Hip en cool en zo (vangst #245)

Niet de middelbare school van Rein Hannik (r) Wim Bladt

Wie hip en cool en succesvol is en zo, die heeft geen tijd om goede blogs te schrijven.

Maar voor de niet zo hippe meisjes en jongens is de blog het ultieme wraakmiddel. Zie je wel dat ze goed zijn terecht gekomen? Zoals deze week Rein Hannik, die ook vertelt over mijn jeugd – of zo lijkt het toch. Of dichter Bo Vanluchene (nieuw op Aanlegplaats!), die voor de liefde naar London is verhuisd, en daar verslag over uitbrengt. Of Suzanne Brink, die voor een fietstijdschrift iemand interviewt die niets over fietsen te vertellen heeft, en geen idee heeft hoe het gesprek af te kappen.

lk dool weer door die gang, nu als een ‘aanwezigheid’, om een jonge Rein te waarschuwen voor wat er komen gaat. Ik hoor de piepende schoenzolen. Het geschreeuw. Het gelach. Het gehoon. De bassen van de leraren. Het krijsen van de juffen. Het rinkelen van de schoolbel. Ik voel de onmacht weer. De onoverbrugbare afstand tot meisjes. Tot populariteit. Maar ook tot thuis. Tot alles.

Uit: De absentie van Rein Hannik

Na de aankoop van wat poëzie, trok ik naar het gratis deel van Tate Modern. Voor Cultuur met de grote C. Nu klinkt het per ongeluk toch alsof ik een cool leven heb, maar ik heb vooral wat overweldigd naar reusachtige Rothko’s gestaard en een deur proberen te openen waarop stond dat die naar een ‘stille kamer’ leidde voor mensen die even rust nodig hadden, maar ik kreeg die helemaal niet open, er was geen klink en op den duur moest ik cool wegwandelen alsof dat aldoor al mijn bedoeling was.

Uit: De gezonde inbreker van Bo Vanluchene

Daarna ging hij los. Levensloop, cv en alle boeken die hij had geschreven. Soms stond hij op: ‘Dit boek heb ik ook nog geschreven.’
Zijn vrouw zat er ook gezellig bij en lachte hard om zijn anekdotes. 
‘Maar om terug te komen op de fiets’, probeerde ik vaak. 
Hij luisterde graag naar de Tour de France op de radio, fantastisch hoe die wielrenners de grenzen van hun eigen kunnen opzochten. Verder had hij niks met fietsen.

Uit: Mislukt interview over Jezus en de fiets van Suzanne Brink

Vleermuys

Vleermuys is gewoon mijn schrijvend alterego, aldus Iris Salembier. Ze neemt bij momenten mijn gedachten over en verspreidt ze in blog en tekst. Ze is onverschrokken en durft neerschrijven wat ik nooit had durven zeggen. Vleermuys is mijn wereld op z’n copy.

En schrijven doet ze, aldus redactielid Jo Komkommer, met een frisse en vindingrijke taal.

De hoogdagen van het naseizoen (vangst #244)

Het viel onze geweldige collega Marjon al op dat Dirk en ik in onze inleidingen en blogs bovenmatig veel koffie drinken. Dat kan beter en gezonder. Daarom zette ik op een maandagochtend verse gemberthee, begon de blog Vleermuys te lezen en werd meteen ingepalmd door de frisse, vindingrijke schrijfstijl. In de voetstappen van de schrijfster reis je mee naar een stad aan de Noordzee en dat in de steeds groeiende overtuiging dat van alle seizoenen het laagseizoen het allermooiste is.

De Kopenhagen-trilogie van Tove Ditlevsen vond ik een van de meest overrompelde leeservaringen van de laatste jaren. Het deed me dan ook plezier om te merken dat Ingrid van der Graaf die – anders dan Dirk en ik – haar koffies hoofdzakelijk in Deventer drinkt, er precies hetzelfde over denkt. Bovendien brengt zij perfect onder woorden waarom de (autobiografische) boeken van Ditlevsen zo uitzonderlijk goed zijn.

Besluiten doen we met Jan-Willem Lubbers die terugblikt op de tijd dat hij een studentenkamer deelde met een jongeman die Marcel Proust en Plato adoreerde en desondanks overtuigd was van de volmaaktheid van zijn kennis.

En dan ga ik nu koffie drinken.

De kust vind ik op z’n best buiten het zomerseizoen, om vele redenen, en één ervan – die ik nu pas ontdek- is dat ik hier blijkbaar gratis mag parkeren, dat kan zelfs niet op de parking van het ziekenhuis.’

Uit: Zeehond van Vleermuys

Ik denk aan Tove Ditlevsen die in het geheim aan haar eerste roman schreef. Daarna schrijft ze verder, verhalen vooral, ‘het gordijn tussen mij en de werkelijkheid is weer dik en geeft me een gevoel van geborgenheid.’ Vanaf haar twaalfde schreef ze gedichten, droomde ervan een boek te zijn dat door anderen meegenomen zou worden, gelezen worden. Is dromen het begin van succes?’

Uit: Neem me mee, lees me van Ingid van der Graaf

Maar onze enthousiaste gesprekken werden in de loop der tijd steeds vaker discussies en die discussies werden steeds moeizamer en pijnlijker. Zeker op het gebied van klassieke muziek. Waar ik ook enthousiast over was, hij wist altijd een dirigent of pianist te noemen die natuurlijk beter waren (of het beter zouden doen) en stond niet open voor alternatieven en de gedachte dat het ene het andere niet uitsloot. Waar ik eeuwig zoekend was, mat hij zich een air aan dat hij het allemaal al gevonden had. Waar ik twijfelde wist hij alles zeker. Dat ik muziekwetenschappen had gestudeerd en het soms toch echt beter wist, daar had hij geen boodschap aan.

Uit: 2096 van Jan-Willem Lubbers

Dope sucks (vangst #243)

Onze bloggers hebben nood aan verdovende middelen. Kimme Tigra staat in de rij voor neusspray, Gerbrand Bakker houdt het bij shag. Dat Herman Brood al in 1978 wist dat Dope sucks, vernemen we deze week via Marc Kregting in zijn onderzoek naar een specifiek soort spreektaal – “Ik denk aan termen uit een laag register, die allicht eerder een andere taal bereiken dan jargon uit de zoveelste exacte wetenschap. Scheld- en geslachtstreekwoorden, zoals fuck.”

Iedere schrijver zijn verslaving.

Het is Black Friday in de apotheek. Wie vroeg genoeg was kon neusspray in bulk kopen. Terwijl ik sta aan te schuiven in de monsterlijke wachtrij hoor ik op de podcast die ik aan het beluisteren ben een man zeggen dat zijn vriendin geen vorige bedpartners mag hebben gehad. Voor ze dus met hem samen was moest ze al rekening met hem houden.

Uit: Kimme Tigra op Instagram

Tankstations zijn zo’n beetje de enige plekken waar je nog shag kunt kopen. Ik zei tegen het meisje achter de balie wat ik wilde en zij vroeg: ‘Mag ik uw identificatiebewijs zien?’ Eerst keek ik haar zonder iets te zeggen aan. Daarna zei ik: ‘Ik ben drieënzestig!’ Haar collega, een vrouw die een stuk ouder was, zei: ‘Nieuwe regels.’ Ik stond naar adem te happen. ‘Maar kijk naar me, ik ben drieënzestig!’ Ze wees naar een bord dat op de balie stond. ‘Daar staat het.’ Alsof alles wat op een bord staat onmiddellijk geldig en allesbepalend is.

Uit: Agressie en geweld op Gerbrand Bakker

Afgaand op Van Dale bestaat in het Nederlands sinds 2009 de term sucker. Ik ontdek dat dankzij de computer, want het was te vinden in het lemma ‘zuigen’. Daar leer ik verder dat to suck betekent: waardeloos zijn. Maar sinds wanneer? Herman Brood poneerde in 1978 dan wel ‘Dope sucks’, maar dat deed hij in slang-Amerikaans. Historisch vind ik het onbegrijpelijk interessant dat Van Dale in oktober 2012 fok in de betekenis van fuck toevoegde, en fak in april 2018.

Uit: Altijd sukken op De honingpot

De vangst van Alain Grootaers (vangst #242)

‘Een blog die ik hogelijk waardeer is die van Philippe Clerick. Hij weet de actualiteit altijd met een scherpe scalpel te fileren en te duiden. Bovendien weet hij ook vaak de feiten historisch te kaderen, iets waar ik een zwak voor heb.’

‘Een andere blog die ik regelmatig lees is victa placet mihi causa van Marc Vanfraechem. Hij volgt de Franse actualiteit en literatuur op de voet en schijnt op die manier een licht op een donkere hoek in mijn kennis, vermits ik me nu meer bezig hou met de Spaanse actualiteit.’

Wie de beslissing van het Festival verdedigt, haalt aan dat Shani niet geweerd werd omdat hij een Jood is of een Israëlische staatsburger is, maar omdat hij muziekdirecteur is van het Israëlisch Filharmonisch Orkest. Dat is waar. Shani is wel degelijk muziekdirecteur van dat orkest. Tja, wat wil je? Voor zulke functies neemt men nu eenmaal de meest getalenteerde dirigenten aan. Is het een misdaad om getalenteerd te zijn?
      Ja maar, antwoordt men, daardoor is Shani gelieerd aan het ‘regime’, daardoor bekleedt hij, schrijven 14 Vlaamse cultuurhuizen, een ‘invloedrijke functie’.
Invloedrijke functie? Dat zal dan toch om muzikale invloed gaan hoop ik. Of heeft de dirigent een vinger in de pap bij het Israëlisch kabinet? En gelieerd? Shani niet meer gelieerd aan het Israëlische ‘regime’ dan Michaël De Cock aan het Belgisch koningshuis, ook al is hij hoofd van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg.’

Uit: Bedenkingen bij het gecancelde concert van Philippe Clerick

Met zijn zware ingrepen in de marktwerking, en zijn idee dat wat één land wint een ander land verliest, komt Trump dicht bij de economische opvattingen van bijvoorbeeld Ferdinando Galiani (1728-1787), of Voltaire (1694-1778) en de meesten van hun tijdgenoten. Ook zij vonden dat import en export (minstens wat graan betreft) door de staat geregeld moest worden.

Al hoorde men toen ook andere stemmen, die van de fysiocraten namelijk, die eerder l’ordre naturel voorstonden, het laissez-faire waarbij de staat zo min mogelijk tussenkwam.

Misschien is Trump wel een stiekeme lezer van Galiani?’

Uit: Leest Trump Ferdinando Galiani? van Marc Vanfraechem

Alain Grootaers, het interview

Telkens als ik Alain Grootaers zie moet ik aan het credo van Johan Anthierens denken: Niemands meester, niemands knecht. Zijn dwarse, sprankelende geest heeft iets ongrijpbaars. Je weet dat hij denkt, maar niet op voorhand wat hij denkt.

Net als zijn gedachten dartelde ook zijn loopbaan alle kanten uit. Als student had ik een mateloze bewondering voor Alains ondernemerschap. Terwijl ik me afvroeg welk leven me in de schoot geworpen zou worden, startte hij in de jaren negentig – nauwelijks twee jaar ouder dan mij – het ene na het andere tijdschrift. Ze waren allemaal losjes geïnspireerd op de Engelse mannenbladen die toen in zwang waren. P-magazine, Ché, Teek,… Stuk voor stuk voelden ze de tijdsgeest goed aan en de aandachtige lezer begreep dat ze meer om het lijf hadden dan de prikkelende en in jongenskamers legendarische badpakken-specials. De magazines stonden vol spitse artikels en onbevangen pennen kregen er de kans om ervaring op te doen en in alle rust aan te scherpen. Een betreurde vriend werkte enige tijd op de redactie van P-magazine en vertelde me dat het er zeer kameraadschappelijk aan toe ging. Er mocht wat afgelachen worden.

Dat goedlachse heeft Alain altijd gehad. Zijn donkere ogen stralen een jeugdige schalksheid uit, ook al rukken de rimpels eronder ongenadig op. In zijn gezelschap regent het kwinkslagen en dat hoeft niet te verwonderen want een van zijn oudere broers, Walter, was de zanger van De Kreuners en de bedenker van een van de meest poëtische Belgische LP-titels aller tijden: Natuurlijk zijn er geen Alpen in de Pyreneeën

Hoewel Alain voor luiheid als kunstvorm het grootste respect opbrengt, leest zijn biografie als die van een man met zeven levens. Niet voor niets noemen intimi hem de Leonardo da Vinci van Lier. Talentvolle doelman die voorbestemd leek om Danny Verlinden in het eerste elftal van K. Lierse S.K. op te volgen; begaafd fotograaf die uiteindelijk besliste om politieke wetenschappen aan de VUB te gaan studeren; manager van De Kreuners; eerste winnaar van de populaire quiz De Slimste Mens ter Wereld; olijfboer in Spanje; reisbegeleider; begenadigd kok die met Table d’Alain de culinaire lat in Antwerpen voor mindere goden zoals Sergio Herman op onbereikbare hoogte legde; betrokken vader; paardenfluisteraar; schrijver van een zeer divers oeuvre; maar bovenal: levenskunstenaar. Een heuse Pallieter. 

Jarenlang woonden we in dezelfde straat en terwijl onze langbenige Nederlandse vrouwen de wereld rondreisden, brachten wij plichtgetrouw onze dochters naar school. Elkaar aan de schoolpoort begroeten schept een band en ik had dan ook maar wat graag met Alain op café afgesproken om het over vroeger te hebben, maar zijn drukke bestaan liet het niet toe. Daarom werd het – primeur! – mijn allereerste online interview. 

Als digibeet riep ik de hulp van mijn vrouw Jolanda in en na wat gesteggel verscheen als bij toverslag Alain in beeld met op de achtergrond een staalblauwe hemel waarvan ik veronderstelde dat het de Spaanse was. Het was echter, verklapte hij me, een computeranimatie. Moet je daarvoor helemaal naar Andalusië verhuizen?

Er was wat onduidelijkheid over de beeldkwaliteit en Jolanda vroeg hem of hij ons goed kon zien.

‘Ik zie jou groot en Jo in het klein, zoals in de werkelijkheid.’

Het interview kon beginnen en vooraf vroeg ik Alain of ik het gesprek mocht opnemen.

‘Ik heb liever dat je het allemaal met de hand noteert.’

De toon was gezet.

1) Waarom ben je ooit met een blog begonnen?

‘Tijdens corona heb ik met mijn toenmalige partner Jakobien Huisman en regisseur Mark Sanders de documentairereeks Tegenwind gemaakt waarin ik wetenschappers interviewde die het niet eens waren met de maatregelen die de regering aan de bevolking oplegde en plots verloor ik al mijn werk. Ik werd gecancelled. Tot die periode schreef ik regelmatig bijdragen voor DS Weekblad en af en toe voor de website van de VRT-redactie of De Morgen. Ineens waren alle opdrachten weg.’

‘Met Tegenwind hebben we de Publieksprijs van de Ultimas gewonnen. De laatste aflevering werd in de Elisabethzaal vertoond en er was enorm veel volk komen opdagen. De eerste drie afleveringen van de reeks zijn in totaal door 7 miljoen mensen bekeken geworden. Vanaf dat moment kregen we zelf van de mainstream media veel tegenwind – met Knack, De Standaard en De Morgen voorop.’

‘Ik ben geschrokken van die tegenreacties, want ik had enkel mensen geïnterviewd waarvan ik vond dat het nuttig was om hun stem te laten horen. Een van de kernwaarden van de journalistiek is waarheidsvinding. Als ik nu de verslaggeving over Gaza lees: daar zijn zoveel gaten in te schieten. Je herkent de pertinente leugens of de verdraaiingen van de waarheid. Ik denk dat de journalistiek daar zwaar in de fout is gegaan. En het is allemaal met corona begonnen. De kritische houding van de journalistiek is toen verdwenen. Sindsdien is ze volgzaam geworden en loopt ze gedwee aan de hand van de overheid mee. De huidige pers is een beetje de Pravda van vroeger geworden.’ 

‘Maar om op je vraag terug te komen: Ik ben met mijn blog begonnen om mijn pen geoefend te houden. Op basis van mijn stukjes werd ik door Doorbraak gevraagd om een column te schrijven die in het verlengde van de blog lag.’

Zet twee oudere jongeren bij elkaar en algauw worden herinneringen opgerakeld aan de tijd dat we dachten voetbalgoden te zijn die in afwachting van een gouden toekomst bij Real Madrid, na een zoveelste nederlaag, in vermolmde kantines in de Kempen Oxo dronken.

‘Dat je dat nog weet, Jo! Inderdaad: de voor mannen van onze generatie legendarische rockjournalist Marc Mijlemans woonde achter het stadion van Lierse op het Lisp. Hij kwam naar de wedstrijden van de reserves kijken en stond achter mijn goal. Hij moedigde me aan om vooral te blijven schrijven. “Je moet een nieuwe Jan Mulder worden.” Op zijn aanraden ben toen aan een boek met verhalen over de kleedkamer-avonturen van een voetbalploeg begonnen. Het waren waarachtige, uit het voetballeven gegrepen anekdotes. Spelers die in de douche tegen elkaars benen pisten en ander hoogstaand cultureel vertier.’

‘Als vijftienjarige richtte ik met mijn neef Marc Hendrickx een eigen striptijdschrift op: Clumsy’. Ik was gek van stripverhalen en we reisden het hele land af om striptekenaars te interviewen. Zelf ben ik een abominabele tekenaar, daarom dat die wereld me zo fascineerde.’

‘Wat me altijd is bijgebleven is het gesprek met Pom, de tekenaar van Piet Pienter en Bert Bibber. Achter zijn tekentafel hing een houten plankje met daarop twee boeken: een exemplaar van het Groene Boekje – want Pom was in Duitsland opgegroeid en worstelde soms met de Nederlandse taal. En Hommeles in Rommelgem uit de Robbedoes-reeks van André Franquin. Het exemplaar was door veelvuldig gebruik volledig stukgelezen. Als Pom bijvoorbeeld moeite had om handen te tekenen – een ware nachtmerrie voor de meeste schilders en tekenaars, zo verdubbelde de Spaanse schilder Goya zijn prijs als hij zijn opdrachtgever met beide handen moest schilderen, vandaar dat je op veel werken van Goya in het Prado edelmannen ziet die één hand achter hun rug houden – greep hij telkens weer terug naar het album van grootmeester Franquin, want volgens Pom tekende er niemand beter dan de geestelijke vader van Guust Flater.’

‘Of ik dankzij mijn blog nieuwe opdrachten heb gekregen? Ja en neen. Het helpt om je bezig te houden; om je pen aan te scherpen; om je te stimuleren en na te denken; om onderwerpen en invalshoeken te zoeken. Dat is belangrijk. En in mijn geval, toen ik ziek werd (Alain werd in 2023 op de motor in Malaga getroffen door een hersenbloeding), fungeerde het als een soort van dagboek waar ik later op kon terugvallen. Mijn dagboeknotities vormden de basis voor mijn recent verschenen boek Beroerd.

‘Het aantal lezers van mijn blog schommelt enigszins. Het hangt ervan af hoeveel reclame ik er op sociale media voor maak. Maar het varieert tussen de 5000 en 20.000 per week. Een zeer behoorlijk bereik.’

‘Mijn kracht als schrijver is dat ik mezelf niet té serieus neem. Ik zal altijd proberen er wat humor in te steken. Ik tracht alles door een schertsende bril te bekijken. Mijn credo is: Jezelf niet te serieus nemen, maar je werk wél.’

2) Wie zou je willen dat een blog begint en waarom?

‘Ik zou weleens een blog van onze premier willen lezen. Ik heb net op YouTube zijn bijzonder intelligente voordracht in Nederland voor Elsevier Weekblad gezien. Bart De Wever is een historicus en tijdens de lezing greep hij meteen terug naar de splitsing van de Nederlanden. Hij kaderde het in een historisch perspectief en kwam uiteindelijk bij het huidige Europa uit. Die splitsing is ook een beetje mijn stokpaardje want ik ben, net als De Wever, een orangist (het orangisme is een beweging die ijvert voor het herstel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden). De Wever staat daarin niet alleen. Ook socialisten zoals ‘vadertje’ Edward Anseele zijn hem daarin voorgegaan. Volgens Anseele was de grootste historische fout uit onze geschiedenis de Belgische revolutie en de scheiding van de Nederlanden en ik ben het daar volledig mee eens. Ik zou dus wat vaker in het hoofd van De Wever willen kijken omdat ik hem een intelligent en belezen man vind en ik wil weten hoe hij zelf die spreidstand ervaart om nu als Vlaams nationalist plotsklaps ook de Belgische staat te moeten belichamen.’

‘Politiek gezien zou je mij een progressieve conservatief kunnen noemen. Ethisch progressief, maar cultureel en economisch conservatief. Ik heb politieke wetenschappen en internationale betrekkingen gestudeerd en ben Marxistisch opgeleid. Op mijn achttiende was ik uitgesproken links, maar dat is wel veranderd – ook door de geschiedenis beter te bestuderen en te zien wat het communisme ons heeft gebracht en vooral niet heeft gebracht. Op dat vlak is er bij mij mentaal een sterke verschuiving geweest. Ook in het Gaza-conflict sta ik eerder, denk ik, aan de Israëlische kant dan aan de kant van Hamas. Ik bekijk het wat pragmatischer. Ik vind de reacties op het conflict heel emotioneel. En ook hier is de rol van de pers weer in twijfel te trekken waarbij propaganda soms moeilijk van verslaggeving te onderscheiden valt. Propaganda-gewijs worden veel mensen gevoelsmatig in een bepaalde richting geduwd. Die psychologische oorlogsvoering in ons hoofd is tijdens de coronacrisis begonnen, waar mensen als kuddes een eenduidige visie werd opgedrongen. Als je niet plooide was je asociaal, of een antivaxer of een complottheoreticus. Je werd meteen gemarginaliseerd. En nu zie ik hetzelfde gebeuren met Gaza. De tragiek van 7 oktober 2023 – waar onschuldige festivalgangers werden afgeslacht – veroorzaakte een trauma in de Israëlische samenleving. Stel je voor dat op Rock Werchter zweefvliegtuigen zouden overvliegen en parachutisten neerdalen en op de massa beginnen schieten. Ga je dan nog zo reageren? Ik heb Israël een tiental jaar geleden bezocht. Het was naar aanleiding van een boek dat ik al lang had gepland over de reis die de Vlaamse Fransiskaner monnik Willem van Ruysbrouck te voet ondernam naar Mongolië om daar in opdracht van de Franse koning en de paus de grote Khan te ontmoeten. Zijn reis en dus ook mijn onderzoek, startte in Acre, het bruggenhoofd van de tempelridders in Israël, dichtbij de grens met Libanon. Bovendien heb ik tijdens dat bezoek veel van oorsprong Arabische Israëliërs ontmoet, want mensen vergeten dat 21% van de inwoners van het land van Arabische origine is en dezelfde rechten genieten. Het is de enige democratie in wat wij nog steeds het Midden-Oosten noemen – terwijl het alleen maar zo heet omdat het in het midden tussen Londen en Indië ligt. Velen onder hen werkten in de tech-industrie en vertelden me dat ze zich in een Arabisch land nooit zo hadden kunnen ontwikkelen. Ze kregen toen van de Israëlische overheid evenveel kansen, ook financieel, als de andere bewoners. Dat heb ik tijdens dat bezoek geleerd. Ik denk dat reizen een sleutelpunt is om de wereld beter te kunnen begrijpen. En uiteraard de geschiedenis kennen!’

3) Wat maakt een blog goed?

‘De kans om in het hoofd van een schrijver te kijken. Waar is hij of zij mee bezig. Hierbij gaat het niet alleen om het aankaarten van wereldproblemen maar ook om de persoonlijkheid van de auteur, om hoe hij zijn levenssfeer inkleurt. Dat was de grote kracht van een van mijn favoriete schrijvers: Godfried Bomans. Hij gaf een inkijk in zijn privé-leven en verstond de kunst om van daar uit te waaien naar bredere onderwerpen. Meestal speelden die zich dan op café af. (lacht).’

‘Als jonge tiener las ik naast Bomans eveneens bijzonder graag P.G. Wodehouse. Maar als ik zelf een boek aan het schrijven ben, moet ik goed uitkijken wie ik lees, want ik heb de neiging om een stijl waar ik van hou over te nemen. Als ik in een Dashiell Hammett bezig ben, wordt een column soms een hard-boiled mysterie uit de jaren dertig vol spitse one-liners en fatale blondines. Daar moet ik echt voor oppassen.’

‘Het visuele aspect van een blog is voor mij minder belangrijk. Het gaat om de tekst – hoewel ik er zelf wel foto’s tussenschuif om het geheel wat te verluchten. Maar in de kern draait het voor mij om het verhaal.’

‘Hoewel ik graag in België ben – en zeker in Lier waar ik opgroeide – blijf ik in Spanje wonen. Het is mijn thuisland geworden. Ik ben nu een filmscript voor een televisiereeks aan het schrijven. Samen met mijn Spaanse echtgenote Estrella, die binnenhuisarchitecte is, heb ik een productiehuis opgericht en daar gaan we mee aan de slag. Eind december moet het scenario klaar zijn. Het zal een kostuumfilm worden die zich afspeelt in het Spanje van de zestiende eeuw. Hun gouden eeuw.’ 

Lier is altijd mooi, en zeker op een donderdagavond in de herfst. In een goed gevulde galerij Artisjok hield Alain Grootaers er zijn nieuwste boek Beroerd boven het doopvont. In de grote ruimtes van de kunstgalerij wemelde het van gezichten uit zijn rijkgeschakeerd verleden en hoewel de neergang bij de meesten van ons aan een onstuitbare opmars was begonnen, werd er behoorlijk wat afgelachen. Iedereen voelde zich welkom: zelfs Royale Union Saint-Gilloise-supporters uit de Brusselse rand. Na de zwierige inleidingen van Liesbeth Imbo en Bert Kruismans – die zelf door een herseninfarct was getroffen en een lotgenoot was – nam Alain het woord. Zijn stem klonk nog immer krachtig en zijn gedachten waren nog steeds – zoals het motto van de Amsterdamse verzetskrant Het Parool – vrij en onverveerd. Er werd gul met grappen gestrooid maar even vaak zag je dat hij, rondkijkend in de zaal, door emoties werd overmand. Oude jeugdliefdes met wie het goed toeven was aan de oevers van de Nete waren oma’s geworden; bevriende journalisten met scherpe pennen leunden nu op wandelstokken; kortom: le tout Lier was aanwezig en inwoners van andere Metropolen konden alleen maar afgunstig toekijken op de warmte die er die avond in de Pallieterstad hing. 

Na het overdonderende applaus verscheen Yarrid van uitgeverij Pelckmans met een grote bos bloemen ten tonele, waarop Alain hem verwelkomde met de woorden: ‘Yarrid dacht dat ik dood zou neervallen en heeft bloemen meegenomen voor op mijn graf.’

Yarrid bood niet alleen bloemen maar ook een helpende arm aan en ondersteunde een fier rechtopstaande Alain. Met het klimmen der jaren is hij – die ooit door een optimistisch gestemde moeder naar Alain Delon werd vernoemd – meer en meer op een Spaanse edelman gaan lijken. Slank. Trots. Maar ook breekbaar. Een man die tot voor zijn hersenbloeding met de motor de hoogste bergkammen beklom, schuifelde nu behoedzaam naar zijn signeertafel.

Op de trein begon ik Beroerd te lezen en twee avonden later was het uit. Het boek is een wervelend geschreven verslag van de ziekte die zijn leven danig overhoop gooide. Nooit wentelend in zelfmedelijden, nooit tranerig, nooit belerend. Afwisselend geestig en ontroerend vertrekt het uit een particuliere ervaring om algemene zaken over een ziekte te zeggen die in België jaarlijks 19.000 mensen treft. De toon is vintage Alain Grootaers: al monkellachend het leven en de liefde omarmend, zonder evenwel de schaduwkanten ervan uit het oog te verliezen.

Als ik mijn hele leven naar dit soort handelaars in angst had geluisterd, dan was ik verzekeringsagent geworden in plaats van journalist. Dan was ik nooit naar Andalusië verhuisd, de beste beslissing ooit. Of dan had ik nooit een sabbatjaar genomen om met mijn toen negenjarige dochter door India en Zuid-oost-Azië te reizen, een ervaring waar ze nu nog steeds de vruchten van plukt. Of dan had ik nooit de Himalaya en de Andes overgestoken met de motor. Ik zou mezelf beroofd hebben van levensveranderende ervaringen en herinneringen waar ik nu, in een Spaans ziekenhuisbed – trouwens ook een levensveranderende ervaring – nog steeds van geniet als ik eraan terugdenk.

Meer moet dat niet zijn (vangst #241)

Gouden raad van Tante Kaat op een dinsdag in de herfst. De bomen kleuren al amber, mahonie, koper. Verslik u niet in uw Espresso Macchiato, slurp geduldig met genotvolle slokken, proef het zachte schuim. Dat je niet moet moeten, behalve doodgaan op het einde. Hoe je dan misschien wel meer betekenis geeft aan alles, schrijft Joe Duncair.

Eveline Vanhaverbeke heeft slaaptips in petto. Praktisch nu de donkere dagen en lange nachten lonken. Het misschien wel goede nieuws: seks kan altijd.

Margot Springvlo schetst een ruimte waarin leven nog mag zonder regelneefjes en kommaneukers en muggenzifters. Tranen, lege flessen wijn, peuken, een snorrend kacheltje, lieve warmte.

Sinds het relatief vroege overlijden van zijn ouders, leeft hij het leven veel meer van dag tot dag. Dat wordt door zijn ziekte nog versterkt. Ik beheers die vaardigheid nog niet. De kankerliefde leerde het mij, van dag tot dag. Zelfs een restaurant dat louter een afspiegeling is van de werkelijke vakantiebestemming, wordt hierdoor iets moois, iets wat we zelf invullen, zelf betekenis geven. “Niets moet” is geen universeel geldende wijsheid – die bestaan namelijk niet. Het is wat er gebeurt als de dood je in de ogen kijkt. Dan realiseer je: enkel sterven moet. Dat werkt bevrijdend. Het is die vrijheid die ik als tiener projecteerde op veertigplussers. Op voorwaarde dat ze niet sterven natuurlijk.

uit:  Herinneringstempel  van: Ontaarding

Tip 13: Hou je bed exclusief als een plek om te slapen.

Het is belangrijk dat onze geest ons bed ziet als de plek waar er geslapen wordt. Doe daarom geen andere activiteiten in bed dan slapen (en seks). Laat je gsm sowieso buiten de slaapkamer, maar ga ook niet lezen in bed of tv kijken. Door je bed alleen te gebruiken als een plek om te slapen versterk je de associatie die je geest maakt tussen je bed en slaap.

uit: Volg-deze-16-tips-om-snel-in-slaap-te-vallen-en-eindelijk-weer-goed-door-te-slapen van Flow with life

in de schuur ben ik thuis
mijn tranen hebben zich in het hout genesteld
mijn lach ligt achter de boormachine
mijn boek in de hoek
lege flessen wijn 
volle bakken peuken
het kacheltje snort 
ik lees er de krant 
ik kijk er een film 
in de schuur ben ik thuis

uit:  Schuur  van Margot ten Kaat

Gevleugelde woorden

Geen literaire blog, maar wel veel te leuk om niet op te nemen, zo oordeelde de redactie van Aanlegplaats.

In Gevleugelde Woorden brengt Aron Groot elke zaterdag een stuk taalgeschiedenis. Met als bonus een handleiding Proto-Indo-Europees lezen. Onweerstaanbaar toch?

Het schrijven van deze stukjes kost tijd – in dit geval mijn hele donderdagnacht. Mocht je mij willen motiveren om door te blijven gaan, dan kan dat door a) dit stukje te liken, b) je te abonneren, of c) een donatie te doen. Maar wees niet bang: ook zonder jullie steun zou ik door blijven gaan! Ik vind het schrijven van deze stukjes namelijk erg leuk.

We weten dat het pijn doet (vangst #240)

Deze week rekken we de grenzen van het toch al niet kraakheldere begrip ‘literaire blog’ nog wat verder op. Net als Kathy Mathys geloven we namelijk dat de waarneming het woord vooraf gaat. Zij geeft ons wat oefeningen om verder te kijken dan onze neus lang is.

Over neus gesproken: Aron Groot (wiens Gevleugelde woorden bezwaarlijk een literaire blog kunnen worden genoemd, maar we houden nu eenmaal heel veel van woorden) leest meer in Elsschots Het huwelijk dan wetten en praktsche bezwaren, wat hem naadloos brengt bij veest, het woord dat u uw kinderen nooit hebt bijgebracht wanneer ze een stille scheet losten.

Eindigen doen we met minder. Met zo veel dank aan Eliane De Bleser in Andere Woorden.

Wij zijn zo sterk visueel ingestelde wezens dat we dikwijls voorbijgaan aan wat de andere zintuigen ons laten voelen. In deze oefening luisteren we naar wat onze vingers vertellen.

-Vraag aan een huisgenoot, vriend of buur om een tas te vullen met spullen. Je kunt dit ook zelf doen, maar dan is de inhoud geen verrassing meer.

-Trek blind een object en houd je ogen gesloten. Betast het grondig zonder te gluren. Je kunt het object ook tegen je andere lichaamsdelen aandrukken. Probeer een open geest te bewaren, blijf nieuwsgierig, ook wanneer je weet welk object het is.

Uit: In de vingers van Kathy Mathys

Maar het Proto-Indo-Europees kende ook de nagenoeg identieke wortel *psd-. Het enige verschil met *prd- is een s in plaats van een r. We hebben het hier dus over het laten van een scheet die niet zo veel geluid maakt. Voor de Proto-Indo-Europeanen kennelijk een belangrijk onderscheid.

Uit: Twee onomatopeeën voor scheten op Gevleugelde Woorden

(We horen slechts 1 stem)
Ik wil uw linkerooglid.
Ja, ik weet dat het pijn doet.
Nu wil ik een kies.
Ja, ik weet dat het pijn doet.
Nu een hap uit uw linkerdij.
Jaja, ik weet dat het pijn doet.
En een van uw duimen. U mag kiezen dewelke.

Uit: Een ooglid of zo op Andere Woorden