
Flessenpost is terug! Dit is de eerste brief in de vierde ketting. René van Densen schrijft aan Anton Voloshin.
Hoi Joep, ik mag toch wel verraden dat je echte naam Joep is en niet Anton, toch?
Joep, ik ben in een luie bui. Ik zie een oproep van Aanlegplaats om Flessenpost te schrijven en je kent me, eigenlijk interesseert niemand me echt. Jij wel, maar we kennen elkaar in het echt, dus ik weet niet of dat helemaal telt in het concept. Maar kijk, bij deze is deze brief al een uitnodiging dat jij dit veel beter en naar iemand anders doet, wellicht iemand die je nog niet direct kent. Waar je geen avonden mee doorgezakt hebt na dwaas doen op een Droef podium, bijvoorbeeld. Of waar je niet al twee avondvullende radioshows mee geïnterviewd hebt. Waar je niet – wederzijds – op het terras dingen verzucht, weggejankt, vervloekt hebt. Toen ik nog dronk. Toen we nog dronken – was jij nu ook gestopt, ik vergeet het even.
Maar kijk, er gaan woorden op dit briefje dat zometeen in de fles gaat. Woorden van een raar soort vermoeidheid eigenlijk. Ik ben moei, Johan. Echt keimoei. Ik wou eigenlijk schrijven dat ik me oud voel, maar dat is niet zo. Ik voel me kinderachtiger dan ooit en nog meer overtuigd dat iedereen maar wat schijnvolwassent. Of tenminste, als ik volwassenen zie, denk ik altijd dat dat een andere diersoort is. Alsof ik op een buitenaardse planeet gecrashed ben. En al spelende verdwaald ben geraakt van mijn raket – dus mocht je weten waar ik die geparkeerd heb, elke tip is welkom. Maar ik voel me dus niet oud. Mijn lijf is het daar niet altijd volledig mee eens, maar daar weet jij ook alles van, Ezekiel. Ik benijd jouw leven allerminst, al moet ik zeggen dat je er een weloverwogen, verstandig maar mooi parcours in aflegt. Onze gesprekken zijn ook altijd heel erg fijn en leuk, ondanks dat onze interesses kunnen schuren. Ik wil altijd als we praten kirrend in de modder spartelen terwijl jij bedachtzaam het gesprek op hoger niveau probeert te tillen met diepe referenties en overpeinzingen, en ik bedoel niets hiervan spottend, dat is altijd een leuke mix. Ik grinnik als jij me betrapt op het gedweep met mijn zogezegde boerenachtergrond en jij knipoogt als je merkt dat ik door de zijpaadjes heen kijk. En we kunnen een boeiend gesprek houden zonder drank, wat in mijn vriendengroep een zeldzaamheid is, merk ik sinds ik op het nul komma nul spoor tjoeketjoek.
Ik heb dus ook eigenlijk helemaal geen zin om me aan het concept van Aanlegplaats te houden, Abraham. Ik greep gewoon de gelegenheid aan om eigenlijk eens te polsen of je binnenkort weer eens strijdvaardig een terrasstoel wil bezetten met mij. Dan babbelen we in het echt zonder dat een van ons erover blogt. We hebben zo’n leuke blogloze vriendschap eigenlijk. Ik schrijf verder over bijna iedereen die ik ken, zelfs mensen van Aanlegplaats die me interviewen glippen af en toe de verhaaltjes in. Iedereen trek ik erbij, maar jou hou ik eigenlijk een beetje voor het onopgeschreven leven. Dus wat zeg je ervan, Egbert. Pintje pakken binnenkort ?
– Je René
