
Taal. Zo alledaags en toch uniek. Zo vanzelfsprekend en toch bijzonder. Met een filosoof/taalkundige als jobstudent naast me in mijn boekhandel, werd ik al eerder warm gemaakt voor taalgeschiedenis en taalfilosofie. Toen mijn oog viel op Gevleugelde Woorden, de blog waarop Aron Groot elke zaterdag taalgeschiedenis deelt én die een handleiding Proto-Indo-Europees bevat (dankzij jobstudent Simon heb ik daar inmiddels ook kaas van gegeten), klikte ik gretig door.
Dat ook daar niet aan Christopher Nolan’s The Odyssey te ontkomen valt, deed me bijna wegklikken, maar voor we het wisten waren we heerlijk verzonken in de geschiedenis van Odysseus’ naam (spoiler: hij heeft nooit zo geheten) en hinkelden we mee van Homerus naar James Joyce naar slotzin “Kunnen de racisten daar nog iets mee?”. Bam, zo proeven we onze letteren graag: onderbouwd, doordacht, rauw en onversneden.
‘De afwisseling tussen d (Odusseus) en l (Olusseus, Oulixēs, enz.) doet denken aan koppeltjes als δίσκος ~ λίσκος (diskos ~ liskos, ‘discus’), δάφνη ~ λάφνη (daphnē ~ laphnē ‘laurier’) en λαβύρινθος ~ da-pu2-ri-to (labúrinthos ~ daburinthos, ‘labyrint’). Volgens de huidige consensus wijst zo’n afwisseling op een vóór-Griekse oorsprong. De held Odysseus is dus ontleend aan de mensen die in Griekenland woonden voordat de Grieken er arriveerden.‘
Kunnen de racisten daar nog iets mee?’
Uit: De vele namen van Odysseus van Aron Groot
Verder navigerend door de Haven van Aanlegplaats, laveren we door prikkelende namen, sfeerfotootjes die ons doen aarzelen, namen die we kennen en – oprechte excuses fijne literatoren – net daarom de boeg doen afwenden omdat we liever iets nieuws ontdekken. (En nu is het wel genoeg met die zeemansmetaforen, Gert).
Plots klikken we intuïtief op Het ongerijmde, omwille van al de schone beloftes die het woord – ondanks dat het met ‘on’ begint – in zich lijkt te dragen. In de luttele seconden die onze browser nodig heeft om de link te openen gaat ons plots een licht op en – ja, natuurlijk! – daar duikt hij op: de opperheer der verrassende gedachtenkronkels, de licht weemoedige dromer van vreemde dadingen, de plezierigste pen die melancholisch naar een onbestaand verleden of verbeeld heden zoekt: Tom Wouters! Een onbestaand, plezierig verleden.
Kunnen de neo-fascisten daar nog iets mee?
Ivan Andrejevitsj Redkin
‘Aanvankelijk was ik blij dat er zich een Russisch personage aandiende, want die hebben de juiste verhouding tussen absurd en melancholisch. Hij beweerde dat het zijn eerste keer was, een personage zijn, maar ik had meteen door dat dat niet klopte toen ik hem opvoerde. Zo nam hij uit eigen beweging een sprot mee, iets wat een nieuw personage nooit zou doen. Bij nader onderzoek ontdekte ik dat hij eerder al had meegespeeld in de kortverhalen van Daniil Charms. Hij had talent, maar het vertrouwen was weg.‘
Uit: Register van geschrapte personages van Tom Wouters
De laatste blog selecteren blijkt moeilijker dan het laatste glas bestellen aan een gezellige toog. Dat is immers zelden van de eerste keer écht de laatste keer, terwijl we hier met elke zin het einde naderen van onze vangst. Terwijl we scrollen langs naamgenoten, nachtburgemeesters, gevierde blogs, dito auteurs en andere Honingpotten vol literair lekkers alvorens we al rondklikkend en op en neer dansend door de Haven bij Merel de Vilder Robier belanden en haar pittige pen proeven, die herkenbaar naar meer smaakt en moeiteloos ‘versagen’ ‘stront’ en ‘obsoleet’ door haar zinnen breidt.
Kunnen de puristen daar nog iets mee?
‘Wie mij kent weet dat ik een allesvreter ben. Dat ik gaarne veel lekkers en waardevols tot mij neem, maar dat ik ook gretig alle onzinboeken doorploeg op zoek naar diamanten in de more, naar parels in de stront.
“Mijn goudmijn is een vuilnisbelt en vice versa,” zeg ik heel den tijd aan al wie ook maar een beteke luisteren wil.
Mijne gelieven schenken mij dan ook vaak rare resten van in hun ogen obsolete bibliotheken en af te stoten verzamelingen. Mijn boekenkasten puilen ondertussen uit en ongeopende bananendozen stapelen zich op tegen elke vrije muur van mijn Paradife Loft.
Maar ik versaag niet, lees elke letter plutôt deux fois qu’une en laat alleen de dubbels en de non-fictie weer los.’
Uit: In de hangmat met … van Merel de Vilder Robier
