebben:’
‘Als eerste boek: Een ontgoocheling van Willem Elsschot. Omdat het op een bijna tastbare manier een wereld oproept die nu niet meer bestaat: het Antwerpen van honderd jaar geleden. Het Antwerpen van mijn groot- en overgrootouders. Omdat het begint met een magistrale openingszin en eindigt met de mooiste paragraaf die ik ooit heb gelezen. Omdat het in nauwelijks zestig pagina’s zoveel thema’s bestrijkt. En omdat een vriend van mij, die twintig jaar geleden zelfmoord pleegde, nachtenlang “Meneer Dubois heeft het mooist gesproken, moeder’ – een essentiële zin uit Een ontgoocheling – kon debiteren. Dit om de schijnheiligheid van een bepaald soort mensen te onderstrepen.’
‘Mijn tweede keuze is Out Of Sheer Rage van Geoff Dyer. Een onwaarschijnlijk geestig boek over wegzinken in een diepe depressie en over uitstelgedrag. Schijnbaar gaat het over een mislukte poging om een wetenschappelijke studie over D.H. Lawrence te schrijven – en tegelijkertijd zegt Dyer ongelooflijk interessante zaken over Lawrence. Maar het gaat ook over Dyers dagelijks gevecht tegen verveling. Out Of Sheer Rage is op een onderkoelde manier bijzonder humoristisch en tevens is het stilistisch briljant.’
‘En het derde en laatste boek dat iedereen gelezen zou moeten hebben is: The Long Goodbye van Raymond Chandler. Omdat het waanzinnig goed is geschreven. Elke paragraaf fonkelt. In elke paragraaf schuilt humor en melancholie. Het is een detective met de mooi benaamde Philippe Marlowe in de hoofdrol. Maar tegelijkertijd snijdt Chandler alle grote thema’s aan: alcoholisme, gebroken huwelijken, vriendschap, ontrouw, liefde, verslavingen, twijfel. Als ik de rest van mijn leven nog maar één boek zou mogen lezen laat het dan The Long Goodbye zijn.’
Dit palaver is geëindigd.
