Ja, of toch niet? (vangst #277)

Het leven is geen ponykamp 1, en toch is geluk ook heel gewoon. In sterk dalende volgorde van gelukzaligheid stellen we u voor: de zaligheid van Erik Herbosch sr, de zoektocht van Jan-Paul van Spaendonck en de wanhoop van donkere schrijver van ontAarding.

Mijn bloed gaat sneller stromen. Ik word warm en koud vanbinnen en ergens in mij wordt een vuurwerk afgeschoten, caleidoscopische boeketten in duizend kleuren. Wanneer de mist vervaagt, staan mijn ogen glazig. Deze reactie had ik niet verwacht.

Uit: De kleine prins op de Sprekershoek van de schrijverij

Ik besloot een poging te doen om serieus te mediteren. Er moest afgerekend worden met een onbehagen dat me dezer dagen zo niet kwelde, dan toch bedrukte. Ik keek omhoog naar de opklarende lucht waardoor, steeds hoger, witte wolken dreven. Diep ademend liet ik er een mantra op los die me gisteren te binnen was geschoten. Een heel simpele: JA. Ik moest de wereld wat meer bejahen, dat was me wel duidelijk. En waarom dan niet letterlijk?

Uit: Ja op Voorheen rookzanger

Het voorbije jaar verwijderde ik alle gay dating apps. De schermjunkie in mij schreeuwde, panikeerde, smeekte om genade. De anarchist in mij sloeg hem neer. De dood van mijn geliefdes boezemvriend, kort na het door queer mannen niet onbekende fenomeen van een drug-geïnduceerde, anonieme, Grindr hookup, was de druppel. Ik beweer mijn leven vorm te geven door strijd. Hoe dan? Door het homonormatieve dogma dat stelt dat “seks met iemand van hetzelfde gender” al een daad van verzet op zich is? Makkelijk, lekker veel seks hebben en denken dat het om strijd gaat.

Uit: Vaartzucht op ontAarding

  1. Een cliché, een liedje en een schitterend boekje van Geraldine Suijkerbuijk. ’t Is dat ze geen blog heeft, anders vingen we haar wekelijks. ↩︎

Ann De Craemer

Ann De Craemer, liefhebber van badeendjes en koersfietsen, is schrijver van boeken, columns én een Substack. Ze schrijft hierop wanneer ze de noodzaak voelt, over de grote en de kleine dingen van het leven die een snaar bij haar raken.

Je eerste herinnering heb je meestal vanaf je derde. Bij mij is het deze: eerste kleuterklas; ik kijk onder mijn bank en heb geen schoenen aan. De bel gaat. Speelkwartier. Paniek, want ik moet zonder schoenen naar buiten en iedereen zal me uitlachen. Mijn moeder herinnert zich niet dat ik ooit mijn schoenen ben kwijtgeraakt op school. Het moet een droom geweest zijn. Een droom van een driejarige die mijn eerste herinnering werd. Het fundament van mijn geheugen is iets wat nooit is gebeurd.

De vangst van Oud Zeikwijf (#276)

Zombies in Zwolle, Molovich

Mijnheer Oud Zeikwijf stapt de woonkamer binnen. “Wat ben jij aan het doen?”
OZ: “Wikipedia aan het lezen.”
Mijnheer OZ draait zich om en loopt weg. Hij weet: dit gaat uren duren.

Wikipedia is het hol van Alice. Ik val erin en kom er niet meer uit. Maar het literaire gehalte dan? Zult u roepen. Dat is in de Nederlandse artikelen ver te zoeken inderdaad. Maar de Engelse versie is vaak wel verassend mooi geschreven, en de Franse ook.
Verder lees ik het duivelse facebook. Ook ik gruw van het kapitalistische daarvan, maar helaas, zowat mijn hele IRL vriendenkring zit erop, en daartussen bevinden zich onvoorstelbare schrijvers, die ook nog niet te beroerd zijn om hun parels gratis te posten, de schatten. Zoals Molovich, de Koning van de Nederlandse Blogosfeer van weleer, die zijn mojo nog lang niet kwijt is.

In het kader van het interview door Aanlegplaats ben ik gaan neuzen in hun bibliotheek, en stuitte ik op een schrijfster in wie ik veel van mezelf herkende. Marjon Meijer is de naam.

Historians disagree whether Mercia was an independent kingdom under Æthelred and Æthelflæd but they agree that Æthelflæd was a great ruler who played an important part in the conquest of the Danelaw. She was praised by Anglo-Norman chroniclers such as William of Malmesbury, who described her as “a powerful accession to [Edward’s] party, the delight of his subjects, the dread of his enemies, a woman of enlarged soul”. According to Pauline Stafford, “like … Elizabeth I she became a wonder to later ages”. In Nick Higham’s view, medieval and modern writers have been so captivated by her that Edward’s reputation has suffered unfairly in comparison.

Uit: Æthelflæd op Wikipedia

‘De smartphone heeft ons in zombies veranderd’, hoor je weleens these days.
Maar wie dat zegt, heeft waarschijnlijk nog nooit een zombie gezien.
Want zombies kijken nooit op hun telefoon.
Meestal staren ze gewoon een beetje wezenloos voor zich uit.
Zie ook de zombies op de foto, eerder deze week door mij gemaakt in de metro van Zwolle.
Als ze hun telefoon gebruiken (een Nokia 3310 meestal, de go-to-phone voor zombies), is dat enkel om te bellen.
Eigenlijk zijn ze heel ouderwets. Conservatief, zou ik zelfs willen zeggen. Ze houden niet van verandering.

Uit: Bericht van Max Molovich op Facebook

Werk is veel gemakkelijker! Je hoeft veel minder zelf te bedenken wat je gaat doen en hoe en er is een veel duidelijker standaard van wanneer het goed genoeg is. Daarnaast doet de afwisseling goed, je bent even ergens anders, met andere mensen. En tenslotte – en ik denk dat dit echt niet onderschat mag worden – is het beperkt in tijd en lijkt het daardoor haalbaar om gedurende deze periode een leuke versie van jezelf te laten zien, zéker als je op je werk wordt aangesproken op je talenten. 

Uit: Liever werken op Marjon werkt

Oud Zeikwijf, het interview

Eenmaal uit de Conradstraat bracht ik mijn ezelin en mijn 30 gehandicapte kippen onder tegenover een andere mastodont van het Rijk: de Oranjekazerne aan de Sarphatistraat. Daar aan de overkant, langs een water dat in de bocht, gelijk een beek, een zacht begroeide oever had, bevond zich in die tijd een klein groen niemandsland, een plukje bos, zo midden in de stad. Het was door een ijzeren bruggetje gescheiden van het gebied achter Artis, waar tientallen stadsnomaden leefden, veelkleurige individuen zoals Ada in haar bouwkeet, Pepijn in haar Pipo de Clownwagentje, Johannes met zijn vaste kring Graalzoekers, of de Holbewoner, die werkelijk in een gat in de grond leefde, maar ook een onvoorstelbaar lekker ding van een vent was, met prachtige blonde krullen – waar ik dan ook vreselijk verliefd op was.

Zomaar een passage uit zomaar een blogpost van Oud Zeikwijf, weergaloze schrijfster uit Amsterdam die literair bloggen in de nillies tot een kunst en een community verhief. Geboren in een gegoede familie in de Franse bergen, zwierf ze uit naar Tokio waar ze een bekende punker werd, om daarna haar hart te verliezen aan Amsterdam. En dat is misschien wel een van de beste dingen die Amsterdam overkomen is.

In haar blogs over de ‘gitzwarte’ jaren tachtig beschrijft ze treffend de paradoxen die de Nederlandse hoofdstad zo bijzonder maakten: homo’s en dollemina’s in een Anton Pieck-achtige setting, jongvolwassenen die door hun ouders met een koffertje bij het kraakpand werden afgezet, de stad die ‘al lang opgelucht [was] dat honderden van die werkloze jongeren lekker met kunst bezig waren en geen stennis schopten.’ Ook Oud Zeikwijf bezat huis noch baan. Er was lepra, er waren luizen, scharrels die stierven in de vrieskou en een stalker die haar succesvolle underground restaurant Kømå erdoor joeg. De prijs die ze betaalde om in haar droomstad te blijven was hoog.

(Lees alstublieft verder het verhaal over hoe haar ezelin vrienden werd met de paarden van de bereden politie! Het Amsterdamse Ezelsbruggetje is waarachtig naar haar vernoemd.)

Ze leerde de mores van haar nieuwe land door Jan, Jans en de Kinderen te lezen. Ze huwde verschillende keren en kreeg drie kinderen, waarvan één met Kees Hoekert, oprichter van de Lowland Weed Compagnie (waarvan Oud Zeikwijf later secretaris werd). Hun zoon werd geboren op een drijvend eiland van piepschuim dat Oud Zeikwijf zelf had geknoopt.

Pas halverwege de dertig had zij zich aan heur eigen haar uit het moeras getrokken en ging ze grotemensendingen doen. Werken. Salaris. Een groot gezin dat gerund moest worden, als een 2de bedrijf. (Uit: Mevrouw Hazenkraak, 2025).

Oud Zeikwijf lezen is als beginnen aan een grote zak chips. Je nieuwsgierigheid wordt bevredigd en groeit tegelijkertijd. Hoe persoonlijk ze ook schrijft, ze blijft een mysterie. Misschien dat een interview helpt? Bring on de eerste vraag!

Waarom ben je ooit met je blog begonnen?

Ik heb er meerdere, in het Frans en het Nederlands. En ik beschouw bijna alles wat ik online gratis en openbaar post als bloggen. Ook microbloggen vroeger op Twitter, toen nog 140 tekens, een geweldige school om bondig te leren schrijven. 

In 1998 werd mijn man gevraagd als online blogger voor een grote website op ons vakgebied. Het internet bestond maar net. Hij schrijft niet, en ik wel, sinds mijn prilste kindertijd, dus dat ben ik gaan doen. Na een paar jaar zei de hoofdredacteur dat mijn stukken te hoog gegrepen waren voor zijn doelgroep. Toen sprong mijn oudste zoon, een van de allereerste millennial whizzkids van Nederland, ertussen en schonk mij een eigen blog, op Blogger. Een schot in de roos.

Hij vroeg: “Hoe moet het heten?”

“Oei, ja, hoe?”

Hij deed zijn ‘dump’ open, een plek waar zijn online maatje allerlei parels die ze tegenkwamen postten. Het allereerste dat we zagen was een post met een verwensing: oud zeikwijf! We schoten in de lach. De titel van mijn blog, alsmede mijn eerste (en ook de enige die is gaan beklijven) bloggersnaam, was geboren. 

Hoe heten je andere blogs?

Dat hou ik al twintig jaar bewust en vrij doeltreffend geheim, zoals meer zaken: mijn burgerzaken identiteit, mijn beroep. Ik ben in het begin van mijn online schrijfcarrière slachtoffer geweest van misbruik van mijn openbaarheid, zoals je kunt lezen in mijn blog No Such Agency. Daardoor was ik als een van de eersten bewust van de gevaren van online ontboezemingen. 

Je zegt dat je altijd al hebt geschreven. Kun je daar iets over vertellen?

Ik was een voorlijk kind, ik leerde mijzelf lezen aan de hand van de pagina’s van de atlas die wij thuis hadden, waarop de ruimte was afgebeeld. Mijn vader had eens de namen van de planeten opgenoemd. Vanaf dat moment was ik niet meer te stuiten: ik las alles wat onder handbereik kwam. Op kinderfeestjes werd ik berispt omdat ik bij binnenkomst vroeg waar de boekenplank was, een boek pakte en onder de tafel ging lezen. Al snel ging ik ook schrijven, en bleek ik ‘de gave van het woord’ te hebben, zoals blogger Oxysept het zo goed verwoordde. Er is helaas niets gebleven van die vroege pogingen. Op alle scholen waar ik op gezeten heb werd ik op handen gedragen als een toekomstige schrijfster. Een docent Frans op het gymnasium heeft zelfs stampei geschopt omdat ik de bètarichting koos. Op mijn 17de begon ik aan een roman. Na een paar pagina’s gaf ik er de brui aan. Ik vond mezelf te jong, nog niet rijp genoeg, ik ‘had niets te melden’. Ik besloot eerst flink te gaan leven, avonturen te beleven, die ik zou kunnen opschrijven. Op mijn 19de werd ik gekozen als beste dichter van mijn stad. Ik vertrok echter vóór de prijsuitreiking naar Tokio. Daar heb ik een serie artikelen geschreven voor de fanzine Bruit d’Odeur. Daar vandaan ben ik niet terug naar Frankrijk gegaan, maar naar Amsterdam, wat de doodsteek werd voor mijn schrijftalent. Ik had vier talen in mijn hoofd: Amerikaans Engels, Japans, Frans en Nederlands. Als ik een zin dacht dan zag ik in mijn hoofd woorden van die vier talen, doorspekt met Japanse karakters. Ik heb het wel geprobeerd, maar dat mag geen naam hebben.

De eerste keer dat ik weer dacht aan schrijven was decennia later, na het lezen van de boeken van Kader Abdolah. Ik dacht: “Als hij kan schrijven met een vocabulaire van twintig woorden, dan kan ik het ook.” Mijn mentor en vriend Robert Jasper Grootveld spoorde mij ook aan: “Schrijf toch in meerdere talen door elkaar! Dat is de toekomst.” Eens lag ik een sessie reiki te ontvangen toen ik een grote bloem zag groeien uit de kwaal waarvoor ik behandeld werd. De bloem opende zich in steeds prachtigere kleuren. Mijn onderbewustzijn gaf mij de boodschap: schrijf! Verhalen! Gek hé?

Maar het was pas toen mijn zoon mij een blogspot schonk dat ik echt aan het bloggen sloeg. Voor mij de hemel. 

Wat maakt voor jou een blog echt goed?

Zodra je dat definieert trek je de deur dicht voor wat zou kunnen gaan komen. Wederom: ik vind een heleboel onder het predicaat bloggen vallen. Zeker heden ten dage, wanneer men elkaar vooral vindt op de socials, zie je daar het bloggen gebeuren. Facebook wordt afgeserveerd, terecht als je het hebt over het kapitalistische daarvan etcetera, maar voor schrijvers en lezers is het een goudmijn. Vroeger waren interessante schrijvers ook op Twitter te vinden, dat is nu op X veel minder zo en op Mastodon en Bluesky is het nog niet echt op gang gekomen, maar dat komt nog. Het is een overgangsfase.

Ik heb veel criteria: humor, absoluut. En dan verder alles wat je literatuur kan noemen. Dat is heel breed. Het criterium ‘goed geschreven’ vind ik niet zo interessant. Een stukkie hoeft niet te voldoen aan de regels om je van de sokken te blazen.

Ik laat vanzelfsprekend buiten beschouwing de blogs over specifieke onderwerpen: over koken, tuinieren, klussen en wat dies meer zij. In de begindagen kregen enkel dit soort websites de aandacht. Ik heb gepoogd bekendheid te geven aan de meer literaire blogs omdat ik merkte: men weet ze gewoon niet te vinden. Ik wilde het woord blog uit de huis, tuin- en keukensfeer halen.

Van 2011 tot 2016 organiseerde je het Blogbal, als tegenhanger – en op 200 meter afstand – van het Boekenbal. Was er sprake van een blogcommunity toen?

De blogcommunity was huge in die tijd. En hecht. Wij vonden elkaar via de blogs zelf, hun blogroll, waar aanbevolen blogs stonden. Je kon reageren op blogs, en daar werd grif gebruik van gemaakt. Veel bloggers stonden ook op Twitter.

Een paar fantastische bloggers van het eerste uur waren heel schuw, die bereikte ik per mail, of via via. Om iedereen op te trommelen voor het eerste Blogbal heb ik ze persoonlijk een uitnodiging gestuurd. Voor de volgende edities ook, maar de tamtam werkte toen al heel goed. Ik vond het ontzettend grappig om met elkaar onze blognamen te gebruiken. Ze waren vol fantasie, de een leuker dan de andere. Wij hadden met ons allen een parallelle wereld gecreëerd waar het fijn toeven was. Ik begreep maar niet waarom de rest dat niet inzag. 

het blogbal is het boekenbal van de bloggers
een feest op dezelfde avond als het Boekenbal
waar de bloggers elkaar en hun lezers in het echt ontmoeten.
Zij spreken elkaar het hele jaar alleen online.
Een keer per jaar kunnen zij elkaar op het Blogbal treffen.
Het heeft ook een date-functie. Verliefde bloggers spreken af op het Blogbal.
Het heeft ook een belangrijke functie voor de uitheemse bloggers. Die hebben nog minder mogelijkheden dan de bloggers in NL om elkaar in het echt te zien. Ze komen van verre (Oost Duitsland, Spanje, Portugal), speciaal voor het Blogbal.

Uit: Wat is het blogbal (2014)

Het Blogbal was een poging om de literaire blogs onder de aandacht van het grote publiek te brengen. Ik heb persberichten naar alle Nederlandse media gestuurd, maar helaas werd het niet besproken in de grote kranten. Ik kon niet goed duiden hoe dat kwam: waren ze bang voor hun inkomsten, door al die gratis schrijverij? Of was het pure domheid en gebrek aan visie? De VRT besteedde er wel aandacht aan, Jan Demol heeft mij toen geïnterviewd. Op een of andere manier begrepen de Belgen het belang van blogs, en van het Blogbal. Jullie hebben ook steengoede bloggers als Wendy Kroy, Duchka, Anne Servaes en Masjenka.

Een lijst met de blogs die wij destijds de moeite waard vonden, vind je onderaan op de site van Blogbal. Een heleboel bestaan niet meer. Sommigen hebben de overstap gemaakt naar uitgeverijen of reguliere media. Het is grappig om op die lijst mensen tegen te komen die nu beroemd zijn, maar destijds echt begonnen als bloggers: Lubach, Diederik Smit, Karin Spaink. Hulde voor de toenmalige bloggers die hun oude blog nog steeds online houden! Wat een rijkdom. 

Kun je een paar blogs noemen die je van je sokken hebben geblazen?

Een van de schuwere bloggers was Alfagrl. Zij schrijft al jaren bijna niet meer op dat blog; ik vond de oude posts de mooiste. Ook Stronkiebonkie is van haar. De onlangs overleden Karin Spaink heeft een erg leuke stijlgids geschreven voor Follow The Money. Ze heeft altijd de oude bloggersvibe behouden; lekker alles gratis online zetten. Zo fijn in deze hypercommerciële tijden. LiqueAngel las ik ook graag en Kim de Wild en Electric Luna, ook zo’n leukerd: hier een voorbeeld van hoe blogsters de seksuele ruimte opeisten. Verfrissend te lezen in deze tijden van #metoo en cancelling van seksbeluste mannen. 

Wie mij steevast van mijn sokken blies was Dause von Kippfest. Hij trok zich niets aan van schrijfregels en -wetten en was ontiegelijk grappig. Op het eerste Blogbal kwam hij op het podium vuvuzela spelen met zijn vriendin. Hilarisch. Verder ben ik altijd een grote fan geweest van Molovich en Oxysept. @mieuw/Kittekat vond ik ook altijd leuk om te lezen, net als Naomi de Noronha en Vrouwke van Stavast niet te vergeten!

Ik word nu wel heel erg met de neus op het feit gedrukt dat ik amper meer blogs lees. Ik volg wel een aantal schrijvers die ‘echte’ stukken posten op Facebook. Bijvoorbeeld Peter Veen, Barbara Schroevers, Johannes tHoen, Klaas Knooihuizen, Max Molovich en Jeroen Blankert, oprichter van de superleuke tent De Nieuwe Anita in Amsterdam. Hij is daar nu weg, en schrijft en schildert. Hij heeft het Blogbal daar twee keer gehost. Toen ik naar hem toe stapte om te praten over de mogelijkheid van het hosten van Het Blogbal, wist ik niet dat hij hield van schrijven, ik was verrast over zijn enthousiasme. Achteraf begreep ik het.

In Nederland word je de moeder van het bloggen genoemd. Hoe zie jij zelf achteraf de invloed die jij hebt gehad op het bloggen en de bloggers?

Naar het grote publiek teleurstellend klein. Ik mikte op zoveel meer impact! Los daarvan heb ik geloof ik toch mijn steentje bijgedragen aan het oppoetsen van het ego van de bloggers zelf. Op het Blogbal liet ik quotes uit hun blogs op een groot scherm verschijnen. Dat was een kunstwerk op zich. De schoonheid van die zinnen, achter elkaar! Ook hadden wij de Blogbattle, dat was een groot succes. En op het lustrum hebben we de prijs van de Blogger des Vaderlands uitgereikt. Die werd democratisch gekozen, wat een ietwat verrassende uitkomst bracht. Ik treur vandaag meer dan ooit dat Karin Spaink het niet werd. Haar oeuvre heeft ze testamentair aan het publieke domein geschonken. De heldin. 

Wie zou er volgens jou dringend een blog moeten beginnen? 

Vrouwen! Mijn generatie, Generatie X (of Nix), de naboomers, zat onder de dictaten van de babyboomers. Die voeren enorm op het geschreven woord, als referentie. Mijn generatie was juist de eerste echte ‘beeldgeneratie’ (en ook trouwens de eerste computergeneratie). Wij waren opgegroeid met de televisie, maar dat mocht niet gelden. 99% van alles wat wij onder ogen kregen, echter, was door mannen gemaakt, gekeurd of uitgebracht. Male gaze alom. Dat heeft zijn weerslag tot in het nu. Er is een welkome inhaalslag gaande, maar nog steeds heb je meer gewicht (letterlijk en figuurlijk) als je man bent. Zeker online, waar ongegeneerde misogynie plaatsvindt. Dus vrouwen, klim in de pen, maak content, vul Wikipedia, interacteer met AI (die anders vooral door mannen wordt gevoed) en wees wezenlijk zichtbaar op diepzinnig niveau: op een andere manier dan om jouw male gazed uiterlijk en gedrag.

Je hebt fantastische blogs geschreven over mannen en vrouwen (zie tag ‘m/v’). Welke onderwerpen liggen jou het nauwst aan het hart?

Dat was denk ik het probleem met mijn schrijverschap, dat ik geen onderwerp had. Het was een ratjetoe. Ik schreef over alles. Ik heb nu een paar jaar geleden wel aan De Natuur beloofd om mij zoveel mogelijk voor haar in te zetten. Dus dat doe ik tegenwoordig het meest.

Vorig jaar bracht Oud Zeikwijf het boek Mevrouw Hazenkraak – die met insektjes en zo praat uit, een hilarische verzameling verhalen over trilspinnen, woekerplanten, praten met vogels (‘niet meer doen, het brengt ze in de war’), hypnotiserende feeën en een boer die een kievitsnest in zijn land legt voor een EU-subsidie van 150 euro. Hoewel de setting volledig verschilt van het jaren tachtig Amsterdam, blijft het wezen van Oud Zeikwijf onveranderd: gulzig en gul, impulsief en bedachtzaam, honderdduizend kilo levenservaring maar altijd bereid om opnieuw overrompeld te worden.

Nu de AOW-leeftijd met rasse schreden dichterbij kwam, had zij af en toe van die momenten. Zij zonderde zich af en verloor haar grip op de tijd. Die momenten vertelden haar hoe heerlijk die jaren waren geweest. Hoe zwaar Kronos op haar lijf had gewogen. Hoe wezenlijk het voelde om je daarvan te bevrijden, al was het maar voor even. In dat ‘even’ kwam de verlossing. Zij wist niet meer wie zij was, wat zij moest, wat zij wilde.

En het kon haar niet schelen.

Een schoonheid uit Oost-Duitsland (vangst #275)

Zelden heb ik redactielid Marjon enthousiaster geweten dan in de dagen nadat ze de blog van Oud Zeikwijf had ontdekt. En ik moet, zoals bijna altijd, Marjon gelijk geven. Die blog is een schatkamer vol sprankelende, tegendraadse en openhartige teksten. Oud Zeikwijf aarzelt niet om zichzelf in de zeik te nemen – getuige haar herinnering aan een vakantie waarin ze vrede neemt met het feit dat ze nooit meer als een Ursula Andress uit de golven zal oprijzen.

Een van mijn favoriete columnisten begon – nadat hij op een zijspoor was beland bij HLN – voor zichzelf te schrijven. Zijn blog is een speelse speeltuin waarin een zweem van weemoed nooit veraf is. Jan Devriese – want over hem heb ik het – mocht recent zijn honderdduizendste lezer begroeten. Een uitstekende gelegenheid voor Jan om terug te blikken op zijn schrijverschap waarin hij eindelijk de denkdwang heeft kunnen loslaten.

Uitgeverij In de Knipscheer is niet meer. Chretien Breukers haalt herinneringen op aan de zelfstandige, literaire uitgeverij die vijftig jaar (1976-2026) heeft bestaan en tal van auteurs uitgaf die later belangwekkend werden – meestal voor hen de aanleiding om In de Knipscheer te verlaten.

De 275ste vangst wil ik afsluiten met een tip. Er zijn weinig pennen die ik liever lees dan die van Marjon werkt. Ze is fris, snedig, onvoorspelbaar en vaak grappig. Mocht ik een uitgever zijn ik zou haar zo een boekencontract geven. En mocht ik een krantenmagnaat zijn, dan belde ik haar stante pede op om haar een column aan te bieden. In afwachting van wereldroem in de Lage Landen kan u haar stukjes gratis lezen op haar blog.

‘Uiteindelijk viel het ter plekke enorm mee. De eerste dag had ik het burkini-achtige zwarte badpak aan. Het hotel bleek echter gevuld met 75+ gasten, gepensioeneerde paartjes, Duitsers en voormalige Oostbloklanders. Categorieën die het niet nauw nemen met de lijn. Zelfs de mannen hadden borsten, wat me deed afvragen waarom vrouwen in sommige landen niet topless mogen maar mannen wel.’

Uit: Ursula van Oud Zeikwijf

‘Een jaar of vijf geleden begon ik dan maar ‘voor mezelf’ te schrijven. Geen denkdwang meer, geen plicht meer om bovenop de actualiteit te zitten, geen lezersonderzoeken meer. Die bevrijding beviel me gaandeweg almaar beter. Zeker, ik was niet langer die redelijk bekende columnist van de grootste krant van het land, en dat scheelt toch algauw een paar gratis pinten in de kroeg, maar dat deerde niet. Er werd niet langer van me verwacht.’

Uit: Denkdwang van Jan Devriese

‘Dit mag de boekhandelaar zich nog altijd aantrekken: zelfs in de gloriedagen van het literaire boek bleek de middenstander vaak een conservatieve, voorzichtig inkopende partij. De boekenwereld mag dan vaak behoudend en stroperig zijn, het verdwijnen van een buitenbeentje als In de Knipscheer herinnert ons eraan dat we het altijd al met deze schrale werkelijkheid moesten doen. Ook vijftig jaar geleden al.’

Uit: Een ode aan Uitgeverij in de knipscheer van Chrétien Breukers

‘Ik kijk op haar Facebook en op die van haar zussen, haar kinderen en haar schoonouders. Ik ben blij dat ze niet bij die gast is geëindigd waar ze een knipperlichtrelatie mee had. Knappe jongen met een oninteressant karakter. Tebata wist dit, maar toch was er een dreigend reële kans dat ze ondanks haar sprankel en haar wijsheid bij hem zou blijven. Ik vind het heel erg dat ik nooit ga weten wat de doorslag heeft gegeven om bij hem weg te gaan. Het zou veel mensen kunnen helpen.’

Uit: Beauty van Marjon Meijer

Helf helf helf, mijn sense of self! (vangst #274)

Dat onze bloggers niet altijd trouw blijven aan hun identiteit, weten we ondertussen. Maar de schrijvers van deze week doen er nog een schepje bovenop: ze stellen hun gevoel van zelf openlijk ter discussie, als ware het een stuk volvette kaas in de brandende zon. Vergankelijk en ongrijpbaar, maar o zo verleidelijk.

Rein Hannik wisselt van plaats met zijn coach, met fatale neigingen tot gevolg. De hoofdpersoon in het verhaal Sophia Blyden raakt met haar vader ingesneeuwd in het bos waar ze bananen bakken en denken aan haar moeder. ‘Ik weet niet zeker of het een echte herinnering is of dat ik ‘m ter plekke verzin. Misschien doet het er niet toe.’ René van Densen zapt door zijn liefdesgeschiedenis.  

Hij vond mijn casus een uitdaging. Een schrijver die voor zichzelf wilde beginnen, dat trof hij niet iedere dag! Hij koesterde zelf ambitie die richting op – peptalk schrijven voor cursussen en zo. We hadden gelijk een klik. Ik heb toch al de neiging om van een iedere ziel, met wie ik diepte in ga, een best friend forever te maken. Soms imiteer ik die persoon zelfs ter plekke. Eng bijna.

Uit: The Talented Mr. Ripley op Rein Hannik

Het stukje dat bleef knagen ging over de delen van mezelf die ik niet kon begrijpen zonder haar te kennen. Die gingen niet over theoretische kaders of geschiedenislessen. Dat stukje had niets met politiek te maken. Ik wilde begrijpen waarom ik zo van lavendel hield, Ierse volksliederen me lieten huilen en de dj-booth me altijd heeft gelokt.

Uit: Baka bana op Hard//hoofd

Ik weet niet meer hoe ik het deze keer ga doorkomen, en ik rouw. Ik rouw om mezelf. Elk kreeg een versie van mij die specifiek voor haar was, en naderhand stierf die, voorgoed. Ik weet niet of er nog ikken in me op te brengen zijn. 

Uit: Schoonmaak op René van Densen

De onbewogen beweger (vangst #273)

Worstelt u ook nog met winters buikvet waarrond u een speels bloesje drapeert? Verlengde u recent uw Basic Fitabonnement? Of bewaart zittende meditatie meer wijsheid? Het gaat hier over beweging. Vanuit een luie stoel gevangen in een onbewaakt moment.

Suzanne Brink mijmert over fietsen. Het fietspad is niet meer wat het was. Wanneer wordt een fiets een auto? En is de autosport nog wel een sport? Ben De Graaf spoort aan om tijdig uit de trein te springen. Modderkruipen is gewoon niet goed voor de conditie. Sjors heeft het over het einde van het statische personage. Spoel de Rilatine dus maar door en breek het kot lekker verder af, Don Quichot. En nu ga ik even uitrusten op een terrasje. Wimperoefeningetjes doen.

Daar denkt Pablo, filosoof en fietser, anders over. Die ziet wel een fundamentele verandering op het fietspad. Hij heeft mijn mening over e-bikes op zijn kop gezet met een nog niet gepubliceerd essay over de verslechterde verhoudingen op het fietspad die mede zouden komen doordat steeds meer mensen niet op eigen kracht vooruit komen, maar met een motor.

uit: Kaart van de maand voor fietsfilosoof Pablo van Suzanne Brink

Hebben we de moed om uit die trein te springen? Spreken we ons uit als iemand buitengesloten wordt? Corrigeren we een leugen? Of blijven we stil voor de lieve vrede of om zelf uit de vuurlinie te blijven? Kortom: duiken we weg als die modderkruiper of zetten we als een pauw onze veren op om te laten zien waar we voor staan?

Uit: Het juiste pad van Ben De Graaf

Een goed geolied scharnierpunt dat zowel het begin van de romankunst als het einde van het statische personage betekent. Nog belangrijker: deze roman introduceert voor het eerst het meta-niveau; hoogverheven boven het traditionele plot. 

Uit: Apologia van Sjors

De vangst van Wim Oosterlinck (vangst #272)

Tom Wouters is lezer en auteur. Hij maakte al een prentenboek dat Ik verzamel opa’s heet, en komt in 2026 met de verhalenbundel In mijn hoofd zwemmen vissen.

In zijn blog schreef hij een stukje over De Allesweter: iemand bij wie hij langs moet om fouten in zijn boek recht te zetten:

‘Wat er langs de buitenkant uitzag als een rijtjeshuis, lijkt binnen op een bibliotheek die beginnen woekeren is. Overal liggen boeken. Ik heb de drang om de ruggen te gaan lezen, te ontdekken waar al die kennis van de allesweter dan vandaan komt, maar die kans krijg ik niet. Opeens bevinden we ons in zijn bureau en die is dan weer ingekleed als een verhoorkamer in een communistische staat, met enkel een tafel en twee stoelen.  Dat het zo ingericht is, heeft te maken met zijn neiging om anders toch afgeleid te geraken door de boeken om hem heen. “Het meeste heb ik dan wel gelezen, maar ik moet natuurlijk alles blijven opfrissen.” En meteen daarna vertelt de allesweter me dat deze tafel en stoelen gemaakt werden door een meubelmaker met de merkwaardige voornaam Volotin, genoemd naar de Oezbeekse kogelstoter Volotin Krozinov, waar de vader van de meubelmaker heel erg tegen op keek.’ 

Uit: De allesweter van Tom Wouters

Voor aflevering 242 van mijn podcast Drie boeken was ik in Antwerpen thuis bij Vitalski. Terwijl het buiten donderde en bliksemde, koos hij Frankenstein van Mary Shelley en Het lijden van de jonge Werther van Goethe. Vitalski is een man die van zijn leven een kunstwerk maakt. Zijn blog is niet normaal: elke dag post hij een dagboekfragment, kondigt hij een evenement aan of post hij een foto van een vrijdag/donderdag/zondags-bunnie. In dit fragment vertelt hij over zijn kinderen aan de kust:

‘aan zee, oostduinkerke, hadden myn kinderen, mollie en rocco, zoveel logies, dat er daar geen bed meer vry was. zodoende ben ik dan maar, te antwerpengrad, na de gebruikelyke dinsdagclub-sessie, de hele nacht wakker gebleven, vooral converserende met myn broêr serge (die doet àltyd nachtjes door), via mail welteverstaan, werkende aan het anti-stikker-boek. rond zes uur smorgens dan toch naar de kust gereden, om daar twee uurs later te arriveren (raar wel: hoe druk het reeds was op de baan, zo vroeg op de dag…) eens netjes in het strandappartement aangekomen, nog tot een uur of elf koffi gedronken, vernemend omtrent alles van het zoal gebeurde (rocco james conan was met kleêren aan in water gesprongen; te laat beseffend dus ook met zyn gsm in zyn broekzak. bareuh…)

om elf uur vertrokken zy naar plopsaland en viel ikzelf in slaap: op de grond. wegens té plotsklaps té slaperig en lam om my nog te kunnen voortbewegen.’

Uit: State of being, 16 avril 2026 van Vitalski

VRT-journaliste Kristien Bonneure heeft zowaar een kunstblog, met uitstekende, uitgebreide besprekingen van tentoonstellingen.

Dit gaat over een muurschildering van Luc Tuymans in Hasselt: 

‘Pas als je van een afstandje kijkt, zie je wat dit is: een enorme, onheilspellende, bleke made, uitvergroot op een volledige muur in kunstencentrum Z33 in Hasselt. Het dier is van de hand van Luc Tuymans, een van de belangrijkste kunstenaars van ons land. In enkele dagen tijd kreeg het vorm, op basis van een kleiner schilderij in olieverf, dat Tuymans in Los Angeles toont.’

Uit: Een made tegen oorlog en geweld van Kristien Bonneure

Als je nog meer uitstekende tips wenst te ontvangen van onze gastvisser Wim Oosterlinck abonneer je dan op zijn gratis nieuwsbrief Drie dingen die wekelijks verschijnt. Dat kan via: https://wimoosterlinck.substack.com.

Wim Oosterlinck, het interview

De voorbije zomer reisden we naar een van de prachtigste landen ter wereld: Noorwegen. Mijn vrouw en ik hadden onze hond en onze tent meegenomen en voldoende muziek en voortreffelijke podcasts om ons tijdens de lange autoritten gezelschap te houden. Daar in het hoge noorden van Europa groeide Drie boeken, de podcast van Wim Oosterlinck, al snel uit tot een vaste waarde. Het was de podcast die we tijdens de zomer van 2025 het vaakst beluisterden. Toon mij een gletsjer en ik zal voor eeuwig aan de stem van Wim Oosterlinck moeten denken. Terwijl we door verbijsterend indrukwekkende landschappen reden, hoorden we een bonte schare aan gasten in zijn programma vertellen over welke drie boeken we volgens hen absoluut gelezen zouden moeten hebben. 

Wim verbluft horen schaterlachen terwijl een Vitalski in topvorm vinnig en vindingrijk over Goethe en Poe vertelde: het maakte een onvergetelijke reis nog onvergetelijker. 

Achteraf kocht kocht Jolanda voor mij als aandenken het gelijknamige boek van de podcast.

Maar wie is toch de man achter Drie boeken? Ik was benieuwd en daarom had ik met Wim in een stijlvolle brasserie in de buurt van het Station Gent-Sint-Pieters afgesproken. Het was er rustig. Afwisselend dronken we gemberthee en cappuccino. Zet twee uitbundige introverten met een gemeenschappelijke interesse bij elkaar en het ijs zal onmiddellijk gebroken worden. Twee uur lang hadden we het over boeken en literatuur. We vroegen zelfs niet aan elkaar hoe het met de kinderen ging. Nog voor de schoolresultaten ter sprake konden komen, stak Wim van wal…

‘Ik herinner me nog de dekenale bibliotheek tegenover de kerk in Lochristi, het dorp waar ik ben opgegroeid. Je rook er de muffigheid van de boeken. Het was nog met fysieke kaartjes. Daar leerde ik Pietje Puk, Arendsoog en De vijf detectives van Enid Blyton kennen.’

‘Ik heb altijd wel gelezen, maar nooit zoveel als de afgelopen vijf jaar. ‘Dat komt omdat ik twee jaar lang jurylid van de Boekenbon Literatuurprijs ben geweest. Zes juryleden worden dan geacht samen een paar honderd boeken te lezen. Elke titel moet door minstens twee leden beoordeeld worden. Omdat het een literaire prijs is, oordeel je niet alleen over de inhoud maar ook over de schrijfstijl waardoor sommige inzendingen al snel afvallen. Een boek over – ik noem maar wat – ‘De geschiedenis van de maïsoogst in West-Canada tijdens de zeventiende eeuw’ mag dan hoogst interessant zijn, als het niet getuigt van literaire ambities kan je het snel opzij leggen. In die twee jaar heb ik veel en vooral snel leren lezen.’

‘Als jurylid voel je je bevoorrecht want je krijgt een overzicht van het volledige literaire speelveld in Vlaanderen en Nederland. Je voelt je uitverkoren. Niemand anders heeft dat. Je bent een van de weinige die een inzage krijgt in de complete productie van het afgelopen jaar en dat is een uitzonderlijk interessante blik. Het probleem is dat je veel dingen leest die slecht zijn. Een paar titels die goed zijn. En een handvol boeken die boven het maaiveld uitsteken. Laat ons zeggen dat er een zestigtal goed zijn. Dertig longlist-waardig. En vijftien verdienen het om op de shortlist te staan. Dat is niet veel op bijna zeshonderd boeken. Het nadeel is dat je niet meer kan kiezen wat je leest. Daarvoor ontbreekt het je eenvoudigweg aan tijd. Maar het is wel boeiend om te zien wat er allemaal op een jaar uitgegeven wordt.’

‘Als jurylid leer je lezen. Het motto is: niet stoppen! Gewoon blijven gaan! Lezen! Lezen! Lezen!’

‘Op voorhand had ik een lijstje gemaakt van de boeken die ik graag zou willen lezen nadat mijn opdracht als jurylid erop zat en op één stond: Wuthering Heights van Emily Brontë. Ik ben nu, drie jaar later, nog altijd aan het nagenieten van het feit dat ik kan lezen wat ik wil.’

‘Tegelijkertijd besef ik wat een luxe het is dat we ons kunnen verlaten op het oordeel van literaire jury’s. Uiteraard heeft iedereen een persoonlijke smaak, maar de leden doen keihard hun best om de beste boeken van het jaar eruit te filteren.’

Waarom ben je ooit met een blog begonnen?

‘Mijn nieuwsbrief Drie dingen voor de podcast Drie boeken beschouw ik als een blog. Hoe het ontstaan is? Op mijn site wimoosterlinck.wordpress.com begon ik te vertellen over de boeken die ik had gelezen. Die site is dan uitgegroeid tot de plek waar de podcast op staat. Ook mijn Instagram account is eraan gelinkt. Van al die activiteiten is mijn nieuwsbrief het meest blogachtige.’

Hoe selecteer je mensen voor de podcast?

‘De podcast bestaat nu zesenhalf jaar. Mijn selectie is heel simpel: Ik moet willen weten welke drie boeken mijn gast vindt dat we gelezen moeten hebben. Meer is het niet. Mijn persoonlijke nieuwsgierigheid is de trigger.’

‘Ik krijg veel vragen van platenfirma’s, uitgeverijen en andere instanties of ik die of die persoon of zou willen interviewen en dan denk ik bij mezelf: ‘ah, misschien.’ Die zet ik dan op mijn lijstje en af en toe bekijk ik mijn steeds langer wordende lijst en pik er iemand uit.’

‘Ik plan mijn gesprekken ruim op voorhand. Voor een podcast als de mijne gaat dat niet anders. Morgen komt er een jarenlang gekoesterde droom van mij uit, want dan zal ik de eer en het genoegen hebben om te mogen spreken met een Belgisch-Amerikaanse professor die vandaag een eredoctoraat krijgt aan de universiteit van Gent. Ingrid Daubechies. Zij is een wiskundige en natuurkundige en doceert in Princeton en aan Duke University. Ik ben al aan het kriebelen van de voorpret dat ik haar kan vragen naar haar drie favoriete boeken.’

‘Meestal gaan de gesprekken bij de gasten thuis door. Vaak in de buurt van hun boekenkast. Zo herinner ik me dat Bart Somers me uitnodigde in zijn bibliotheek. Die bevindt zich in een pand naast zijn huis. Het leek wel een oude garage die helemaal verbouwd was met een werktafel, een vergaderplek en uitzicht op de tuin. Bent Van Looy heb ik dan weer in zijn atelier geïnterviewd. Want naast muzikant en presentator is Bent ook kunstschilder. Het voordeel is dat je de mensen interviewt op de plek waar ze graag zitten en waar ze zich geborgen voelen. Maar soms gebeurt het dat een cultureel centrum me vraagt om de podcast voor een live publiek op te nemen. Zo heb ik recent zowel op de Brusselse kunstschool Narafi als op het non-fictieboekenfestival FAAR in Oostende auteurs voor een publiek geïnterviewd. Het is een gezonde afwisseling. Ik doe de beide zeer graag.’

‘Ik ben al op tal van bijzondere plekken geweest. Niettegenstaande dat was ik ongelooflijk onder de indruk van de schrijfkamer van Bart Moeyaert – sowieso al een man met een sterk ontwikkeld gevoel voor esthetiek en al helemaal wat zijn schrijfkamer betreft. Omdat hij in de literatuur in Vlaanderen een levend monument is, bekroop mij het gevoel een heiligdom te betreden. Dat had ik trouwens ook toen Erwin Mortier me uitnodigde in zijn slaapkamer, omdat daar de lichtinval beter was. Weet je wat ik toen dacht?’

Calma te, tigre?

‘Haha, neen. Hij trok zijn kast open en daar lagen zijn notitieboekjes… ! Ik dacht toen letterlijk: Ik zou mijn grootmoeder vermoorden voor een blad uit een van zijn notitieboekjes. Maar gelukkig voor de fysieke integriteit van Erwins notitieboekjes is mijn grootmoeder al enkele jaren geleden gestorven.’

Voel je tijdens een gesprek: dit wordt een interessante podcast? Zo zat ik gebiologeerd te luisteren toen je gasten als Tom Van Laere (Admiral Freebee) of Vitalski sprak. Hun frisse kijk op literatuur was voor mij een verademing.

‘Ik weet dat natuurlijk ook niet op voorhand. Het fantastische aan mijn podcast is: als je mensen interviewt… Hoe zal ik het verwoorden? Mensen uit de media worden vaak geïnterviewd. Het voordeel is dat ze zeer goed kunnen praten. Het is tof om met hen te spreken, want ze hebben een vlotte babbel klaarstaan en ze hebben interessante dingen te vertellen. Maar het nadeel is dat mensen uit de media vaak dezelfde antwoorden uit hun hoed toveren. De kracht van Drie boeken is dat ik vanuit een compleet nieuwe invalshoek mensen benader. Ik vraag iets wat nog nooit iemand hen gevraagd heeft. Soms krijg je, als je geluk hebt – en dat is zeldzaam – bij een mediafiguur een verrassing. Dan krijg je een nieuwe blik op die persoon. Dat is, denk ik, wat jij bedoelt. Dat je plots Admiral Freebee hoort op een manier die je nog nooit eerder van hem hebt gehoord.’

‘Als zoiets gebeurt vind ik het geweldig, hoewel je het niet op voorhand kunt inschatten. Ondertussen heb ik 340 gesprekken achter de rug en het kan niet elke keer prijs zijn. Maar vaak blijven gasten me verrassen. Zo had ik onlangs een interview met de regisseur van animatiefilms Vincent Bal. Het ging over het technisch aspect van scenarioschrijven. Ronduit fascinerend. Mijn podcast is voor mij eigenlijk één groot excuus om al mijn domme vragen te stellen. En als ik het beu ben stop ik. Want het is van mij en ik ben niemand iets verplicht. Plezant, hé? (lacht.)’

Staan er je nog mensen op je verlanglijst?

‘Dat zal nogal zijn. Het ding is: er zijn nog ontzettend veel schrijvers die ik niet heb uitgenodigd. Enkele wel natuurlijk. Maar heus niet zoveel. Toen ik de podcast begon had ik namelijk schrik dat luisteraars zouden denken dat het een programma van en voor schrijvers zou zijn. Ik krijg veel vragen van auteurs, maar ik kies bewust voor een gediversifieerde gastenlijst. Schrijvers vind ik anders wel ideaal voor opnames in een theaterzaal voor een live publiek. Of ze over het algemeen niet timide van karakter zijn? Daar heb ik anders nog niet veel van gemerkt. (lacht).’

‘Hoewel me net iemand te binnen schiet die inderdaad eerder schuchter is, Jo. Ik bezocht de dichter Ingmar Heytze in zijn huis Utrecht. Bij hem voel je dat hij lef uitstraalt op een podium, maar in wezen een introvert persoon is.’

‘Vergeet niet dat mensen met mij over hun favoriete onderwerpen spreken: lezen, schrijven, boeken. De opnames doe ik alleen. Zonder ploeg. De man die je soms op de achtergrond hoort lachen: dat ben ik. Het kost me niet de minste moeite om het programma te maken. Integendeel. Het geeft me energie. Het spreekt voor zich dat ik niet elke week de drie boeken die mijn gast tipt lees. Maar ik bereid me grondig voor en zoek allerlei informatie rond de uitgekozen titels op. Dat maakt het voor mij gemakkelijker om tijdens het gesprek spontaan linken te leggen. Al die ‘misschien’-linken zitten op voorhand in mijn hoofd. Daardoor kan ik betere vragen stellen.’

‘Ik knip er achteraf slechts enkele minuten uit. Het betreft vooral wat technisch knippen. Een storende kuch; een hakkelende vraag; rinkelende glazen; een blaffende hond…’

‘Hoe ik op het idee voor de podcast ben gekomen? Ik werk al lang voor de radio. Soms heb ik de behoefte om daarnaast een extra project te doen. In 2019 begon die innerlijke noodzaak weer op te spelen. Wat je namelijk op de radio niet kan doen is een heel lang gesprek met iemand voeren. Het idee rond Drie boeken was al een tijdje aan het gisten in mijn hoofd. Tijdens eindeloze autoritten met mijn vriendin Marie hebben we het concept zot idee ontwikkeld. Een zot idee is een project waarvan we op voorhand weten dat we het niet gaan concretiseren – zoals bijvoorbeeld in Londen gaan wonen. Maar soms kan een deel van een geflipt project wél levensvatbaar zijn. Zo is het idee voor de podcast tijdens een autorit ontstaan. En ook vanuit het gevoel: ik wil dit zo graag weten. Want als ik eerlijk ben is dat het enige bij mensen wat me interesseert. Ik wil totaal niet weten hoe het met de kinderen gaat of hoe de vakantie is geweest. Ik wil weten wat je aan het lezen bent.’

Wat zijn jou drie boeken? Ik neem aan dat je keuze doorheen de tijd evolueert. Maar vandaag op een vrijdag in maart in deze sympathieke eetgelegenheid in het wondermooie Gent rond het middaguur. Wat zijn jouw drie favoriete boeken, Wim?

‘Die Drie boeken zijn uiteraard een tijdsopname. Sowieso komt Bezonken rood van Jeroen Brouwers erin, want dat is mijn favoriet boek aller tijden. Van hem heb ik letterlijk alles gelezen. Voor de podcast ben ik bij zijn weduwe – Gwennie Debergh – langsgeweest. Al zeg ik het zelf: het was een fascinerende aflevering. Zeker luisteren. Dat is het eerste boek. Het tweede boek is ‘Het lied van ooievaar en de dromedaris’ van Anjet Daantje. Het is het beste Nederlandstalige boek dat ik het afgelopen decennium heb gelezen. Als derde boek zou ik op deze vrijdag in maart de winnaar van de Booker Prize van 2024 kiezen: Orbital van Samantha Harvey. Over twee jaar zal mijn laatste keuze wellicht een ander boek zijn. Ik vond Orbital prachtig poëtisch geschreven. En ja: zo evolueren mijn voorkeuren doorheen de tijd.’

‘Wie ik ook graag lees is de vorige Nobelprijswinnaar: Laszlo Krasznahorkai – een tip van Steven Van Ammel. Hij vernoemde hem in de podcast. Dankzij Steven had ik al twee boeken van hem gelezen toen de Hongaarse schrijver plots bekroond werd met de Nobelprijs. Voor mij het meest geweldige egomoment van het jaar. Meestal moet ik zeggen, nadat het nieuws is bekend gemaakt: nog nooit van die goede ziel gehoord! Maar nu kende ik hem niet alleen, ik had er zelfs al boeken van gelezen!’

Wie zou je willen dat een blog begint en waarom?

‘Dat is een goede vraag. Weet je wat het betekent als mensen zeggen dat het een goede vraag is? Dat ze nog even de tijd nodig hebben om erover na te denken.’

‘Barack Obama! Hij is mijn favoriete nummer één persoon. Als mens. Als potentiële gast in mijn podcast. Als schrijver. Als denker.’

‘Stel je voor dat Virginia Woolf nu zou leven en bloggen…’

‘Ik denk dat ik niet graag – noch van Obama, noch van Virgina Woolf en bij uitbreiding noch van iemand anders – meningen over de actualiteit zou willen lezen. Wat ik wél graag wil is: inspiratie. Wat vind jij een inzicht? Had jij met iemand een gesprek deze week dat is blijven hangen? Doe je daar iets mee? Naar wie of wat heb je geluisterd? Hoe ziet je bibliotheek eruit? Samengevat: persoonlijke, intellectuele en culturele inspiratie.’

‘Ik wil niet lezen wat Virginia Woolf over Trump denkt. Ik weet dat het een idioot is. Ik hoef dat niet herbevestigd te zien.’

‘Wat niet wil zeggen dat ik politieke boeken niet interessant zou vinden. Zo heeft Dominique Willaert er net een geschreven over hoe je mensen zou kunnen overtuigen niet meer op extreem rechts te stemmen. Dàt boeit me dan wel. Omdat Dominique er zich jarenlang in verdiept heeft.’

‘Actualiteit en geopolitiek interesseren me juist bovenmatig veel, maar ik wil enkel de mening lezen van mensen die het onderwerp aandachtig bestudeerd hebben.’

‘Een derde persoon die ik graag zou zien bloggen is Françoise Chombar. Eind jaren tachtig heeft ze Melexis opgericht. Een computerchipbedrijf. De firma heeft nu wereldwijd veertien vestigingen, waaronder ook in Taiwan en de Verenigde Staten. Het is een multinational geworden en het zou ons Belgen met trots mogen vervullen. Françoise Chombar stond al lang bovenaan mijn lijst en ik was oprecht verheugd dat ik haar voor mijn driehonderdste aflevering mocht interviewen. Zij is voor mij een van de meest inspirerende mensen die er in ons land rondlopen. Omdat ze de moed heeft gehad om te springen en lang CEO van Melexis is geweest. Computerchips zijn essentieel voor de toekomst zoals die zich tegenwoordig aftekent. Ze zit in de spits van de spitstechnologie. Hoe ze praat over hoe je een bedrijf moet leiden… Hoe ze praat over de boeken die ze gelezen heeft… De inspiratie die ze uit boeken haalt is zo geweldig. Ik zou zo graag hebben dat ze een wekelijkse blog schrijft. In de kern draait het bij mij altijd weer om hetzelfde: inspiratie.’

Wat maakt een blog goed?

‘Zal ik je het geheim van een goede blog verklappen? Maar alvorens ik het je influister ga ik eerst nog twee blogs vernoemen. Voor mij is een nieuwsbrief een hedendaagse blog. Die van Peter Zantingh heet De vierde versie. Zantingh schrijft over schrijven en over wat hij gelezen heeft. En hij vertelt wat hij er goed of niet goed aan vindt. Tegelijkertijd is het een dagboek waarin hij een inkijk geeft in hoe zijn schrijfproces evolueert. Een van mijn favoriete blogs is eigenlijk een Instagram account: BBBoeken. Die is van Bruno – de man van dokter Tessa Kerre. Zij is een hematoloog. Elke zaterdagmorgen staan zij en haar man om tien uur ’s morgens voor de deur van boekhandel Limerick. Ze kopen sowieso teveel boeken. Daarom hebben ze zichzelf de toestemming gegeven dat ze elk drie boeken mogen kopen. Niet meer en niet minder. Bruno houdt een blog bij op Instagram. Hij is fotograaf geweest en dat zie je aan zijn esthetische beeldtaal. Wekelijks beschrijft hij hun zaterdagochtenden in de Limerick en hun discussies over hoe ze tot hun finale keuze gekomen zijn.’

‘Maar nu is de tijd aangebroken om je het geheim van een goede blog vertellen: Persoonlijk zijn. Een blog is goed als hij persoonlijk is. Als je voelt: dat is typisch die persoon. Niemand anders zou dit op zo’n manier beschrijven.’

We gingen zo op in ons gesprek dat we besloten om te blijven lunchen. Het eten was voortreffelijk en nooit haperde de conversatie. Toch bleef ik een heel klein beetje op mijn honger zitten, want ergens hoopte ik dat Wim me dé vraag der vragen zou stellen.

‘Wat zijn volgens jou de drie boeken die we absoluut gelezen zouden moeten hebben, Jo?’

‘Ik ben bijzonder blij dat je me deze vraag stelt, Wim. En het klopt dat het natuurlijk, net als bij jou, een momentopname is. Maar toch denk ik dat ik de volgende top drie mijn definitieve keuze blijft.’

‘Dit zijn volgens mij de drie boeken die je absoluut gelezen zou moeten hebben:’

‘Als eerste boek: Een ontgoocheling van Willem Elsschot. Omdat het op een bijna tastbare manier een wereld oproept die nu niet meer bestaat: het Antwerpen van honderd jaar geleden. Het Antwerpen van mijn groot- en overgrootouders. Omdat het begint met een magistrale openingszin en eindigt met de mooiste paragraaf die ik ooit heb gelezen. Omdat het in nauwelijks zestig pagina’s zoveel thema’s bestrijkt. En omdat een vriend van mij, die twintig jaar geleden zelfmoord pleegde, nachtenlang “Meneer Dubois heeft het mooist gesproken, moeder’ – een essentiële zin uit Een ontgoocheling – kon debiteren. Dit om de schijnheiligheid van een bepaald soort mensen te onderstrepen.’

‘Mijn tweede keuze is Out Of Sheer Rage van Geoff Dyer. Een onwaarschijnlijk geestig boek over wegzinken in een diepe depressie en over uitstelgedrag. Schijnbaar gaat het over een mislukte poging om een wetenschappelijke studie over D.H. Lawrence te schrijven – en tegelijkertijd zegt Dyer ongelooflijk interessante zaken over Lawrence. Maar het gaat ook over Dyers dagelijks gevecht tegen verveling. Out Of Sheer Rage is op een onderkoelde manier bijzonder humoristisch en tevens is het stilistisch briljant.’

‘En het derde en laatste boek dat iedereen gelezen zou moeten hebben is: The Long Goodbye van Raymond Chandler. Omdat het waanzinnig goed is geschreven. Elke paragraaf fonkelt. In elke paragraaf schuilt humor en melancholie. Het is een detective met de mooi benaamde Philippe Marlowe in de hoofdrol. Maar tegelijkertijd snijdt Chandler alle grote thema’s aan: alcoholisme, gebroken huwelijken, vriendschap, ontrouw, liefde, verslavingen, twijfel. Als ik de rest van mijn leven nog maar één boek zou mogen lezen laat het dan The Long Goodbye zijn.’

Dit palaver is geëindigd.

Uit de biecht (vangst #271)

De redactiechat van Aanlegplaats is meestal een rustige plek. We hebben het over blogs en gastvissers, maken afspraken voor een fysieke vergadering (zou het dit jaar lukken?) waarop we weer realistische voorstellen zullen doen die dan in de nevelen van onze gecombineerde procrastinatie zullen verdwijnen.

Achteloos zullen we zo straks onze duizendste vangst en zeventigste verjaardag vieren, waarna, dat gaan we merken, een tijddeurtje open zal klappen. Jan-Paul van Spaendonck brengt verslag uit.

Er fietst een man voorbij. Een magere, grauwe zeventiger met pluizig, slecht geverfd haar die, voorovergebogen over zijn racefiets, hardnekkig in de eeuwige jeugd wil geloven, of liever, in het niet bestaan van de ouderdom. Ik herken mijn jeugdvriend D. maar roep hem niet aan. Een tegenzin welt in me op als ik denk aan het toneelgesprek dat we gaan voeren nadat hij mij herkend heeft. Dit alles, herkenning, weerzin en de reden ervan, gaat in een woordeloze flits door me heen.

Uit: Tijddeurtje en vrije meter op Voorheen Rookzanger

Maar soms neemt het volume van onze digitale stemmen toe, worden we weer jong en enthousiast als nooit tevoren. Dan hebben we het over boeken en schrijvers. Dan zijn we een leesclub – een verschijnsel waaraan ik nog nooit in levende lijve heb deelgenomen. Ingrid van der Graaf wel. En daarom leest ze Niemand kan terug, van Alba de Céspedes. En omdat zij daarover schrijft, lees ik dat boek nu ook. Nu u nog, want het is echt ouderwets mooi (nu ja, het was héél modern toen het verscheen, in de jaren ’30 van vorige eeuw).

Wie de wereld wil veranderen, moet boeken bestuderen, lezen, beredeneren, lezen, onderzoeken, lezen, ontdekken, enzovoorts. Lezen om op eigen kracht een gedachte, een idee onder woorden te kunnen brengen. Dat is wat ze doen deze jonge vrouwen, liggend en rokend op bed of rond de tafel geschaard. Nachtenlang praten ze over hun ambities, hun ouders, sommigen lopen weg van het internaat om hun eigen geld te verdienen, of zoeken de liefde bij getrouwde mannen. Alles in het kader van onafhankelijk willen zijn.

Uit: Geen weg meer terug op Werk in Uitvoering

En als het stilvalt in de redactiechat, stelt altijd wel iemand de vraag: hoe zou het met Vitalski zijn? Wel, goed zo blijkt, want hij heeft een nieve auto, maar eigenlijk ook niet zo goed: ik ben eenzaam vrienden, ik streel jullie langs deze blog.

nét op dié dag, waarop je je auto éindelyk, maand na maand, hebt afbetaald, net op dàt kwartier is die opeens exact zodanig versleten, dat je er een nieve moet gaan halen. je kan dus niet uitroepen: “ik heb een nieve auto gekocht,” zonder eerst heel stilletjes te fezeleen: “myn afbetaal-plan heeft opnieuw een ‘resetje’ gedaan.”

Uit: State of being van 24 naar 25 avril 2026 op VitalskiBlog.

Als extra’tje deze week een gedicht van Viktor Frölke, door hemzelf voorgelezen: