Tegengif (vangst #41)

Schoonheid, muziek, mooie verhalen, goed nieuws, positieve innovaties en tendensen! Het wensenlijstje van Joachim Stoop op fb, bijna overmand als hij is door de niet aflatende stroom van boos nieuws en slechte mensen (of waren het slecht nieuws en boze mensen?), leest als de heilige graal van deze barre tijden.

Of als de samenvatting van wat er allemaal in onze haven te vinden is, natuurlijk.

Rob van Essen is uitermate dankbaar voor administratieve regeltjes en de bureaucraten die ze nauwgezet toepassen, Martin Pulanski herinnert zich met weemoed de tijd dat teveel blote borsten op een strand gingen vervelen, en Viktor Frölke verdient zijn eigen straat, ergens in Suriname, met een gedicht over WFH.

Als uitsmijter nog One more cup of coffee, geschreven en gezongen door een Nobelprijswinnaar, een Hoochiekoochie suggestie. Ach, het leven is mooi, hier op Aanlegplaats.

Zonder stroefheden gaat het niet en je zou bijna nog gaan denken dat al die stroefheden bewust door de moloch of het lot zijn ingebouwd om je in staat te stellen je eigen schuldgevoel even te vergeten doordat je je kan uitleven in de o zo begrijpelijke woede over de stroperigheid van de procedures – tot die procedures helemaal niet zo stroperig blijken te zijn en je na anderhalf uur je tas weer liefdevol in je handen gedrukt krijgt.

Uit: Sterretje van Rob van Essen – Reddend Zwemmen

Alle schoonheid is verschrikkelijk. Ook die van de vrouwen op het strand, wellustig copulerend met hemel en aarde. Het lijkt wel of ze zich met elke porie overgeven aan een obscene zonnegod. Als ik hen voorbijloop voel ik geen opwinding als mijn blik op hun borsten of hun billen valt. Heel even schiet me de venijnige song Peaches van the Stranglers te binnen. Maar die is me te agressief en te misogyn. Onbewogen vervolg ik mijn moeizame passage. Dan kijk ik om en zie Senga achter me drentelen. De beweging van haar borsten in harmonie met haar voorzichtige tred. Opeens verlang ik heel intens naar haar, wil ik haar dicht tegen me aan, wil ik op haar, onder haar, in haar zijn.

Uit: La Bandido van Martin Pulanski, Hoochiekoochie

Lui als een koe in de wei

zeil ik op mijn elektrische fiets

door de godverlaten Willem Frederik Hermansstraat.

De bibliotheek rechts is groot en niet open.

Links doet de Mediamarkt, naar men mag aannemen,

goede zaken in parafernalia.

Ik tracht mij een dichtregel van Hermans voor de geest te halen,

of zelfs maar een flard proza maar kom niet verder

dan de geniale titel De tranen der acacia’s.

Thuis grijp ik naar het woordenboek voor de juiste spelling

en leer dat acacia in Suriname

verrassend betekent flamboyant.

Is Hermans in Paramaribo, Affobakka dan wel Kwamalasamutu gelezen?

Zo ja, wat stelden zijn lezers zich bij die titel voor?

In gedachten zeil ik overzee om het ze te vragen.

Uit (nou ja, het is hele gedicht, maar er zijn er zo veel meer) : Zeilend door de Willem Frederik Hermansstraat van Viktor Frölke

Alles dat je nodig hebt, is één antivaxxer (vangst #40)

Verder niks tegen polarisatie, maar we moeten natuurlijk wel met elkaar blijven praten. Ook daar is de blog een uitstekend middel voor. Jan Devriese praat met Novak Djokovic (die niet wil zeggen of hij gevaccineerd is), longarts Thijs Feuth praat met al zijn patiënten en ianthe Cooreman gaat het gesprek aan met haar anarchistische alter ego.

‘Als jij niet gevaccineerd bent, beste Nole’, zo sprak ik hem in gedachten vertrouwelijk doch zorgelijk toe, ‘dan heb ik daar wel zaken mee, want ik zou het niet prettig vinden als ik, terwijl wij samen in de gym aan het werk zijn, je met het virus zou besmetten en aldus je gezondheid en verdere carrière danig in gevaar zou brengen.’ Zoals ik ook graag weet of iemand allergisch voor noten is, alvorens ik een exquise veganistische herfstmaaltijd voor hem of haar bereid. Niets is voor een gastheer zo vervelend als een dode aan tafel.

Uit: Brevet van De week van Devriese

Sinds het voorjaar, toen de coronavaccinatie op gang kwam, vraag ik mijn patiënten naar hun vaccinatiestatus, net zoals ik ze altijd al vraag naar roken en alcoholgebruik en ik ernstig overgewicht nooit onbesproken laat. De angst voor een conflict is onterecht als je meer geïnteresseerd bent in het verhaal van de patiënt dan in je eigen wijsheid. Zo kwam ik erachter dat bijna elke roker op mijn poli er eigenlijk al lang geleden mee had willen stoppen.

Uit: Waarom ik, longarts, aan de kant van de ongevaccineerden sta van Thijs Feuth

Stiekem denk ik: Waar zit de schande? We geloven allemaal. In de wifi. In de zwaartekracht. In de KULeuven. Een warboel van theorieën, mensen en instanties die ons leven bepalen, die ons leven mogelijk maken, en die we dagelijks aan het werk zien – maar waar we uiteindelijk niets van snappen. Kleuterachtig blijven we mekkeren: ‘Maar mijn mama zegt dat,’ en lopen we te verkondigen dat alles ‘wetenschappelijk’ verklaarbaar moet zijn, terwijl de meesten van ons nog niet eens kunnen verklaren hoe het kan dat de glazen schuifdeuren bij de bakker automatisch openen. Die krampachtige arrogantie, die kwade onwetendheid. Dat blind geloven – zo blind dat we niet eens doorhebben dát we geloven. Het is bijna té gemakkelijk. Alles dat je nodig hebt is één antivaxxer.

Uit: Ik hou van antivaxxers van Het Noodreservoir

De kunst van het ambachtelijk sterven (vangst # 39)

Nu de herfst haar vleugels uitslaat was de verleiding groot om enkel droefgeestige stukken op te nemen. Gelukkig zorgt de goddelijke An Olaerts voor voldoende tegengewicht. Zowel tegen de somberte als tegen het hokjesdenken. Ze neemt het in een stuk vol vrolijke weerhaken op voor het geïndustrialiseerd gekookte ei. 

Samen met Ben trekken we naar de duinen en loven de eindigheid van het bestaan en hunkeren juist daarom naar de film Lassie op een verloren dinsdag. 

Tot slot is er Caro Van Thuyne die in een machtig mooi prozagedicht op haar blog Het Kleine Kijken ons opnieuw zonder schaamte, zonder terughoudendheid, zonder filter recht in haar ziel laat kijken. 

Ik weet dat het tegenwoordig netjes is om tegen de industrie te zijn. De industrie dit en de industrie dat. Gifmengers dat het zijn! Uitzuigers, vuilaards en gangsters. Maar zonder industrie zou ik waarschijnlijk al lang op ambachtelijke wijze gestorven zijn.

Uit: Gekookt ei van An Olaerts

Angst, angst, het is altijd weer angst. Angst voor dit en voor dat, angst voor deze en gene, angst voor nu en voor straks, angst van hier tot ginder, talloze angsten, angst dat er nooit meer een leven zonder angst zal zijn, eindeloze angst, verlammende, slopende angst, angst voor de angst…

Uit: Balzalen vol licht en elektrische stoelen van Het kleine kijken

Ik weet ook dat deze gemoedstoestand met één dichtregel van Menno Wigman te kielhalen is. In zijn gedicht Afscheid van mijn lichaam schrijft de dichter: de zon was me nooit opgevallen als hij niet steeds onderging. En zo is het natuurlijk, een gebeurtenis is waardevol omdat zij eindig is. Het leven is waardevol omdat er een dood is. Maar emotie is niet altijd met verstand tot rede te brengen.

Voor jou is het beter dat je net als je vader op een zondagmiddag gewoon op de bank gaat liggen en voor altijd inslaapt’, zegt Elly.

Uit: Bucketlist van Ben Tekstschrijver

Binnenkort te koop in een supermarkt bij u om de hoek

De vangst van Han Soete (# 38)

Bozar is één van die instellingen die bewijzen dat wanneer de terreur ooit binnengebracht is, i.c. door Paul Dujardin, de chouchou van het Belgisch kapitalisme, die terreur niet meer weg te krijgen is. De tentoonstelling David Hockney wordt voorgesteld als een ‘dubbeltentoonstelling’, bovendien ‘2 voor de prijs van 1’ – net alsof een expositie gelijk is aan de marktkramerij die slecht materiaal aanprijst en dat met hoeveelheid verdoezelt – in het geval van Hockney is dit niet alleen een slechte, moreel verderfelijke verkooptruc, het is bovendien een leugen. Er is één tentoonstelling, werk uit de Tate-collectie en een volledige zaal posters boven elkaar gehangen, die zaal dient als apotheose begrepen te worden: hoe men charlatan wordt.’

Uit: De marktkramerij van bozar en david hockney van Johan Velter (sfcdt)

Heerlijk met de voeten vooruit takkelen op de bal en ondertussen ook man en vrouw onderuithalen.

Ik ben nog niet naar de expo geweest en spontaan zou ik nu willen gaan, zou het echt zo erg zijn? Er staan nog een aantal andere expo’s op mijn te bezoeken lijstje waarvan ik vermoed dat ze goed zijn, en dat lijstje ga ik nu toch eerst afwerken.

Alhoewel, de laatste keer dat ik naar een expo ging omdat ik vermoedde dat ik ze slecht zou vinden ben ik nog twee keer terug geweest om goed te begrijpen waarom ik het zo slecht vond. Ik heb er echter nog nooit over geschreven, misschien moet dat ik maar eens doen, de expo is immers al lang voorbij.

Of toch maar niet? Mischien kan ik toch beter over een expo schrijven die ik wel goed vind. Een “stukje” alsof het op bestelling van de organisator & de zelf verklaarde curator was, zo hoort dat immers tegenwoordig.

Maar zo’n tackle met voeten vooruit, dat is wel oprechter, boeiender, intressanter, scherper en veel leuker om te lezen.

‘Het voorrecht te staken

Nog een stukje uit A la ligne. Over dat tijdelijke werknemers het niet kunnen riskeren om mee op te stappen in een door “Manu” Macron hartstochtelijk veroordeelde staking.

Je rêve d’être en grève

Comme lorsque j’avais un vrai boulot et que je ne risquais rien

Je rêve de pouvoir aller à la manif.

Uit: het-voorrecht-te-staken van Here Comes Herman (Herman Loos, die net Homo Deliveroo heeft uitgebracht)

[…]

Ik weet niet wat ik hierover moet schrijven. Ik heb het al 10 keer gelezen en kan alleen maar denken: het is zo waar, het vat zo mooi de realiteit van steeds meer werknemers samen. Een tikkende tijdbom.

Daarna ga ik nog naar de Fnac, een cadeautje halen voor iemand die jarig is. Ik koop zelf ook nog een paar boeken. Drie voor de prijs van twee, staat er op de sticker op de cover, maar op mijn kassaticket merk ik later op dat er bij elk boek een paar euro is afgetrokken volgens een ingewikkelde prijsberekening die ik niet snap. Het zal wel kloppen, denk ik. Of niet. En wat doe je er aan? In de winkelstraten staan mensen aan te schuiven bij goedkope kledingwinkels, of ze eten een ijsje, een wafel.’

Uit: zaterdagmorgen van Ingrid Verbanck (elkedagweliets)

Ik ga al jaren niet meer naar de Fnac, het fenomeen is mij toch herkenbaar. Zo’n ticketje is zo’n domper op de pret. Je bent trots op jezelf dat je dat ene artikel gratis hebt kunnen ontfutselen aan de één of andere gigant, wat blijkt, “een ingewikkelde prijsberekening”. Je weet dat eigenlijk wel, maar waarom moeten ze zwart/wit op dat ticket zetten dat je alweer eens in de val bent getrapt. Vlakbij de Fnac is er trouwens een boetiekje met op de vitrine: “Shopping is cheaper than therapy”. Laatst, toen ik op weg was naar mijn favoriete onafhankelijke boekhandel, in de buurt van de Fnac, kwam ik er nog eens voorbij, het boetiekje bleek failliet. Zou er dan toch gerechtigheid bestaan?

Han Soete, het interview

Han Soete werd in 1968 geboren in een sociaal geëngageerde familie en houdt nu al meer dan een halve eeuw de revolutionaire vlam brandende. Na zijn studie productontwikkeling was hij o.m medeoprichter van De Wereld Morgen en hoofdredacteur van Solidair, het maandblad van de PVDA. Sinds enkele jaren heeft hij zich volledig op fotografie toegelegd. Han is naast kunstfotograaf vooral actief als docent. Zo geeft hij workshops oude fototechnieken in Atelier Zilverbeek. Het past binnen zijn sociaal engagement om zijn kennis met anderen te delen en zijn inzichten niet voor zichzelf te houden. Zijn vader en grootvader waren talentrijke amateurfotografen en Han bracht dan ook ontelbare uren, discussiërend over fotografie, in donkere kamers door. Naast een goed oog heeft hij ook een scherpe pen. 

Waarom ben je ooit met bloggen begonnen?

‘Vroeger, zoals in de periode dat ik met De Wereld Morgen bezig was, heb ik veel geblogd. Nu ben ik terughoudender. Want ik ben een vat vol uitgesproken meningen en tegenwoordig verkondig ik die liever in een gesprek onder vrienden. Dan voel ik me vrijer om ongeremd mijn gedacht te zeggen. Bovendien is het zo dat ik dyslexie heb. Schrijven kost me veel tijd en energie en dan maak ik voor mezelf de afweging of het allemaal de moeite waard is. Door mijn dyslexie verloopt het schrijfproces als in een stream of consciousness. Mijn gedachten springen alle kanten uit waardoor er tijdens het neerpennen soms fouten insluipen. 

Voor mij persoonlijk hebben Facebook en Instagram het bloggen van vroeger vervangen.’

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen en waarom?

‘De fotograaf Dirk Braeckman. Hij is een beeldend kunstenaar die echt iets te zeggen heeft, maar er zit zo weinig structuur in hoe hij het vertelt. Een blog zou hem kunnen helpen om zijn gedachten te ordenen. Ik vind het fascinerend om naar hem te luisteren. Braeckman is een vat vol  interessante bespiegelingen over kunst en sociaal engagement en hoe die twee op elkaar inwerken. Zijn maatschappelijke betrokkenheid staat buiten kijf maar zou beter tot zijn recht komen via een blog. Dan moet hij het ook voor zichzelf allemaal op een rijtje zetten. 

Maar meer in het algemeen vind ik dat fotografen – of bij uitbreiding beeldende kunstenaars – er baat bij zouden hebben om al bloggend over hun werk te schrijven. Zo wordt hun oeuvre duidelijker en leer je het naar waarde schatten. Weet je nog het eerste jaar fotokunst bij Niels Donckers (kunstfotograaf en docent, nvdr)? Een groot fotograaf met een herkenbare visuele stijl. En vanaf het moment dat hij over zijn beelden begon te vertellen werden ze nog veel sterker. Als hij eenmaal op dreef was, kwamen we in de klas niet meer bij van het lachen.’

Wat maakt dat voor jou een blog echt goed is?

‘Mijn antwoord is tweeledig. Voor een deel zoek ik in blogs naar de bevestiging van mijn wereldbeeld. Maar nog toffer vind ik het om verrast te worden door een contrasterend standpunt. Het is soms heel verfrissend om in aanraking te komen met andere visies. Zeker als die me helpen mijn eigen meningen in vraag te stellen. Dus enerzijds: een herbevestiging van mijn ideeën en anderzijds: het verrassingselement van botsende visies waardoor ik anders over bepaalde zaken ga nadenken. 

Wat me in ook blogs aanspreekt is het onaffe element. Een gedachte hoeft nog niet voltooid te zijn – zoals in een boek – maar kan groeien en zich al schrijvend verder ontwikkelen.’ 

Fotograaf Han Soete

Het ruisen van de weg (vangst # 37)

Het leven is een strijd.

Of je nu kijkt naar de wereld rondom je, zoals Pascal Cornet, en tot een bijna eindeloze maar toch onvolledige opsomming van problemen komt, of naar je eigen wereld, waar moeders sterven en er verder ook niet veel vreugde te rapen valt, zoals bij Kotsen op woensdag.

Misschien kan de literatuur ons nog redden, betoogt Jan van Mersbergen in een bespreking van Willy Vlautin’s recentste boek. En dat deed me weer denken aan een optreden van Richmond Fontaine – de band waarin Willy Vlautin eerder zijn creativiteit uitgedrukte – in de kleine zaal van de Arenberg, Antwerpen. Een stel Amerikanen die vermoeid een set vol prachtige songs afhaspelden, het einde van de wereld enkel afgewenteld dankzij Belgisch bier en een Nederlandse joint.

Nooit eerder had ik zo sterk het gevoel in een kantelende, uit elkaar vallende wereld te leven. Een eindtijd. (Ik hoor al schamperen dat ik een apocalyptische klimaathystericus ben, een narcistische leedzwelger.) Ik ben bezorgd, voel me in deze tijd niet meer thuis.

Uit: Notitie 10: Alles valt uit elkaar van Pascal Cornet

Ik voel hoe ze in mijn hand knijpt en zegt dat ik gezond moet eten. Een traan rolt van mijn wangen, terwijl ik haar beloof om alles te doen wat ze me vraagt. De zoveelste leugen die de dag niet kouder maakt. Vijf minuten later sta ik buiten zonder haar. Ik voel hoe de wind van mij langzaam een wees maakt

Uit: Woensdag 20-10-21 van Kotsen op woensdag

Het gaat echt vreselijk mis en de vele bijfiguren zijn allemaal gestoord, narcistisch, aan de speed, of psychopaat. Toch leef je mee, met al die figuren. Hoe dol ze ook zijn. Het zijn in deze roman allemaal mensen. Die kansen zoeken en ze grijpen, en soms misgrijpen, dat is het verhaal. En de oorzaken liggen veelal achter de personages, in het verleden. ‘Ze had in haar korte leven zo veel kapotgemaakt dat ze wist dat ze niet nog meer kapot kon maken.’ Alsof dat besef rust en vertrouwen zou geven.

Uit: willy vlautin – de nacht valt altijd van Jan van Mersbergen

Chocopasta is altijd een beetje liegen (vangst # 36)

Oh, de blog! De plek waar we helemaal onszelf kunnen zijn. Niet in het minst omdat we er zo heerlijk kunnen liegen. Rustpunt in tijden van fake news.

Er is niet één waarheid – en er is ook niet één leugen. Dat bewijst de vangst van deze week. Je kunt gewoon blijven ontkennen, zoals kleine Brollie doet. Je kunt jezelf bewust een leugen voorhouden, daar chocopasta op smeren en er zalig in wegzinken, zoals Ingrid Van der Krieken doet. Je kunt gaan geloven in de leugen die je wordt opgedrongen, zoals Erik van de Sprekershoek van de Schrijverij deed.

Wanneer ik vraag of hij een poffertje van het bord van zijn broer genomen heeft, ontkent hij. Staalhard. Hij wil wel meedenken. Misschien was het een vogel?

Uit: Brollie & Broomie Discover the Power of the Dark Side van Brollie, Broomie, and me

In een lange, gebloemde jurk met sneakers eronder flodderde ze aan ons tafeltje voorbij. Hoe belachelijk, dacht ik en draaide nog net niet met mijn ogen, de zoveelste die aan het hedendaagse modebeeld wil beantwoorden en niet met die kleren staat. Toch maakte ik me ook wat ongerust. Misschien was ik wel de belachelijke. De eigenzinnige die absoluut niet wil meegaan met sommige trends. Iemand die graag vrouw is maar niet weet wat ze moet doen of laten om erbij te horen.

Uit: Interieur van Rimpelingen

Je was er niet lang geleden zelf een. Achter je de bruggen opgeblazen, voor je het gapende gat. Het vat der wilskracht leeg, de energievoorraad uitgeput. Elke volgende dag dreigde nog donkerder dan de vorige. Je voelt nog steeds de schaamte, de machteloosheid, het pijnlijke besef overbodig te zijn. Dat loden schuldgevoel omdat je werd betaald voor werk dat je niet deed. Je was bang en onzeker, altijd benauwd voor de deurbel, ook op vrijdagavond, de controlearts slaapt nooit. Hij hoort je vijf minuten aan en beslist dan ontegensprekelijk over de rest van je leven.

Uit: Bomma zegt nee van Sprekershoek van de Schrijverij

De laptop als hoofdkussen (vangst #35)

Nu de grenzen geopend zijn, kan er weer gereisd worden. Het Letterenhuis in Antwerpen reist doorheen de tijd en neemt ons mee naar het fotoarchief van Stijn Streuvels. De schrijver van De Vlaschaard was eveneens – zoals Kristien Bonheure in een enthousiasmerend stuk getuigt – een getalenteerd fotograaf. Marieke Groen drinkt op een writer’s residence met een Servische vertaalster rode wijn en prosecco en prijst zich gelukkig dat haar laptop dienst doet als hoofdkussen. Tot slot komt Chrétien Breukers, in een fascinerende opsomming, tot de gelukkige vaststelling dat hij een deur bezit waarop zijn naam prijkt.

Wat fotografeerde Stijn Streuvels zoal? Arne De Winde, curator van de expo: “Wat hem drijft is de drang om dingen vast te leggen, ze niet te verliezen, om te documenteren, te capteren. Vandaar de hoeveelheid beelden. Heel vaak zijn het geen uitzonderlijke, maar net banale beelden uit het dagelijkse leven: het spel met de kat aan het raam, met de hond, de poppen van de kinderen. Dat maakt zijn fotografie ook hedendaags, want hij legt dingen vast die universeel zijn, die ons allemaal fascineren in onze nabije omgeving.”

Uit: speelvogel van Kristien Bonheure

‘Het is toch wel opvallend,’ zeg ik dan, ‘het zijn altijd van die typische figuren in writer’s residencies, je treft er nooit eens een normaal mens aan.’ 

Nederland laat een stilte vallen.

Uit: prikkels van Marieke Groen

‘Ik loop door de lange gang op zoek naar de deur met mijn naam tot ik er ben; ik open hem en trap hem aan de binnenkant weer toe. O, de vreugde een deur te hebben met Breukers erop, de vreugde dat mijn bestaan wat dit betreft volledig klopt.’

Uit: week-35 van De Nieuwe Contrabas

De vangst van Fleur van Greuningen (# 34)

Door een verslaving aan de serie Downton Abbey, een kostuumdrama over het wel en wee van een aristocratische Engelse familie aan het begin van de twintigste eeuw, ben ik opeens zeer behoeftig geworden naar het verleden. Tijdens mijn queeste naar prachtvolle frasen maakte mijn hart gloedvolle sprongetjes bij ontwaring van historische wetenswaardigheden op diverse bloggerijen. Een mijn bij Sommerland van Marianne van der Gulik, scheepsbiscuits in Notulen bij het ongetemde van Anne Broeksma en een flic ou voyou (on sais jamais!) bij Ruud Verwaal. Vanuit de tekstuele weelderigheden in deze digitale notitieboeken ontspon zich het volgende destillaat, opgeduikeld uit het verleden, badend in kaarslicht, schommelend op golven van stroperige olieverf:

DE EMMA was een monster. Ze had vier schachten, negen koeltorens en zesduizend knechten onder de grond. Aan de Emma kon je niet ontkomen: ze lag naast je achtertuin, ze drong in je huis, ze zat in je lijf en ze kroop in je longen. Je hoorde haar kooien in de schacht, de kolenkarretjes op de rails en je rook haar zoetige zweet dat als een deken over alles heen lag. Er hing altijd vocht rond de Emma. ’s Nachts leek de verlichte en met mist omfloerste mijn uit een andere wereld te komen: een rommelend, piepend, schurend en sissend organisme, dat zich dampend in de bovenwereld drong. De Emma sliep nooit, ze wroette onder je bodem, ze beulde je af en ze vrat je op.

Van: Sommerland

Schubdieren zijn notoir moeilijk in gevangenschap te houden, laat staan in de zeventiende eeuw via een schip levend in Europa te krijgen. Zelfs diersoorten die het nu goed doen in dierentuinen, stierven toen vaker wel dan niet aan een dieet van scheepsbiscuits. 

Uit: De geschubde Indische hagedis van Notulen bij het ongetemde

Flic ou voyou? Baron de Charlus zou het allebei kunnen zijn, zo oordeelt Marcel [Proust] tijdens de eerste indrukken die hij opdoet wanneer hij Palamède de Guermantes, die hem nauwelijks ziet staan, in Balbec ontmoet.

[…]

Hij zou een boef of smeris kunnen zijn:
zijn blikken tonen niets wat hem verraadt.
Een heer van stand die erop staat
nooit af te wijken van zijn eigen lijn.

Uit: De Recherche in kwatrijnen (11) van Ruud Verwaal

“Meer blogs over rare obsessies, alsjeblieft!”

Fleur van Greuningen is kunstenaar, schrijver en kapper. Ze houdt van taal en dialogen. Deze week gaat haar voorstelling Romeo & Julia (10+), over de liefde tussen twee kinderen van rivaliserende pizzeria’s, op tournee in Nederland. Naast theaterstukken publiceert Fleur verhalen – en in het pre-Instagram tijdperk hield ze de beeldblog Spreekbeeld bij. “Aan boeken doe ik niet, veel te lang en veel te alleen.”

Maar waarom heb je dan geen geschreven blog?

“Goeie vraag. Wanneer ik nu blogachtige teksten schrijf, doe ik dat het liefst op papier. Ik zet die soms wel over naar iets digitaals, maar dan maak ik weer een vertaalslag en wordt het iets anders. Een verhaal bijvoorbeeld, dat ik instuur en niet zomaar online zwier. Wat ik voor mezelf schrijf, blijft privé.

Papier geeft mij heel veel vrijheid. In mijn notitieboekje kan ik heel gemakkelijk met tekst omgaan, zet ik er tekeningetjes bij… Op een site wordt dat dan direct weer een echte afbeelding. Ik zou een goede reden moeten hebben om dat om te zetten naar een blog.

Nu, ik ben net terug van een tripje naar Berlijn. Daar begon ik ineens in thema’s te denken, ik schreef korte tekstjes over bijvoorbeeld ‘romantiek’ en ‘oppervlakte’. Misschien is dat iets voor een blog.”

Wie zou er absoluut een blog moeten beginnen, en waarom?

“Iedereen eigenlijk. Omdat je iets van jezelf openbaar maakt, creëer je een ander (talig) bewustzijn. Dat is verrassend. Voor mijn persoonlijk plezier zou het goed zijn moesten er meer mensen met niche-obsessies gaan bloggen. Ik vind het zo tof om mensen enthousiast te zien over iets waarvan ik denk: ‘Huh?’ Laatst hoorde ik een grafisch ontwerper over een boek van 500 pagina’s gevuld met wapenschilden, voor een wapenschildvereniging. Waar hébben die het over? Ik vind het heerlijk om een compleet andere taal te lezen, of beter: te ondergaan.”

Wat maakt voor jou dat een blog echt goed is?

“Dat ik verrast word. In de inhoud, maar ook in de vorm. Dat zul je ook zien in mijn vangst. Zo’n Sommerland, die pakt de vrijheid op de blog. Een persoonlijke stijl doet ook veel, net als persoonlijke interesses. En daar dan liefst veel te ver in doorschieten. Ja… en de tekst mag ook niet te lang zijn. Het blijft een blog.”