
Dit is de eerste brief uit de zesde ketting van Flessenpost. Kimme Tigra schrijft aan Sam Sterckx van Kotsen op woensdag.
Hallo Sam,
Ik sta er altijd eens bij stil als er een nieuwe blogpost van jou op mijn Instagramfeed verschijnt: heb ik al eens gekotst op een woensdag?
Wellicht wel. Maar doorheen mijn leven vindt het kotsen doorgaans plaats op een zaterdag of zondag, omdat het veelal door de avond ervoor gebruikte roesmiddelen wordt veroorzaakt. Het kan niet anders dan dat ik al eens gekotst heb op een woensdag. Misschien als de dag ervoor een feest- of vakantiedag was? Ik heb ooit eens gekotst in mijn hand, ook eens op mijn knie. En ooit sliep ik een klein roesje uit met mijn hoofd in een kom marinade. Mijn haar was zo mals daarna! Het rook wel nog tot twee dagen erna sterk naar thijm en rozemarijn.
Natuurlijk heb ik ook wel al eens gekotst omdat ik ziek was. Écht ziek. Niet mijn lijf dat toxisch tot zich genomen stoffen op wat voor manier dan ook probeert uit te drijven. Ik sliep als kind op een hoogslaper. Zo’n bed waar je met een laddertje naartoe moet, met een bureau en een kast eronder. Heel stoer vond ik dat, zo slapen in de hoogte. Ik werd op een avond onwel, waarschijnlijk een virusje, en slingerde mijn hoofd over mijn bed en kotste een straal naar beneden. Het pletste op een stripboek van Suske en Wiske dat ik geleend had van mijn neef. Hij wou het niet terug.
Het is nu al een tijdje geleden dat ik nog eens gekotst heb. De laatste keer was vorige zomer, toen ik uitgenodigd was door de Poetsclub in Rotterdam. Toevallig had het weer met decadentie te maken. We gingen uiteten in veganistisch restaurant. Omdat ik het als vegan totaal niet gewend ben dat ik àlles van de (uitgebreide) kaart kan eten, besloot ik het merendeel van de gerechten te bestellen en er zoveel mogelijk van tot mij te nemen. Enkele uren later keerde mijn maag zich binnenstebuiten in onze AirB&B. Ik moest denken mijn vroeger klasgenootje dat aan boulimie leed.
Het laatste kotsverhaal dat ik je wil vertellen is mogelijks op een woensdag gebeurd. Het was Paasvakantie en dan wordt Kortrijk bezet door de Paasfoor. We wuiven de beschaving dan tijdelijk vaarwel. Ik was vijftien en mijn vrienden wilden dat ik mee ging op de Deca Dance. Ik had altijd geweigerd want ik werd al misselijk op een Lijnbus. Toch liet ik mij overhalen en klom in zo’n gondel om mijn maagsap te laten centrifugeren. Toen de rit (eindelijk) tot stilstand kwam wankelde ik van het platform. De Deca Dance bevond zich tegenover een café dat Diva’s club heette en een homobar was. Een alerte Drag Queen spotte mijn doodsstrijd en hielp me naar een terrasstoel. Ze was zo lief voor mij, bood me een glaasje water aan en vroeg of ik oké was. Ik kotste bij wijze van antwoord over mijn schoenen.
Maar genoeg over dat gekots van mij. Jij bedoelt met kotsen natuurlijk purgeren. Het purgeren van je ziel, je creativiteit, het zuiveren van je hersens door alles eruit te schrijven! En dat allemaal op een doodgewone, doordeweekse woensdag.
Kimme Tigra
