
Het allermooist vind ik de verhalen van mensen die zichzelf overstijgen. Een middelmatige muzikant die een lied met eeuwigheidswaarde componeert; een schrijver van dertien in een dozijn die dat ene meesterwerk schrijft; een doordeweekse voetballer die enkele begenadigde weken beleeft en zijn vaderland in vuur en vlam zet. Toto Schillaci was zo’n voetballer. Matige techniek. Klein van postuur. Vroeg kalend. Een zondagsschilder in een elftal vol virtuozen. Maar tijdens de zomer van 1990 groeide hij uit tot de held van Italië. Op het wereldkampioenschap voetbal leefde hij – en samen met hem alle huismoeders in het land van Marcello Mastroianni – op een wolk. Elke baltoets lukte. Na die gouden weken leek het of zijn geluk voorgoed op was. Zijn vrouw verliet hem voor een prima donna met zwarte lokken; de spits was het scoren verleerd en belandde op de bank van steeds amechtiger voetballende ploegen. Vierendertig jaar na die ene zomer waarin zijn ster zo hevig schitterde in het shirt van La Squadra Azzurra stierf Toto Schillaci op negenenvijftigjarige leeftijd aan kanker. Bruno Willaert schreef op zijn blog Reloaded een knap portret van de aanvaller uit Palermo. Net als Marcello Mastroianni zal Toto Schillaci nooit vergeten worden.
We beginnen onze triptiek echter met een verhaal uit De sprekershoek van de schrijverij. Erik Herbosch blikt op de melodie van een klassieker van De Strangers terug op de voorbije gemeenteraadsverkiezingen en plaatst kanttekeningen bij de viering van een verkiezingsoverwinning die deed denken aan goedkope sandalen-film uit het Hollywood van de jaren vijftig. Het was kitsch zonder dat relativerend vleugje camp en dan krijgen feestvierende vuisten in de lucht al snel een andere lading.
Veel te laat aangemeerd in onze haven is blogger Mike. In het verhaal Leven in de breedte herontdekt hij zijn oud droomboek en bedenkt een systeem om meer uit het leven te halen dan erin zit, zodat iedereen zijn of haar persoonlijke zomer van 1990 mag beleven.
‘De Kiezer in het land had zijn zegje wel gehad, het woord was aan de Keizer nu. Beschermd door bonkige bodyguards en omstuwd door zijn discipelen schreed de Keizer onder het wakende oog van een adelaarskop op een spies met geheven hoofd en vaste tred naar het spreekgestoelte vooraan in de arena. Op een teken van zijn hand bedaarde het gejoel. Begeesterd als een konijn voor een lichtbak hield het volk de tongen stil en de lippen op elkaar.’
Uit: Een Stranger van Erik Herbosch
‘Maar toen draaide ik het om. De tijd die mij nog rest kan ik wezenlijk verlengen door er ook mijn dromen bij op te tellen. De avonturen die ik ’s nachts beleef zijn misschien nog wel meer de moeite waard dan overdag. Ik moet er alleen voor zorgen dat ik ze onthoud. Ziedaar de terugkeer van het droomdagboek. Niet per se om lucide te dromen, meer een zaak van leven of dood.’
Uit: Leven in de breedte van Mike
‘Zijn naam alleen al boezemt ontzag in, en dat in een jaar waarin naamgenoot Toto Cutugno voor Italië het Eurovisiesongfestival won. Het zijn vooral zijn doordringende ogen, die door alles en iedereen boorden, die in het collectieve geheugen gegrift blijven. Ieder doelpunt werd vol passie en vuur gevierd, alsof het zijn laatste zou worden. Zijn naam, Salvatore, wat ‘verlosser’ betekent, leek hem tijdens dit toernooi op het lijf geschreven.’
Uit: Toto Schillaci van Bruno Willaert
