Na de barokoorlog (vangst #287)

In de reeks ‘de bespreking is beter dan de film’: de onvolprezen Philippe Clerick over The Odyssey van Christopher Nolan. Nu heb ik Nolan – vooral dan vanwege The Prestige – hoog zitten en ik vond zijn saga over de avonturen van Odysseus, de koning zonder kompas, zeer onderhoudend, maar tijdens het lezen van de kritiek van Philippe vroeg ik me af of we dezelfde film hadden gezien. Zijn vloeiend geschreven, weldoordacht en goed onderbouwd essay deed me meer dan ooit spijt krijgen dat ik nooit les van hem heb gekregen. 

De Ierse muzikant Glen Hansard stierf op 56-jarige leeftijd in een banaal motorongeluk. Niet dat ik zo vertrouwd was met zijn oeuvre maar de liefdevolle ode die Bene Van Eeghem over hem schreef deed me bijna wroeging krijgen dat ik halverwege het concert van The Swell Season vorig jaar in De Roma ben opgestapt. The Commitments was inderdaad een zalige film en Once een prettige romantische komedie. Dat hij, zoals Bene hem warm schetst, een man met een groot hart was: daar twijfel ik geen seconde aan. 

Als derde blogpost koos ik voor een rake analyse van de zin en onzin van literaire en andere muziekkritieken. Vooral de volgende gedachte van Jan-Paul van Spaendonck vond ik treffend: Als je een boek of een schrijver écht niet lust moet je er niet over schrijven, daarover waren we het eens. Het klopt. Je mag een boek gerust slecht vinden, maar je moet minstens open staan en enige affiniteit voelen met de auteur. Als het enkel is om Komrijgewijs wat halfmislukte en vergezochte grappen ten koste van een boek te maken: wat heb je daar als lezer dan aan?

‘Hoe meer ik over de film nadenk, door alle commentaren te lezen, hoe beter ik hem vind. Of misschien niet beter, maar slimmer. Nolan is zoals Odysseus een man van honderd listen en duizend vondsten. Maar misschien ligt daar ook zijn zwakste punt. Bij het nadenken valt de film geweldig mee, bij het kijken is hij lichtjes vervelend. Dat vond ik al de eerste keer, en die indruk was nog sterker de tweede keer.‘

Uit: The Odyssey van Philippe Clerick

‘Hansard maakte van musiceren een levensmissie in de decennia die volgden. Hij buskte geregeld en ongeëvenaard in de straten van Dublin. Wie ooit naar de Ierse hoofdstad is gereisd, zag hem misschien zelf aan het werk in Grafton Street, rond Saint Stephen’s Green, of ertussenin. Hij bezong de pijn van het zijn en de liefde voor zijn land zoals alleen Ieren dat kunnen.’

Uit: De bard, de baard, de eeuwigheid van Bene Van Eeghem

‘Dat zou mijn credo worden. De uitvoerders deden hun best. Als het allemaal niet zo fijn overkwam kon dat net zo goed aan de luisteraar liggen. Mildheid was het die me leidde.
Alleen in het geval van de authentieke uitvoeringspraktijk (toen nog relatief nieuw) schoot die mildheid nogal eens tekort. Want mijn vader was fout geweest in de barokoorlog (zoals bas-bariton Lieuwe Visser ooit grapte over bas-bariton Henk Smit) en die halve musicologen waren in zijn ogen allemaal cerebrale opportunisten die uit gebrek aan talent naar de historisch verantwoorde vedel of kromhoorn grepen. Als ik die stukjes teruglees schaam ik mij diep. Om het goed te maken speel ik nu luit, zo zacht mogelijk.’

Uit: Ich habe die ehr, ihr rezensent zu sein van Jan-Paul van Spaendonck

Gepubliceerd door Jo Komkommer

Ik werd geboren in 1966 in Wilrijk, maar gelukkig verhuisden mijn ouders al vrij snel naar het mondaine Berchem. Na een onopvallende carrière als linksachter bij SK 's-Gravenwezel werkte ik enkele jaren als reisleider in de Dominicaanse Republiek en de Verenigde Staten. Daar kwam ik in de lobby van een Holiday Inn in San Francisco Jolanda Cats tegen en het was liefde op het eerste gezicht. We zwierven nog even rond, kregen een dochter Zoé, kochten een huis in Antwerpen en trouwden. Ik werk sinds meer dan twee decennia in een stijlvol boetiekhotel met een haast even mondaine uitstraling als het Berchem uit mijn kinderjaren.

Plaats een reactie