Victa placet mihi causa

Een blog met een Latijnse titel, dat doet ons aan iemand denken, en helemaal toeval is dat niet. Marc Vanfraechem heeft het vaak over de Vlaamse zaak, en combineert dat met een voorliefde voor het Frans en een licht absurdistisch gevoel voor humor.

Het is zeker mogelijk om bijvoorbeeld ajuinsaus of erwtensoep of hutsepot, of om het even welke stoverij* te maken zonder toevoeging van een theelepeltje Liebig Vleesextract. Velen zullen dat ook zo doen, maar zonder op hen neer te kijken: zij zijn van een andere parochie.

Eat your heart out, Ottolenghi.

Tegenwind

O tempora, o mores! Ingrid Verhelst leeft heel erg in het nu, en soms, ja soms, ook een beetje in de sixties:

‘Jakkes!’ zegt hij. ‘Die heeft haar in haar oksels!’
…‘Zo was dat toen, jongen. In de sixties had iedereen okselhaar.’
…‘Nee!’ Zijn ogen staan bol van afschuw. ‘En dat lieten jullie gewoon groeien?’
…‘Ja.’
   ‘Pfff! Hoe mega vies is me dat! Blij dat ik nu leef.’

Taal en schrijftips, heden en verleden, en altijd: taal en verhaal. Ik herinner me dat ik op mijn tiende man wilde worden, op mijn twaalfde heilige, op mijn veertiende parachutespringer en op mijn zestiende ontdekkingsreiziger. Uiteindelijk ben ik dat ook allemaal geworden.

De grauwe gekheid

Misschien is het overcompensatie voor haar familienaam. Misschien ook niet. In elk geval, voor wie proza schrijft als Ze zag eruit als zo’n Parijse absintdrinkster op Montmatre; met een lang en uitgemergeld gezicht, donker omwalde ogen, en buiten de lijntjes gestifte lippen. Haar mond had de kleur van verlangen, haar wangen die van lang verloren lust. Haar figuur sprak honger en ontbering, en in haar kleren hing de geur van tweedehands en vervlogen ‘Eau de Soir’. Om haar hoofd droeg ze altijd een zijden sjaaltje, zoals Grace Kelly is het leven bijzonder kleurrijk. En daar hebben wij dan weer gewoon veel plezier in. Dank je wel, Sarah De Grauwe!

Kristien Bonneure

Als er één bodem zit in ons bestaan dan heet die vertrouwen. Ik vertrouw erop dat mijn benen me zullen dragen als ik ze uit bed zet, zelfs in de verkeerde volgorde. Ik vertrouw erop dat ik geen mes in mijn rug krijg als ik de deur uitga. Vertrouwen is de standaardinstelling van de mens en de samenleving, daar ben ik van overtuigd. De meeste mensen deugen.

Kristien Bonneure (en af en toe ook haar partner Lucas Vanclooster) verzamelen de sporen van hun leven, in de hoop er ook na het drama wat hen overkwam de zin van te blijven inzien. Dat we mogen meelezen, de blik op de wijde wereld gericht, is mooi.

Philippe Clerick

Philippe Clerick heeft een heerlijke pen. Vaak kijkt hij met de blik van een homo ironicus naar de meest uiteenlopende zaken: van oude Hollywoodfilms over vergeten Franse dichters en Oost-Europese filosofen met onuitspreekbare familienamen tot en met de waan van de dag. Maar dan steeds met een zekere au-dessus de la mêlee die vaak aan de opbeurende nuchterheid van Karel van het Reve doet denken. Voor iedereen die interesse heeft in Karl Marx, Tussy Marx en Groucho Marx. En alles wat daartussen zit.

‘De jonge Karel van het Reve dacht dat Hemingway een échte man was, tot een meisje hem duidelijk maakte dat je het ook anders kon bekijken. Misschien deed die Hemingway er alles aan om zich als een echte man te gedragen omdat hij deep down nogal onzeker was.’ 

De inwijkeling

Iedereen, of toch bijna iedereen, houdt van de zee. Vindt rust in de oneindigheid, het eeuwige af en aangerol, de tenen in het zand. We zijn bij Aanlegplaats uiteraard niet vies van een maritieme metafoor, maar houden toch nog meer van tegendraadsheid en controverse.

Enter Marc Reugebrink, die vanuit Gent de zee al ziet liggen: De zee is het toppunt van onmatigheid, vind ik, met al dat water dat nergens een einde lijkt te vinden, zodat je je al de wereldkaart in herinnering moet brengen om de zekerheid te hebben dat al dat klotsen en schuimen toch ook ergens weer stopt. Misschien is het een vorm van pleinvrees, zij het een vrees waarvan ik op pleinen verder geen last heb. 

En zo staat De Inwijkeling vol met boeiende meningen over steden en mensen, en onderweg zijn en ooit, ooit, ergens aankomen.

Joachim Stoop

Joachim Stoop schrijft (onder andere) boekrecensies voor Humo, maar het is niet daarom dat we hem graag te vriend houden. Wel omdat hij er een heerlijk warrige blog op nahoudt, een blog waarin hij alle richtingen uitstuitert en schaamteloos sentimentele / van extreme liefde druipende brieven schrijft aan zijn zoontje en diens twee kleine tweelingzusjes. Heerlijk!

(En stiekem hopen we natuurlijk dat hij ook voor onze aanlegplaats een booksound (websound?) zal maken, zoals hij dat voor Lebowski doet)

De vraag is of we met het verzamelde puin opnieuw dezelfde luchtkastelen gaan bouwen of we onszelf en de wereld kunnen heruitvinden.

Het leven als voorlopige oplossing

Wie goed kijkt komt nooit tweemaal op dezelfde plek. Ik voel dan ook steeds minder de behoefte om andere oorden op te zoeken. Landen of bezienswaardigheden afvinken op een bucketlist? Het is aan mij niet besteed. Ik heb geen bucketlist.

Of hij het er voor doet, vraag ik me af. Zo’n Blaise Pascal verwijzing als je jezelf Pascal Digital noemt. Het doet er niet toe, niets is voor altijd, het is vooral veel en overvloedig, in het leven als voorlopige oplossing, net als zijn in eigen beheer uitgegeven autobiografie De elfde teen.

Hoochiekoochie (†)

Hoe ouder hij werd hoe minder zekerheden er hem restten. Gelukkig voor ons schreef Martin Pulaski zijn vragen netjes op.

Wou je mij iets zeggen, iets schrijven? Heb je mij iets te vertellen? Is dit leven nog de moeite waard om te leven? Is het verkeerd te denken dat de jongeren ons hebben opgegeven? Dat ze niet langer, zoals wij in het verleden deden, te rade willen gaan bij oudere, door ervaring wijzer geworden vrouwen en mannen? Dat ze ons liever kwijt dan rijk zijn? Vergis ik mij? Waarom hoor ik je stem niet? Ben je met verstomming geslagen of ben je even sprakeloos als ik?

Nergens vindt u de jaren ’70 – en bij uitbreiding de gehele condition humaine – beter beschreven dan in Hoochiekoochie.

Matti Brouns overleed in december 2023.

Het kleine kijken

Caro Van Thuyne is een compromisloze schrijfster, met een geheel eigen stem. Lees haar roman Lijn van wee en wens (Gouden Uil 2021!) of haar verhalenbundel Wij, het schuim, en u weet wat we bedoelen. Op het kleine kijken laat ze in haar persoonlijke kaarten kijken, toont ze in alle kwetsbaarheid hoe duur die egelachtige, weerbarstige houding wel is. En hoe noodzakelijk.

De schrijver kent vierentwintig soorten limbo. Een daarvan is de afwijzing. Een ander het gisten. Ik weet dat ik niet de enige ben die de occasionele euforie duur moet betalen. De een moet eerst weer wat gezinsgeld verdienen vooraleer zich opnieuw schrijftijd te kunnen permitteren, de ander wacht op het oordeel van nog maar eens een andere uitgever over het beste dat ze al schreef, of zoekt gezelschap online omdat de eenzaamheid van het schrijven te zwaar valt, of worstelt met een milde blokkage of raakt op drift in de pijn van het waarachtige schrijven, geen kust in zicht…