Hup, in je context! (vangst #65)

vandaag vragen deze drie items om uw aandacht. zij ook al.

Eigenlijk vier items zelfs, want ook bovenstaande werd gevangen in onze haven. Het vormt de introductie tot enkele boeiende inzichten van ‘poëtisch werker’ Dirk Vekemans en werden door ons hier schaamteloos uit de context gehaald. Gewoon omdat het goed uitkwam.

En dat is dus exact waar de drie items van vandaag tegen strijden. Zij plaatsen alle drie, op zeer uiteenlopende manier, de zaken opnieuw in hun context. Marc Vanfraeghem doet het met de veelgeciteerde waarschuwing van Juvenalis, over het gevaar van een lange vrede. Blijkbaar waarschuwde de Latijnse satiredichter niet voor de gewenning aan weelde in het algemeen – nee; hij waarschuwt voor de zeden van de Romeinse vrouwen, die zich zonder oorlog te buiten gingen aan drinkgelagen en vreetpartijen. Gerbrand Bakker lijmt voor ons de verschillende puzzelstukjes van de carrière van de verder volstrekt onbekende acteur Peter Berkhof aan elkaar, die schittert in reclame voor én een traplift én een versterkend middel voor de ouder wordende mens. Verlies de context uit het oog en ten prooi val je, aan reclame – of aan een simplistisch wereldbeeld. Als kers op de taart zet Johan De Crom in een fictief interview met Conner Rousseau dan ook diens veelbesproken Molenbeek-uitspraak in de context. Hèhè.

Opdat de waarachtigheid – meer nog dan de waarheid – moge zegevieren.

Ware orgieën richten zij aan, tot ver voorbij middernacht. Normen en waarden – een wending die je vandaag wel meer ontmoet – ‘vervallen in een decadent genot van dronken minnen.’ Ze zien het verschil niet meer tussen een hoofd of een lies. Op weg naar huis laten zij hun draagstoel halt houden bij het oude altaar van de Kuisheid, de Pudicitia. Daar pissen zij met felle stralen tegen het beeld van de godin, en bekruipen elkaar terwijl er geen man te zien is.

Als jij ’s ochtends naar je werk gaat, trap je in de pis van je vrouw: tu calcas luce reversa coniugis urinam.

Begrijpelijk dus dat men in ernstige militaire beschouwingen zich beperkt tot het korte citaat.

Uit: Het gevaar van een lange vredestijd van Victa Placet Mihi Causa

Kijk, dat kan dus niet. Of je hebt een lift nodig om de trap op en af te komen óf je rent vanwege een versterkend product diezelfde trap op en af (en moet dan maar hopen dat iemand die lift aan de kant heeft gemanoeuvreerd). Peter Berkhof kan daar weinig aan doen, die wordt gewoon ingehuurd. Die speelt zijn rol. De vraag is hoe geloofwaardig wij reclames achten te vinden.

Uit: Lekker de trap op rennen van Gerbrand Bakker

“Beeld je in dat je als modale burger een conflict met je huisbaas wil aankaarten en je stoot op iemand met zo’n sjaal, die mogelijk nog nooit in z’n leven een appartementje heeft moeten huren. Gaat die jouw dossier eerlijk behandelen? Wij willen luisteren naar de modale Belg die zich hierbij niet veilig voelt. Ik zeg niet dat het burberrysjaalverbod er morgen moet komen, maar laat ons met alle democratische partijen het debat voeren.”

Uit: “Als ik door Brasschaat rijd, voel ik me ook niet in België” van Johan De Crom

De vangst van Vitalski (vangst # 64)

Een fijne blog is die van Jan van Mersbergen, de Amsterdammer die onder het pseudoniem Frederik Baes al diverse toffe thrillers schreef, maar die in Vlaanderen eerder gekend zal zijn om zijn diverse interviews met literatoren voor De Morgen. Al een geruime tijd publiceert hij op zijn blog met hoge regelmaat korte maar inzichtelijke boekenrecensies. Sinds kort zijn daar echter ook zijn dagdagelijkse bespiegelingen, steeds een beetje “zen” en inzichtelijk. Hopelijk gaat ie daar bedrijvig mee voort.

www.janvanmersbergen.nl

Het Leven Als Voorlopige Oplossing.

Pas echt een blog naar mijn hart. Al bezig sinds 2005, dus exact even langdurig als ik zelf, én net zo frequent aangelengd, met name quasi dagelijks. Lekker voyeuristisch, met “amateur”-foto’s uit het eigen, dagelijkse leven, recensies, en one-liners zoals deze: ‘Geen wolk te bespeuren behalve de langzaam verbredende condensstreep van een verloren gevlogen straaljager.’ Soms ook zelf vervaardigde grafiek. Dit alles aangenaam pretentieloos.

pascaldigital.blogspot.com

Beroemder is terecht de blog van de niet te volprijzen Marc Cloostermans, de geniale recensent romancier. Totaal professionele boekbesprekingen en eigen, integrale feuilletons kan je hier zomaar oppikken… In een zeer originele lay-out, bestaande uit een raster van allemaal uitdagende venstertjes…

markcloostermans.blogspot.com

Vitalski, het interview

In het land der bloggers kan er maar één de koning zijn en dat is Don Vitalski. Nieuwsgierig naar de inzichten van de Don belde ik op een mooie lentedag aan, gewapend met de drie standaardvragen van Aanlegplaats. Omdat de zon reeds uit de tuin was verdwenen, lieten we de uitnodigende hangmat links liggen en verkasten naar de bibliotheek waar het volledige oeuvre van Gerard Reve aandachtig met ons meeluisterde. 

Ik heb een zwak voor Vitalski die ik al volg sinds hij als twintiger vol dadendrang columns in de Week/Up schreef waarin hij regelmatig een donkerharige schoonheid, die je eerder in Tel Aviv zou verwachten, opvoerde. In zijn boeken en theaterstukken wisselt Vitalski moeiteloos branie, verfijning, meligheid, poëtische brille en soms hyperintelligente terzijdes af. Nooit vergeet ik de dag dat hij in een cultureel centrum in Deurne – na eerst zijn fans op de balkons te hebben begroet – het gedicht Hond vond ons tof voordroeg. Nooit heb ik in een theaterzaal harder gelachen. 

De geniale dichter en oprichter van Circus Bulderdrang wees een stoel aan, zette barokmuziek op en strooide uit de losse pols chips over de tafel uit – niet wetende dat ik dertien dagen geleden het snoepen volledig had afgezworen. Cold Turkey. ‘Ik wist niet dat je aan snoepen verslaafd kon zijn.’ Verheugd dat ik de schrijver van de encyclopedie van vreemde feiten IJsberen kunnen skateboarden iets had kunnen bijleren, luisterde ik aandachtig naar een gloedvol betoog over bloggen.

Bij het afscheid schonk Vitalski me een exemplaar van zijn autobiografie Ik slaap als een croissant. Een boek dat hij in 2011 op veertigjarige leeftijd had geschreven. Al na enkele pagina’s begreep ik niet waarom het bij verschijning de wereld niet stormenderhand had veroverd. 

‘Zolang je niet weer wanneer je sterfdatum is, kan je onmogelijk te vroeg aan je autobiografie beginnen.’

En dan geven we nu het woord aan Don Vitalski.

Waarom heb je een blog?

‘Het voordeel van een blog – en de reden waarom ik er een voer – is dat je met die blog rechtstreeks, op de ultrakorte bal en zonder een intermedium, met je fans kan communiceren. In die zin ben ik blij dat ik nog net op tijd ben geboren om van die mogelijkheid te kunnen genieten. Want altijd afhankelijk zijn van de officiële media om je ding te doen is eigenlijk de hel. Dat je nu je goesting kunt doen is fantastisch.’

‘Oorspronkelijk was het maar een middel om reclame te maken voor mijn andere producten. Mijn boeken en theaterstukken. Maar geleidelijk werd de blog een doel op zich, zelfs in die mate dat het nu ongeveer het belangrijkste is wat ik doe. Omdat ik er duizend mensen per dag mee bereik schat ik het belang ervan hoog in. Duizend man. Dat is een schouwburg vol. Ik ben er dagelijks gemiddeld bijna twee uur mee bezig en soms denk ik: wat zit je nu weer aan die blog te prutsen; maar voor een volle schouwburg zou ik ook de moeite doen om vooraf enkele uren te repeteren. En het idee dat iemand in Alaska maar op één knop moet drukken om het te kunnen lezen is fenomenaal. Wat stelt een gedrukt boekje of een optreden in Erps-Kwerps dan voor in vergelijking met een blog die je tot in Kamtsjatka kan bekijken? Mensen die nu tien zijn vinden dat geen wonder, maar ik sta nog met één been in het antieke tijdperk en zal tot mijn dood aangenaam geschokt naar dit fenomeen kijken. Voor onze kinderen is het doodnormaal. Uiteraard heb je lezers in Alaska…’

‘Het goede is ook dat de blog de veelheid aan dingen waar ik mee bezig ben synthetiseert. Mijn  diversiteit valt er op een transparante manier mooi samen. 

Ik betrap mezelf er tegenwoordig op dat wanneer ik twijfel om naar een feestje te gaan, ik toch vaak mijn jas aandoe en vertrek omdat ik dan wat foto’s kan maken voor mijn blog. Soms ben ik al vijf dagen thuis zonder dat ik het gevoel heb iets te missen, maar dan verman ik me en denk: mijn lezers gaan het leuk vinden als ze zien dat ik nog eens heb rondgehangen met den dien of den dien.’

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen?

‘Wel, veel mensen van wie ik tof zou vinden dat ze een blog zouden hebben, hebben er effectief reeds een. Zo ben ik bijvoorbeeld een grote fan van Blondie en de leadgitarist Chris Stein houdt er eentje bij. Maar toch surf ik er niet vaak naartoe, want het durft weleens tegenslaan.’

‘Maar ik ga een specifieker op het Nederlands taalgebied gericht antwoord geven. De Nieuwe Contrabas heeft een podcast en die is uitstekend maar sinds het ontstaan van die podcast is de oude blog van Chrétien Breukers – De Contrabas – waarin hij zo meesterlijk over zijn wedervaren schreef, verdwenen. Ik wil dat Chrétien Breukers opnieuw blogt. Dit terzijde. De Nieuwe Contrabas is een heel sterke podcast. Hoe de twee gastheren in het programma boeken subtiel fileren zonder ze daarom allemaal af te branden. Zo moet het. Dàt is goede literaire kritiek. Ze vertrekken vanuit een belezenheid en met een goed onderschraagde mening en zijn anti-hypocriet.’ 

‘Misschien Rudi Vranckx? Die heeft een boeiend leven.’ 

‘Maar ik vind het wel een voorwaarde dat een blog dagelijks wordt opgevolgd. Daarom is mijn overgave zo frontaal. Mensen die mij volgen weten: als ik vandaag naar Vitalski blogt surf krijg ik nieuwe prikkels. Elke fucking dag opnieuw. En dat doe ik al onafgebroken sinds 2006. Ik ben al zestien jaar lang élke dag aan het bloggen. Zou er nog iemand op aarde zijn die dat kan zeggen? Het is mijn tweede natuur geworden. Zelfs als ik om drie uur ’s nachts doodop thuiskom en de volgende dag om zeven uur moet opstaan: zelfs dan moet ik bloggen. Ik kan niet niets aan die blog doen. Dat is onmogelijk. Ik voel mij niet verplicht om te werken, maar ik voel me onbehagelijk als ik het niet doe. Ik zucht onder het onvermogen de leegte toe te laten. En dat is vreemd want ik wil het work-aholisme zeker niet verheerlijken. Ik ben eigenlijk tegen workaholics. Er zijn al meer dan voldoende boeken, theaterstukken en balletvoorstellingen geschreven dus in wezen maken al die workaholics zich belachelijk.’ 

‘Bart Van Loo zou ook mogen bloggen. Niet als wetenschapper van de Franse cultuur, maar als autobiograficus van iemand die wegkwijnt in het verre Moorsele. “Vandaag ben ik om negen uur opgestaan, heb koffie gezet en over de velden gekeken.”’

‘En Chris Van Camp moet bloggen omdat er nog altijd te weinig vrouwelijke columnisten zijn en temeer omdat zij er eentje is waar geen vernislaag op zit. Want tegenwoordig schrijven veel columnisten – naar mijn smaak – te afgeborsteld. Chris Van Camp is een gezond mannelijke columniste. Eigenlijk is het een wonder dat zij niet blogt.’ 

‘En Johan Petit natuurlijk. Die heeft een tijdje een column gehad in het tijdschrift Zone 03. Klein Jowanneke. Daarmee is hij beroemd geworden. Johan is een Louis Paul Boon-achtige schrijver die elke dag iets zou moeten publiceren.’ 

Wat is voor jou een goede blog?

‘Ik vind de meeste blogs niet goed omdat ze een té afstandelijke lay-out hebben. Eigenlijk kan je niet anders dan met het lettertype courier werken. Omdat het een huiselijk lettertype is met een literaire atmosfeer. Bovendien moet er in blogs – dit is cruciaal – als je een dubbele e schrijft zoals in ‘weêr’, op die tweede e een kapke staan én de combinatie ij moet als ypsilon worden genoteerd. Dat zijn belangrijke voorwaarden om een leesbare blog te verkrijgen. En ik meen het, want digitale teksten zijn te inwisselbaar. Ik heb een tekst voor mijn neus van iemand uit Alaska en ik druk op een knop en lees een stuk van iemand uit Lapland en die zien er eenvormig uit. Van de miljarden teksten die je nu op het internet kunt lezen is het letterlijk zo dat als er één pagina – sterker nog: één alinea – tussenzit die door mij is geschreven, dan haal je die er zo uit. Als je aan een willekeurige lezer vraagt om uit een miljard teksten aan te duiden welke door Don Vitalski is geschreven dan haalt hij die er gewoon uit. Is dat niet ongelooflijk? Ja maar: is dat niet ongelooflijk!?’

‘De echte reden waarom ik zo schrijf is dat je weerhaken moet creëeren in teksten op het internet, want je ogen glijden er anders overheen. Maar in courier én met weerhaken in de spelling hou je het oog van de lezer bij je. In het begin haken ze erop af. “Hoe schrijft die gast nu met al zijn ypsilons?” Maar je komt toch terug en na een paar weken wil je niets anders meer. In het begin lusten wij ook geen cola, maar op den duur wel.’

‘En inhoudelijk? Ja, daar heb ik ook over nagedacht. Het is extreem belangrijk dat je dàgelijks blogt. Bovendien moet je een combinatie bieden van exhibitionistisch autobiografisch actueel – dat wil zeggen: de lezer moet kunnen binnengluren in uw leven vandaag en dat in al zijn banaliteit; je hoeft heus niet met koningin Mathilde op de foto, het mag gewoon koffiedrinkend bij je moeder zijn. Maar je moet als lezer dat voyeurisme kunnen genieten. Je moet op de autobiografische schoot van de auteur kunnen gaan zitten. Dit allemaal enerzijds. Anderzijds moet het autobiografische worden overladen met culturele referenties, boekbesprekingen, politieke meningen. En die recensies mogen ook wel gelardeerd zijn van subjectiviteit. “Toen ik deze film zag had ik een koptelefoon op en was ik rijstpap aan het eten.” Terwijl ik het in de klassieke media niet kan verdragen dat een recensent zichzelf groter maakt dan de voorstelling, vind ik het voor een blog noodzakelijk. Maar je moet beiden combineren. Het autobiografische én de referenties. Als je maar een van de twee doet blijf je niet boeiend.’

Don Vitalski, de koning der bloggers

Gerbrand Bakker

Gevierd schrijver, columnist, hovenier, ondertitelvertaler en schaatsinstructeur Gerbrand Bakker schrijft meesterlijke stukjes op Gerbrand Bakker – dingetjes enzo. Hij geeft ons een directe kijk in zijn hoofd en leven, waar gedoe met boeken en schrijvers, hilarische ontboezemingen en ongezouten meningen een geniaal chaotische stoelendans doen. Met chips en nootjes!

Sigrid Kaag. Spijt als haren op onze hoofden. Wat een sof, we deden het om eventueel eindelijk eens een nieuwe minister-president te krijgen. Maar we hebben onze les wel geleerd. Strategisch stemmen is er hier in huis niet meer bij. 

Oefeningen in rusteloosheid

Hoe was je wandeling?, vroeg mijn vrouw wanneer ik ontdaan in het deurgat verscheen. Niet zo best, zei ik. Het liep niet zoals verwacht. Ik kreeg het benauwd. Bij momenten was ik volledig de weg kwijt. Mijn vrouw schudde zuchtend het hoofd. Neem volgende keer gewoon de hond mee.

Op zijn mooi vormgegeven website Oefeningen in rusteloosheid is het Koen Vandenborre die ons de weg wijst, tussen poëzie, verhalen, meningen en – onze favoriet – persoonlijke blogstukjes. Hier komen alle genres samen, door de passage van een wipschieter, de herinnering aan een voetballer, of andere innerlijke dwalingen. Laat uw hond maar thuis.

Andere woorden

Al sinds 2013 zoekt Eliane De Bleser naar andere woorden, en geeft ze ons, argeloze lezers, een inkijk in die zoektocht. Soms laat ze ons peinzend achter, zoals in een lijst van culturele hoogtepunten, getiteld Honderd – die dan stopt bij nummer tachtig.

Zekerheden zijn er niet, met andere woorden.

Een stapel slimme boeken links en een andere stapel rechts. Ik kies voor de niet-slimme en haal er een Simenon uit. Ik lees over een politieman en zijn vrouw, over een sigaar, over een kuststad en een lijk. Om een me onbekende reden stop ik met lezen en schud ik eens met het boek. Er valt een varken uit.
Het varken zegt dat de mensen dom zijn. De oever- en bodemloze discussies van de politiek, zegt het. Het Wilde Westen in het Oosten, zegt het. Duizenden bommen, duizenden granaten, duizenden kogels, zegt het.
‘Ze zijn echt dom,’ herhaalt het.
Het varken zwijgt, blijft nog even aan mijn voeten zitten en verdwijnt terug in het boek. Ik lees voort: Er hangt mist over de kuststad, er hangt mist over het grijze water, de boten blijven in de haven en de schippers zitten in een dampige kroeg.

Philippe Diepvents

Het is al goed dat Philippe Diepvents enige fysieke gelijkenis vertoont met de jonge Charlie Watts, en niet met de oude, want die is ondertussen dood. U kent Philippe Diepvents van zijn romans of van zijn tijd bij Charlie en zo dadelijk weet u meer van hem dan u had gewild.

Maar leest u toch maar zijn blog. Want die is goed.

Mijn schort wordt omhoog getild en een luid zoemende tondeuse gaat tekeer. Terwijl de ene scheert, lopen de andere twee vrouwen heen en weer, wisselen ze lijsten uit en stellen ze me de vragen die op hun papieren staan neergeschreven. Lengte? Gewicht? Kan u uw mond gewoon opendoen? Allergieën? Ja, flink wat haar heeft u mijnheer. Alcohol? Drugs? Laatste operatie? Kinderen? Contactpersoon? Allergieën? Oeps die heb ik al gevraagd.
Zoem zoem zoem.
Hoe weerloos kan een hot dog zijn?

Cento (vangst #63)

Je ziet meer wanneer je reist. Dat doen ook de Nederlandse schrijvers in deze vangst, die in België de eigen identiteit net wat scherper onder ogen zien dan thuis. Een diep begraven schip, een dranklokaal met zwijgzame mannen, een feest dat maar niet wil lukken.

En net zo: je leeft meer wanneer je leest. En dat maakt van deze vangst, haast geheel toevallig, een cento, een verhaal samengesteld uit citaten.

Dat zit zo. Volgens de familiemythe zijn we ooit vanuit het verre Friesland naar de Rupelstreek getrokken, vanwaar, zoals dat gaat in moderne tijden, we uitzwermden over het grote Vlaanderen, tot in Brussel toe.

Diep onder het zand ligt het wrak van een schip,’ vertelt Marcel. ‘Het wordt een Vikingschip genoemd, maar waarschijnlijk is het veel ouder, misschien waren het Friezen die hier kwamen vissen.

Uit: Te Diep van Gert-Jan van den Bemd

We kwamen niet voor de kerk naar Hellegat maar toen we ernaast parkeerden, en ons oog viel op de verroeste klok in de toren, die één uur sloeg toen het tegen elven liep, werden we nieuwsgierig.

Uit: Hellegat van Gert den Toom

Rond één uur ’s nachts fietste ik naar de Blaesstraat, een tocht van zo’n zeven minuten. De sfeer was er een beetje grimmig. Een willekeurige feestganger kreeg onenigheid met een groepje jongeren dat voor een wasserette tegenover Fuse aan het hangen was.

Uit: Nooit meer sluiten van Lucas Gortemaker in Babel

(r) Gert den Toom

Polaroid van de dag

Tussen de steekwoorden waren de contouren ontstaan van waarover we spraken: een enigszins vage constellatie, zoiets als de arbitraire knooppunten van een wandelroute, of de verbindingslijnen die van sterren een stelsel maken.

Communicatie is wat je ervan maakt. In zijn Polaroid van de dag geeft schrijver Gert den Toom – bijgestaan door beelden, citaten uit de meest uiteenlopende boeken en flarden van gesprekken – ons voldoende steekwoorden en knooppunten om een heel universum aan op te hangen. Een genoegen om te lezen.

Grand Foulard

In Grand Foulard bedient schrijver/ kunstenaar / wetenschapper Gert-Jan van den Bemd ons zeer regelmatig van observaties, belevenissen en foto’s. Vluchtig, terloops en schijnbaar licht, totdat de waarachtigheid je dwingt om een paar stappen terug te doen. En het nog eens te lezen.

Hoe moet ik kijken? Moet ik lachen of juist niet? Is recht vooruit het beste, of is een nonchalante blik naar opzij misschien beter? Wanneer komt de flits? Zit ik niet te hoog of te laag? Allemaal onzekerheden. En dat zie je.