Harold Polis, het interview

Harold Polis is, onder andere, intendant van het stadsfestival Barokke Influencers dat in 2023 plaatsvindt in Antwerpen. Het festival bevat tentoonstellingen, concerten en debat. Barokke Influencers gaat over de dialoog tussen traditie en vernieuwing die sinds de lange zeventiende eeuw ons stuk van de wereld beïnvloedt. De aanleiding is het jubileum dat de jezuïetenorde viert: ze zijn ruim 400 jaar aanwezig in de stad.

Harold Polis is altijd uitgever geweest – sinds zijn twaalfde, toen hij een schoolkrant maakte. Nu probeert hij de wereld op andere manieren te verbeteren. Dit jaar verscheen zijn essaybundel Autonomie. En andere verhalen voor kinderen van onze tijd. Omdat hij tijd te kort komt om aan zijn nieuwe boek te werken, zijn de antwoorden op onze vragen kort, maar daarom niet minder oprecht. Via zijn website (haroldpolis.be) kom je ook bij zijn blog terecht. Hij gebruikt die blog als openbaar archief.

Waarom ben je ooit met bloggen begonnen?

Daar ben ik heel lang geleden mee begonnen (motoronderhoud.blogspot.com), toen de indruk nog bestond dat de blogosfeer de klassieke media overbodig zou maken. Dat is wel even anders uitgedraaid. Ik denk dat ik in de jaren nul onvoldoende heb ingeschat hoe verreikend de macht van algoritmes is. Ik ben een kind van een analoge tijd. Latijnse woorden heb ik met papieren briefjes geleerd. Ik schrijf nog brieven (en mails die op brieven lijken). Ik verzamel boeken. Ik maak notities in de kantlijn. Ik heb ontelbare schriftjes vol aantekeningen die alleen voor mezelf begrijpelijk en nuttig zijn. Ik vind mijn weg in de wereld via de klassieke heuristiek: wanneer iets verborgen is, dan kan het worden ontdekt. Eigenlijk zit ik de hele tijd manieren te bedenken om beter te kunnen vinden wat ik zoek. Dat verlangen naar reconstructie vind ik essentieel: hoe zitten mensen, relaties, dingen, emoties en ideeën in elkaar? Ik volg de bewering van Giambattista Vico helemaal: je begrijpt wat je maakt. Met dat achttiende-eeuwse inzicht schiet ik eigenlijk meer op dan met de virtuele eindeloosheid van een algoritme. Die absolute, pure rationaliteit is voor mij een enorme illusie. 

Kortom, die blog van me gebruik ik op een heel afstandelijke manier, eenvoudigweg om bestaande teksten samen te brengen die vindbaar moeten zijn. 

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen en waarom?

Iedereen heeft in onze samenleving een absoluut recht op zelfverwezenlijking. Niemand moet dus iets, omdat alles kan. Misschien moet je alleen aan een blog beginnen als je echt iets te zeggen hebt. Als overtuigd twijfelaar weet ik hoe zeldzaam die momenten zijn. Bovendien zijn de grenzen van mijn taal niet de grenzen van mijn wereld. Je kan ook in stilte werken. Niet alle menselijk gedrag hoeft te lijken op een externaliserende persoonlijkheidsstoornis. Ik blijf wel hopen dat mensen slimmer willen worden, en dus proberen te begrijpen of onder woorden te brengen wat ze denken, horen en willen. Die redelijke hoop wil ik nooit opgeven. Zonder de vrijheid om te leren is er ook geen vorm van liefde mogelijk, behalve dictatoriaal narcisme. Een blog kan helpen om het onder woorden brengen te oefenen.

Wat maakt dat voor jou een blog echt goed is?

De beste blog die ik ooit heb gevolgd is die van wijlen Mark Fisher, K-Punk (http://k-punk.abstractdynamics.org/). Ik heb een zwak voor als schrijvers vermomde culturele commentatoren of moralisten. Mensen die onversaagd verslag uitbrengen van wat ze beleven, lezen of beluisteren. Mensen als Normal Mailer, Henry Miller, Alain Finkielkraut, Marc Mijlemans of Mary Beard. Het is zeker geen journalistiek, maar het getuigt wel van die charmante vergankelijkheid: morgen is er weer een verslag. Fisher was een geval apart, omdat hij buiten de klassieke media zijn gedachten probeerde te ordenen. Misschien vormde hij zelfs een eenzaam hoogtepunt van de blogcultuur. Zijn losse stukken over popmuziek zijn onvergetelijk, maar de leesbare versie van zijn ideeën (zoals over kapitalistisch realisme) is eigenlijk pas in boekvorm tot stand gekomen, vind ik. Suggestie, analogie, beeldspraak, kruisverwijzingen: al die acties hebben voor mij meer impact en betekenis in een langere tekst.

(c) Koen Broos

Van oude mannen, de dingen die voorbijgaan (vangst # 42)

Ook deze week verschenen er weer talrijke uitstekende artikels op de blogs in onze haven en voor de havenmeester betekent dit: ’l’embarras du choix.  Keuzestress te over.  Uiteindelijk weerhield ik drie stukken van drie mannen die nooit meer als jeune premier op de planken furore zullen maken . Maar achter de schrijftafel des te meer. In een heerlijke ironische bespiegeling vertelt Pascal Cornet over zijn soms opflakkerende opruimwoede. Ook is het tijd om een bekentenis te doen: opiniebijdragen over corona leg ik steevast naast me neer. Behalve dan die van Philippe Clerick. Wat blijft het een genoegen om zijn dartele pen en heldere redeneertrant te lezen. Karel van het Reve leeft en hij woont op het Vlaamse platteland. Tot slot neemt muzikant Jan-Paul Van Spaendonck ons mee, net voor corona de deuren van cultuurhuizen weer sluit, achter de schermen van een zangrepetitie. 

Jaren later vind je dan desbetreffend voorwerp terug, dat je met veel goede bedoelingen aan een nieuwe ordening had onderworpen, en je herinnert je met een soort van automededogen je armzalige poging van weleer om een nieuwe orde door te voeren.’

Uit: notitie 42 van Pascal Cornet

Zelf zie ik het probleem niet. Ik maak ook voortdurend schrijffouten, weet vaak niet waar de klepel hangt, en ben op veel terreinen van het leven niet bekend met de elementairste feiten. Ook komt het in de vaccinatiekwestie, geloof ik, niet zozeer op intelligentie aan dan wel op kennis en wijsheid. Kennis is een zaak voor de experts, en wijsheid is een zaak voor alle anderen die moeten beslissen of ze de experts wel willen vertrouwen. Mijn eigen vuistregel voor dat willen vertrouwen is: meestal wel.’

Uit: dom of ongeinformeerd van Philippe Clerick

De maestro arriveerde, zette zich achter de piano, deed zijn mondkapje af, groette ternauwernood en liet ons inzingen. Anders dan ik het zou doen, maar ik had me voorgenomen om niets, maar dan ook helemaal niets beter te weten vanavond. Het was andermans show, ik was op vakantie.’

Uit: invallers van Jean-Paul van Spaendonck

Tegengif (vangst #41)

Schoonheid, muziek, mooie verhalen, goed nieuws, positieve innovaties en tendensen! Het wensenlijstje van Joachim Stoop op fb, bijna overmand als hij is door de niet aflatende stroom van boos nieuws en slechte mensen (of waren het slecht nieuws en boze mensen?), leest als de heilige graal van deze barre tijden.

Of als de samenvatting van wat er allemaal in onze haven te vinden is, natuurlijk.

Rob van Essen is uitermate dankbaar voor administratieve regeltjes en de bureaucraten die ze nauwgezet toepassen, Martin Pulanski herinnert zich met weemoed de tijd dat teveel blote borsten op een strand gingen vervelen, en Viktor Frölke verdient zijn eigen straat, ergens in Suriname, met een gedicht over WFH.

Als uitsmijter nog One more cup of coffee, geschreven en gezongen door een Nobelprijswinnaar, een Hoochiekoochie suggestie. Ach, het leven is mooi, hier op Aanlegplaats.

Zonder stroefheden gaat het niet en je zou bijna nog gaan denken dat al die stroefheden bewust door de moloch of het lot zijn ingebouwd om je in staat te stellen je eigen schuldgevoel even te vergeten doordat je je kan uitleven in de o zo begrijpelijke woede over de stroperigheid van de procedures – tot die procedures helemaal niet zo stroperig blijken te zijn en je na anderhalf uur je tas weer liefdevol in je handen gedrukt krijgt.

Uit: Sterretje van Rob van Essen – Reddend Zwemmen

Alle schoonheid is verschrikkelijk. Ook die van de vrouwen op het strand, wellustig copulerend met hemel en aarde. Het lijkt wel of ze zich met elke porie overgeven aan een obscene zonnegod. Als ik hen voorbijloop voel ik geen opwinding als mijn blik op hun borsten of hun billen valt. Heel even schiet me de venijnige song Peaches van the Stranglers te binnen. Maar die is me te agressief en te misogyn. Onbewogen vervolg ik mijn moeizame passage. Dan kijk ik om en zie Senga achter me drentelen. De beweging van haar borsten in harmonie met haar voorzichtige tred. Opeens verlang ik heel intens naar haar, wil ik haar dicht tegen me aan, wil ik op haar, onder haar, in haar zijn.

Uit: La Bandido van Martin Pulanski, Hoochiekoochie

Lui als een koe in de wei

zeil ik op mijn elektrische fiets

door de godverlaten Willem Frederik Hermansstraat.

De bibliotheek rechts is groot en niet open.

Links doet de Mediamarkt, naar men mag aannemen,

goede zaken in parafernalia.

Ik tracht mij een dichtregel van Hermans voor de geest te halen,

of zelfs maar een flard proza maar kom niet verder

dan de geniale titel De tranen der acacia’s.

Thuis grijp ik naar het woordenboek voor de juiste spelling

en leer dat acacia in Suriname

verrassend betekent flamboyant.

Is Hermans in Paramaribo, Affobakka dan wel Kwamalasamutu gelezen?

Zo ja, wat stelden zijn lezers zich bij die titel voor?

In gedachten zeil ik overzee om het ze te vragen.

Uit (nou ja, het is hele gedicht, maar er zijn er zo veel meer) : Zeilend door de Willem Frederik Hermansstraat van Viktor Frölke

Alles dat je nodig hebt, is één antivaxxer (vangst #40)

Verder niks tegen polarisatie, maar we moeten natuurlijk wel met elkaar blijven praten. Ook daar is de blog een uitstekend middel voor. Jan Devriese praat met Novak Djokovic (die niet wil zeggen of hij gevaccineerd is), longarts Thijs Feuth praat met al zijn patiënten en ianthe Cooreman gaat het gesprek aan met haar anarchistische alter ego.

‘Als jij niet gevaccineerd bent, beste Nole’, zo sprak ik hem in gedachten vertrouwelijk doch zorgelijk toe, ‘dan heb ik daar wel zaken mee, want ik zou het niet prettig vinden als ik, terwijl wij samen in de gym aan het werk zijn, je met het virus zou besmetten en aldus je gezondheid en verdere carrière danig in gevaar zou brengen.’ Zoals ik ook graag weet of iemand allergisch voor noten is, alvorens ik een exquise veganistische herfstmaaltijd voor hem of haar bereid. Niets is voor een gastheer zo vervelend als een dode aan tafel.

Uit: Brevet van De week van Devriese

Sinds het voorjaar, toen de coronavaccinatie op gang kwam, vraag ik mijn patiënten naar hun vaccinatiestatus, net zoals ik ze altijd al vraag naar roken en alcoholgebruik en ik ernstig overgewicht nooit onbesproken laat. De angst voor een conflict is onterecht als je meer geïnteresseerd bent in het verhaal van de patiënt dan in je eigen wijsheid. Zo kwam ik erachter dat bijna elke roker op mijn poli er eigenlijk al lang geleden mee had willen stoppen.

Uit: Waarom ik, longarts, aan de kant van de ongevaccineerden sta van Thijs Feuth

Stiekem denk ik: Waar zit de schande? We geloven allemaal. In de wifi. In de zwaartekracht. In de KULeuven. Een warboel van theorieën, mensen en instanties die ons leven bepalen, die ons leven mogelijk maken, en die we dagelijks aan het werk zien – maar waar we uiteindelijk niets van snappen. Kleuterachtig blijven we mekkeren: ‘Maar mijn mama zegt dat,’ en lopen we te verkondigen dat alles ‘wetenschappelijk’ verklaarbaar moet zijn, terwijl de meesten van ons nog niet eens kunnen verklaren hoe het kan dat de glazen schuifdeuren bij de bakker automatisch openen. Die krampachtige arrogantie, die kwade onwetendheid. Dat blind geloven – zo blind dat we niet eens doorhebben dát we geloven. Het is bijna té gemakkelijk. Alles dat je nodig hebt is één antivaxxer.

Uit: Ik hou van antivaxxers van Het Noodreservoir

De kunst van het ambachtelijk sterven (vangst # 39)

Nu de herfst haar vleugels uitslaat was de verleiding groot om enkel droefgeestige stukken op te nemen. Gelukkig zorgt de goddelijke An Olaerts voor voldoende tegengewicht. Zowel tegen de somberte als tegen het hokjesdenken. Ze neemt het in een stuk vol vrolijke weerhaken op voor het geïndustrialiseerd gekookte ei. 

Samen met Ben trekken we naar de duinen en loven de eindigheid van het bestaan en hunkeren juist daarom naar de film Lassie op een verloren dinsdag. 

Tot slot is er Caro Van Thuyne die in een machtig mooi prozagedicht op haar blog Het Kleine Kijken ons opnieuw zonder schaamte, zonder terughoudendheid, zonder filter recht in haar ziel laat kijken. 

Ik weet dat het tegenwoordig netjes is om tegen de industrie te zijn. De industrie dit en de industrie dat. Gifmengers dat het zijn! Uitzuigers, vuilaards en gangsters. Maar zonder industrie zou ik waarschijnlijk al lang op ambachtelijke wijze gestorven zijn.

Uit: Gekookt ei van An Olaerts

Angst, angst, het is altijd weer angst. Angst voor dit en voor dat, angst voor deze en gene, angst voor nu en voor straks, angst van hier tot ginder, talloze angsten, angst dat er nooit meer een leven zonder angst zal zijn, eindeloze angst, verlammende, slopende angst, angst voor de angst…

Uit: Balzalen vol licht en elektrische stoelen van Het kleine kijken

Ik weet ook dat deze gemoedstoestand met één dichtregel van Menno Wigman te kielhalen is. In zijn gedicht Afscheid van mijn lichaam schrijft de dichter: de zon was me nooit opgevallen als hij niet steeds onderging. En zo is het natuurlijk, een gebeurtenis is waardevol omdat zij eindig is. Het leven is waardevol omdat er een dood is. Maar emotie is niet altijd met verstand tot rede te brengen.

Voor jou is het beter dat je net als je vader op een zondagmiddag gewoon op de bank gaat liggen en voor altijd inslaapt’, zegt Elly.

Uit: Bucketlist van Ben Tekstschrijver

Binnenkort te koop in een supermarkt bij u om de hoek

De vangst van Han Soete (# 38)

Bozar is één van die instellingen die bewijzen dat wanneer de terreur ooit binnengebracht is, i.c. door Paul Dujardin, de chouchou van het Belgisch kapitalisme, die terreur niet meer weg te krijgen is. De tentoonstelling David Hockney wordt voorgesteld als een ‘dubbeltentoonstelling’, bovendien ‘2 voor de prijs van 1’ – net alsof een expositie gelijk is aan de marktkramerij die slecht materiaal aanprijst en dat met hoeveelheid verdoezelt – in het geval van Hockney is dit niet alleen een slechte, moreel verderfelijke verkooptruc, het is bovendien een leugen. Er is één tentoonstelling, werk uit de Tate-collectie en een volledige zaal posters boven elkaar gehangen, die zaal dient als apotheose begrepen te worden: hoe men charlatan wordt.’

Uit: De marktkramerij van bozar en david hockney van Johan Velter (sfcdt)

Heerlijk met de voeten vooruit takkelen op de bal en ondertussen ook man en vrouw onderuithalen.

Ik ben nog niet naar de expo geweest en spontaan zou ik nu willen gaan, zou het echt zo erg zijn? Er staan nog een aantal andere expo’s op mijn te bezoeken lijstje waarvan ik vermoed dat ze goed zijn, en dat lijstje ga ik nu toch eerst afwerken.

Alhoewel, de laatste keer dat ik naar een expo ging omdat ik vermoedde dat ik ze slecht zou vinden ben ik nog twee keer terug geweest om goed te begrijpen waarom ik het zo slecht vond. Ik heb er echter nog nooit over geschreven, misschien moet dat ik maar eens doen, de expo is immers al lang voorbij.

Of toch maar niet? Mischien kan ik toch beter over een expo schrijven die ik wel goed vind. Een “stukje” alsof het op bestelling van de organisator & de zelf verklaarde curator was, zo hoort dat immers tegenwoordig.

Maar zo’n tackle met voeten vooruit, dat is wel oprechter, boeiender, intressanter, scherper en veel leuker om te lezen.

‘Het voorrecht te staken

Nog een stukje uit A la ligne. Over dat tijdelijke werknemers het niet kunnen riskeren om mee op te stappen in een door “Manu” Macron hartstochtelijk veroordeelde staking.

Je rêve d’être en grève

Comme lorsque j’avais un vrai boulot et que je ne risquais rien

Je rêve de pouvoir aller à la manif.

Uit: het-voorrecht-te-staken van Here Comes Herman (Herman Loos, die net Homo Deliveroo heeft uitgebracht)

[…]

Ik weet niet wat ik hierover moet schrijven. Ik heb het al 10 keer gelezen en kan alleen maar denken: het is zo waar, het vat zo mooi de realiteit van steeds meer werknemers samen. Een tikkende tijdbom.

Daarna ga ik nog naar de Fnac, een cadeautje halen voor iemand die jarig is. Ik koop zelf ook nog een paar boeken. Drie voor de prijs van twee, staat er op de sticker op de cover, maar op mijn kassaticket merk ik later op dat er bij elk boek een paar euro is afgetrokken volgens een ingewikkelde prijsberekening die ik niet snap. Het zal wel kloppen, denk ik. Of niet. En wat doe je er aan? In de winkelstraten staan mensen aan te schuiven bij goedkope kledingwinkels, of ze eten een ijsje, een wafel.’

Uit: zaterdagmorgen van Ingrid Verbanck (elkedagweliets)

Ik ga al jaren niet meer naar de Fnac, het fenomeen is mij toch herkenbaar. Zo’n ticketje is zo’n domper op de pret. Je bent trots op jezelf dat je dat ene artikel gratis hebt kunnen ontfutselen aan de één of andere gigant, wat blijkt, “een ingewikkelde prijsberekening”. Je weet dat eigenlijk wel, maar waarom moeten ze zwart/wit op dat ticket zetten dat je alweer eens in de val bent getrapt. Vlakbij de Fnac is er trouwens een boetiekje met op de vitrine: “Shopping is cheaper than therapy”. Laatst, toen ik op weg was naar mijn favoriete onafhankelijke boekhandel, in de buurt van de Fnac, kwam ik er nog eens voorbij, het boetiekje bleek failliet. Zou er dan toch gerechtigheid bestaan?

Han Soete, het interview

Han Soete werd in 1968 geboren in een sociaal geëngageerde familie en houdt nu al meer dan een halve eeuw de revolutionaire vlam brandende. Na zijn studie productontwikkeling was hij o.m medeoprichter van De Wereld Morgen en hoofdredacteur van Solidair, het maandblad van de PVDA. Sinds enkele jaren heeft hij zich volledig op fotografie toegelegd. Han is naast kunstfotograaf vooral actief als docent. Zo geeft hij workshops oude fototechnieken in Atelier Zilverbeek. Het past binnen zijn sociaal engagement om zijn kennis met anderen te delen en zijn inzichten niet voor zichzelf te houden. Zijn vader en grootvader waren talentrijke amateurfotografen en Han bracht dan ook ontelbare uren, discussiërend over fotografie, in donkere kamers door. Naast een goed oog heeft hij ook een scherpe pen. 

Waarom ben je ooit met bloggen begonnen?

‘Vroeger, zoals in de periode dat ik met De Wereld Morgen bezig was, heb ik veel geblogd. Nu ben ik terughoudender. Want ik ben een vat vol uitgesproken meningen en tegenwoordig verkondig ik die liever in een gesprek onder vrienden. Dan voel ik me vrijer om ongeremd mijn gedacht te zeggen. Bovendien is het zo dat ik dyslexie heb. Schrijven kost me veel tijd en energie en dan maak ik voor mezelf de afweging of het allemaal de moeite waard is. Door mijn dyslexie verloopt het schrijfproces als in een stream of consciousness. Mijn gedachten springen alle kanten uit waardoor er tijdens het neerpennen soms fouten insluipen. 

Voor mij persoonlijk hebben Facebook en Instagram het bloggen van vroeger vervangen.’

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen en waarom?

‘De fotograaf Dirk Braeckman. Hij is een beeldend kunstenaar die echt iets te zeggen heeft, maar er zit zo weinig structuur in hoe hij het vertelt. Een blog zou hem kunnen helpen om zijn gedachten te ordenen. Ik vind het fascinerend om naar hem te luisteren. Braeckman is een vat vol  interessante bespiegelingen over kunst en sociaal engagement en hoe die twee op elkaar inwerken. Zijn maatschappelijke betrokkenheid staat buiten kijf maar zou beter tot zijn recht komen via een blog. Dan moet hij het ook voor zichzelf allemaal op een rijtje zetten. 

Maar meer in het algemeen vind ik dat fotografen – of bij uitbreiding beeldende kunstenaars – er baat bij zouden hebben om al bloggend over hun werk te schrijven. Zo wordt hun oeuvre duidelijker en leer je het naar waarde schatten. Weet je nog het eerste jaar fotokunst bij Niels Donckers (kunstfotograaf en docent, nvdr)? Een groot fotograaf met een herkenbare visuele stijl. En vanaf het moment dat hij over zijn beelden begon te vertellen werden ze nog veel sterker. Als hij eenmaal op dreef was, kwamen we in de klas niet meer bij van het lachen.’

Wat maakt dat voor jou een blog echt goed is?

‘Mijn antwoord is tweeledig. Voor een deel zoek ik in blogs naar de bevestiging van mijn wereldbeeld. Maar nog toffer vind ik het om verrast te worden door een contrasterend standpunt. Het is soms heel verfrissend om in aanraking te komen met andere visies. Zeker als die me helpen mijn eigen meningen in vraag te stellen. Dus enerzijds: een herbevestiging van mijn ideeën en anderzijds: het verrassingselement van botsende visies waardoor ik anders over bepaalde zaken ga nadenken. 

Wat me in ook blogs aanspreekt is het onaffe element. Een gedachte hoeft nog niet voltooid te zijn – zoals in een boek – maar kan groeien en zich al schrijvend verder ontwikkelen.’ 

Fotograaf Han Soete

Het ruisen van de weg (vangst # 37)

Het leven is een strijd.

Of je nu kijkt naar de wereld rondom je, zoals Pascal Cornet, en tot een bijna eindeloze maar toch onvolledige opsomming van problemen komt, of naar je eigen wereld, waar moeders sterven en er verder ook niet veel vreugde te rapen valt, zoals bij Kotsen op woensdag.

Misschien kan de literatuur ons nog redden, betoogt Jan van Mersbergen in een bespreking van Willy Vlautin’s recentste boek. En dat deed me weer denken aan een optreden van Richmond Fontaine – de band waarin Willy Vlautin eerder zijn creativiteit uitgedrukte – in de kleine zaal van de Arenberg, Antwerpen. Een stel Amerikanen die vermoeid een set vol prachtige songs afhaspelden, het einde van de wereld enkel afgewenteld dankzij Belgisch bier en een Nederlandse joint.

Nooit eerder had ik zo sterk het gevoel in een kantelende, uit elkaar vallende wereld te leven. Een eindtijd. (Ik hoor al schamperen dat ik een apocalyptische klimaathystericus ben, een narcistische leedzwelger.) Ik ben bezorgd, voel me in deze tijd niet meer thuis.

Uit: Notitie 10: Alles valt uit elkaar van Pascal Cornet

Ik voel hoe ze in mijn hand knijpt en zegt dat ik gezond moet eten. Een traan rolt van mijn wangen, terwijl ik haar beloof om alles te doen wat ze me vraagt. De zoveelste leugen die de dag niet kouder maakt. Vijf minuten later sta ik buiten zonder haar. Ik voel hoe de wind van mij langzaam een wees maakt

Uit: Woensdag 20-10-21 van Kotsen op woensdag

Het gaat echt vreselijk mis en de vele bijfiguren zijn allemaal gestoord, narcistisch, aan de speed, of psychopaat. Toch leef je mee, met al die figuren. Hoe dol ze ook zijn. Het zijn in deze roman allemaal mensen. Die kansen zoeken en ze grijpen, en soms misgrijpen, dat is het verhaal. En de oorzaken liggen veelal achter de personages, in het verleden. ‘Ze had in haar korte leven zo veel kapotgemaakt dat ze wist dat ze niet nog meer kapot kon maken.’ Alsof dat besef rust en vertrouwen zou geven.

Uit: willy vlautin – de nacht valt altijd van Jan van Mersbergen

Chocopasta is altijd een beetje liegen (vangst # 36)

Oh, de blog! De plek waar we helemaal onszelf kunnen zijn. Niet in het minst omdat we er zo heerlijk kunnen liegen. Rustpunt in tijden van fake news.

Er is niet één waarheid – en er is ook niet één leugen. Dat bewijst de vangst van deze week. Je kunt gewoon blijven ontkennen, zoals kleine Brollie doet. Je kunt jezelf bewust een leugen voorhouden, daar chocopasta op smeren en er zalig in wegzinken, zoals Ingrid Van der Krieken doet. Je kunt gaan geloven in de leugen die je wordt opgedrongen, zoals Erik van de Sprekershoek van de Schrijverij deed.

Wanneer ik vraag of hij een poffertje van het bord van zijn broer genomen heeft, ontkent hij. Staalhard. Hij wil wel meedenken. Misschien was het een vogel?

Uit: Brollie & Broomie Discover the Power of the Dark Side van Brollie, Broomie, and me

In een lange, gebloemde jurk met sneakers eronder flodderde ze aan ons tafeltje voorbij. Hoe belachelijk, dacht ik en draaide nog net niet met mijn ogen, de zoveelste die aan het hedendaagse modebeeld wil beantwoorden en niet met die kleren staat. Toch maakte ik me ook wat ongerust. Misschien was ik wel de belachelijke. De eigenzinnige die absoluut niet wil meegaan met sommige trends. Iemand die graag vrouw is maar niet weet wat ze moet doen of laten om erbij te horen.

Uit: Interieur van Rimpelingen

Je was er niet lang geleden zelf een. Achter je de bruggen opgeblazen, voor je het gapende gat. Het vat der wilskracht leeg, de energievoorraad uitgeput. Elke volgende dag dreigde nog donkerder dan de vorige. Je voelt nog steeds de schaamte, de machteloosheid, het pijnlijke besef overbodig te zijn. Dat loden schuldgevoel omdat je werd betaald voor werk dat je niet deed. Je was bang en onzeker, altijd benauwd voor de deurbel, ook op vrijdagavond, de controlearts slaapt nooit. Hij hoort je vijf minuten aan en beslist dan ontegensprekelijk over de rest van je leven.

Uit: Bomma zegt nee van Sprekershoek van de Schrijverij

De laptop als hoofdkussen (vangst #35)

Nu de grenzen geopend zijn, kan er weer gereisd worden. Het Letterenhuis in Antwerpen reist doorheen de tijd en neemt ons mee naar het fotoarchief van Stijn Streuvels. De schrijver van De Vlaschaard was eveneens – zoals Kristien Bonheure in een enthousiasmerend stuk getuigt – een getalenteerd fotograaf. Marieke Groen drinkt op een writer’s residence met een Servische vertaalster rode wijn en prosecco en prijst zich gelukkig dat haar laptop dienst doet als hoofdkussen. Tot slot komt Chrétien Breukers, in een fascinerende opsomming, tot de gelukkige vaststelling dat hij een deur bezit waarop zijn naam prijkt.

Wat fotografeerde Stijn Streuvels zoal? Arne De Winde, curator van de expo: “Wat hem drijft is de drang om dingen vast te leggen, ze niet te verliezen, om te documenteren, te capteren. Vandaar de hoeveelheid beelden. Heel vaak zijn het geen uitzonderlijke, maar net banale beelden uit het dagelijkse leven: het spel met de kat aan het raam, met de hond, de poppen van de kinderen. Dat maakt zijn fotografie ook hedendaags, want hij legt dingen vast die universeel zijn, die ons allemaal fascineren in onze nabije omgeving.”

Uit: speelvogel van Kristien Bonheure

‘Het is toch wel opvallend,’ zeg ik dan, ‘het zijn altijd van die typische figuren in writer’s residencies, je treft er nooit eens een normaal mens aan.’ 

Nederland laat een stilte vallen.

Uit: prikkels van Marieke Groen

‘Ik loop door de lange gang op zoek naar de deur met mijn naam tot ik er ben; ik open hem en trap hem aan de binnenkant weer toe. O, de vreugde een deur te hebben met Breukers erop, de vreugde dat mijn bestaan wat dit betreft volledig klopt.’

Uit: week-35 van De Nieuwe Contrabas