
Geef me herkenning, bied me een spiegel, én tover me naar een andere wereld die ik niet ken maar wil ontdekken, die me een beetje bang maakt, maar die jij voor mij toegankelijk maakt.
Met deze woorden leidde Johanna M. Pas (het interview van april dit jaar) haar vangst van de week voor Aanlegplaats in. Johanna overleed donderdagochtend. We hebben haar in onze gedachten als we door onze haven struinen, verdrietig en geïnspireerd.
En dan zien we dat Fien De Block terug is. Vastbesloten terug is: “Dat ik de energie die ik het voorbije half jaar in vruchteloze sollicitaties stak voortaan in schrijfsels omzet waarvan ik zelf de regels bepaal.” Daar. Een glimlach.
Een glimlach die alleen maar sterker wordt als Viktor Frölke ons vertelt waarom hij zo van Amsterdam houdt en Erik Herbosch uit de doeken doet waarom hij niet van juni houdt.
Juni. Juni neemt, de literatuur geeft.
Morgen gaat de derde laatste maand van mijn job als gastprofessor in. Ik solliciteerde voor een resem academische verderzettingen en uitlopers, schreef projecten op rare dagen en ontiegelijk vroege uren voor en na mijn lessen. Ik maakte nieuw lesmateriaal, gaf gratis lezingen, praatte op podcasts en ging op alle uitnodigingen – kansen – in. Ik plande verhuis- en pendelscenario’s voor jobs in zowat alle continenten. Maar er kwam niks. Echt. Niks.
Uit: One more cup of coffee for the road van uittreksels.
ik negeer haar omdat ik wil profiteren van deze prima plek al zeg ik het zelf, maar dan spreekt zij mij natuurlijk toch aan, en niet zonder reden, ze wijst licht hysterisch op een drone boven het water, en juist dan, als we samen de drone gadeslaan, die nogal doelloos in de lucht hangt, als een luie UFO, een UFO die niet goed weet wat hij wil, of hij wel wil kennisnemen van onze beschaving, wordt hij, de drone dus, aangevallen door een, twee, drie meeuwen, een The Birds-moment; de vrouw en ik halen onmiddellijk onze telefoons tevoorschijn om deze strijd tussen natuur en technologie te filmen, die zal het beslist goed doen op de socials, of anders bij het thuisfront, of ons latere zelf, bij gebrek aan thuisfront, …
Uit: Dit is waarom ik in Amsterdam woon van Viktor Frölke
Juni kondigt zich aan als een prachtig gedicht van dertig verzen. Prelude voor de zomer. De zon heeft de kilte nu echt voorgoed uit het land verjaagd. De truien liggen op het hoogste schap, de nagels van de tenen worden lila gelakt, elegante voeten schuiven in lichte sandaaltjes. Het is juni, het wordt zomer.
Het is alles schijn.
Uit: Waarom ik niet van juni houd van Sprekershoek van de schrijverij
