Een vrouwenlichaam (vangst #8)

Wat betekent het, een vrouwenlichaam te hebben? Wat betekent het, om plots een high potential te zijn? Wat betekent alles, in een wereld die niet krimpt maar ook niet voortgaat? In deze vangst laten drie schrijfsters De Vraag met een hoofdletter aan het woord. Maartje Laterveer, door een persoonlijk, maar ook overpeinzend stuk te schrijven over de recent uitgekomen film Woman, aan de hand van de vraag of iemand vrouw is, of het juist wordt. Marjon Meijer krijgt dan weer onverwacht een high potential op de thee. Ingrid Verhelst tenslotte, neemt ons mee in een alledaags moment, waarbij een terugkerende ontmoeting met een dementerende vrouw, steeds meer lijkt te voelen als metafoor voor het leven.

‘Meisjes leren vrouw te zijn van andere vrouwen, te beginnen met hun moeder, las ik eens ergens. In mijn geval betekende dat dat ik vooral leerde hoe ik níet moest zijn. Ik mocht niet mooi zijn, niet ijdel, ik mocht niet lief lachen naar jongens. Dat was nogal een verwarrende boodschap, want de buitenwereld vertelde mij precies het tegenovergestelde.’

Uit: Een vrouwenlichaam hebben, dat betekent iets van Maartje Laterveer

‘Er zit een high potential van een grootbank in mijn veranda. Ze werkt hier een paar dagen terwijl haar badkamer wordt verbouwd. We kennen elkaar niet zo goed. Een toevalligheid wees uit dat we in dezelfde voorstad wonen. Via de tussendeur peilt ze naar mijn purpose.’

Uit: High Potential van Marjon Meijer

‘Interessant.’ Ze strijkt een grijsblonde haarlok van haar voorhoofd, glimlacht naar de wolken. ‘Schoon?’
…‘Nee,’ zeg ik, ‘er blijft weinig over van onze wereld.’ Dat antwoordde ik gisteren ook, en de dag ervoor, en ervoor, en ervoor.
…Net als alle andere keren kijkt ze me meewarig aan. ‘De wereld is geen witgoed, Ingrid. De wereld krimpt niet. ’

Uit: Josée in de kookwas van Ingrid Verhelst

De wasspeld als bitcoin (vangst #7)

Ondanks het feit dat Brad Pitt deze week België bezocht, weigerde de wereld stil te staan. Enkele uren grasduinen in de blogs in onze haven leerde me, in een geestig stuk van Lennart Vanstaen, veel bij over de muntvolatiliteit van wasspelden. In There Is A Light That Never Goes Out maakt Joke Vander Laenen het uitkijken naar de festivalzomer en het omhelzen van vrienden tastbaar. En in afwachting van vreugdetaferelen op een festivalweide houdt Kristien Bonheure een warm pleidooi voor de prachtige Paul Van Ostaijen-expo in het Letterenhuis in Antwerpen. Boem Paukeslag!

‘Hij vermeldt dat alle producten honderd euro kosten. De mevrouw in de winkel telt met een bang hart de wasspelden in haar handje – het zijn er slechts drie en ze heeft schijnbaar alle moeite ze niet te laten vallen.

‘Spijtig, dan gaat ’t niet’ concludeert de eigenaar onverschillig. Totdat hij tot het besef komt dat hij daar ook niet mee is geholpen.’

Uit: Het is honderd of drie euro wat kies je van Lennart Van Staen

‘Mijn ouders komen voor het eerst in een jaar op bezoek. Het kleine stadsappartement laat geen gepaste afstand toe, dus ging ik de voorbije maanden bij hen langs, in dat veel te grote huis waar ze steeds kleiner en witter lijken. Mijn moeder bedacht een interessante constructie met meerdere tafels, zodat we de mondmaskers over de beeldjes in de gang konden hangen.’

Uit: There is a light that never gets out van Wings and Wonders, Joke Vander Laenen

‘De oorlog van 1914-1918 onderging Van Ostaijen in Antwerpen en de buurgemeenten. De bombardementen, de zeppelins, de Duitse soldaten in de straten. De haven die stilviel, de vluchtelingen en ondanks alles het vertier ’s avonds in feestzalen of “music-halls” als Le Scala of de Wintergarten. Het Letterenhuis dompelt je meteen in de oorlogssfeer met enorme foto’s, bijpassende verzen van Van Ostaijen en geluiden van toen.’

Uit: Onmisbaar gelijk een kookboek, Kristien Bonheurre

In de boomhut, aan het raam (vangst #6)

Weg, willen we. En hoe langer het niet mag, hoe meer we het willen. Hoe minder we durven verzuchten dat we eigenlijk liever thuis waren gebleven. Hier, bij Aanlegplaats, voelen we ons eerder aankomstplaats dan vertrekhal, en toch. Ook hier wordt gesmacht, ook hier wordt – zij het enkel binnensmonds – gevloekt. Weg dan maar. Naar het boerenland van West-Vlaanderen, waar koopjes te doen zijn, en in een beweging door, naar de Nederlandse bible-belt, waar merkwaardig genoeg, de redding opnieuw een aantal jaren is uitgesteld.

‘Waar ben je dan, als je van iets (of iemand) weg bent? Niemand zegt dat er even bij, terwijl dat misschien best iets toevoegt. Bijvoorbeeld: “Ik ben helemaal weg van je nieuwe schoenen, als je me nodig hebt, ik ben in mijn boomhut”.’

Uit: weg van van Verwoede Noten.

‘Kachtem ligt op een uur rijden van Gent, tussen de velden en de akkers, waar je nog van die lemen boerderijen vindt die vechten tegen tijd en memel. U weet wel, van die fermettes met witgekalkte bomen rond, en een aalput en rabarber in de tuin. ‘Te koop’ stond er bij een van die huisjes. Dat zou nog eens een idee zijn, dacht ik. Weg uit de stad, terug naar de natuur!’

Uit: Kakkenheimer van Sarah De Grauwe – De Grauwe Gekheid

‘Bij de bekendmaking van de exit polls deze week dacht ik: ‘vervloekte boeren, hun hoeden staan scheef, hun humeuren / hangen er half onderuit.’ Misschien is het een idee om deze regels op een servet af te drukken en dat servet te verspreiden in het restaurant van de Tweede Kamer.’

Uit: Addendum 5: B. Zwaals vervloekte boeren van De Nieuwe Contrabas

 

 

De toekomst van macramé (vangst #5)

Nu de lente in aantocht is en het wielerseizoen weer aanbreekt, is de tijd om achterom te kijken bijna voorbij. Nog een keer bezondigen we ons aan dit onder historici bijzonder populaire tijdverdrijf. Drie heren van stand hebben het deze week over de komedies van Ernst Lubitsch (‘At least twice a day the most dignified human being is ridiculous.’), de symboolwaarde van de regenboogvlag en het prettige vooruitzicht om vijf jaar avondschool macramé te volgen. 

‘Al zie je levenslicht in een ogenschijnlijk bevoorrechte positie en kan je je oprijlaan plaveien met bankbriefjes, niets beschermt tegen eenzaam zijn, vernederd of gekwetst. Ik verleerde lang geleden al te oordelen over de pijn van een ander.’

Uit: regenboog van Sprekershoek van De Schrijverij

‘Het zou gemakkelijk zijn als vooruitgangsoptimisten – ik ben in Deirdre McCloskey aan het lezen – toegaven dat er vroeger ook wel eens iets beter was dan nu, niet voor iedereen, en niet in de ogen van iedereen, maar voor sommigen, en in de ogen van sommigen. Er moet toch een réden zijn waarom men af en toe een film of televisieserie maakt die zich in het verléden afspeelt, in een tijd waarin althans de kostuums de moeite waard waren. Waarom noemen we ze anders kostuumfilms?’

Uit: oude genres in nieuw kostuumpje van Clericks Weblog.

‘Met een antivaxer in discussie gaan. Levende insecten eten. Op een trouwfeest met een wit servet zwaaien, zonder steen erin. Congruent in mijn kracht staan. Een lezing van Renaat Landuyt bijwonen. Naakt bungeejumpen. Bungeejumpen. Een dubbelalbum van Gheorghe Zamfir tweemaal beluisteren. Mijn cursus Historische Kritiek uit 1978 nog eens uit het hoofd leren. Met hongerige haaien zwemmen. Op één been achterwaarts de Mount Everest beklimmen. Actief aan mezelf werken.’

Uit:terugblik van Devriese.

 

 

Julie in wonderland (vangst #4)

Laat u in deze vangst raken door de eerlijkheid, humor en verbeelding van de schrijvers. Julie Cafmeyer, die van een gewone avond in coronatijd een wondere wandeling maakt. Rob van Essen, die met veel zelfspot en bravoure Netflix ontbloot als guilty pleasure én als norm. Tot slot, een man met twee kinders en internet, door zowel met rauwe eerlijkeid, als met liefde en humor een verjaardagsfeestje van zijn ‘Broomie’ te beschrijven, terwijl hij en zijn vrouw dapper een weg zoeken in hun echtscheiding.

Stukjes verwondering, verfrissing en eerlijkheid:

‘In een rebelse bui besloot ik om een nachtwandeling te maken. Ondanks de avondklok waren er vele mensen in het park. Vier pubers met dezelfde sneakers van het merk New Balance dronken een fles champagne achter een struik. Een vrouw in een paars skipak facetimede met haar astrologe op een bankje. Twee orthodoxe joden op een elektrische step. Een vierjarig meisje wandelde met een porseleinen pop in haar buggy. Een jongen met een witte pitbull die tegen zichzelf sprak.

Ik schrok me rot toen er plots een man uit een bosje tevoorschijn kwam. Een lange grijze baard, een oranje fluorescerend tuinpak en een kettingzaag in zijn hand.’

Uit: Nachtwandeling van Julie Cafmeyer

‘Even speculeren: ik heb de indruk dat vrijwel iedereen in onze gezellige bubbel van schrijvers, lezers, recensenten, redacteuren en boekhandelaren, kortom, iedereen die zich professioneel dan wel uit liefde met boeken bezighoudt, te kampen heeft met een lichte verslaving aan streamingdiensten. Eigenlijk zijn we er te veel tijd aan kwijt, eigenlijk zouden we meer boeken moeten lezen! En als we dat dan gaan doen, en vervolgens in romans dingen tegenkomen die kenmerkend zijn voor Netflixseries, zoals timing, suspense, doelgerichte vooruitwijzingen, dan zijn we (of ieder geval: de recensenten) teleurgesteld; want ja zeg, dat kunnen we ook van Netflix krijgen, dáárvoor hebben we de tv of de laptop toch niet uitgezet?! Nu we met een boek op de bank zitten willen we wel waar voor ons geld en onze moeite.’

Uit: PS bij wát voor membranen? van Rob van Essen

‘De ongemakkelijkheid om als scheidende ouders een verjaardagsfeestje te organiseren viel best mee, al was die er natuurlijk wel. Maar scheiden is duidelijk geen punt in de tijd, maar een lange, lànge periode in het leven. Voor de Moeder en ik is dat enigszins behapbaar en in perspectief te plaatsen; voor de kinderen is dat licht anders. Oh, de Brollie is helemaal mee, naar eigen zeggen. Ik heb hem de situatie al horen uitleggen aan een vriendje, hoe mama niet meer verliefd is op papa, maar papa wel nog op mama. That’s the story and we’re sticking to it.‘ 

Uit: Brollie & Broomie Hold on van een vader met twee kinders en internet

Een boerenjaar? (vangst #3)

Literatuur is de manier bij uitstek om de wereld in te trekken wanneer er een lockdown of ophokplicht geldt. Deze week nemen we dat nogal letterlijk. 

Jan Van Mersbergen ziet in zijn herwonnen liefde voor het karige proza van Cormac McCarthy een grote liefde voor de nostalgie en de vertraging. In Party schrijft De Rode Valies over de ratten naast de rode bomen en hoe we ons ook in de online ruimte moeten heroriënteren. Als laatste geheimtip verwijzen we jullie graag door naar het stukje van Walter van den Berg die met zijn zachte stadshart de harde handen van Boer Wim trotseert.

Wanneer woorden ademen en adem zijn:

‘[De boeren in mijn familie Van Mersbergen en de arbeiders van Groenenberg] kennen het geloof, ze kennen hun mensen, in vertrouwen en in wantrouwen, ze kijken niet gek op als iemand stelt dat schapen helderziend zijn, ze begrijpen dat je soms naar de wereld kunt kijken en dat een dier meer kan zien dan dat jij ooit kunt zien. Het ritme, de strekking, het verhaal, de personages, de woorden, ik ontdekte dat dit de taal was die ik wel machtig was.’

Uit: Cormac McCarthy – de kruisiging van Jan van Mersbergen

‘Straks geef ik online les. Met wat geluk ben ik tijdig terug thuis. Ik kom bij de tent, een beetje te vroeg. Ik mag in de voortent wachten. Ironisch. Deze partytent in een tijd zonder party’s, deze zonnetent in de herfst. Er hangen zelfs feestelijke vlaggetjes. Iemand hier heeft gevoel voor humor. Of hangen ze er omdat de koning op bezoek was?’

Uit: Party van De Rode Valies

‘Er zit een boer in Heesselt die veel runderen in de uiterwaarden heeft staan, en daar lopen kalfjes bij. Die beesten hebben het goed, ze gaan van veld naar veld, worden niet aan een melkmachine gehangen, de kalfjes groeien op bij hun moeder — maar tot welk punt groeien ze op?’

Uit: Stadshart van Walter van den Berg

Ochtendlijk geluk (vangst #2)

Het zal de verrassend vroege lente zijn, maar plots geloven we met zijn allen weer in de vredigheid van het leven, en dat alles goed komt. Het zijn dan ook ochtendlijke blogs, die we u vandaag onder de aandacht brengen.

Dagvinder staat onder de douche, Rimpelingen leest de krant tijdens het ontbijt en Herman, toch ook nog een beetje slaapdronken, kijkt terug op tien jaar huwelijk terwijl hij examens sociologie afneemt.

Ja, het leven kan mooi zijn, ook in Covid-tijden.

 

‘De ochtendlucht heeft een kleur van roest, ze bijt in mijn longen. Ik stap door de poort, de straat op, activeer mijn pols. Ik ren beheerst, het natte asfalt rolt onder me door. De wereld, een loopband zonder uitknop.’

Uit Dagvinder, 5 februari.

 

‘Mijn man houdt dan zijn vinger op de regel die hij net aan het lezen is, kijkt geïnteresseerd en luistert ondertussen intens naar mij. Of doet op zijn minst alsof – iets wat je heus niet van iedere man kan zeggen.’

Uit Boude beweringen van Rimpelingen.

 

‘Maar zoals dat in de politiek dan heet: het is wat het is. (C’est ce que c’est. En dan op z’n Antwerps uitgesproken. Sèskes sè. De sèskes, dat krijgt ge daarvan.) ‘

Uit: C’est ce que c’est van Herman Loos.

 

Tom Waits is God (vangst #1)

Zoals elke dinsdag klokslag elf uur houdt de wereld ook nu een moment de adem stil en buigt zich over die ene vraag die er werkelijk toe doet: wat zou de selectie van de week van Aanlegplaats zijn? Laten we de wereld niet langer in spanning houden. Omdat één van de redactieleden – die liever anoniem wenst te blijven – jarenlang op zijn nachtkastje een foto van Serena Williams had staan, mocht het prachtige stukje van Jan Devriese over de rechterarm van God niet ontbreken. Ook Martha, een liefdesverhaal over de oprukkende tijd en de smaak van curry, maakte indruk. Net als de illegale sluiptocht van Henk van Straten, de meest aaibare bink van lichtstad Eindhoven, in de verduisterde straten van zijn thuisstad na de avondklok.

Wat hebben Serena Williams, Tom Waits en een Vincent Black Schaduw gemeen? Niets. Behalve dat ze alledrie in de selectie van de week van Aanlegplaats zitten.

 

‘Ik vond ze wel mooi, die tranen. Niet omdat ik tuk ben op aanstellerij. Want dat was het volgens mij niet. Aanstellerij is het kronkelen en schreeuwen van een voetballer die iemand aan z’n kapsel voelt zitten. Aanstellerij is het nuffige neusje in de lucht van een diva die als sterveling wordt behandeld. Aanstellerij is het zelfbeklag van de aanklager.’

Uit: Vier van Jan Devriese.

 

‘Wij hadden geen haast en geen bestemming, draaiden de plaat nog eens om. We lieten, lui als we waren, de tijd het werk doen, lieten ons niet verleiden bruggen te bouwen op wat onderaards verschoof. Wij dreven als vanzelf uiteen en op tijd, zonder kinderregeling.’

Uit Martha van Johan De Crom.

 

‘Ik dacht weer aan dit citaat toen ik een paar dagen geleden om 21:46 zonder licht van het huis van mijn ex naar mijn eigen huis reed. Ik wilde een boek halen dat daar eerder die dag bezorgd was. Pas toen ik de straat al was uitgereden dacht ik aan de avondklok. Meteen doofde ik de lampen. Als een schim reed ik, stapvoets, over de gladde, besneeuwde, compleet verlaten straten. Als een weerwolf dus. ‘

Uit: Weerwolf van Henk van Straten.