
Vorige week kreeg u van ons – geheel per vergissing – voor een tweede keer het gebroken hart van Marieke Groen op uw bord. Om het goed te maken vangen we deze week maar niet het eveneens prachtige vervolg (nog steeds gebroken, maar je kan er oud mee worden).
Wat dan wel? De multifocale bril van Iris Salembier leek ons wel geschikt om ons met de neus op de feiten te drukken. Het jeugdige gebroken hart van Sjors ook. En als kers op deze taart breken we harten met de lijfspreuk van de muizenclub van Sebastiaan Leenknegt (nieuw in onze haven!): Verlaat mij zoals gij mij gevonden hebt.
Ik stap als een koorddanser: voetje voor voetje, mooi rechtop, blik vooruit en vooral niet naar de grond kijken… Pas als ik de toonbank terug kan vastgrijpen, durf ik mijn hoofd te draaien. Kijk ik naar links, dan is alles wazig, rechts hetzelfde en daartussenin zie ik de hele winkel op en neer bewegen als een wiebelende schuit.
Uit: Multifocaal op Vleermuys
Vier vingers ingesleten. Twee lettergrepen. Allen behalve de duim. Twee lettergrepen. Ik sloot mijn ogen. Gescheiden tot de dood. Ik wil. Twee lettergrepen. Twee lettergrepen. Twee lettergrepen. Want toen ik ‘s avonds thuiskwam, was de doos waarin ik de jonge puppy had achtergelaten leeg.
Uit: Laatste woord op Hier kent het kerkhof mijn naam
Het lijkt soms een militaire parade; de manier waarop in Vlaamse huishoudens met wekelijkse regelmaat wordt gezwabberd met de dweilen, gezwierd met de emmers, en gesloft met de swiffers. Proper! noopt men dan te roepen (of Schoon! bij de noorderburen), gevolgd door het welvoldaan in-en uitademen van de javeldampen; en dit met een nasaal geluid dat ons nog het meest doet denken aan Darth Vader die door de glimmende gangen van de Death Star draaft.
Uit: Opgeruimd op Niemand thuis
