
Wat blijf ik het een genoegen vinden om door de ironische blik van Philippe Clerick naar de actualiteit te kijken. Zo was er recent veel te doen rond de voorstelling Sancta. Er waren, zo gaat dat, voor- en tegenstanders van de opvoering. Een vurige tegenstander was, meen ik me te herinneren, bisschop Bonny. Van diens opiniestuk in DS maakte Philippe op onovertroffen Clerickiaanse wijze brandhout.
Even veel genoegen beleef ik aan de introspectieve blik van Katrin Van de Velde die op haar blog In caso di nebbia in rijkgeschakeerde verhalen een inkijk geeft in haar diepste zielenroerselen.
Een nieuwe stem in onze bloghaven is die van de nomadische Kamiel Choi en zijn stem klinkt meteen vrank en vrij en lichtjes uitdagend. Zoals de stem van een dichtende wereldburger behoort te klinken.
‘Het beste aan Johan Bonny’s stuk (DS 1/4) over de ‘Sancta’-voorstelling is dat hij het gewoon in de krant plaatste, en niet op de radio voorlas. Dat zalvende katholieke toontje van hem is onverdraaglijk. ‘Leren ze dat op de priesterschool?’ vroeg mijn vrouw onlangs. En niet alleen de Vlaamse katholieken hebben dat. Als je op France 2 een mis hoort opdragen, hoor je het zelfde toontje dat onvermijdelijk de indruk van schijnheiligheid wekt.’
Uit: Bonny over Sancta van Philip Clerick
‘Hoe jij me draagt. Al twintig jaar het leven met me oefent.
Na ons gesprek waren mijn oksels klam, viel het namiddagzonlicht me net iets zwaarder dan anders.
En dan heb ik je niet eens gezegd dat ik, eigenlijk wel, gelukkig ben. Dat ook.’
Uit: Woensdag 25 maart van Katrin Van de Velde
‘Maar goed, Cees. Ieder heeft zijn eigen Cees en dit is de mijn. Op zijn vijfenzeventigste nog op de motor door Patagonië in de voetsporen van Bruce Chatwin (ik vraag me af of Cees Werner Herzog heeft gekend). In zijn laatste levensfase op Menorca waar hij ’tingelingeling’ riep tegen zijn verzorgende eega wanneer hij bijgeschonken moest worden. Als handtastelijke boyfriend van Liesbeth List. Als Neerlands hoop voor de Nobelprijs omdat hij internationaler is dan Harry en Hugo (onder ons gezegd, ik vind hem iets te licht: hij begreep zichzelf in de eerste plaats als dichter, maar hij is geen Tranströmer (op wie hij een beetje lijkt) of Miłosz).’
Uit: Allerzielen van Kamiel Choi
