
De eerste keer dat ik Gert De Bie sprak was na afloop van de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van de coöperatieve uitgeverij Weerwoord in de kelder van De Groene Waterman. Met meer schwung en souplesse dan je van een uitgever gewoon bent, stond hij achter de bar de drank in te schenken en erop toe te zien dat niemand iets tekort kwam. Om het ijs te breken stelde ik hem een vraag – ‘Wat maakt van een boek een typisch Weerwoord-boek?’ – en zijn uitleg klonk zo boeiend en weldoordacht dat ik onmiddellijk wist: ooit ga ik hem voor Aanlegplaats interviewen. Enkele weken later was het al zover. Die woensdag in augustus was het stralend zomerweer in Heist-op-den-Berg en de gemeente in de Zuiderkempen bood een vrolijke aanblik. Het leven was er goed. Er waren bakkers, restaurants, culturele centra en fietsenwinkels. Het was niet moeilijk om je in te beelden dat je er domweg gelukkig kon zijn en er nooit zou willen wegtrekken.
Gert De Bie is een reusachtige man en zo klinkt hij ook. Als iemand die kracht uitstraalt en willens nillens imponeert. Het vreemde is dat hij veel van mijn dromen heeft waargemaakt. Daar waar ik op beslissende kruispunten in mijn leven te lang aarzelde, durfde hij het aan om te springen. Want ondanks zijn Ambiorix-kapsel en verwaaide kledingstijl werd hij een succesvol ondernemer. Gert baatte een horecazaak uit, begon boekhandel Het Voorwoord, werd concertpromotor van de Hnita Jazz Club en startte een uitgeverij.
De dag dat ik hem kwam interviewen werd hij gevolgd door een filmploeg van Narafi, de school waar mijn dochter fotografie heeft gestudeerd. Opnieuw toonde Gert dat hij weet hoe hij de perfecte gastheer moet spelen. Tafels en stoelen werden naar buiten gedragen, parasols opengeklapt, asbakken liefdevol opgeblonken en voor iedereen die wilde zette hij koffie met de flair van een Italiaanse barista. Ik stelde een halve vraag en met luide stem gaf de spraakwaterval van Heist-op-den-Berg een inkijk in zijn leven en zijn passies.
‘Wat moet de wereld weten over Gert De Bie?’
‘Ik ben nu 47 en dan kun je wel wat dingen concluderen over jezelf. Veel van de zaken die ik in mijn leven doe gaan gepaard met twee karaktertrekken: Ik ben nogal gulzig, snak naar het leven en wil het potentieel daarvan ten volle benutten. En ik heb ook een naïviteit die ik koester. Als je die twee combineert en je droomt van een boekhandel dan sta je op een dag op en denkt: ik open een boekhandel. In het begin dacht ik: een boekhandel is een ruimte vol met boeken. Pas door het te beginnen doen, ontdekte ik hoe zeldzaam het concept van een ‘onafhankelijke boekhandel’ is en hoe economisch uitdagend.’
‘Die naïviteit is niet ten gronde, want vanaf het begin wist ik intuïtief dat ik om de zaak levensvatbaar te maken ik er tegelijkertijd een café moest bijdoen. Want het is niet omdat je een boekhandel opent dat de volgende dag je pensioen veilig gesteld is. Daarom: mijn naïviteit is eerder een levenshouding – een verlangen om met een zekere openheid in de wereld te staan – dan onkunde.’
‘Naïviteit wordt dikwijls pejoratief gebruikt. Gebruik jij liever onbevangenheid? Misschien ga ik vanaf nu dat woord van je stelen, Jo.’
‘Ik denk dat ik fysiek inderdaad veel energie heb en dat ik tevens de nood voel om die te gebruiken. Maar ik moet er wel bij vertellen dat alles wat ik over mezelf zeg gekoppeld is aan een context en een omgeving die dat mogelijk gemaakt heeft. Ik ben in comfortabele omstandigheden in een warme familie in Heist-op-den-Berg opgegroeid; ik heb een stabiele relatie met een vrouw – met wie ik drie kinderen heb – die een goede job heeft en me de ruimte gunt om mijn projecten te doen. Combineer die gulzigheid met een energieke rusteloosheid, een veilige context om te ondernemen en een gezonde dosis onbevangenheid (lacht), en: voilà. Dan staan we waar we nu staan. Lezen en muziek zijn bovendien mijn twee grote passies. De dag dat ze me hebben leren lezen ben ik niet meer gestopt.’
‘Nu combineer ik als concertpromotor van de Hnita Jazz Club, boekhandelaar en uitgever die twee passies. Op mijn leeftijd, Jo, begin ik te beseffen dat ik er geen dingen kan blijven bijdoen. Stilaan begin ik als een mantra tegen mezelf te herhalen: “Dit is het wel.”’
‘In 2009 opende ik het aanpalende café samen met de boekhandel en in 2022 heb ik dan het horecagedeelte verkocht.’
‘Uitgeverij Weerwoord is het meest recente verhaal. In 2017 zijn we begonnen met de duurzame renovatie van de Hnita Jazz Club. Het is een traject van vijf jaar geweest. Naarmate de voltooing dichterbij kwam groeide bij mij het besef dat ik geen twee horecazaken én twee podia in Heist-op-den-Berg kon uitbaten. In de Hnita werkte ik nauw samen met Nicole Van Bael, de vrouwelijke helft van het schrijversduo Elvis Peeters. Tegelijkertijd komt Erik Vlaminck al jaren over de vloer in mijn boekhandel Het Voorwoord. Ze voelden zich wat verweesd bij hun uitgeverij en op een dag zei Erik tegen mij: ’Zeg, Gert: als jij nu eens mijn volgende boek uitgeeft?’. Toen het idee op de planken kwam dacht ik: dit is het moment. De opportuniteit dat twee vooraanstaande Vlaamse auteurs het zien zitten om met mij in zee te gaan ga ik nooit meer krijgen. En dan komt weer die onbevangenheid en energie naar boven. Mijn vrouw rolde met haar ogen toen ik mijn nieuw plan ontvouwde. Maar ondertussen staat ze helemaal achter het project. Ze heeft nog nooit zoveel gelezen als nu. Ze heeft al elk boek van Weerwoord verslonden.’
‘Voor mij is lezen een inhoudelijk ankerpunt in mijn leven. Het is de combinatie van ontspanning en verrijking van mijn wereld en woordenschat. Ik groei er ook van als mens.’
‘Tijdens het lezen bedaart mijn rusteloosheid en gretigheid. Al van jongs af is het een van de weinige rustpunten in mijn leven geweest. Hoewel ik zeer sociaal ben, zijn er veel foto’s van familiefeesten waarin ik in een hoek met een boek lig te lezen. Het is energiecompensatie. Gooi mij op een feest binnen en als het klikt kan ik veel energie geven. Maar ik word er ook wel moe van. Met het klimmen der jaren is lezen iets geworden waar ik zowel mentaal als fysiek mijn ding in kan vinden. Bijna alles wat ik in mijn leven probeer te doen is de ideale combinatie van iets waarbij ik me fysiek in kan zetten en dat me tegelijkertijd mentaal en inhoudelijk uitdaagt.’
‘In de tijd dat ik mijn cafe had worstelde ik soms met de ambiguïteit van de vluchtigheid in de horeca. De snelle, losse contacten zijn zeer zeker een deel van mij, maar het is niet mijn volledige ‘ik’. Terwijl ik drukke dagen in de boekhandel echt een feest vind. Want het deelt het sociale en energieke aspect van de horeca, maar een gemiddeld gesprek in de boekhandel heeft meestal ook een inhoudelijke laag. Hetzelfde met concerten. Het geeft me zoveel voldoening om muzikanten een podium te geven zodat ze hun verhaal kunnen brengen.’
‘Het is enigszins ironisch omdat ik zo’n grote lezer ben. Maar in de muziek ben ik geen tekstadept. Er zijn nummers die ik al drieduizend keer heb beluisterd en waar ik geen idee van heb waar ze over gaan. Muziek raakt mij op het emotionele en intuïtieve vlak. Hoewel ik nog ergens een diploma van mijn eerste openbaar examen drummen heb liggen beschouw ik mezelf niet als een muzikant. Ik heb nooit de kracht of de passie gehad om ermee door te gaan. Muziek is voor mij: mensen samenbrengen en hen een verhaal laten beleven. Als wij in de Hnita Jazz Club een fantastisch concert achter de rug hebben, dan moet de stoom eraf en kom ik pas rond 4.00 uur thuis. Waarop mijn vrouw ontwaakt en opmerkt: “Maar gast: waarom is het weer zo laat?” Na zo’n concert bruis ik echter van de energie. Ik zou nog een marathon kunnen lopen, maar ’s nachts lopen is gevaarlijk. Daarom blijf ik maar op café zitten.’
‘Met de jaren heb ik geleerd een balans te zoeken én te vinden tussen het inhoudelijke en het fysieke.’
Waarom ben je ooit met een blog begonnen?
‘Na mijn middelbaar ben ik criminologie gaan studeren. De interesse ervoor is ontstaan dankzij het lezen, want ik heb veel boeken over ‘profiling’ verslonden. Ach, ik ben nooit een goede student geweest en ik moest al meteen mijn eerste jaar bissen hoewel ik nog nooit zo hard had gestudeerd en toen dacht ik:”Gert: ga je nu echt tien jaar doen over een studie van vier jaar?” Daarom ben ik overgestapt naar journalistiek in Mechelen. Die opleiding heb ik succesvol afgerond en aansluitend ben ik vijf jaar in de journalistiek gaan werken. Mijn stage heb ik bij De Groene Amsterdammer gedaan.’
‘Het was nog in de tijd dat Martin van Amerongen er hoofdredacteur was. Ik had een interview met Tom Barman afgenomen na een concert van dEUS in Rotterdam en Martin heeft dat stuk nog geredigeerd. Van Amerongen overleed tijdens mijn stage op zestigjarige leeftijd aan de gevolgen van slokdarmkanker. Het tijdschrift De Groene Amsterdammer bestond dat jaar 125 jaar en als eerbetoon aan de begindagen hebben we een week lang een krant uitgebracht. Geert Mak maakte nog deel uit van de redactie.’
‘Het was de eerste keer dat een student een buitenlandse stage ging doen. Het mocht van de school op voorwaarde dat ik alles zelf zou regelen. Zo kwam ik bij De Groene terecht. Het was 2002 en mijn stage liep van januari tot 15 maart. Het was de periode dat Pim Fortuyn opkwam. Tegelijkertijd ontstond het idee van die krant. Als ontvankelijke jongeman vond ik het allemaal geweldig interessant en ik liet mijn school weten dat ik op 16 maart niet ging terugkomen, want ik rook een unieke ervaring die ik niet mocht laten liggen. Groot conflict. Over de telefoon zei ik tegen de directeur: “Als jullie een student uit zo’n context halen, zijn jullie de opleiding niet waardig.” Het was een ongelooflijke belevenis. Op dag 1 dat de krant ging uitkomen, lag Martin op zijn sterfbed. Pim Fortuyn wordt vermoord. Feyenoord speelt de finale van de Uefa-Cup. Waarnemend hoofdredacteur Sander Pleij vertelde ons op de redactievergadering dat Martin net voor hij overleed de krant nog heeft geroken. En ik krijg de opdracht naar Rotterdam te gaan om er in een volkscafé naar de finale te kijken en er verslag van uit te brengen. Aan de ene kant van het station stonden ze met duizenden aan te schuiven om het rouwregister van Pim Fortuyn te tekenen; terwijl om de hoek duizenden uitgelaten voetbalsupporters rondliepen om de finale te vieren. De sfeer in de stad was echt uniek. Twintig mei ben ik teruggekomen van mijn stage. Ik had geen enkele les gevolgd. Mijn promotor had me zelfs nog nooit gezien. Op de uitreiking van de diploma’s bleek dat ik voor mijn eindwerk vijftig procent had gekregen. Tegen de directeur zei ik: “Kijk meneer: ik snap dat dat voor jullie ook niet evident was maar ik blijf achter mijn keuze staan.”’
‘Maar wat was je basisvraag ook alweer? Ah, ja. Ik kom uit de context van het schrijven. Ik ben vijf jaar journalist voor Het Nieuwsblad geweest, maar ik was geen nieuwsman. Ik haalde geen voldoening uit het vergaren van nieuws. Na die vijf jaar was het op. Dan heb ik mijn rugzak aangedaan en ben naar het Midden-Oosten vertrokken. Tijdens die trektocht van vier maanden stelde ik mijn leven in vraag. Ik was toen 27 en had al een relatie met mijn huidige vrouw. Rondtrekkend viel alles op zijn plaats. Eenmaal terug in België wist ik concreet nog altijd niet wat ik met mijn leven moest aanvangen. Daarom ben ik in de horeca begonnen. Mijn contacten met de krant verwaterden snel. Het plan voor de boekenwinkel met een eigen horecazaak begon echter te rijpen. Als ik erop terugblik zie ik dat taal altijd een rode draad in mijn leven is geweest. Door met de boekenwinkel te beginnen werd ik er weer helemaal in ondergedompeld. Ik was het schrijven wat kwijtgeraakt. Ik miste het niet als job, maar wel als ervaring. Voor de winkel schrijf ik een nieuwsbrief en ik doe dat zeer graag en tevens zeer onregelmatig. Ik heb er de mentale ruimte voor nodig. Maar als ik eraan begin, geeft me het me voldoening. Het is voor mij de ultieme vrijheid. Het is mijn nieuwsbrief, van mijn winkel. Ik moet tegenover niemand verantwoording afleggen.’
‘Tijdens die reis in het Midden-Oosten heb ik een blog met de naam De niet zo wondere wereld van Easybies geschreven. Het was een vorm om het thuisfront op de hoogte te houden. Het is de enige blog die ik ooit heb gehad. Ik heb blogs altijd een tof idee gevonden, maar ik ben er nooit intensief mee bezig geweest.’
‘Mijn lieve mama heeft al die stukjes en de reacties die ik erop kreeg uitgeprint en bijgehouden. Het was een mix van reisdagboek, journalistieke verslaggeving en persoonlijke reflecties. Dus kijk: ik heb ooit geblogd, maar mijn schrijven beperkt zich nu tot nieuwsbrieven en speeches voor op familiefeesten.’
‘In alles wat ik doe ben ik een deadline-krabber. Zo schrijf ik de speeches voor de familie aan tafel terwijl iedereen aan het binnenkomen is. Als er contexten zijn waarin het van mij verwacht wordt schrijf ik – weliswaar minder dan een auteur of journalist. Maar toch.’
Wat maakt een boek een Weerwoord-boek?
‘Als ik puur naar mezelf kijk is het iets intuïtief, maar zowel voor het leescomité binnen de uitgeverij als voor de omgeving probeer ik mijn keuzes te motiveren en vorm te geven. Bij Weerwoord willen we boeken uitgeven die geschikt zijn voor een breed publiek, maar die zich in de marge van hun verwachtingen bevinden. We willen mensen uitdagen en verrassen. Maar we willen geen niche zijn. Soms zijn die lijnen dun en het kan zijn dat we die in de toekomst af en toe gaan herleggen. Per definitie ga ik ervan uit dat een Weerwoord-boek voor een groot publiek bestemd moet zijn, maar dat niet iedereen het oppikt. Binnen het leescomité motiveer ik het als volgt: “Een Weerwood-boek moet literair zijn, het moet relevant zijn en er moet een hoekje af zijn.” Elk boek dat we uitgeven zou aan minstens tweeënhalf van die drie criteria moeten voldoen. Een boek dat ongelooflijk kwalitatief literair is, mag dan bijvoorbeeld iets minder relevant zijn en omgekeerd. Op die manier proberen we naar de literatuur die we uitgeven te kijken.’
‘De uitdaging van een uitgever en een boekhandelaar is om het juiste boek bij de juiste lezer te krijgen. Maar je moet ook kunnen schakelen en een stuk van je eigen verlangens loslaten. De boeken die mij als boekhandelaar het gelukkigst maken zijn de titels die qua stijl zeer toegankelijk zijn en toch de diepte niet schuwen. Bijvoorbeeld Trofee van Gaea Schoeters. Ze combineert haar morele- en spanningsplot perfect. Ik kan het zowel aan een thriller-lezer meegeven als aan een adept van David Foster Wallace. Dat stemt me gelukkig omdat ik dan een deel van mijn leesziel kan meegeven aan mensen die het niet gewoon zijn. Hoe verder een klant van mijn leesverhaal staat, hoe moeilijker het is.’
Wie zou je willen dat een blog begint en waarom?
‘Dat is echt een moeilijke, Jo. Die vraag had ik opnieuw moeten lezen zodat ik er de afgelopen nacht de hele tijd van had wakker kunnen liggen.’
Tegen de filmploeg van Narafi: ’Zijn jullie continue aan het filmen? Neen. Ah: dan kan ik even een sigaret opsteken. Want roken past echt niet bij mijn familie en dan kan ik jullie documentaire toch aan hen laten zien.’
‘Wat verwacht ik van een blog? Als ik mezelf erop betrap hoe ik met online media omga dan moet het iets kort en krachtig zijn.’
‘Ik zoek sowieso iemand met een pen die iets heel erg kan vatten. En het moet dicht bij mezelf staan. Wat – ik ben nu maar hardop aan het denken – als ik een blog van mijn jongste zoon van dertien zou kunnen lezen? Wat zou ik daaruit kunnen leren? Wat zou het vertellen over de blik van zijn generatie. Want het generationele blijft een uitdaging. De huidige generatie kijkt met de bril van de kennis die ze tijdens hun leven vergaarde naar de jeugd van tegenwoordig. Maar als we eerlijk zijn, Jo: wat wisten wij als jonge snaken over Louis Couperus of de Spaanse burgeroorlog? Als je het op de juiste manier aanpakt kan het generationele je enorm verrijken. Niet iedereen heeft in zijn leven een context, zoals mijn schoonmoeder die jarenlang in het onderwijs stond, waarin je met jongeren blijft omgaan. Daarom is het verrijkend als je van tijd tot tijd die context kunt opzoeken. Bovendien speelt bij mijn keuze ook het voyeuristische aspect een rol: welk beeld heeft mijn jongste zoon van het gezin waarin hij opgroeit?’
‘Aan de andere kant van het spectrum zoek ik het ver van mij. Zo zou een blog van een groot diplomaat die een inkijk geeft in de machinaties achter de macht me erg interesseren. Niet het geroddel van die doet het met die. Maar waarom beweegt het? Ik blijf een naïeve kijk op de wereld hebben waarbij ik ervan uitga dat bijna iedereen die in een machtspositie terecht is gekomen er ooit vanuit een bepaald ideaal naar gestreefd heeft. Het zou best kunnen – en helaas steeds meer – dat het niet mijn ideaal is. Maar ik wil nog altijd graag geloven dat mensen die in de politiek gaan dat doen omdat ze oprecht iets willen bijdragen aan de maatschappij. En toch loopt het continue mis en wordt onze democratie uitgehold. Hoe komt dat de dingen schuiven…? Dat boeit me.’
Wat maakt voor jou een blog goed?
‘Het moet sowieso het puur persoonlijke overstijgen. Het moet prikkelen en raakvlakken met mij hebben. Maar waar ik het meest van hou is: een fris perspectief. Een andere blik over iets dat je zelf kent en waar je een mening over hebt en toch slaagt iemand erin om je visie een kwartslag te draaien. Dat is iets waar het vaak vastloopt: we vergeten dat we maar een bepaald perspectief hebben. Dat probeert David Foster Wallace met zijn lezing Dit is water uit te leggen. We beschouwen onszelf allemaal als het centrum van het universum. Maar zoals jij de wereld op dit moment ervaart, zo zie ik hem niet. Daarom zoek ik in een blog een verrassend, verfrissend, ander perfectief. En hoe dichter het bij het komt, hoe interessanter. Natuurlijk is het relevant om de visie over de klimaatopwarming te kennen van iemand die in een strandhut op de Fiji eilanden woont. Maar dat kan ik in mijn beleving ook rationeel bedenken. Maar iemand die net als ik in Heist-op-den-Berg in een veilige context is opgegroeid en toch naar een bepaalde zaak op een andere manier kijkt: dat vind ik fascinerend en daar kan ik het meest uit leren in het besef dat ook mijn visie verschuifbaar is.’
‘Omdat ik mondig ben imponeer ik sommige gesprekspartners, terwijl ik niets liever doe dan met iemand al sparrend van gedachten te wisselen. In bijna al mijn conversaties zoek ik naar relevantie. Dat kan zeker ook over het persoonlijke gaan, Jo. Zoals toen je daarnet over je dochter sprak. Mijn vrouw denkt dat we in de winkel altijd bezig zijn over motieven in de laat-middeleeuwse literatuur of over filosoof X, Y, Z. Maar relevantie zit in de openheid en weldoordachtheid van hoe mensen hun antwoorden formuleren.’
‘Ik lees en hoor graag andere visies dan de mijne. Ik ben een zoekende mens die zijn mening kan herzien. Ik ben in alles een zoekende ziel en ik vind dat een hele schone en tegelijkertijd heel vermoeiende eigenschap.’
Afsluiten deden we met een fotoshoot in de boekhandel en Gert had voor de gelegenheid zijn ultiem eilanden-boek uitgekozen: De essays van Michel de Montaigne, die andere zoekende ziel.
‘Ergens heb ik in dat boek de notitie gemaakt: “Ik ben heel gewoon. We fietsen allemaal door het leven met vooroordelen.”‘
Een van mijn vooroordelen – dat er weinig aangenamere plekken zijn om een ochtend te verwijlen dan in een goede boekhandel – werd in Het Voorwoord nogmaals bevestigd. Het was er heerlijk toeven tussen de muren vol spraakmakende en intrigerende titels. Uren had ik er nog willen doorbrengen, zeker toen ik de erg persoonlijke collectie Engelstalige boeken zag waarin zoveel van mijn culthelden een ereplaats hadden gekregen. Want eerlijk: samen met Gert De Bie in Heist-op-den-Berg een gesprek over Ring Lardner voeren: beter zal het leven op een woensdag in augustus niet worden.
