
Waar speelt deze vangst zich af? Drie teksten gaan over een plek. De topische vraag ‘waar’ in de invulboekjes voor het vak Nederlands. Bepaal de geografische ruimte, de symbolische, de sociale…
Ter voorbereiding van de winterslaap halen we tochthonden en fleecedekentjes naar boven gelijk muizen beukennootjes en takjes verslepen. We testen of de kachel nog goed snort. Ik hoop dat de treinstations langer zullen open blijven en dat er weer slaapbanken komen voor de mensen zonder plek als het donkert en kouder wordt. In deze vangst worden plekken in elk geval gedeeld.
Kathy Mathys vertelt over het boek ‘Room to Write’ van Bonni Goldberg. Over de brug van de herinnering naar de verbeelding. Ze heeft een fijne schrijftip over plekken.
Mike getuigt over de brief van de onbekende dame die plots in zijn brievenbus zat (de brief bedoel ik, niet de dame). De onbekende dame bekende dat ze vaak voor zijn huis had staan dralen maar nooit had durven aanbellen. Ze liet haar telefoonnummer achter. Het initiatief was dus aan Mike. Op een dag durfde hij, ik denk op blozende wijze. Wat bleek? De tamelijk stokoude jongedame was lang geleden in zijn huis geboren!
Ten slotte brengt Margootje, in zo’n klein Peugeootje, Margootje Springvlo een ode aan het schuurtje waar zij zo thuis kan zijn. En oh! Wat lijkt dat schuurtje een laatste vrije wilde ruime plek.
Je moet niet alleen, om die plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.
Stukje uit het gedicht ‘De plek’ van Herman De Coninck.
Een van Goldbergs oefening heet ‘101’. Ze vraagt om een snelle lijst (‘try fifteen minutes’) te maken van plekken waar je bent geweest. Dat hoeven geen verre bestemmingen te zijn: ook een bezemkast is een plek en alleen al in die ene tuin uit je kindertijd zitten vast tientallen plekken verstopt.
Uit: Schrijfoefening, 101 plekken van Kathy Mathys
Net zoals de cellen in een lichaam zich om de zoveel tijd vernieuwen, is er in de loop der eeuwen natuurlijk ook wel wat vertimmerd aan mijn huis. Je kunt daarom betwisten dat het huis van nu hetzelfde huis is als in de zeventiende eeuw, maar het staat er niettemin nog altijd. Voor mij zijn de levens die hier geleefd zijn en de verhalen die daar bij horen bijna tastbaar, ook al ken ik ze niet. Ik fantaseer er wel eens over en dat vormt een aanzienlijk deel van mijn woongenot.
Uit: De onbekende dame van Mike
In de schuur ben ik thuis mijn tranen hebben zich in het hout genesteld mijn lach ligt achter de boormachine mijn boek in de hoek.
Uit: Schuur van Springvlo
