Jan Scheidtweiler, het interview

Er zijn mensen met familienamen waarvan je hoopt dat ze het tot ambassadeur in veraf gelegen koninkrijken gaan schoppen. Jan Scheidtweiler heeft zo’n naam. Maar een brede interesse in economie en journalistiek voorkwam een schitterende carrière in de diplomatie en zorgde ervoor dat het Belgische corps zich in het buitenland met minder welluidende namen als Fernand De Kerckhove d’Exaerde Borluut moet zien te behelpen.

De Vlaamse media verwelkomden Jan met open armen en na zijn studies economie begon hij tijdens zijn legerdienst als freelancer voor de Brusselse redactie van de Gazet van Antwerpen te werken. Na omzwervingen bij De Standaard – waar halverwege de jaren negentig een bezadigde sfeer hing en pijprokende mannen weigerden dt-fouten te maken – belandde hij op de economie-redactie van de toen hipste krant van West-Europa: De Morgen. Hij schreef er jarenlang een gesmaakte  beurscolumn die ook door Warren Buffet aandachtig werd gelezen. 

Om meer tijd voor zijn opgroeiende kinderen te hebben, maakte Jan Scheidtweiler in 2003 de overstap naar De Tijd. Daar werkte hij als freelancer en schreef verhalen over de opkomst & ondergang van Vlaamse ondernemers. Op een dag vroeg een redacteur of iemand interesse had om een culinaire rubriek te starten. De aanwezige journalisten keken verstoord op, lieten hun desinteresse blijken en gingen verder met het bestuderen van de oplopende Belgische staatsschuld. Enkel Jan stak zijn vinger op en zei: ‘Ja!’. Sindsdien schrijft hij zeer gesmaakte kritieken over het wel en wee van de Belgische restaurantwereld. Hij doet dat met een frisse en nieuwsgierige pen die vaak op een nog hoger niveau staat dan de sterrenzaken die hij bezoekt.

Maar wat trekt hem in blogs aan?

1) Waarom ben je ooit met een blog begonnen?

‘Weinig mensen weten dit maar in een ver verleden heb ik, zij het zeer kort, een blog gehad. Als naam had ik Zest (zoals de dunne schil van citrusvruchten) bedacht. Ik begon ermee in februari 2007 en nauwelijks drie maanden later, in april van hetzelfde jaar, hield ik er al mee op. Oorspronkelijk was het mijn bedoeling om culinaire stukjes te schrijven omdat ik al enkele jaren als restaurantcriticus werkte. Maar na vier posts besefte ik dat het mijn ding niet is. Of toch zeker niet in de vorm die ik toen voor ogen had. De stukjes die ik schreef – zoals over kaas, El Bulli, of de Franse Michelingids – lagen in het verlengde van de artikels die ik in de krant publiceerde. Door die blog besefte ik dat ik een broodschrijver ben. Ik vind het prettig om in opdracht te schrijven, maar dan is er in mijn hoofd na de werkuren geen ruimte meer voor iets anders.’ 

‘Verder had ik er ook totaal niet over nagedacht hoe ik lezers zou kunnen warm maken voor Zest. Het idee om volgers te hebben streelde zeker mijn ijdelheid – zo was er een heel populaire blog die ik volgde van een Amerikaans meisje die in Parijs woonde en over haar avonturen in de lichtstad schreef. Maar een man van middelbare leeftijd die vanuit Edegem over Vlaamse restaurants schrijft, daar is mondiaal minder interesse voor. Bovendien zaten de sociale media nog in hun kinderschoenen en het is pas achteraf dat ik me bedacht dat ik aan De Tijd had kunnen vragen om op hun website een link naar mijn blog te plaatsen, zoals ze voor de wijnrubriek van Frank Van der Auwera hebben gedaan. Ik ben onvoorbereid aan het avontuur begonnen en Zest stierf een stille dood.’

‘Of ik opnieuw met een blog zou willen beginnen? De zin om het te doen is er zeker. Want ik hou enorm van kleine verhalen die zich in de marge afspelen. En elke dag gebeuren zaken die het opschrijven waard zijn, maar die zich niet voor een krantenartikel lenen. Laatst zat ik met fotograaf Diego Franssens in restaurant Nuance in Duffel en ik vind het zo boeiend om het leven achter de schermen van een restaurant te observeren en daar dan kort iets over te schrijven. Een ander voordeel van een blog is dat je een zekere afstand kunt bewaren en niet hoeft mee te deinen op de golven van de waan van de dag. Ik heb A la recherche du temps perdu van Marcel Proust nooit gelezen maar iemand vertelde me dat – hoewel grotendeels tijdens de Eerste Wereldoorlog geschreven – er in het meer dan drieduizend pagina’s tellende boek slechts één verwijzing naar de Grote Oorlog staat. Eén keer hoor je in de verte kanongebulder. C’est tout. De blogs die ik graag lees verstaan de kunst om met een eigen blik verhalen te belichten die zich in de schaduw afspelen. Het hoeft niet over corona te gaan. Want onvermijdelijk sluipt in alles wat je doet toch de tijdsgeest binnen.’

2) Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen en waarom?

‘Bij mij ligt dat sowieso in het verlengde van mijn werk. Voortdurend ontmoet ik mensen die zo entertainend en interessant vertellen dat ik denk: als die een blog beginnen, kan het niet anders dan boeiend zijn. Een naam die spontaan in me opkomt is bijvoorbeeld Luc Hoornaert. Die had ooit een column in de Gazet van Antwerpen waarin hij op zoek ging naar ‘Wie heeft de beste frieten van ’t Stad?’ of: ‘Wie verkoopt de beste zwarte pensen?’. En dan ging hij op honderd verschillende adressen pensen eten alvorens een streng maar rechtvaardig oordeel te vellen. Luc is ook een larger-than-life-figuur. Een Antwerpse versie van Ilja Leonard Pfeijffer. Hij is groot en breed en zeer aanwezig. En hij heeft het altijd over de culinaire geneugtes van het leven, maar tegelijkertijd schuilt er een enorme culturele finesse in hem. Zo vertelde hij me zaken over schilder Mark Rothko die ik bij niemand anders heb gehoord. En hij mixt al die kennis tot een zeer lezenswaardig en origineel geheel.’

‘Verder denk ik aan mensen die voor de krant schrijven en die ik graag lees, zoals Rik Van Puymbroeck. De ‘Nergens Onderweg’-reeks in De Tijd, waarbij Rik ergens in een zevenknoopsgat een foto van een afgebladerde gevel maakt en er in enkele verhalende zinnen een prachtig verhaal rond bouwt, heeft iets tijdloos. Zoiets is werkelijk de moeite waard om in een blog bewaard te blijven.’

‘Ook zijn voorganger Koen Meulenaere – onder De Tijd-lezers beter bekend als Kaaiman – had natuurlijk de perfecte pen om een trouwe schare blog-volgers aan zich te binden; maar ik vrees dat die, nu hij gepensioneerd is, geen letter meer op papier gaat zetten. Meulenaere was, in de beste zin van het woord, een broodschrijver.’

‘Iemand waarvan ik absoluut hoop dat hij gaat beginnen bloggen is boekhandelaar en columnist Steven Van Ammel. Zijn stukjes ‘Van de boekhandel geen nieuws’ die wekelijks in DSL staan, getuigen van zoveel belezenheid en humor.’

3) Wat maakt dat voor jou een blog echt goed is?

‘Een goede blog doet voor mij juist niet wat kranten doen: de actualiteit bespreken en erop reflecteren. Een goede blog brengt voor mij een persoonlijk verhaal. Ook al ken je de schrijver niet, na het lezen van enkele stukken moet ik het gevoel krijgen dat ik iemand beter heb leren kennen. Zo las ik naar aanleiding van het overlijden van Joan Didion een knappe tekst op de blog Hoochiekoochie van Martin Pulaski. Veel in memoriams in de reguliere media brachten het bekende verhaal met alle hoogte- en dieptepunten, maar hij gaf er een persoonlijke twist aan; er werd iets mee gedaan; het viel buiten de krijtlijnen van het verwachte stramien.’

‘Weet je, het is zoals naar goede kunst kijken. Een kunstenaar die je inspireert is een kunstenaar die je met een andere blik leert kijken. Dat is samengevat wat ik in een goede blog zoek: eigenzinnige verhalen uit de marge die met een eigen blik worden verteld.’

Gepubliceerd door Jo Komkommer

Ik werd geboren in 1966 in Wilrijk, maar gelukkig verhuisden mijn ouders al vrij snel naar het mondaine Berchem. Na een onopvallende carrière als linksachter bij SK 's-Gravenwezel werkte ik enkele jaren als reisleider in de Dominicaanse Republiek en de Verenigde Staten. Daar kwam ik in de lobby van een Holiday Inn in San Francisco Jolanda Cats tegen en het was liefde op het eerste gezicht. We zwierven nog even rond, kregen een dochter Zoé, kochten een huis in Antwerpen en trouwden. Ik werk sinds meer dan twee decennia in een stijlvol boetiekhotel met een haast even mondaine uitstraling als het Berchem uit mijn kinderjaren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: