Zaterdagnacht & maandagochtend (vangst # 72)

Net voor het begin van de zomervakantie werd ik geveld door covid. Nu ja geveld. Het was vooral zalig om zonder schuldgevoelens – met mijn hond aan mijn voeten – in bed te kunnen blijven liggen, omringd door boeken, tijdschriften en de betere blogs. Het was heerlijk vermeien in andere werelden – ook al bleven de gordijnen van de slaapkamer gesloten en stond de deur slechts op een kier.

In een wondermooi stuk vol zinnen die vragen oproepen die weer nieuwe vragen oproepen, mijmert Isaura Fluit op haar blog elke dag wel iets over toevallige aanrakingen en eenzaamheid.

Samen met Gert den Toom doen we ons te goed aan een full English breakfast in café Romana, uitgebaat door hardwerkende migranten die geen oog meer hebben voor de heimwee-collages aan hun muur.

Een van de meest onwaarschijnlijke waargebeurde verhalen die ik de afgelopen maanden op de blogs in onze haven heb gelezen, is dat van Ben Tekstschrijver over Americana-zanger David Corley. Ik wil er niets van prijsgeven, behalve dit: lezen is warm aanbevolen. Het gaat, net als bij Isaura, over toevallige ontmoetingen. En zet nadien muziek van David Corley op.

We zijn onwetend over wat we teweegbrengen in een ander. Onze levens strekken zich uit, onzichtbaar als de wortels van een boom die meters verder het plankier omhoog duwt. Er wordt soms aan ons gedacht door mensen die wij al lang vergeten zijn. En wij gaan verder met de afwas of bergen de stofzuiger op

Uit: Niets bestaat van Isaura Fluit

Hij speelde zijn rol als vrolijke, servicegerichte bediende in de lunchroom met verve, bijna te serviel zelfs. Ik meende er iets in te herkennen van wat M. ooit vertelde over zijn werk in een lunchcafé: dat hij een spel maakte van al zijn handelingen, van het opmaken en dragen van de borden, van de gesprekjes met de gasten. Hij acteerde zijn baantje om de sleur dragelijk, om het leuk te houden. In talloze variaties op hetzelfde thema.’

Uit: Geplastificeerde heimwee van Gert den Toom

Terwijl hij net het hart van de zaterdagavond heeft bezongen, begeeft zijn eigen hart het. Hij zakt door de knieën. Op Available light zingt Corley over The end of my run. Is dit het einde van zijn levensloop? De drummer rent in paniek naar de rand van het podium en roept: ‘Doctor, doctor, we need a doctor.’

Uit: Blij-na-reanimatie-buiten-het-ziekenhuis van Ben Tekstschrijver

Gepubliceerd door Jo Komkommer

Ik werd geboren in 1966 in Wilrijk, maar gelukkig verhuisden mijn ouders al vrij snel naar het mondaine Berchem. Na een onopvallende carrière als linksachter bij SK 's-Gravenwezel werkte ik enkele jaren als reisleider in de Dominicaanse Republiek en de Verenigde Staten. Daar kwam ik in de lobby van een Holiday Inn in San Francisco Jolanda Cats tegen en het was liefde op het eerste gezicht. We zwierven nog even rond, kregen een dochter Zoé, kochten een huis in Antwerpen en trouwden. Ik werk sinds meer dan twee decennia in een stijlvol boetiekhotel met een haast even mondaine uitstraling als het Berchem uit mijn kinderjaren.

Eén opmerking over 'Zaterdagnacht & maandagochtend (vangst # 72)'

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: