Helf helf helf, mijn sense of self! (vangst #274)

Dat onze bloggers niet altijd trouw blijven aan hun identiteit, weten we ondertussen. Maar de schrijvers van deze week doen er nog een schepje bovenop: ze stellen hun gevoel van zelf openlijk ter discussie, als ware het een stuk volvette kaas in de brandende zon. Vergankelijk en ongrijpbaar, maar o zo verleidelijk.

Rein Hannik wisselt van plaats met zijn coach, met fatale neigingen tot gevolg. De hoofdpersoon in het verhaal Sophia Blyden raakt met haar vader ingesneeuwd in het bos waar ze bananen bakken en denken aan haar moeder. ‘Ik weet niet zeker of het een echte herinnering is of dat ik ‘m ter plekke verzin. Misschien doet het er niet toe.’ René van Densen zapt door zijn liefdesgeschiedenis.  

Hij vond mijn casus een uitdaging. Een schrijver die voor zichzelf wilde beginnen, dat trof hij niet iedere dag! Hij koesterde zelf ambitie die richting op – peptalk schrijven voor cursussen en zo. We hadden gelijk een klik. Ik heb toch al de neiging om van een iedere ziel, met wie ik diepte in ga, een best friend forever te maken. Soms imiteer ik die persoon zelfs ter plekke. Eng bijna.

Uit: The Talented Mr. Ripley op Rein Hannik

Het stukje dat bleef knagen ging over de delen van mezelf die ik niet kon begrijpen zonder haar te kennen. Die gingen niet over theoretische kaders of geschiedenislessen. Dat stukje had niets met politiek te maken. Ik wilde begrijpen waarom ik zo van lavendel hield, Ierse volksliederen me lieten huilen en de dj-booth me altijd heeft gelokt.

Uit: Baka bana op Hard//hoofd

Ik weet niet meer hoe ik het deze keer ga doorkomen, en ik rouw. Ik rouw om mezelf. Elk kreeg een versie van mij die specifiek voor haar was, en naderhand stierf die, voorgoed. Ik weet niet of er nog ikken in me op te brengen zijn. 

Uit: Schoonmaak op René van Densen

De onbewogen beweger (vangst #273)

Worstelt u ook nog met winters buikvet waarrond u een speels bloesje drapeert? Verlengde u recent uw Basic Fitabonnement? Of bewaart zittende meditatie meer wijsheid? Het gaat hier over beweging. Vanuit een luie stoel gevangen in een onbewaakt moment.

Suzanne Brink mijmert over fietsen. Het fietspad is niet meer wat het was. Wanneer wordt een fiets een auto? En is de autosport nog wel een sport? Ben De Graaf spoort aan om tijdig uit de trein te springen. Modderkruipen is gewoon niet goed voor de conditie. Sjors heeft het over het einde van het statische personage. Spoel de Rilatine dus maar door en breek het kot lekker verder af, Don Quichot. En nu ga ik even uitrusten op een terrasje. Wimperoefeningetjes doen.

Daar denkt Pablo, filosoof en fietser, anders over. Die ziet wel een fundamentele verandering op het fietspad. Hij heeft mijn mening over e-bikes op zijn kop gezet met een nog niet gepubliceerd essay over de verslechterde verhoudingen op het fietspad die mede zouden komen doordat steeds meer mensen niet op eigen kracht vooruit komen, maar met een motor.

uit: Kaart van de maand voor fietsfilosoof Pablo van Suzanne Brink

Hebben we de moed om uit die trein te springen? Spreken we ons uit als iemand buitengesloten wordt? Corrigeren we een leugen? Of blijven we stil voor de lieve vrede of om zelf uit de vuurlinie te blijven? Kortom: duiken we weg als die modderkruiper of zetten we als een pauw onze veren op om te laten zien waar we voor staan?

Uit: Het juiste pad van Ben De Graaf

Een goed geolied scharnierpunt dat zowel het begin van de romankunst als het einde van het statische personage betekent. Nog belangrijker: deze roman introduceert voor het eerst het meta-niveau; hoogverheven boven het traditionele plot. 

Uit: Apologia van Sjors

De vangst van Wim Oosterlinck (vangst #272)

Tom Wouters is lezer en auteur. Hij maakte al een prentenboek dat Ik verzamel opa’s heet, en komt in 2026 met de verhalenbundel In mijn hoofd zwemmen vissen.

In zijn blog schreef hij een stukje over De Allesweter: iemand bij wie hij langs moet om fouten in zijn boek recht te zetten:

‘Wat er langs de buitenkant uitzag als een rijtjeshuis, lijkt binnen op een bibliotheek die beginnen woekeren is. Overal liggen boeken. Ik heb de drang om de ruggen te gaan lezen, te ontdekken waar al die kennis van de allesweter dan vandaan komt, maar die kans krijg ik niet. Opeens bevinden we ons in zijn bureau en die is dan weer ingekleed als een verhoorkamer in een communistische staat, met enkel een tafel en twee stoelen.  Dat het zo ingericht is, heeft te maken met zijn neiging om anders toch afgeleid te geraken door de boeken om hem heen. “Het meeste heb ik dan wel gelezen, maar ik moet natuurlijk alles blijven opfrissen.” En meteen daarna vertelt de allesweter me dat deze tafel en stoelen gemaakt werden door een meubelmaker met de merkwaardige voornaam Volotin, genoemd naar de Oezbeekse kogelstoter Volotin Krozinov, waar de vader van de meubelmaker heel erg tegen op keek.’ 

Uit: De allesweter van Tom Wouters

Voor aflevering 242 van mijn podcast Drie boeken was ik in Antwerpen thuis bij Vitalski. Terwijl het buiten donderde en bliksemde, koos hij Frankenstein van Mary Shelley en Het lijden van de jonge Werther van Goethe. Vitalski is een man die van zijn leven een kunstwerk maakt. Zijn blog is niet normaal: elke dag post hij een dagboekfragment, kondigt hij een evenement aan of post hij een foto van een vrijdag/donderdag/zondags-bunnie. In dit fragment vertelt hij over zijn kinderen aan de kust:

‘aan zee, oostduinkerke, hadden myn kinderen, mollie en rocco, zoveel logies, dat er daar geen bed meer vry was. zodoende ben ik dan maar, te antwerpengrad, na de gebruikelyke dinsdagclub-sessie, de hele nacht wakker gebleven, vooral converserende met myn broêr serge (die doet àltyd nachtjes door), via mail welteverstaan, werkende aan het anti-stikker-boek. rond zes uur smorgens dan toch naar de kust gereden, om daar twee uurs later te arriveren (raar wel: hoe druk het reeds was op de baan, zo vroeg op de dag…) eens netjes in het strandappartement aangekomen, nog tot een uur of elf koffi gedronken, vernemend omtrent alles van het zoal gebeurde (rocco james conan was met kleêren aan in water gesprongen; te laat beseffend dus ook met zyn gsm in zyn broekzak. bareuh…)

om elf uur vertrokken zy naar plopsaland en viel ikzelf in slaap: op de grond. wegens té plotsklaps té slaperig en lam om my nog te kunnen voortbewegen.’

Uit: State of being, 16 avril 2026 van Vitalski

VRT-journaliste Kristien Bonneure heeft zowaar een kunstblog, met uitstekende, uitgebreide besprekingen van tentoonstellingen.

Dit gaat over een muurschildering van Luc Tuymans in Hasselt: 

‘Pas als je van een afstandje kijkt, zie je wat dit is: een enorme, onheilspellende, bleke made, uitvergroot op een volledige muur in kunstencentrum Z33 in Hasselt. Het dier is van de hand van Luc Tuymans, een van de belangrijkste kunstenaars van ons land. In enkele dagen tijd kreeg het vorm, op basis van een kleiner schilderij in olieverf, dat Tuymans in Los Angeles toont.’

Uit: Een made tegen oorlog en geweld van Kristien Bonneure

Als je nog meer uitstekende tips wenst te ontvangen van onze gastvisser Wim Oosterlinck abonneer je dan op zijn gratis nieuwsbrief Drie dingen die wekelijks verschijnt. Dat kan via: https://wimoosterlinck.substack.com.

Wim Oosterlinck, het interview

De voorbije zomer reisden we naar een van de prachtigste landen ter wereld: Noorwegen. Mijn vrouw en ik hadden onze hond en onze tent meegenomen en voldoende muziek en voortreffelijke podcasts om ons tijdens de lange autoritten gezelschap te houden. Daar in het hoge noorden van Europa groeide Drie boeken, de podcast van Wim Oosterlinck, al snel uit tot een vaste waarde. Het was de podcast die we tijdens de zomer van 2025 het vaakst beluisterden. Toon mij een gletsjer en ik zal voor eeuwig aan de stem van Wim Oosterlinck moeten denken. Terwijl we door verbijsterend indrukwekkende landschappen reden, hoorden we een bonte schare aan gasten in zijn programma vertellen over welke drie boeken we volgens hen absoluut gelezen zouden moeten hebben. 

Wim verbluft horen schaterlachen terwijl een Vitalski in topvorm vinnig en vindingrijk over Goethe en Poe vertelde: het maakte een onvergetelijke reis nog onvergetelijker. 

Achteraf kocht kocht Jolanda voor mij als aandenken het gelijknamige boek van de podcast.

Maar wie is toch de man achter Drie boeken? Ik was benieuwd en daarom had ik met Wim in een stijlvolle brasserie in de buurt van het Station Gent-Sint-Pieters afgesproken. Het was er rustig. Afwisselend dronken we gemberthee en cappuccino. Zet twee uitbundige introverten met een gemeenschappelijke interesse bij elkaar en het ijs zal onmiddellijk gebroken worden. Twee uur lang hadden we het over boeken en literatuur. We vroegen zelfs niet aan elkaar hoe het met de kinderen ging. Nog voor de schoolresultaten ter sprake konden komen, stak Wim van wal…

‘Ik herinner me nog de dekenale bibliotheek tegenover de kerk in Lochristi, het dorp waar ik ben opgegroeid. Je rook er de muffigheid van de boeken. Het was nog met fysieke kaartjes. Daar leerde ik Pietje Puk, Arendsoog en De vijf detectives van Enid Blyton kennen.’

‘Ik heb altijd wel gelezen, maar nooit zoveel als de afgelopen vijf jaar. ‘Dat komt omdat ik twee jaar lang jurylid van de Boekenbon Literatuurprijs ben geweest. Zes juryleden worden dan geacht samen een paar honderd boeken te lezen. Elke titel moet door minstens twee leden beoordeeld worden. Omdat het een literaire prijs is, oordeel je niet alleen over de inhoud maar ook over de schrijfstijl waardoor sommige inzendingen al snel afvallen. Een boek over – ik noem maar wat – ‘De geschiedenis van de maïsoogst in West-Canada tijdens de zeventiende eeuw’ mag dan hoogst interessant zijn, als het niet getuigt van literaire ambities kan je het snel opzij leggen. In die twee jaar heb ik veel en vooral snel leren lezen.’

‘Als jurylid voel je je bevoorrecht want je krijgt een overzicht van het volledige literaire speelveld in Vlaanderen en Nederland. Je voelt je uitverkoren. Niemand anders heeft dat. Je bent een van de weinige die een inzage krijgt in de complete productie van het afgelopen jaar en dat is een uitzonderlijk interessante blik. Het probleem is dat je veel dingen leest die slecht zijn. Een paar titels die goed zijn. En een handvol boeken die boven het maaiveld uitsteken. Laat ons zeggen dat er een zestigtal goed zijn. Dertig longlist-waardig. En vijftien verdienen het om op de shortlist te staan. Dat is niet veel op bijna zeshonderd boeken. Het nadeel is dat je niet meer kan kiezen wat je leest. Daarvoor ontbreekt het je eenvoudigweg aan tijd. Maar het is wel boeiend om te zien wat er allemaal op een jaar uitgegeven wordt.’

‘Als jurylid leer je lezen. Het motto is: niet stoppen! Gewoon blijven gaan! Lezen! Lezen! Lezen!’

‘Op voorhand had ik een lijstje gemaakt van de boeken die ik graag zou willen lezen nadat mijn opdracht als jurylid erop zat en op één stond: Wuthering Heights van Emily Brontë. Ik ben nu, drie jaar later, nog altijd aan het nagenieten van het feit dat ik kan lezen wat ik wil.’

‘Tegelijkertijd besef ik wat een luxe het is dat we ons kunnen verlaten op het oordeel van literaire jury’s. Uiteraard heeft iedereen een persoonlijke smaak, maar de leden doen keihard hun best om de beste boeken van het jaar eruit te filteren.’

Waarom ben je ooit met een blog begonnen?

‘Mijn nieuwsbrief Drie dingen voor de podcast Drie boeken beschouw ik als een blog. Hoe het ontstaan is? Op mijn site wimoosterlinck.wordpress.com begon ik te vertellen over de boeken die ik had gelezen. Die site is dan uitgegroeid tot de plek waar de podcast op staat. Ook mijn Instagram account is eraan gelinkt. Van al die activiteiten is mijn nieuwsbrief het meest blogachtige.’

Hoe selecteer je mensen voor de podcast?

‘De podcast bestaat nu zesenhalf jaar. Mijn selectie is heel simpel: Ik moet willen weten welke drie boeken mijn gast vindt dat we gelezen moeten hebben. Meer is het niet. Mijn persoonlijke nieuwsgierigheid is de trigger.’

‘Ik krijg veel vragen van platenfirma’s, uitgeverijen en andere instanties of ik die of die persoon of zou willen interviewen en dan denk ik bij mezelf: ‘ah, misschien.’ Die zet ik dan op mijn lijstje en af en toe bekijk ik mijn steeds langer wordende lijst en pik er iemand uit.’

‘Ik plan mijn gesprekken ruim op voorhand. Voor een podcast als de mijne gaat dat niet anders. Morgen komt er een jarenlang gekoesterde droom van mij uit, want dan zal ik de eer en het genoegen hebben om te mogen spreken met een Belgisch-Amerikaanse professor die vandaag een eredoctoraat krijgt aan de universiteit van Gent. Ingrid Daubechies. Zij is een wiskundige en natuurkundige en doceert in Princeton en aan Duke University. Ik ben al aan het kriebelen van de voorpret dat ik haar kan vragen naar haar drie favoriete boeken.’

‘Meestal gaan de gesprekken bij de gasten thuis door. Vaak in de buurt van hun boekenkast. Zo herinner ik me dat Bart Somers me uitnodigde in zijn bibliotheek. Die bevindt zich in een pand naast zijn huis. Het leek wel een oude garage die helemaal verbouwd was met een werktafel, een vergaderplek en uitzicht op de tuin. Bent Van Looy heb ik dan weer in zijn atelier geïnterviewd. Want naast muzikant en presentator is Bent ook kunstschilder. Het voordeel is dat je de mensen interviewt op de plek waar ze graag zitten en waar ze zich geborgen voelen. Maar soms gebeurt het dat een cultureel centrum me vraagt om de podcast voor een live publiek op te nemen. Zo heb ik recent zowel op de Brusselse kunstschool Narafi als op het non-fictieboekenfestival FAAR in Oostende auteurs voor een publiek geïnterviewd. Het is een gezonde afwisseling. Ik doe de beide zeer graag.’

‘Ik ben al op tal van bijzondere plekken geweest. Niettegenstaande dat was ik ongelooflijk onder de indruk van de schrijfkamer van Bart Moeyaert – sowieso al een man met een sterk ontwikkeld gevoel voor esthetiek en al helemaal wat zijn schrijfkamer betreft. Omdat hij in de literatuur in Vlaanderen een levend monument is, bekroop mij het gevoel een heiligdom te betreden. Dat had ik trouwens ook toen Erwin Mortier me uitnodigde in zijn slaapkamer, omdat daar de lichtinval beter was. Weet je wat ik toen dacht?’

Calma te, tigre?

Haha, neen. Hij trok zijn kast open en daar lagen zijn notitieboekjes… ! Ik dacht toen letterlijk: Ik zou mijn grootmoeder vermoorden voor een blad uit een van zijn notitieboekjes. Maar gelukkig voor de fysieke integriteit van Erwins notitieboekjes is mijn grootmoeder al enkele jaren geleden gestorven.’

Voel je tijdens een gesprek: dit wordt een interessante podcast? Zo zat ik gebiologeerd te luisteren toen je gasten als Tom Van Laere (Admiral Freebee) of Vitalski sprak. Hun frisse kijk op literatuur was voor mij een verademing.

‘Ik weet dat natuurlijk ook niet op voorhand. Het fantastische aan mijn podcast is: als je mensen interviewt… Hoe zal ik het verwoorden? Mensen uit de media worden vaak geïnterviewd. Het voordeel is dat ze zeer goed kunnen praten. Het is tof om met hen te spreken, want ze hebben een vlotte babbel klaarstaan en ze hebben interessante dingen te vertellen. Maar het nadeel is dat mensen uit de media vaak dezelfde antwoorden uit hun hoed toveren. De kracht van Drie boeken is dat ik vanuit een compleet nieuwe invalshoek mensen benader. Ik vraag iets wat nog nooit iemand hen gevraagd heeft. Soms krijg je, als je geluk hebt – en dat is zeldzaam – bij een mediafiguur een verrassing. Dan krijg je een nieuwe blik op die persoon. Dat is, denk ik, wat jij bedoelt. Dat je plots Admiral Freebee hoort op een manier die je nog nooit eerder van hem hebt gehoord.’

‘Als zoiets gebeurt vind ik het geweldig, hoewel je het niet op voorhand kunt inschatten. Ondertussen heb ik 340 gesprekken achter de rug en het kan niet elke keer prijs zijn. Maar vaak blijven gasten me verrassen. Zo had ik onlangs een interview met de regisseur van animatiefilms Vincent Bal. Het ging over het technisch aspect van scenarioschrijven. Ronduit fascinerend. Mijn podcast is voor mij eigenlijk één groot excuus om al mijn domme vragen te stellen. En als ik het beu ben stop ik. Want het is van mij en ik ben niemand iets verplicht. Plezant, hé? (lacht.)’

Staan er je nog mensen op je verlanglijst?

Dat zal nogal zijn. Het ding is: er zijn nog ontzettend veel schrijvers die ik niet heb uitgenodigd. Enkele wel natuurlijk. Maar heus niet zoveel. Toen ik de podcast begon had ik namelijk schrik dat luisteraars zouden denken dat het een programma van en voor schrijvers zou zijn. Ik krijg veel vragen van auteurs, maar ik kies bewust voor een gediversifieerde gastenlijst. Schrijvers vind ik anders wel ideaal voor opnames in een theaterzaal voor een live publiek. Of ze over het algemeen niet timide van karakter zijn? Daar heb ik anders nog niet veel van gemerkt. (lacht).’

‘Hoewel me net iemand te binnen schiet die inderdaad eerder schuchter is, Jo. Ik bezocht de dichter Ingmar Heytze in zijn huis Utrecht. Bij hem voel je dat hij lef uitstraalt op een podium, maar in wezen een introvert persoon is.’

‘Vergeet niet dat mensen met mij over hun favoriete onderwerpen spreken: lezen, schrijven, boeken. De opnames doe ik alleen. Zonder ploeg. De man die je soms op de achtergrond hoort lachen: dat ben ik. Het kost me niet de minste moeite om het programma te maken. Integendeel. Het geeft me energie. Het spreekt voor zich dat ik niet elke week de drie boeken die mijn gast tipt lees. Maar ik bereid me grondig voor en zoek allerlei informatie rond de uitgekozen titels op. Dat maakt het voor mij gemakkelijker om tijdens het gesprek spontaan linken te leggen. Al die ‘misschien’-linken zitten op voorhand in mijn hoofd. Daardoor kan ik betere vragen stellen.’

‘Ik knip er achteraf slechts enkele minuten uit. Het betreft vooral wat technisch knippen. Een storende kuch; een hakkelende vraag; rinkelende glazen; een blaffende hond…’

‘Hoe ik op het idee voor de podcast ben gekomen? Ik werk al lang voor de radio. Soms heb ik de behoefte om daarnaast een extra project te doen. In 2019 begon die innerlijke noodzaak weer op te spelen. Wat je namelijk op de radio niet kan doen is een heel lang gesprek met iemand voeren. Het idee rond Drie boeken was al een tijdje aan het gisten in mijn hoofd. Tijdens eindeloze autoritten met mijn vriendin Marie hebben we het concept zot idee ontwikkeld. Een zot idee is een project waarvan we op voorhand weten dat we het niet gaan concretiseren – zoals bijvoorbeeld in Londen gaan wonen. Maar soms kan een deel van een geflipt project wél levensvatbaar zijn. Zo is het idee voor de podcast tijdens een autorit ontstaan. En ook vanuit het gevoel: ik wil dit zo graag weten. Want als ik eerlijk ben is dat het enige bij mensen wat me interesseert. Ik wil totaal niet weten hoe het met de kinderen gaat of hoe de vakantie is geweest. Ik wil weten wat je aan het lezen bent.’

Wat zijn jou drie boeken? Ik neem aan dat je keuze doorheen de tijd evolueert. Maar vandaag op een vrijdag in maart in deze sympathieke eetgelegenheid in het wondermooie Gent rond het middaguur. Wat zijn jouw drie favoriete boeken, Wim?

Die Drie boeken zijn uiteraard een tijdsopname. Sowieso komt Bezonken rood van Jeroen Brouwers erin, want dat is mijn favoriet boek aller tijden. Van hem heb ik letterlijk alles gelezen. Voor de podcast ben ik bij zijn weduwe – Gwennie Debergh – langsgeweest. Al zeg ik het zelf: het was een fascinerende aflevering. Zeker luisteren. Dat is het eerste boek. Het tweede boek is ‘Het lied van ooievaar en de dromedaris’ van Anjet Daantje. Het is het beste Nederlandstalige boek dat ik het afgelopen decennium heb gelezen. Als derde boek zou ik op deze vrijdag in maart de winnaar van de Booker Prize van 2024 kiezen: Orbital van Samantha Harvey. Over twee jaar zal mijn laatste keuze wellicht een ander boek zijn. Ik vond Orbital prachtig poëtisch geschreven. En ja: zo evolueren mijn voorkeuren doorheen de tijd.’

‘Wie ik ook graag lees is de vorige Nobelprijswinnaar: Laszlo Krasznahorkai – een tip van Steven Van Ammel. Hij vernoemde hem in de podcast. Dankzij Steven had ik al twee boeken van hem gelezen toen de Hongaarse schrijver plots bekroond werd met de Nobelprijs. Voor mij het meest geweldige egomoment van het jaar. Meestal moet ik zeggen, nadat het nieuws is bekend gemaakt: nog nooit van die goede ziel gehoord! Maar nu kende ik hem niet alleen, ik had er zelfs al boeken van gelezen!’

Wie zou je willen dat een blog begint en waarom?

Dat is een goede vraag. Weet je wat het betekent als mensen zeggen dat het een goede vraag is? Dat ze nog even de tijd nodig hebben om erover na te denken.’

‘Barack Obama! Hij is mijn favoriete nummer één persoon. Als mens. Als potentiële gast in mijn podcast. Als schrijver. Als denker.’

‘Stel je voor dat Virginia Woolf nu zou leven en bloggen…’

‘Ik denk dat ik niet graag – noch van Obama, noch van Virgina Woolf en bij uitbreiding noch van iemand anders – meningen over de actualiteit zou willen lezen. Wat ik wél graag wil is: inspiratie. Wat vind jij een inzicht? Had jij met iemand een gesprek deze week dat is blijven hangen? Doe je daar iets mee? Naar wie of wat heb je geluisterd? Hoe ziet je bibliotheek eruit? Samengevat: persoonlijke, intellectuele en culturele inspiratie.’

‘Ik wil niet lezen wat Virginia Woolf over Trump denkt. Ik weet dat het een idioot is. Ik hoef dat niet herbevestigd te zien.’

‘Wat niet wil zeggen dat ik politieke boeken niet interessant zou vinden. Zo heeft Dominique Willaert er net een geschreven over hoe je mensen zou kunnen overtuigen niet meer op extreem rechts te stemmen. Dàt boeit me dan wel. Omdat Dominique er zich jarenlang in verdiept heeft.’

‘Actualiteit en geopolitiek interesseren me juist bovenmatig veel, maar ik wil enkel de mening lezen van mensen die het onderwerp aandachtig bestudeerd hebben.’

‘Een derde persoon die ik graag zou zien bloggen is Françoise Chombar. Eind jaren tachtig heeft ze Melexis opgericht. Een computerchipbedrijf. De firma heeft nu wereldwijd veertien vestigingen, waaronder ook in Taiwan en de Verenigde Staten. Het is een multinational geworden en het zou ons Belgen met trots mogen vervullen. Françoise Chombar stond al lang bovenaan mijn lijst en ik was oprecht verheugd dat ik haar voor mijn driehonderdste aflevering mocht interviewen. Zij is voor mij een van de meest inspirerende mensen die er in ons land rondlopen. Omdat ze de moed heeft gehad om te springen en lang CEO van Melexis is geweest. Computerchips zijn essentieel voor de toekomst zoals die zich tegenwoordig aftekent. Ze zit in de spits van de spitstechnologie. Hoe ze praat over hoe je een bedrijf moet leiden… Hoe ze praat over de boeken die ze gelezen heeft… De inspiratie die ze uit boeken haalt is zo geweldig. Ik zou zo graag hebben dat ze een wekelijkse blog schrijft. In de kern draait het bij mij altijd weer om hetzelfde: inspiratie.’

Wat maakt een blog goed?

‘Zal ik je het geheim van een goede blog verklappen? Maar alvorens ik het je influister ga ik eerst nog twee blogs vernoemen. Voor mij is een nieuwsbrief een hedendaagse blog. Die van Peter Zantingh heet De vierde versie. Zantingh schrijft over schrijven en over wat hij gelezen heeft. En hij vertelt wat hij er goed of niet goed aan vindt. Tegelijkertijd is het een dagboek waarin hij een inkijk geeft in hoe zijn schrijfproces evolueert. Een van mijn favoriete blogs is eigenlijk een Instagram account: BBBoeken. Die is van Bruno – de man van dokter Tessa Kerre. Zij is een hematoloog. Elke zaterdagmorgen staan zij en haar man om tien uur ’s morgens voor de deur van boekhandel Limerick. Ze kopen sowieso teveel boeken. Daarom hebben ze zichzelf de toestemming gegeven dat ze elk drie boeken mogen kopen. Niet meer en niet minder. Bruno houdt een blog bij op Instagram. Hij is fotograaf geweest en dat zie je aan zijn esthetische beeldtaal. Wekelijks beschrijft hij hun zaterdagochtenden in de Limerick en hun discussies over hoe ze tot hun finale keuze gekomen zijn.’

‘Maar nu is de tijd aangebroken om je het geheim van een goede blog vertellen: Persoonlijk zijn. Een blog is goed als hij persoonlijk is. Als je voelt: dat is typisch die persoon. Niemand anders zou dit op zo’n manier beschrijven.’

We gingen zo op in ons gesprek dat we besloten om te blijven lunchen. Het eten was voortreffelijk en nooit haperde de conversatie. Toch bleef ik een heel klein beetje op mijn honger zitten, want ergens hoopte ik dat Wim me dé vraag der vragen zou stellen.

Wat zijn volgens jou de drie boeken die we absoluut gelezen zouden moeten hebben, Jo?

‘Ik ben bijzonder blij dat je me deze vraag stelt, Wim. En het klopt dat het natuurlijk, net als bij jou, een momentopname is. Maar toch denk ik dat ik de volgende top drie mijn definitieve keuze blijft.’

‘Dit zijn volgens mij de drie boeken die je absoluut gelezen zou moeten hebben:’

‘Als eerste boek: Een ontgoocheling van Willem Elsschot. Omdat het op een bijna tastbare manier een wereld oproept die nu niet meer bestaat: het Antwerpen van honderd jaar geleden. Het Antwerpen van mijn groot- en overgrootouders. Omdat het begint met een magistrale openingszin en eindigt met de mooiste paragraaf die ik ooit heb gelezen. Omdat het in nauwelijks zestig pagina’s zoveel thema’s bestrijkt. En omdat een vriend van mij, die twintig jaar geleden zelfmoord pleegde, nachtenlang “Meneer Dubois heeft het mooist gesproken, moeder’ – een essentiële zin uit Een ontgoocheling – kon debiteren. Dit om de schijnheiligheid van een bepaald soort mensen te onderstrepen.’

‘Mijn tweede keuze is Out Of Sheer Rage van Geoff Dyer. Een onwaarschijnlijk geestig boek over wegzinken in een diepe depressie en over uitstelgedrag. Schijnbaar gaat het over een mislukte poging om een wetenschappelijke studie over D.H. Lawrence te schrijven – en tegelijkertijd zegt Dyer ongelooflijk interessante zaken over Lawrence. Maar het gaat ook over Dyers dagelijks gevecht tegen verveling. Out Of Sheer Rage is op een onderkoelde manier bijzonder humoristisch en tevens is het stilistisch briljant.’

‘En het derde en laatste boek dat iedereen gelezen zou moeten hebben is: The Long Goodbye van Raymond Chandler. Omdat het waanzinnig goed is geschreven. Elke paragraaf fonkelt. In elke paragraaf schuilt humor en melancholie. Het is een detective met de mooi benaamde Philippe Marlowe in de hoofdrol. Maar tegelijkertijd snijdt Chandler alle grote thema’s aan: alcoholisme, gebroken huwelijken, vriendschap, ontrouw, liefde, verslavingen, twijfel. Als ik de rest van mijn leven nog maar één boek zou mogen lezen laat het dan The Long Goodbye zijn.’

Dit palaver is geëindigd.

Uit de biecht (vangst #271)

De redactiechat van Aanlegplaats is meestal een rustige plek. We hebben het over blogs en gastvissers, maken afspraken voor een fysieke vergadering (zou het dit jaar lukken?) waarop we weer realistische voorstellen zullen doen die dan in de nevelen van onze gecombineerde procrastinatie zullen verdwijnen.

Achteloos zullen we zo straks onze duizendste vangst en zeventigste verjaardag vieren, waarna, dat gaan we merken, een tijddeurtje open zal klappen. Jan-Paul van Spaendonck brengt verslag uit.

Er fietst een man voorbij. Een magere, grauwe zeventiger met pluizig, slecht geverfd haar die, voorovergebogen over zijn racefiets, hardnekkig in de eeuwige jeugd wil geloven, of liever, in het niet bestaan van de ouderdom. Ik herken mijn jeugdvriend D. maar roep hem niet aan. Een tegenzin welt in me op als ik denk aan het toneelgesprek dat we gaan voeren nadat hij mij herkend heeft. Dit alles, herkenning, weerzin en de reden ervan, gaat in een woordeloze flits door me heen.

Uit: Tijddeurtje en vrije meter op Voorheen Rookzanger

Maar soms neemt het volume van onze digitale stemmen toe, worden we weer jong en enthousiast als nooit tevoren. Dan hebben we het over boeken en schrijvers. Dan zijn we een leesclub – een verschijnsel waaraan ik nog nooit in levende lijve heb deelgenomen. Ingrid van der Graaf wel. En daarom leest ze Niemand kan terug, van Alba de Céspedes. En omdat zij daarover schrijft, lees ik dat boek nu ook. Nu u nog, want het is echt ouderwets mooi (nu ja, het was héél modern toen het verscheen, in de jaren ’30 van vorige eeuw).

Wie de wereld wil veranderen, moet boeken bestuderen, lezen, beredeneren, lezen, onderzoeken, lezen, ontdekken, enzovoorts. Lezen om op eigen kracht een gedachte, een idee onder woorden te kunnen brengen. Dat is wat ze doen deze jonge vrouwen, liggend en rokend op bed of rond de tafel geschaard. Nachtenlang praten ze over hun ambities, hun ouders, sommigen lopen weg van het internaat om hun eigen geld te verdienen, of zoeken de liefde bij getrouwde mannen. Alles in het kader van onafhankelijk willen zijn.

Uit: Geen weg meer terug op Werk in Uitvoering

En als het stilvalt in de redactiechat, stelt altijd wel iemand de vraag: hoe zou het met Vitalski zijn? Wel, goed zo blijkt, want hij heeft een nieve auto, maar eigenlijk ook niet zo goed: ik ben eenzaam vrienden, ik streel jullie langs deze blog.

nét op dié dag, waarop je je auto éindelyk, maand na maand, hebt afbetaald, net op dàt kwartier is die opeens exact zodanig versleten, dat je er een nieve moet gaan halen. je kan dus niet uitroepen: “ik heb een nieve auto gekocht,” zonder eerst heel stilletjes te fezeleen: “myn afbetaal-plan heeft opnieuw een ‘resetje’ gedaan.”

Uit: State of being van 24 naar 25 avril 2026 op VitalskiBlog.

Als extra’tje deze week een gedicht van Viktor Frölke, door hemzelf voorgelezen:

Kamiel Choi

Kamiel Choi is een dichter en schrijver uit Nederland die is afgericht als filosoof. Hij werd geboren in Nederland en sterft in een nader te bepalen land. Daartussenin werkt hij als schrijver en humorist.

Ik geef toe, normaal hebben we het niet zo voor mensen die hun bio in de derde persoon schrijven. Maar voor Kamiel Choi maken we graag een uitzondering.

Zijn site (en zijn niet geheel overlappende substack) zijn een schatkamer vol proza, poëzie, interviews, humor en scherpe gedachten. Vol zelftwijfel, zoals het hoort:

Als ik “Hulp bij het denken” verkoop voelt het soms als ik “hulp bij het plassen” aan de man moet brengen. Wat dénkt-ie wel?

Wereldburgers op dinsdag (vangst #270)

Wat blijf ik het een genoegen vinden om door de ironische blik van Philippe Clerick naar de actualiteit te kijken. Zo was er recent veel te doen rond de voorstelling Sancta. Er waren, zo gaat dat, voor- en tegenstanders van de opvoering. Een vurige tegenstander was, meen ik me te herinneren, bisschop Bonny. Van diens opiniestuk in DS maakte Philippe op onovertroffen Clerickiaanse wijze brandhout.

Even veel genoegen beleef ik aan de introspectieve blik van Katrin Van de Velde die op haar blog In caso di nebbia in rijkgeschakeerde verhalen een inkijk geeft in haar diepste zielenroerselen.

Een nieuwe stem in onze bloghaven is die van de nomadische Kamiel Choi en zijn stem klinkt meteen vrank en vrij en lichtjes uitdagend. Zoals de stem van een dichtende wereldburger behoort te klinken.

‘Het beste aan Johan Bonny’s stuk (DS 1/4) over de ‘Sancta’-voorstelling is dat hij het gewoon in de krant plaatste, en niet op de radio voorlas. Dat zalvende katholieke toontje van hem is onverdraaglijk. ‘Leren ze dat op de priesterschool?’ vroeg mijn vrouw onlangs. En niet alleen de Vlaamse katholieken hebben dat. Als je op France 2 een mis hoort opdragen, hoor je het zelfde toontje dat onvermijdelijk de indruk van schijnheiligheid wekt.’

Uit: Bonny over Sancta van Philip Clerick

‘Hoe jij me draagt. Al twintig jaar het leven met me oefent.
Na ons gesprek waren mijn oksels klam, viel het namiddagzonlicht me net iets zwaarder dan anders.
En dan heb ik je niet eens gezegd dat ik, eigenlijk wel, gelukkig ben. Dat ook.’

Uit: Woensdag 25 maart van Katrin Van de Velde

Maar goed, Cees. Ieder heeft zijn eigen Cees en dit is de mijn. Op zijn vijfenzeventigste nog op de motor door Patagonië in de voetsporen van Bruce Chatwin (ik vraag me af of Cees Werner Herzog heeft gekend). In zijn laatste levensfase op Menorca waar hij ’tingelingeling’ riep tegen zijn verzorgende eega wanneer hij bijgeschonken moest worden. Als handtastelijke boyfriend van Liesbeth List. Als Neerlands hoop voor de Nobelprijs omdat hij internationaler is dan Harry en Hugo (onder ons gezegd, ik vind hem iets te licht: hij begreep zichzelf in de eerste plaats als dichter, maar hij is geen Tranströmer (op wie hij een beetje lijkt) of Miłosz).’

Uit: Allerzielen van Kamiel Choi

Of gewoon blijven zitten (vangst #269)

To rust or not to rust? Dat is deze week de vraag op Aanlegplaats. Enerzijds is daar het kamp van de avonturiers. Zo is Ingrid Vanderkrieken onlangs ondanks zichzelf begonnen als (Duitstalige!) gids in een zinkmuseum. En deed Herman Loos mee aan een ultraloop (spoiler alert: het was vreselijk en hij gaat het gewoon nog eens doen). Aan de andere kant hebben we Marita, die laat zien dat onrust ook vanzelf over kan gaan. En tenslotte beschrijft Bo Vanluchene op wonderschone wijze hoe die zich na tal van verhuizingen en veranderingen alsnog voelt ‘alsof je vastzit, slechts half uit de cocon geklauterd’. Om daarna het concept van worden in vraag te stellen.

De volgende dag geraakte ik lichtjes in paniek en, zoals dat hier nogal eens gaat, begon ik mijn man verwijten te maken. Waarom had hij me niet tegengehouden? 

Uit: Nooit op Rimpelingen

Aan de Leuvense Vaart, ergens rond kilometer vijfendertig, had ik gevoeld dat op mijn rechtervoet, tussen de grote en tweede teen, een blaar zich vormde. Op de trappen onder het station van Herent, aan kilometer vijftig, voelde ik hem openspringen.

Uit: De loop is lang, de idioot onervaren op Here comes Herman

Onrust die ervoor zorgt dat ik dan toch maar eens in actie kom. Met babystapjes. Eerst de rotte raamkozijnen laten vervangen, dan verhuizen. Of toch eerst een andere baan zoeken en dan pas gaan verhuizen. Of gewoon blijven zitten waar ik zit. Dat kan ook nog.

Uit: Onrust op Marita’s overpeinzingen

Het gaat zo. Je bent 12,5 jaar oud wanneer die 0,5 nog belangrijk is, en je trekt naar het eerste middelbaar. Je kiest een school waar niemand van je klasgenootjes voor kiest. Het is de eerste keer dat je aanvoelt dat je iemand anders kan worden.

Uit: Over verhuizen en veranderen op Bo Vanluchene in Londen

De vangst van Alexander Deprez (vangst #268)

Beeld: Valle de Viñales, Cuba van Alexander Deprez 

Terwijl de lente nu echt begint te doen alsof hij of zij lente is, kiest Alexander Deprez stukken van Julie Cafmeyer, Katrien Scheir en Lies Jo Vandenhende. Je zou kunnen stellen dat ze allemaal over identiteit gaan. Julie Cafmeyer wil parttime iemand anders zijn, zoals een acteur tussen de kantooruren Hamlet repeteert en Estragon wordt in avonddienst. Wat behoort je toe, wat niet. Wat is al ontdekt en wat blijft verborgen. Je kan een smos kaas bestellen bij een toppianist. Misschien schuilt er in de secretaresse van de CEO een revolutionaire activiste. Wat zijn de contouren. Vloeibaar of vast? Natuurlijke grens of scherpe lijnen? En nog iets met waarheden die kunnen botsen zoals donderwolken. Voilà.

Ik ben ingegaan op een vacature om parttime iemand anders te zijn. Een kunstenares met een writer’s block is op zoek naar iemand die haar wil vervangen. De gekozen kandidaat zal haar kunstenaarspraktijk overnemen en keuzes maken die zij niet meer kan maken, de woorden geven die zij niet meer vindt.

Uit Open sollicitatie van Julie Cafmeyer

Wordt alle talent altijd ontdekt? Komt het altijd naar boven of blijft dat uiteindelijk iets voor kindjes van rijke ondernemers, professoren literatuur en operazangers? Stel je voor dat ik talent heb om te ontdekken (scheepswrakken, klavertjes vier op Mars of meteorietinslagen) maar dat ik dat nog niet heb ontdekt. Wat is het nut van een onontdekte ster, een lichtje dat op zichzelf wat hangt te schijnen. Moet alles zich manifesteren? Heeft alles behoefte aan applaus?

Uit De pianist die broodjes smeerde van CatherineCiseaux

Als je jouw waarheid uitspreekt, en als die waarheid te veel raakt aan die van een ander, dan bestaat de kans dat jou het zwijgen wordt opgelegd. Dat je wordt bedolven onder verwijten, kapotte gedachtegangen, verwrongen herinneringen, tot je niet meer weet welke gedachte jou nog toebehoort en je begint te twijfelen of het wel waar is wat je zojuist hebt gezegd. Het wordt niet verdragen dat je eenzijdig het verhaal van een ander verandert. Het vernietigt alle hoop. Kromme waarheden bestaan om niet nog meer te verliezen dan je al verloren bent.

Uit Winnaar Hooray for the Essay 2026 – Wat zo is van Hard//hoofd

Alexander Deprez, het interview

Wij ontmoeten elkaar ‘s ochtends in de l’Entrepot du Congo aan de kaaien. Menselijk plekje aan het stuk Zuid dat nog niet veranderd is in een Minecraftwijk. In de wandspiegeltjes zie ik dat Alexander er al zit. Dat ik mijn haar had moeten kammen. Dat het nog vroeg is voor een vol café en ook te vroeg voor mij. Al start je de revolutie best ’s morgens natuurlijk.

Handen rond een potje thee. Chocolaatje smelt in gekke vorm. Zachte uitdrukking op het gezicht van de te interviewen man. Geen macho is mijn indruk, geen driftige betweter. Gewoon gentle stoer. Naast hem een boek en een baret. Maar zo is wakker worden toch eigenlijk helemaal niet heel erg.

Ik probeer iets over het weer. Maar vrijwel meteen gaat het over de toestanden in de wereld. Ons wereldje en de wereldplaneet uiteindelijk. Ruzietjes en oorlog. Trauma. Hebzucht. Constipatie. Hoe we dat gaan oplossen. We bestellen alvast nog thee. Hij is vegan geworden, drinkt geen druppel alcohol meer. Kijkt de zaak nuchter aan.

Alexander Deprez (° 1995) is een veelzijdige Belgische kunstenaar, actief als fotograaf, film- en theatermaker, schrijver en muzikant.

Hij brak in 2025 door met zijn debuutroman ‘Prins Albert. Prelude van een communist’ .
Een rauwe, eerlijke reconstructie van zijn jeugd: deels opgegroeid in een arbeidersmilieu langs vaderskant, dat getekend werd door klassengeweld. Een vader die worstelde met alcohol. Alexander zoekt in zijn boek naar hoop, verlossing.

In het theater- en filmcircuit is hij eveneens actief: in 2024 stond hij aan de basis van de satirische voorstelling/film Edelweiss Piraten, een maatschappijkritisch werk dat de opkomst van extreemrechts onder de loep legt. Daarnaast maakte Deprez deel uit van het kunstenaarscollectief ZUIDPARK, met wie hij in 2020 meewerkte aan de performance The Importance of Being Flemish, een gewaagde, experimentele theaterproductie die de Vlaamse canon en identiteit in vraag stelt.

Op muzikaal vlak vormt hij samen met zijn vrouw Sarah Neutkens (Nederlands componist, pianist, schrijver, kunstenaar) het duo Sasha le Fou & Tippi Parade. In 2025 brachten ze hun album Jean Mémoire uit, een eclectische mix van muziek, taal en maatschappelijk engagement.

Nog een thee of een latte? Tijd voor vraag één uit onze gekende vragenreeks.

Een blog. Waarom heb je er zelf (g)een?

Sinds een half jaar publiceer ik mijn stukken op Substack. Mijn vrouw, Sarah Neutkens, was er een begonnen om te ontsnappen aan de vluchtigheid en de ‘likes-gedreven’ mentaliteit van sociale media. Zij inspireerde me om zelf een blog aan te maken waar ik mijn literaire werk kan verzamelen. De politieke inhoud van ons werk wordt ons door de reguliere media niet altijd in dank afgenomen, waardoor we steeds vaker op zoek moesten naar alternatieve platformen. In die zin is zo’n blog ideaal: je behoudt de volledige controle over wat je publiceert en kunt zo elke vorm van redactionele censuur omzeilen.

Knoeien met de verpakking van het koekje. Detoxen is voor morgen pas.

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen, en waarom?

Niet zo lang geleden ontdekte ik het werk van Charles Ducal. In zijn boek Koude oorlogsbuit maakt hij op gevatte en vaak humoristische wijze brandhout van enkele hardnekkige politieke mythes die ons wereldbeeld in het kapitalistische Westen bepalen. Een blog van zijn hand zou ik dus zeker kunnen smaken.

Daarnaast zou ik iedereen de blog van mijn vrouw Sarah willen aanraden; zij weet verfijnde politieke analyses en cultuurbesprekingen op een unieke manier te verweven met persoonlijke dagboekfragmenten.

Koekkruimeltjes op tafel verzamelen. Smikkelen naar zoet. Ik kreeg niet alle schuim uit mijn mok gelepeld. Kleine tantaluskwelling.

Wij bij Aanlegplaats zoeken er al een tijdje naar: wat maakt een blog echt goed?

Ik ben zelf geen blogexpert, dus een eenduidig antwoord moet ik schuldig blijven. Persoonlijk verkies ik boeken boven blogs, simpelweg omdat ik liever van papier lees dan van een scherm. Dat is overigens geen kritiek op het medium zelf of op de liefhebbers ervan. Integendeel: zoals ik al zei, vind ik het een uitstekende zaak dat schrijvers dankzij blogs de vrijheid krijgen om hun werk direct, zonder tussenkomst van een filter of tussenpersoon, met hun lezers te delen.

Lang leve het ongefilterde.
Lang leve Alexander. Tijd voor revolutie.