Aan Bo Vanluchene

Dit is de eerste brief uit de vijfde ketting van Flessenpost. Suzanne Brink schrijft aan Bo Vanluchene.

Hallo Bo Vanluchene in Londen!

Je komt uit Antwerpen toch? En nu woon je dus in Londen. Ik lees graag je verslagen over petekinderen en cheddar en ben gek op foto’s waarop je als lieveheersbeestje geschminkt bent. Ik ben een schrijver en journalist uit Utrecht. En ik teken. 

Maar laat ik met de deur in huis vallen. Ik ben benieuwd naar jouw Antwerpen en naar jouw Londen.

Afgelopen week was ik in Antwerpen, waar mijn broer woont. Ik ben per ongeluk op station Antwerpen Luchtballon geweest. Grote pisgele flats gaapten me aan op het sobere perron waar twee eveneens verkeerd ingestapte vrouwen uit Breda als kuikens achter me aan waggelden omdat ik de treindeur wel open kreeg.

Antwerpen Luchtballon was het authentieke Antwerpen van de Antwerpenaren, daar had ik rond moeten wandelen. De rol van toerist ligt me slecht. Ik wil echte mensen zien leven en niet tussen toeristen torens beklimmen.

Maar het was laat, ik had wel twee uur tussen havenwerkers en toeristen met elektrische fietsen in de waterbus naar Lillo en terug gezeten trouwens. Ik zat vol indrukken en wilde zo snel mogelijk terug naar Utrecht.

De kaart in je hoofd

Op een bijeenkomst van REALtimeAmsterdam ging het over de onzichtbare kaart die iedereen in zijn hoofd heeft van zijn stad. (Hun hoofd? Van hun stad? Ik wil me nog verder verdiepen in inclusief taalgebruik. Het gaat me niet naturel af.) Ik hoorde dat je herkenningspunten moet zoeken als je niet volledig afhankelijk wilt zijn van Google Maps. Denk aan een monument van een held op een paard of een bord op een huis met volgeplakte ramen: ‘Niet aanbellen. Mensenhater.’

In Utrecht worden veel zijmuren vol geschilderd met plat realistische voorstellingen. Geef mij maar het kunstwerk boven de entree van de bibliotheek op ‘t Neude, Intellectual heritage van Maarten Baas, een groot knipperend kunstwerken in neonkleuren met teksten als ‘Study, study, study’ en ‘Tjechov’, en een Nijntje.

Jouw Londen is mijn Londen niet. Jouw Antwerpen is mijn Antwerpen niet. Jouw Utrecht is mijn Utrecht niet.

Iedereen maakt eigen routes, heeft eigen bestemmingen.

Dit is mijn Utrecht:

  1. Mijn favoriete fietsroute

Naar mijn werk fiets ik over de autoluwe Kanaalweg langs het Merwedekanaal. Aan de ene kant worden in noodvaart appartementen gebouwd, en aan de andere kant ligt het Merwedekanaal met aan de overkant veel grote en kleinere woonboten. Op het kanaal oefenen de roeiers van roeivereniging Triton. Gezagsgetrouwe types zijn dat. In kadans steken ze hun roeispanen in het water als de coach roept. Het plonzen weerkaatst tegen de boten. Ganzen scheren gakkend over het wateroppervlak.

  1. Kattenpoepwalhalla

Heel gek dat hondenoppassen zichzelf aanprijzen met: ‘Ik hou van lange wandelingen maken’. Wandelen interesseert honden niks. Soms doe ik een uur over vijfhonderd meter met mijn twee honden omdat ze aan elke grasspriet willen ruiken om er daarna overheen te plassen. Vooral het paadje achter de huizen duurt lang. Bij een weelderig begroeide berm naast een sloot, is het paradijs. Er is geen plek in Utrecht die ik beter ken als deze berm. Daar ligt de lekkerste kattenpoep. De juiste vochtigheidsgraad denk ik. Ik voorkom dat ze hun buikjes rond eten door ze weg te trekken. Even die biceps trainen.

  1. Amelisweerd

Landgoed Amelisweerd is mijn achtertuin. Ik kom er minstens twee keer per maand, meestal vaker. Utrechters hebben de afgelopen decennia hard voor het behoud van het bos gevochten. Het Rijk wilde een snelweg verbreden en daarvoor zou een flink stuk gekapt moeten worden. Goddank is dat met rechtszaken, grootschalige demonstraties en trainingen om de boom in te klimmen, voorkomen. Het kostte trouwens ook klauwen met geld wat er niet was.

  1. Onverwachte ontmoeting

Hier zag ik mijn ex lopen, een half jaar nadat hij in handen was gevallen van een vrouw die hem verbood contact met mij te hebben. Zijn vrienden hoorden ook al niks meer van hem. Een minisekte. Hij liep bij ‘t Neude. Ik herkende zijn dikke blonde haar. Daar liep hij, de man zonder verleden in een geruite blouse die we samen hadden gekocht. Met kloppend hart fietste ik langs, zonder opzij te kijken. Ik dacht dat dat het ultieme verraad was, maar je hebt dus ook mannen die hun vrouw drogeren en aanbieden aan andere mannen. Zo bezien valt het allemaal best mee.

  1. Dierenasiel Utrecht

Onze katten Joop en Hannes kwamen uit dierenasiel Utrecht, dat toen nog op een andere plek zat. Maanden hadden we nagedacht of we het wel moesten doen. En ineens hadden we er twee. ‘We plaatsen ze het liefst samen’, zei de medewerker. ‘Ze kunnen het goed vinden.’ Haha! Niets was minder waar.

  1. Poortstraat

Mijn eerste (tijdelijke) studentenkamer in Utrecht was in een bovenhuis. De eigenlijke bewoner woonde de helft van het jaar in Utrecht en de andere helft in Marokko. Boven mij kwam R. wonen, met wie ik nog steeds bevriend ben. We zijn ooit samen gestopt met roken, compleet met contract en handtekening. Het stoppen was tijdelijk, de vriendschap niet.

  1. Elektrische huurbakfiets

Heb je in België ook Marktplaats, een tweedehands platform voor spullen? Ik kocht een nieuwe bureaustoel van een werknemer in Noord-Utrecht, die hem cadeau had gekregen van zijn nieuwe werk, maar hij had al een bureaustoel. De stoel had zo’n flexibele rugleuning. Ik kick daarop, strek mijn armen en laat me languit achterover zakken. Het was de eerste keer dat ik een elektrische bakfiets huurde en ik was baldadig. Ik werd er een ander mens van, een mens dat de bocht te kort neemt en dan onder de (zware) fiets op het fietspad ligt. Ik moest ontzet worden door voorbijgangers.

Hoe ziet jouw kaart van Londen eruit? Dit is weliswaar een kettingbrief, maar wie weet kan je het antwoord op die vraag kwijt in je brief aan de volgende in de reeks.

P.S.1

In Antwerpen was ik ook nog in het Museum voor Hedendaagse Kunst en trof deze tekst van Robert Filliou (1926-1987), een Fluxuskunstenaar:

‘Alles gebeurt en alles gebeurt tegelijk. We denken aan alles tegelijk. Dat is het Onsterfelijke sterven van de wereld. Westers denken. We accepteren dat we maar aan één ding tegelijk mogen denken. Het idee is dat ik, wanneer ik bijvoorbeeld in Venetië ben (ik ben nog nooit in Venetië geweest), ik tegelijkertijd denk: het is mooi, het is waardeloos, het kan me niet schelen. Waarom? Wanneer? Wat heeft het met mij te maken? Ik ga volgend jaar terug. Jammer dat ik niet met een of ander mooi Italiaans meisje ben. Ik denk aan alles tegelijk.’

P.S.2

Zullen we boeken uitwisselen? Stuur ik jou ‘Grootser dan ik’, krijg ik van jou je dichtbundel ‘Transformaties’.

Plaats een reactie