Aline Lapeire, het interview

“Wel veel seks, hè.”

“Misschien ook een vreugdevol fragment.”

“Een tienerdagboek, da’s leuk!”

Samen dagboekfragmenten lezen, het schept een band. Een uur geleden zaten we nog samen in een Google Spreadsheet, nu drinken we koffie aan tafel ergens in de Gentse Rabotwijk. Ik weet niet precies wat knusser is. Met Douwe Haenen van Curieus vzw selecteren Aline Lapeire en ik enkele schrijvers die hun fragment op 13 oktober live mogen brengen op ‘Liefste dagboek’, een avond rond het egodocument tijdens de Week van het Nederlands.

“Ik ben echt blij met de hoeveelheid inzendingen. Mensen staan blijkbaar toch te springen om hun diepste zielenroerselen met de mensheid te delen. Het…”

Wacht even, iemand wil iets zeggen. Lief dagboek?

Stop! Niet Eerlijk dit. We hebben geen enkel idee wie er hier aan het praten is! Rewind plies. Vraag haar iets, anything! Mensen die dingen organiseren hebben OOK een ziel*, minstens evenveel als schrijvers (denk ik). Aline leren kennen = MUCHO importante. Spoelmiddel voor afwasmachine = op.

*roerende ziel

OK dan, rewind. We beginnen met enkele feiten: Aline Lapeire (1988) studeerde Taal- en letterkunde in Gent, deed de master Redacteur/ editor in Amsterdam en werkte bij tal van uitgeverijen, waaronder De Bezige Bij Antwerpen en Van Halewyck. Sinds zeven jaar is ze literair programmator bij Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat deBuren, waar ze gelukkig heel erg gewend is geraakt aan mensen die in de flow van de dagdagelijksheid vergeten wat ze ook alweer zijn (Belg of Nederlander) en ze onder meer betrokken is bij de Schrijfresidentie in Parijs en de internationale projecten CELA en fwd. “Talentontwikkeling is een heel belangrijke doelstelling van deBuren. We werken rond poëzie, proza, non-fictie… Eigenlijk minstens zoveel achter de schermen als op het podium.” En laat achter de schermen nu net de plek zijn waar wij bij Aanlegplaats ook het liefst vertoeven. Kom op, schuwe schrijfcavia van de redactie, kom uit de coulissen! Het is aan jou! Interviewen!

Hoi Aline… *schraapt keel* … heb jij een dagboek?

Ja, maar die houd ik voor mezelf.

En schrijf je elders?

Nee. Hoewel ik al kind schrijver wilde worden en ook wel eens via een wedstrijd in een boek van Marc De Bel heb gestaan. Ik las héél veel. Maar toen kwam in mijn tienerjaren het internet op en dat nam me volledig in beslag. In één klap was het gedaan met literatuur. Als veertien-, vijftienjarige begon ik websites te bouwen en spelletjes te spelen: The Sims, Sim City, Second Life. Er bestond een fenomeen Pixel Dollz waar ik heel veel mee bezig was: kleine pixelachtige digitale poppetjes waarmee je een soap kon schrijven. Echt plaatje/ tekstje. Dat was iets wat ik serieel bijhield op mijn Expage-website en waar ik ook wel volgers had. Het was een community van meisjes. Heel nerdy. Allemaal op de vaste computer, inbellend – een sfeer die ook in Corpus Britney van Dominique De Groen wordt geschetst. Aline’s Plaza, heette mijn site. Helaas volledig verdwenen.

Eenmaal op de universiteit kwamen de boeken in alle hevigheid terug én ontdekte ik dat ik heel graag feedback gaf op tekst. Via mijn stage en eerste job bij een uitgeverij ben ik in de wereld van de Vlaamse auteurs gerold. Sindsdien heb ik al zoveel mensen zien worstelen met het schrijven dat ik denk: waarom zou ik mezelf dat aandoen? Pas op, als ik ooit een heel goed idee krijg, iets waarbij je ertoe wordt gedreven te reizen en interviews te doen, dan zou ik het misschien kunnen volhouden. Ik denk dan aan een format als Waagstukken van Charlotte Van den Broeck.

Een blogger heeft ooit gezegd: ik moet de overkant kunnen zien.

Ja, dat herken ik wel. En ik zie het ook bij de schrijvers die we begeleiden, kortere stukken zitten in de lift. Andere uitingsvormen van literatuur überhaupt: interactief, een podcast, op een podium, graphic novels… Het ideaal van De Roman is er wat uit.

Om meer publiek te bereiken?

Misschien. Maar ik denk eerder de neiging het collectief op te zoeken. Geen zin hebben in een opgesloten schrijversbestaan. Het zijn vaak ook heel geëngageerde mensen, de jonge schrijvers die aan onze trajecten deelnemen.

En het autobiografische element? Zie je dat veel terug bij hen?

Er is natuurlijk een hele discussie gaande over wiens verhaal je mag vertellen. In die zin geeft je eigen verhaal je veiligheid en handelingsvermogen. Daarnaast is er een tegenbeweging: mensen die de vrijheid van de fantasie willen vieren of het experiment willen aangaan, die het vervelend vinden als een uitgever hen stuurt naar de eigen ervaring. Gaea Schoeters bijvoorbeeld vertegenwoordigt die stem; haar kan ik daarin wel appreciëren. Maar uiteindelijk blijft het eigen leven voor velen natuurlijk een dankbare voedingsbodem – en ik lees dat ook wel heel graag. Begin midden einde, het laatste boek van Valeria Luiselli is voor een groot deel geleefd. En ook recent Duizend meter van Christophe Van Gerrewey – dat zal niet 100% samenvallen met zijn leven, maar je herkent wel veel. Ik ken hem al sinds mijn eerste job als redacteur en kwam hem begin dit jaar veel tegen in mijn vaste zwembad in Gent. Toen zijn nieuwe boek verscheen, met een hoofdpersonage dat elke dag duizend meter zwemt, begreep ik het. Het was heel geestig om het zwemleven en verschillende zwembaden te herkennen, via de blik van zijn personage.

Lees je blogs?

Ja, soms. Vroeger las ik bijvoorbeeld de blog van een modekoppel, Tom & Lorenzo, die red carpet foto’s becommentariëren. Heel sappig en bitchy. En als ik een tv-serie volgde, zocht ik ook wel vaak blogs daarover op, om te lezen hoe iedere aflevering geanalyseerd werd. Nog altijd vind ik het tof om te zien hoe makers een vorm vinden online. De Flemish Review de la Poëzie komt ook binnen als Substack. De links boven verwijzen naar verschillende plekken op de pagina; dat vind ik als html-liefhebber heel speels. Ze brengen interviews met schrijvers, commentaren, nieuw werk van opkomende schrijvers. En ze proberen een Belgisch verhaal te vertellen. Sowieso lees ik ook Substacks van schrijvers en oud-residenten. Van Frank Keizer, Anneleen Van Offel, Max Urai, Flora Kenza Nacer, … Soms sleep ik ze naar een mapje ‘nieuwsbrieven’ om ze nooit te lezen, maar als ik eraan toekom geniet ik van de manier waarop zij updates geven over hun leven.

Wat maakt een blog of dagboekfragment voor jou echt goed?

Wat alle literatuur goed maakt: als het een waardevolle en geloofwaardige blik op de wereld geeft, via de omweg van de literatuur een inzicht brengt.

Er is wel een verschil tussen het lezen van blogs en dagboekfragmenten, denk ik. Voor ‘Liefste dagboek’, voelde ik me het meest aangetrokken tot de teksten die echt uit een dagboek zouden kunnen komen. Eerder de rauwe emotie van het moment dan de herinnering of de beschouwing die in een blog kan zitten. Wat ik verder heel erg apprecieerde is kwetsbaarheid, iemand die zijn lelijke kantjes laat zien. Egoïsme, zelfzuchtigheid, iemand die op papier anders is dan die zich aan de buitenwereld toont… Heel interessant. En wat humor is ook fijn om te lezen. Het was moeilijk om met de jury een keuze te maken, want we kregen 78 persoonlijke teksten binnen.

Ik studeer naast mijn werk Psychologie en ik stond ervan te kijken hoe goed sommige mensen hun gevoelens kunnen verwoorden in tekst, hoe groot hun zelfinzicht is. Het tegenovergestelde vond ik trouwens ook verrassend tof: naïviteit, geen idee hebben waarom iets jou gebeurt. Dat past ook heel erg bij een dagboek. Het is niet eerlijk! Zo schrijf ik zelf ook in mijn dagboek.

Laatste vraag: van wie zou je graag een blog lezen?

Ik was eerst aan levende mensen aan het denken en dan kwam ik op artiesten en schrijvers die ik apprecieer. Elmer, Kae Tempest, … Maar die hebben eigenlijk al hun uitingsvormen. Dus dan zou ik toch voor een dood iemand gaan. Agatha Christie bijvoorbeeld, maar misschien nog het liefst Jane Austen. Heel benieuwd wat zij te zeggen zou hebben in deze tijd van open relaties. Veel materiaal voor nieuw werk denk ik.

Met de lach van Aline is het interview gedaan. Zucht. De schermen zijn weer van ons, net als de tegenwoordige tijd. Ze staat op om nieuwe koffie te zetten, Douwe schuift aan met een pak speculaas. We vinden de balans in onze selectie, we vinden de gelukzalige tekst en we kloppen af op een stevige doch behapbare portie seks. Als ik de deur van Aline’s Plaza achter me dichttrek, is de zon achter de Torekes van het Rabot gezakt. Ik zoek een bus en lees verdrietig nieuws.

OMG Paulien Cornelisse is overleden! Dat kan toch niet! Het is niet eerlijk… [onleesbaar wegens vocht, waarschijnlijk traan-] …nsdag zal nooit meer hetzelfde zijn. Wel leuk: twee nieuwe mensen ontmoet. Jeuj. Ik zie ze terug over NOG MAAR NEGEN DAGEN. Fokking snel. What to wear? BEN ik een geloofwaardige fan van Joris van Casteren als ik zijn laatste boek nog niet heb gelezen? Ben ik een Belg of een Nederlander? HOE irritant gaan ze me vinden?? Morgen haar wassen. Doei!

Plaats een reactie