Het ruisen van de weg (vangst # 37)

Het leven is een strijd.

Of je nu kijkt naar de wereld rondom je, zoals Pascal Cornet, en tot een bijna eindeloze maar toch onvolledige opsomming van problemen komt, of naar je eigen wereld, waar moeders sterven en er verder ook niet veel vreugde te rapen valt, zoals bij Kotsen op woensdag.

Misschien kan de literatuur ons nog redden, betoogt Jan van Mersbergen in een bespreking van Willy Vlautin’s recentste boek. En dat deed me weer denken aan een optreden van Richmond Fontaine – de band waarin Willy Vlautin eerder zijn creativiteit uitgedrukte – in de kleine zaal van de Arenberg, Antwerpen. Een stel Amerikanen die vermoeid een set vol prachtige songs afhaspelden, het einde van de wereld enkel afgewenteld dankzij Belgisch bier en een Nederlandse joint.

Nooit eerder had ik zo sterk het gevoel in een kantelende, uit elkaar vallende wereld te leven. Een eindtijd. (Ik hoor al schamperen dat ik een apocalyptische klimaathystericus ben, een narcistische leedzwelger.) Ik ben bezorgd, voel me in deze tijd niet meer thuis.

Uit: Notitie 10: Alles valt uit elkaar van Pascal Cornet

Ik voel hoe ze in mijn hand knijpt en zegt dat ik gezond moet eten. Een traan rolt van mijn wangen, terwijl ik haar beloof om alles te doen wat ze me vraagt. De zoveelste leugen die de dag niet kouder maakt. Vijf minuten later sta ik buiten zonder haar. Ik voel hoe de wind van mij langzaam een wees maakt

Uit: Woensdag 20-10-21 van Kotsen op woensdag

Het gaat echt vreselijk mis en de vele bijfiguren zijn allemaal gestoord, narcistisch, aan de speed, of psychopaat. Toch leef je mee, met al die figuren. Hoe dol ze ook zijn. Het zijn in deze roman allemaal mensen. Die kansen zoeken en ze grijpen, en soms misgrijpen, dat is het verhaal. En de oorzaken liggen veelal achter de personages, in het verleden. ‘Ze had in haar korte leven zo veel kapotgemaakt dat ze wist dat ze niet nog meer kapot kon maken.’ Alsof dat besef rust en vertrouwen zou geven.

Uit: willy vlautin – de nacht valt altijd van Jan van Mersbergen

Chocopasta is altijd een beetje liegen (vangst # 36)

Oh, de blog! De plek waar we helemaal onszelf kunnen zijn. Niet in het minst omdat we er zo heerlijk kunnen liegen. Rustpunt in tijden van fake news.

Er is niet één waarheid – en er is ook niet één leugen. Dat bewijst de vangst van deze week. Je kunt gewoon blijven ontkennen, zoals kleine Brollie doet. Je kunt jezelf bewust een leugen voorhouden, daar chocopasta op smeren en er zalig in wegzinken, zoals Ingrid Van der Krieken doet. Je kunt gaan geloven in de leugen die je wordt opgedrongen, zoals Erik van de Sprekershoek van de Schrijverij deed.

Wanneer ik vraag of hij een poffertje van het bord van zijn broer genomen heeft, ontkent hij. Staalhard. Hij wil wel meedenken. Misschien was het een vogel?

Uit: Brollie & Broomie Discover the Power of the Dark Side van Brollie, Broomie, and me

In een lange, gebloemde jurk met sneakers eronder flodderde ze aan ons tafeltje voorbij. Hoe belachelijk, dacht ik en draaide nog net niet met mijn ogen, de zoveelste die aan het hedendaagse modebeeld wil beantwoorden en niet met die kleren staat. Toch maakte ik me ook wat ongerust. Misschien was ik wel de belachelijke. De eigenzinnige die absoluut niet wil meegaan met sommige trends. Iemand die graag vrouw is maar niet weet wat ze moet doen of laten om erbij te horen.

Uit: Interieur van Rimpelingen

Je was er niet lang geleden zelf een. Achter je de bruggen opgeblazen, voor je het gapende gat. Het vat der wilskracht leeg, de energievoorraad uitgeput. Elke volgende dag dreigde nog donkerder dan de vorige. Je voelt nog steeds de schaamte, de machteloosheid, het pijnlijke besef overbodig te zijn. Dat loden schuldgevoel omdat je werd betaald voor werk dat je niet deed. Je was bang en onzeker, altijd benauwd voor de deurbel, ook op vrijdagavond, de controlearts slaapt nooit. Hij hoort je vijf minuten aan en beslist dan ontegensprekelijk over de rest van je leven.

Uit: Bomma zegt nee van Sprekershoek van de Schrijverij

De laptop als hoofdkussen (vangst #35)

Nu de grenzen geopend zijn, kan er weer gereisd worden. Het Letterenhuis in Antwerpen reist doorheen de tijd en neemt ons mee naar het fotoarchief van Stijn Streuvels. De schrijver van De Vlaschaard was eveneens – zoals Kristien Bonheure in een enthousiasmerend stuk getuigt – een getalenteerd fotograaf. Marieke Groen drinkt op een writer’s residence met een Servische vertaalster rode wijn en prosecco en prijst zich gelukkig dat haar laptop dienst doet als hoofdkussen. Tot slot komt Chrétien Breukers, in een fascinerende opsomming, tot de gelukkige vaststelling dat hij een deur bezit waarop zijn naam prijkt.

Wat fotografeerde Stijn Streuvels zoal? Arne De Winde, curator van de expo: “Wat hem drijft is de drang om dingen vast te leggen, ze niet te verliezen, om te documenteren, te capteren. Vandaar de hoeveelheid beelden. Heel vaak zijn het geen uitzonderlijke, maar net banale beelden uit het dagelijkse leven: het spel met de kat aan het raam, met de hond, de poppen van de kinderen. Dat maakt zijn fotografie ook hedendaags, want hij legt dingen vast die universeel zijn, die ons allemaal fascineren in onze nabije omgeving.”

Uit: speelvogel van Kristien Bonheure

‘Het is toch wel opvallend,’ zeg ik dan, ‘het zijn altijd van die typische figuren in writer’s residencies, je treft er nooit eens een normaal mens aan.’ 

Nederland laat een stilte vallen.

Uit: prikkels van Marieke Groen

‘Ik loop door de lange gang op zoek naar de deur met mijn naam tot ik er ben; ik open hem en trap hem aan de binnenkant weer toe. O, de vreugde een deur te hebben met Breukers erop, de vreugde dat mijn bestaan wat dit betreft volledig klopt.’

Uit: week-35 van De Nieuwe Contrabas

De vangst van Fleur van Greuningen (# 34)

Door een verslaving aan de serie Downton Abbey, een kostuumdrama over het wel en wee van een aristocratische Engelse familie aan het begin van de twintigste eeuw, ben ik opeens zeer behoeftig geworden naar het verleden. Tijdens mijn queeste naar prachtvolle frasen maakte mijn hart gloedvolle sprongetjes bij ontwaring van historische wetenswaardigheden op diverse bloggerijen. Een mijn bij Sommerland van Marianne van der Gulik, scheepsbiscuits in Notulen bij het ongetemde van Anne Broeksma en een flic ou voyou (on sais jamais!) bij Ruud Verwaal. Vanuit de tekstuele weelderigheden in deze digitale notitieboeken ontspon zich het volgende destillaat, opgeduikeld uit het verleden, badend in kaarslicht, schommelend op golven van stroperige olieverf:

DE EMMA was een monster. Ze had vier schachten, negen koeltorens en zesduizend knechten onder de grond. Aan de Emma kon je niet ontkomen: ze lag naast je achtertuin, ze drong in je huis, ze zat in je lijf en ze kroop in je longen. Je hoorde haar kooien in de schacht, de kolenkarretjes op de rails en je rook haar zoetige zweet dat als een deken over alles heen lag. Er hing altijd vocht rond de Emma. ’s Nachts leek de verlichte en met mist omfloerste mijn uit een andere wereld te komen: een rommelend, piepend, schurend en sissend organisme, dat zich dampend in de bovenwereld drong. De Emma sliep nooit, ze wroette onder je bodem, ze beulde je af en ze vrat je op.

Van: Sommerland

Schubdieren zijn notoir moeilijk in gevangenschap te houden, laat staan in de zeventiende eeuw via een schip levend in Europa te krijgen. Zelfs diersoorten die het nu goed doen in dierentuinen, stierven toen vaker wel dan niet aan een dieet van scheepsbiscuits. 

Uit: De geschubde Indische hagedis van Notulen bij het ongetemde

Flic ou voyou? Baron de Charlus zou het allebei kunnen zijn, zo oordeelt Marcel [Proust] tijdens de eerste indrukken die hij opdoet wanneer hij Palamède de Guermantes, die hem nauwelijks ziet staan, in Balbec ontmoet.

[…]

Hij zou een boef of smeris kunnen zijn:
zijn blikken tonen niets wat hem verraadt.
Een heer van stand die erop staat
nooit af te wijken van zijn eigen lijn.

Uit: De Recherche in kwatrijnen (11) van Ruud Verwaal

“Meer blogs over rare obsessies, alsjeblieft!”

Fleur van Greuningen is kunstenaar, schrijver en kapper. Ze houdt van taal en dialogen. Deze week gaat haar voorstelling Romeo & Julia (10+), over de liefde tussen twee kinderen van rivaliserende pizzeria’s, op tournee in Nederland. Naast theaterstukken publiceert Fleur verhalen – en in het pre-Instagram tijdperk hield ze de beeldblog Spreekbeeld bij. “Aan boeken doe ik niet, veel te lang en veel te alleen.”

Maar waarom heb je dan geen geschreven blog?

“Goeie vraag. Wanneer ik nu blogachtige teksten schrijf, doe ik dat het liefst op papier. Ik zet die soms wel over naar iets digitaals, maar dan maak ik weer een vertaalslag en wordt het iets anders. Een verhaal bijvoorbeeld, dat ik instuur en niet zomaar online zwier. Wat ik voor mezelf schrijf, blijft privé.

Papier geeft mij heel veel vrijheid. In mijn notitieboekje kan ik heel gemakkelijk met tekst omgaan, zet ik er tekeningetjes bij… Op een site wordt dat dan direct weer een echte afbeelding. Ik zou een goede reden moeten hebben om dat om te zetten naar een blog.

Nu, ik ben net terug van een tripje naar Berlijn. Daar begon ik ineens in thema’s te denken, ik schreef korte tekstjes over bijvoorbeeld ‘romantiek’ en ‘oppervlakte’. Misschien is dat iets voor een blog.”

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen, en waarom?

“Iedereen eigenlijk. Omdat je iets van jezelf openbaar maakt, creëer je een ander (talig) bewustzijn. Dat is verrassend. Voor mijn persoonlijk plezier zou het goed zijn moesten er meer mensen met niche-obsessies gaan bloggen. Ik vind het zo tof om mensen enthousiast te zien over iets waarvan ik denk: ‘Huh?’ Laatst hoorde ik een grafisch ontwerper over een boek van 500 pagina’s gevuld met wapenschilden, voor een wapenschildvereniging. Waar hébben die het over? Ik vind het heerlijk om een compleet andere taal te lezen, of beter: te ondergaan.”

Wat maakt voor jou dat een blog echt goed is?

“Dat ik verrast word. In de inhoud, maar ook in de vorm. Dat zul je ook zien in mijn vangst. Zo’n Sommerland, die pakt de vrijheid op de blog. Een persoonlijke stijl doet ook veel, net als persoonlijke interesses. En daar dan liefst veel te ver in doorschieten. Ja… en de tekst mag ook niet te lang zijn. Het blijft een blog.”

Donder en blik (vangst # 33)

De blik van de ander. De bezitterige, oordelende blik.

In de vangst van deze week vertelt Katrin Van de Velde over hoe zo’n obsessionele blik het leven helemaal onmogelijk kan maken – in dit geval voor wie hem heeft. Caro Van Thuyne – stem haar chitterende debuutroman ‘Lijn van wee en wens’ naar de publieksprijs van de bronzen uil – heeft het over hoe die blik het voorwerp ervan in een keurslijf, een korset dwingt. Altijd weer. Katrien Scheir bereidt zich dan weer monkelend voor op uw blik, tijdens de voorstelling van haar eerste roman, ‘De man van het licht’.

Toeval dat net drie vrouwen schrijven over de dwingelandij van de blik van de ander? Ik denk het niet …

De laatste keer dat ik hem zag, zal een jaar of tien geleden zijn. Ook toen ging het al even niet goed met hem. Hij was in behandeling voor zijn drugsverslaving en voor zijn Katrinverslaving. Vòòr die laatste verslaving, waren we gewoon vrienden. We bezochten samen concerten, musea, parken, feestjes. Op een van die feestjes had ik aan een andere vriend gevraagd: ‘G. zal toch niet verliefd op me zijn, hè?’ De vriend antwoordde monkelend: ‘Hij weet het zelf nog niet.’ ‘De blindeman!’ brieste G. daar later over. Zijn verliefdheid nam immers een aanvang bij de eerste blik die hij op me wierp, en sindsdien dacht hij elke dag de hele dag aan me. Zeventien jaar lang.

Uit: woensdag, 22 september 2021 van Dagvinder

Uit mijn tweede boek, een roman, heb ik alle overtollig vet weggesneden. Wat overbleef was een geslepen veelkantige kern van rauwe rouw en liefde die niet opgeeft. Het bleek een boek waaraan je je als lezer ofwel volledig kon overgeven, of dat je uitspuwde omdat je er geen controle over kon houden. Manisch. Agressieve geilheid. Vlammende intensiteit. Te veel van het goede. Lezers botweg uitsluit. Onorthodox. Exuberant. Vergt veel van de lezer. Tè verregaande vormen. Pathetiek. Expressief en experimenteel, maar ook theatraal en bombastisch. Roman waarin het de schrijver niet lukt werkelijk in dialoog te gaan met de lezer. Het vlees puilt uit je korset, vrouwmens.

Uit: Mijn nieuwe BFF van Caro van Thuyne

Meer lijstjes en meer van alles

De ondraaglijke lichtheid van een chihuahua (vangst # 32)

Eten, gegeten worden – of je portie vlees aan de katten geven, terwijl je zelf op een vegaburger kauwt. Ja, wij houden van dieren op de redactie van Aanlegplaats. Daarin worden we gevoed door onze bloggers, die evenmin kunnen weerstaan aan de vrolijkheid en de ongrijpbare evidentie van het dierenrijk.

Ben de Graaf laat ons kennismaken met de bruine chihuahua Jimmy, die zijn linkervoorpootje mist. Vitalski geeft een beschrijving van de damagni en de damoet, waar geen speld is tussen te krijgen (niet dat we dat proberen, na zijn prachtige videoboodschap van vorige week). ‘Als je zegt dat een “damagni” een dier is, dan ziet volgens my niémand daar een plat en traag geboren kruipdier in.’ Nu jullie. Of nee, eerst Arne Schoenvuur. Hij omschrijft hoe het allemaal begon.

Zijn baas vertelt me het levensverhaal van Jimmy. Hij is nog maar net verwelkomd als nieuw gezinslid, als de baas gaat slapen op de bank. Het hondje gaat bij hem zitten, vlak bij zijn gezicht. Als de baas wakker wordt, kijken ze elkaar op de afstand van een paar centimeter recht in de ogen. De baas schrikt ervan. Jimmy ook. De jonge hond schrikt zo erg dat hij pardoes achterovervalt, tussen de bank en de tafel. Hij valt zo ongelukkig, dat hij zijn linkervoorpoot breekt.

Uit: Op drie pootjes van Ben Tekstschrijver

zoals je in het begrip “damoet”, als je dat woord gewoon ziét, byna niet anders kàn dan een soort van olifant voor je uit te zien, vanwege de evidente overeenkomst met “mammoet”, zo kan je vervolgens in het woord “damagni”, eventueel, een gezwind, lenig, kangoeroe-achtig dier voor je uitzien…

Uit: damagni/ damoet van Vitalski blogt

Van vinnen, vingers of tenen

Was nog geen sprake.

We werden, zelf

Louter onbegrip, volkomen

door de wereld begrepen.

Uit: Zwaartekracht van Dit hoeft niets te worden

Het leven is geen ruimtereis (vangst # 31)

De verbindende factor tussen de drie blogposts deze week is: terugblikken op kleine en grote kwetsuren. In een woedend stuk fileert Merel de Vilder Robier de zoektocht van twee gladde handelsreizigers naar de grenzen van het universum en van hun uitdijend ego. In zijn immer snedige en pakkende stijl probeert Jan Devriese de eindigheid op gepaste afstand te houden. En tot slot archiveert Dennis Pauwels in schitterende dichtregels het afbrokkelende heden.

Twee wereldvreemde, opportunistische geesten die hun asociale acties verpakken in een opgeblonken, diffuus discours.

De éne van ecologiëgem, de andere van “Merci aan al de lijfeigenen die ik uitbuit. You are the best!”’

Uit: uit-het-dagboek-15 van Merel de Vilder Robier

Twee: morgen is het twintig jaar geleden dat terroristen in de Verenigde Staten volle vliegtuigen in iconische gebouwen boorden. Men noemde ze zelfmoordterroristen. Die benaming is een schandvlek op de krijsende ziel van elke ondraaglijk gepijnigde, ontroostbaar wanhopige, godsgruwelijk eenzame mens die de dood niet langer als een probleem, maar als een oplossing ziet. Omdat, samen met alles, ook Het stopt.

Uit:  bel De week van Devriese

Mijn kijken, tot dusver ongeslagen en
van zomeren voldaan, beantwoordt niet langer aan
mijn reeds gevonden, maar buigt zich naar je
nieuwe taal, een gestruikeld woord
,’

Uit: op-je-3de-verjaardag Brieven aan mijn zoon

De vangst van Rob van Essen (# 30)

Noot van de redactie: waarom het plezier van het vissen altijd voor onszelf houden, dachten we na een bijzonder vermoeiende redactievergadering. Als we daar nu eens iemand anders een plezier mee zouden doen … En zo vindt u vanaf nu elke maand een vangst van de week, samengesteld door een gast. Niemand minder dan Rob van Essen bijt de spits af! (u vindt ons korte interview met hem hier)

Sinds de eerste lockdown verblijf ik het overgrote deel van mijn tijd in Brussel, reden te meer om Tanja Wentzels blog De rode valies te volgen. Verslagen van wandelingen, ontmoetingen – een blog over het kleine, maar dan dat kleine waarachter altijd de grote dingen schuilgaan.

“Er is veel gestorven de laatste tijd. Dat zie je op het plein. Meer dan anders staan er kramen waar de inhoud van leeggemaakte huizen zonder sorteren in dozen is gegoten. Van vakantiesouvenir tot vingerhoed, van waspoeder tot wereldatlas, van zeepje tot zoutvaatje. En veel foto’s. Van doopverjaardagstrouwkerstfeestenvakanties. Voorbije blije momenten.”

Uit: Geluk, De Rode Valies

Altijd verrassend is het blog van schrijver Viktor Frölke, die, hoe laconiek hij ook naar de wereld kijkt, zichzelf nooit spaart  (en die wereld soms ook niet). Over het schrijverschap, het gezinsleven, vriendschap. Typt graag op oude machines, de laatste tijd ook veel poëzie:

Bij het weerzien op het familiefeest stopt mijn moeder me/ Een gouden tasje in de hand met daarin een weerbarstig manuscript,/ Een bestseller met koffievlekken op snee,/ Alsmede twee onderbroeken, donkerblauw, van mijn vader.”

Uit: De onderbroeken van mijn vader, van Viktor Frölke

Marieke Groen blogt sinds jaar en dag over wat ze meemaakt en wat ze ziet, en dat doet ze zo laconiek dat je bijna zou vergeten hoeveel emotie en melancholie onder die toon schuilgaat. Dit is een blog zoals die misschien wel moet zijn: geschreven door iemand die zich juist door dat schrijven staande houdt, met een goed oog dat niets als vanzelfsprekend beschouwt, niet in de laatste plaats haar eigen leven.

Het stoplicht sprong op groen en we staken over. Toen ik afsloeg hoorde ik achter me iemand gillen. Oehoehoe, klonk het. Ik remde, stopte en zag nog net hoe een oudere dame van haar fiets viel. Eigenlijk was het niet echt vallen, het was meer alsof ze het opgaf. Ze liet haar stuur los waarna de fiets opzij viel en zij zichzelf op het asfalt liet zakken.

Uit: Monster, van Marieke Groen

Rob van Essen, het interview

Noot van de redactie: waarom het plezier van het vissen altijd voor onszelf houden, dachten we na een bijzonder vermoeiende redactievergadering. Als we daar nu eens iemand anders een plezier mee zouden doen … En zo vindt u vanaf nu elke maand een vangst van de week, samengesteld door een gast. Niemand minder dan Rob van Essen bijt de spits af! (zijn vangst krijgt u dinsdag, nu alvast een kort interview)

Het is alweer van 2019 geleden dat Rob van Essen met De goede zoon de Libris literatuurprijs won, en op 2 november verschijnt zijn nieuwe roman, Miniapolis. Tussen die romans in publiceerde hij met Een man met goede schoenen een verhalenbundel waarin attente bloglezers stukken herkenden die eerder op reddend zwemmen verschenen.

Er is dan ook niemand die we liever als eerste gast in ons havencafé ontvangen dan deze beminnelijke geadopteerde Brusselaar.

We stelden hem wat vragen, waarop we de antwoorden graag vandaag al met je delen, en dwaalden door onze haven, waar hij terloops een geweldige vangst van de week bovenhaalde – en die krijg je gewoontegetrouw op dinsdag.

foto (c) Henri Verhoef

Waarom heb je zelf een blog? (reddend zwemmen, genoemd naar de titel van zijn debuutroman)

Ik ben mijn blog ooit begonnen om korte observaties te delen, korte verhalen uit te proberen (een aantal daarvan heeft een bundel gehaald), recensies te delen die ik voor NRC Handelsblad schreef en te reageren op (literair) nieuws. Nu gebruik ik het blog meestal voor wat langere stukken.

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen, en waarom?

Ik merk dat in de loop der jaren de functie van blogs deels is overgenomen door facebook. Ik zie dat tenminste bij mensen van ongeveer mijn generatie: die plaatsen langere stukken op facebook die vroeger in een blog zouden zijn terechtgekomen. Voorbeeld: de Nijmeegse hoogleraar Jos Joosten, schrijver en docent Rutger van Eijken. Die hoeven dus eigenlijk geen blog meer te beginnen. Ik zou vooral nieuwsgierig zijn naar blogs van politici, of van mensen uit de top van het bedrijfsleven, wier bestaan een raadsel voor me is maar dan eerlijk, zonder propagandistische bedoelingen.

Wij, bij Aanlegplaats, zoeken er al een tijdje naar, en we krijgen het maar niet scherp: wat maakt dat een blog echt goed is?

Als je je op een gegeven moment realiseert dat je al een tijdje niets van een bepaalde blogger hebt gelezen, is dat een indicatie dat hij of zij goed bezig is. Of als je er iets van opsteekt over een wereld die je niet kent.