
Enkele maanden terug deed deBuren met Curieus vzw en Aanlegplaats een oproep voor dagboekfragmenten: uit 78 inzendingen selecteerden we er zes die op 13 oktober voorgedragen worden tijdens Liefste dagboek, een avond rond het egodocument.
Dit zijn de winnaars: Donna Hollebeek, Moos Boeke, Morgane Staelens, Michiel Leen, Lene Beelen en Kimme Tigra, aangevuld met een beeldende bijdrage van Laura Penninga. Hierbij presenteren we u de eerste drie teksten, de anderen volgen komende week. De thema’s: verlangen en/of kwetsbaarheid.
(klik op het pijltje voor de volledige tekst)
Donna Hollebeek

Misschien was het goudgeverfde doosje waarin mijn wens zich verborg, te kitscherig voor hem geweest. Of misschien waren het de kleine wenspopjes uit de wereldwinkel die ik erbij had gestoken, voor maximaal geluk – en had ik zo, onbedoeld, op zijn goddelijke tenen getrapt. Misschien lag het eraan dat ik onderweg naar school had gezegd dat ik niet in hem geloofde. Of juist omdat ik het daarna zo ruggengraatloos snel had teruggenomen, uit angst dat ik ongelijk had.
Het is december en ik probeer te huilen voor de vrouw uit de straat die gaat overlijden. Het lukt niet. Dus kijk ik maar een film over kinderen die niet weten dat hun ouders spionnen zijn. In de supermarkt doe ik alsof ik zelf een spion ben en koop een worst.
Het begint te vriezen. In de middag vertelt de oppas dat we naar het nieuws moeten kijken, want het sportcentrum van Rijen was afgebrand. Mama zegt dat we daar eens naar de kapper zijn geweest, ik kan het me niet herinneren.
Het is kerstdiner op school, en ik heb meer dan een uur voor de spiegel gestaan. Ik had een beetje blos opgedaan, maar vond dat mijn ene wang meer blos had dan de ander. Beneden zeiden papa en mama dat ik er mooi uitzag.
Tijdens het diner spelen Jip en Joep een lied. Jip op zijn trompet en Joep op een saxofoon. Jip moest zo hard lachen dat het hem maar niet lukte om te beginnen. Terug thuis komen de buren langs om te vertellen dat de mevrouw uit de straat is overleden.
Het ijs ontvriest, en mijn ene wang is niet langer roder dan de ander. We vertrekken naar opa en oma voor kerstavond. Mama blijft thuis, want zij moet nog naar de overleden vrouw uit de straat. In de auto fantaseer ik over kniebeschermers die me pijnloos laten wegkruipen ver weg onder het blauwe zeil in de tuin.
Op kerstdag rijden papa en mama apart.
Ik schop tegen een schil, Lison valt, ik praat tegen de thee, de overloop is nat, ik spring, er is een kraampje met wafels, en een rode mobiel, voor noodgevallen (was het een noodgeval toen ik op mijn kont viel?). Ik kijk een film en roep iets over vakantie, er zijn cadeaus en mama en ik waren net iets sneller. Er was een bedstee en een voetbal, er werd gedanst en ik was trots, de konijnen zagen alles, ik was te langzaam en
’s Avonds in bed werd ik weer bang dat de wereld zou vergaan. Op de bank legde mama uit dat als het zo simpel was, de wereld al een miljoen keer was vergaan en waarom André Kuipers in de ruimte was. Het viel me op dat mama verdrietig was, toen ik vroeg waarom, loog ze iets over de vrouw uit de straat.
Ik besloot een brief te schrijven aan God en stopte het in een gouden doosje gevuld met kleine wenspopjes.
Beste God. Ik hoop dat volgend jaar een heel goed jaar wordt, en dat alles goed gaat.
Mijn voornemens zijn:
– Liever zijn tegen anderen
– Elke ochtend even opdrukken en strekken
– Water in mijn ogen spetteren als het teveel wordt
Misschien had God zin om te mozaïeken, en had hij mijn brief fijn zitten te kauwen, om vervolgens uit te kotsen om omgekeerd terug in elkaar te steken. Het jaar erop scheiden mijn ouders en ik ben 9 en 23 tegelijk wanneer ik besluit niks meer te vragen.
Moos Boeke

15 mei
En laat ik dan hier beginnen, dacht ik, terwijl ik in bed lag met Imme’s lichaam zwaar tegen mij aan. Er ritselde nog te veel buiten het raam om in slaap te vallen, en beneden kwamen er nog mensen thuis. Gedempt gepraat en zacht gegiechel steeg op uit het trappengat.
Ik schrijf nog één brief en hij begint hier, dacht ik, maar alle beurse plekjes snij ik eruit. Net als een kilo perziken die je van de LIDL koopt waar je uiteindelijk de helft van wegsnijdt.
Met dit besluit in gedachte sliep ik als een dooie.
Na een perzikvormig gat de grootte van een week zit ik in een lunchkantine bij de RAI. Zo’n ouwe ranzige, waar er niet veel meer van bestaan in dichtgegroeid Amsterdam. Een broodje ei kost 3,95 en aan de muur hangen tegeltjes en een stuk of vijftig ingelijste portretten van vaste gasten. Een systeemplafond boven je hoofd en kale grijze tegels op de vloer die in gezelligheid worden gecompenseerd door het tv-scherm aan de muur waar een film van een haardvuur wordt getoond. Ik voel me totaal en compleet geknakt.
Ik zit bij het raampje en kijk naar de regen, ik huil, vooral omdat ik dat filmisch vind. Omdat ik geen regenjas bij me heb. Omdat ik het gevoel heb dat mijn blokkentorens altijd instorten. Dan begint er op de speakers een cover van ‘Can’t help falling in love with you’ te spelen die zo tergend oversentimenteel is dat mijn tranen spontaan opdrogen en ik weer een hap neem van mijn koude tosti.
De eigenaresse komt mijn glas water bijvullen en glimlacht naar me, wat voelt als een daad van genade.
Sinds ik in België woon zeg ik af en toe Merci in plaats van Dankjewel en nog recenter is het in mijn lingo geslopen om Mercy te zeggen in plaats van Merci. God weet waarom, in ieder geval niet omdat het cool klinkt.
Nu spookt dat woord de hele tijd door mijn hoofd: Mercy.
Zoals Anton die appt dat hij de plantjes eventjes water geeft en of hij daarna langs kon komen.
Of de Flixbus chauffeur die ons drie keer bijna de dood in jaagt, maar me ongeschonden afzet op Gent-Dampoort met een sigaret in zijn mondhoek.
Of een trage middagshift waarbij er regen tikt op het raam en ik een boek mag lezen achter de bar.
Dat is wat er overblijft van de perzik. Genade.
Morgane Staelens

Je plantenaltaar vraagt stilzwijgend om water en zon. Ontvangt door terug te geven. Een onbesproken afhankelijkheidsrelatie. De plant bestaat. De mens voorziet in zonlicht en water. Flora in gevangenschap, verzorgd door een mens in gevangenschap (soort van). We doen elk ons eigen ding in dezelfde ruimte en dat voelt intiemer dan samen slapen. Altijd heb je inlooptijd nodig. Wennen aan elkaars aanraking. Eerst de opwinding, dan bevrediging, dan rust.
Herhaal zo vaak als nodig is. Voeg suiker toe naar smaak. Het bakken van de pannenkoeken duurt proportioneel veel langer dan de bereiding van het deeg. Wij hoeven niemand te overtuigen.
Hoogstens onze warmte te delen. Warmte in overvloed. We lopen over. (Mogelijks kunnen ook de buren dat horen.) Mijn schouders zijn stijf met de spanning van eer-eergisteren. Soms voel je een last pas als hij van je schouders valt. Je voelt niet wat je draagt, enkel wat je gedragen hebt.
(Hier laat ik mijn hand even rusten voor de kramp opkomt.)
Niet te lang pauzeren. Straks begin ik na te denken en stort deze stroom van woorden in. Niet aan instorten denken. Niet nadenken tout court. De golven komen en de golven gaan. (Emoties, orgasmes, weerfenomenen, meteorologische omstandigheden.) Ik mag ervaren. Met mijn lijf als ooggetuige. De naaktheid staat hem goed. Het ochtendgloren staat hem goed. De honger en de bevrediging en
meditatie en extase en humor staan hem goed. (Note to self: vergeet niet je hooikoortspillen te verhuizen. Maak een foto van de verpakking. Leg tegen de apothekeres uit dat je terug bent. Maar misschien hoef ik nooit meer naar de apotheek. Misschien kom ik in zijn armen wonen voor de eerste verkoudheid aanbreekt.)
Ik ben exact waar ik moet zijn op exact het juiste moment. (Ik ben zacht waar ik moet zijn op het allerzachtste moment.)
Een ademhaling waar je je leven aan kan toevertrouwen. Ontwaken, zijn verse slaapgezicht zien en diep onder de indruk zijn. Schrijven en leven en liefhebben alsof je nog kilometers kan gaan. Zoals zwemmen en niet op je ademhaling duwen naar het einde toe. Niet aftellen tot het einde van de baan maar voluit tegen de muur botsen. Er is geen muur. Deze pagina heeft geen einde. Buiten schijnt de zon. Binnen doen planten aan fotosynthese. Een man en een vrouw liggen in bed. Zitten aan tafel. Beleven de liefde.
