De vangst van Lieve Van de Velde (vangst #255)

Henk van Straten over zijn solo kerstdiner. Over hoe fijn het op zich kan zijn om kerst in je eentje door te brengen, zolang het ‘op zich’ is, in een bokaaltje, zonder toeschouwers. Zodra die er zijn, wordt het iets om je voor te schamen, triest om alleen te zijn. Gek hoe eenzaamheid pas eenzaamheid wordt als anderen zien wat je zelf voor allenigheid aanziet. 

‘Nog even wat laatste dingen kopen. Dat is wat ik zei. Nu kon ik mezelf voorhouden dat ik daar de pizza en kwark mee had bedoeld, maar dat was natuurlijk niet zo en dat wist ik zelf ook wel. De implicatie was: de laatste paar items voor het kerstdiner. Blijkbaar wilde ik dat hij dat van me dacht.’

‘Keeping up appearances. We doen het allemaal, op momenten en in bepaalde situaties. Ik had alleen gehoopt dat dit, voor mij, niet zo’n situatie was. Dat mijn lat voor het inzetten van een façade wat hoger lag dan dit.’

Uit: Ho ho helemaal alleen van Henk van Straten

Ingrid van der Graaf heeft het in Werk in uitvoering over een van de majeure stressfactoren in een mensenleven en ze slaagt er toch in om het aantrekkelijk voor te stellen. Moet ik onthouden voor mijn volgende verhuis: dat het niet alleen de beuë daad van het inpakken is, maar ook het frisse herbeginnen. 

‘Ik denk vaak aan verhuizen, aan wakker worden in een vreemd nieuw leven. De gretigheid van het opnieuw beginnen. Er zijn dagen dat als ik een leegstaande boerenschuur zie bij mezelf zeg, dat moet te doen zijn. Ik stel het me voor, leven in een boerenschuur, drie bij vijf. Steeds weer dat verlangen naar een basis.’

(…)

‘Het is waar, ik ben op mijn best als ik midden in een verhuizing zit. Als de wijnglazen al (of nog) zijn ingepakt, er gedronken wordt uit kleine waterglazen. Het ontbreken van plinten, een ongeschilderde deur, stapels boeken. Er midden in dat hele opengebroken leven een vriendin langs komt. Er samenlopen van omstandigheden zijn. Dat ik even geen rekening hoef te houden met deze of gene, want ik ben aan het verhuizen.’

‘Verhuizen is als overbodige spullen van een tafel vegen. Eindelijk mogen al die opgespaarde kruimels weg.’

Uit: Uit huis gaan van Ingrid van der Graaf

Bij de ijskoude jaarwissel kijkt Sarah De Grauwe van De grauwe gekheid naar foto’s van haar nichtje die in Panama zit om de liefde te vieren en overschouwt haar eigen zonnende leven met een herkenbare reflectie. 

‘Ik werp een blik op mijn Noorse sokken, die hun uiterste best doen mijn tenen warm te houden. Ik blijf zitten, badend in licht en muziek, en denk dat dit misschien wel de meest Vlaamse vorm van exotisme is: de binnenzon.’

Uit: Binnenzon van Sarah De Grauwe

Lieve Van de Velde, het interview

Op wandelafstand van waar de redactie van De Standaard is gehuisvest, ligt Galerie Bortier. Het is daar dat ik met journaliste Lieve Van de Velde had afgesproken. Bortier is een historische gaanderij uit 1848, ontworpen door de visionaire architect Jean-Pierre Cluysenaar, die nog steeds de sfeer van de negentiende eeuw uitademt. Het zit tjokvol boekenwinkels waar bibliofielen op zondag speuren naar zeldzame eerste edities, terwijl koffiejunkies zich laten verwennen door barista’s die alles weten over de kunst van het klaarstomen van non-flat white cappuccino’s met havermelk. Het is een plek waar de oude en nieuwe wereld samenkomen. 

Lieve moest nog wat werk afronden en huppelde enkele minuten na het afgesproken tijdstip binnen. Ze is een fleurige jonge zestigster die uitstraalt dat ze beter dan wie ook weet waar de hippe nieuwste eettenten zich bevinden. Aan alles merk je dat ze een kosmopoliete is die er nooit heeft bij stilgestaan dat je koffers ook kunt uitpakken. Al van jongs af aan voelde ze de drang om verder te reizen dan de grenzen van haar geboortedorp Erps-Kwerps. Toon haar een woestijn en ze is er als reisbegeleidster met een groep dwars doorheen getrokken. 

Al meer dan drie decennia leeft Lieve van haar pen. Eerst maakte ze gedurende acht jaar bedrijfsmagazines voor Roularta, nadien ging ze aan de slag bij Planet Internet en sinds het begin van deze eeuw schrijft ze – met een onderbreking van drie jaar waarin ze voor Elle werkte – voor De Standaard. 

Als een zeldzaam relikwie uit vervlogen tijden blijf ik zweren bij de papieren krant en daarom valt De Standaard ook op weekdagen bij ons in de bus. Doorheen de jaren verjongde en vervrouwelijkte de redactie en de herinnering aan de witte overhemden van Manu Ruys vervaagde. Alvorens we het over bloggen zouden hebben, was ons weerzien een uitgelezen kans om te schermen met de namen van journalisten en medewerkers van de krant die ik graag lees. Ive Marx! Christophe Vekeman! Ruben Mooijman! Joke Van Caesbroeck! Rebekka De Wit! Steven van Ammel! Nele Van den Broeck! Mia Doornaert! Raf Njotea! Zo. Dit palaver is geëindigd.

Lieve en ik kunnen beiden nog steeds blij worden van goed geschreven teksten.

En over goed geschreven teksten gesproken. Tijdens de treinrit had ik zitten lezen in De lijst van mijn leven van Suzanne Grotenhuis en ik gaf het aan Lieve. Ze begon erin te bladeren en verdween in het boek. Als redactrice die er op moet toezien dat elke komma juist staat, geraakte ze gefascineerd door een tekst zonder interpunctie en ik merkte hoe ze meer en meer ondergedompeld geraakte in de wereld van Suzanne Grotenhuis. Hallo, Lieve?! Wel bij de les blijven! We moeten het nog over bloggen hebben.

Waarom ben je ooit met een blog begonnen?

‘Het is allemaal alweer lang geleden, hé Jo. In die tijd werkte ik voor Planet Internet. Het was rond de eeuwwisseling. Dat was het prille begin van bloggen en blogs. In 2001 was ik een van de allereerste bloggers van het land. Mijn blog heette Cybrrina en stond op de portaalsite van Planet Internet. Mijn chef Fréderic Marain raadde me aan om eerst een persona te verzinnen zodat ik in haar huid kon kruipen, alvorens via haar mijn observaties wereldkundig te maken. Daarom verzon ik een autobiografie van twee pagina’s. Pas dan was Cybrrina klaar om tot leven gewekt te worden. Elke week schreef ik als Cybrrina column-achtige stukjes.’

‘Twee jaar later – in 2002 – ben ik voor mezelf met een blog begonnen. Dat werd dan Sajaara. Ik reed toen rond met een Toyota en leerde op de avondschool Arabisch en het Arabisch woord voor auto is Sajaara. Stiekem hoopte ik dat Toyota een wagen op de markt zou brengen met de naam van mijn blog. Voor mijn gevoel zou de cirkel dan rond zijn. Ik poste twee tot vijf blogstukjes per week. Het waren observaties die recht uit het hart kwamen. Dingen die ik op straat zag. Randzaken waar ik me druk om maakte. Het was eigenlijk Facebook avant la lettre.’

‘Ik had geen bepaald doel voor ogen. Het vloeide meer voort uit de zottigheid van de redactie van Planet Internet: “Zullen we allemaal eens beginnen bloggen?” Uit dat wilde idee zijn toen een vijftal blogs ontstaan. Sajaara heeft zes jaar bestaan. De lengte van de stukken varieerde. Kort en lang. Dan gaf ik mezelf ’s morgens bijvoorbeeld de opdracht om drie observaties te noteren die iets met het woord ‘grijs’ te maken hadden. De lucht; de jas van een man in een boekenwinkel; mijn schoenen. De volgende dag gooide ik het over een andere boeg en begon ik met ‘Het is toch moeilijk om…’ en uit die openingszin ontstonden bedenkingen. Het ging ook over zaken die me dwars zaten, zoals de liefde. Ik was net weg bij mijn ex en schreef beschouwende stukjes over hoe lastig het is om alleen te zijn. Soms waren het niet meer dan zeven zinnen of een handvol paragrafen. De blog leefde wel. Via een teller kon ik zien hoeveel lezers ik dagelijks bereikte. Op sommige dagen waren het er meer dan tweehonderd. Het was tof.’

‘Planet Internet werd opgekocht door KPN en we kregen met z’n allen collectief ontslag. Ik ben dan beginnen freelancen en bloggen, tot er plots een aanbod van De Standaard kwam: of ik bij hen chef-online wilde worden? Iemand poste op de nieuwssite van het toenmalige magazine Metro dat blogster Sajaara chef ging worden van DS online. Dat maakte me oprecht kwaad, want uit het niets werd mijn identiteit zomaar prijsgegeven. Zo wisten mijn toekomstige collega’s plots meer van mijn onnozele gedachten dan wat ik hen op mijn eerste werkdag had willen toevertrouwen.’

‘Voor mij betekende die anonimiteit tijdens het schrijven een beschermhulsel. Ik vond het echt invasief. Want juist omdat ik me achter een persona kon verschuilen, gingen mijn observaties dieper. Het was allemaal net voor met de komst van sociale media de bom om te ‘sharen’ en te ‘oversharen’ zou losbarsten. Na twee dagen was ik het incident alweer vergeten. Achteraf gezien had het weinig belang. Uiteindelijk zinken we allemaal in de anonimiteit weg.’

‘Naast het bloggen en mijn journalistiek werk had ik tevens een zot plan om een roman te schrijven. Daarom begon ik met een derde blog: Psychokippen. Ik gaf mezelf de opdracht om elke dag één pagina van een verhaal te schrijven. Het was impulsief begonnen. Afin, het was in de periode dat ik bij Elle werkte. In de zomer hadden ze nood aan een minibijlage met een licht fictief verhaal. De deadline kwam dichterbij en we hadden nog niets. Tot ik voorstelde om mijn blog dan maar als zomerroman te gebruiken. Het was het liefdesverhaal van Tina en Ono en speelde zich in Brussel af. Het werd op dertigduizend exemplaren gedrukt. Onlangs vond ik er eentje thuis terug en ik heb het herlezen.’

‘De Nederlandse blogster Merel Roze was een van mijn voorbeelden. Ook zij deelde gedachten en gevoelens op haar blog, die trouwens nog steeds bestaat. Er staat een link op naar de schrijfcursussen die ze geeft. Ondertussen is Merel een moeder van grote kinderen. Verder waren er een paar andere Nederlandse bloggers waar ik me aan spiegelde en enkele collega’s. Er bestond een heuse blogcommunity. We lazen elkaar. Nadien is die band wat verwaterd.’

‘De blog Psychokippen bestaat niet meer. Van Sajaara duiken er hier en daar op het internet soms nog wat sporen op.’

‘Bij DS hebben we een blogsysteem om snel nieuws te brengen over grote thema’s zoals de Amerikaanse verkiezingen, Oekraïne of Gaza. Op de redactie ben ik lang afdelingschef geweest en twee jaar geleden wou ik weer meer gaan schrijven. Toen hadden we het plan opgevat om dat blogsysteem te gebruiken voor een rubriek die we Uit het hart doopten met persoonlijk getinte verhalen over herkenbare menselijke thema’s.
Het is een roulement van afwisselende stukken over het leven. Sinds de zomer bestaat het format enkel nog in de krant, niet meer online.’

‘In het begin stond ik er alleen voor mee maar dat viel op lange termijn niet vol te houden, want ik liep tegen de grenzen van mijn eigen hoofd aan. Daarom hebben we met een groepje van een zestal mensen een beurtrol systeem geïntroduceerd. Het concept was in die zin revolutionair dat we het mysterie van de redacteur doorbraken. De afstand tussen de redacteur en de tekst werd kleiner. De meeste van de stukken zijn in de ik-vorm geschreven. En er worden zeer persoonlijke verhalen gedeeld. In die zin is mijn blogverleden nuttig gebleken, omdat ik al vertrouwd was met een persoonlijkere toon.’

‘De wens om opnieuw te beginnen bloggen is er nog. Het verlangen om niet zozeer voor het werk, maar voor mezelf schrijven. Maar ja: gebrek aan tijd, hè. Het zal iets zijn voor later als ik op pensioen ben.’

Wie zou je willen dat een blog begint en waarom?

‘Cleopatra! Ik zou zoveel over haar willen weten. Ik zou in haar hoofd willen kijken. Was ze echt een mannenverslindster? Hoe dacht ze over het leven? Hoe was ze bezig met seks? Was ze met haar uiterlijk begaan? Van haar wil ik echt alle ins- en outs kennen. Welke kleren droeg ze? Het is mijn wens dat Cleopatra haar hoofd via haar blog voor mij opensmijt. ‘De autobiografie van de eerste bitch uit de geschiedenis’.’

‘Als je namen van tijdgenoten zoekt, denk ik spontaan aan een toevallige naamgenoot: Rinus Van de Velde. Zijn kunst en zijn teksten grijpen me aan. Maar ergens vind ik het jammer dat zijn werk zo verhalend is. Hij geeft weinig van zichzelf bloot. Wat gaat er in zijn hoofd om? Is hij bezig met emoties? Ik zou willen weten wat hij denkt. Ik zou wensen dat hij soms in zijn hart liet kijken in plaats van alleen in zijn brein.’

‘Ik heb zelden het gevoel dat kunstenaars wat meer afstand zouden moeten nemen. Mij spreken de autobiografische elementen in hun werk me juist erg aan.’

‘Wat me ook zou interesseren is om de blog van een kloosterzuster te lezen. Kortom: ik ben nieuwsgierig naar de binnenkant van mensenlevens.’

Wat maakt een blog goed?

‘Voor mij hebben goede blogs weinig of geen filter. Je valt meteen bij de blogger in huis. Het zijn de reflecties van het moment, zonder dat het te bedacht of te geconstrueerd is. Zo krijg je als lezer een beeld van hoe die mens is, leeft en denkt.’

‘Natuurlijk heeft Elmore Leonard met zijn uitspraak Your easy read is my hard work gelijk, Jo. Maar het gebeurt evenzeer dat ik al zo lang over iets hebt nagedacht dat het er tijdens het schrijven spontaan uitrolt. Dan is het geen hard werk. Met sommige van mijn columns gebeurt dat: op een uurtje schrijf ik iets waar ik dan zelf blij mee ben, zonder dat het me enige moeite heeft gekost. Gewoon omdat ik er op voorhand al lang over had nagedacht.’

‘Anders dan op mijn blogs schrijf ik voor de krant behoedzamer. Want het is niet mijn krant. Op substack vind je tegenwoordig zeer veel goed geschreven sociologische analyses. Alsof ze uit de lucht geplukt zijn.’

‘Naast ongefilterd moet een blog eveneens getuigen van een eigen stijl. En authentiek zijn.’

‘Als het korte observaties zijn hoeven ze voor mij niet opgefleurd te worden met afbeeldingen. Maar als het om lange lappen tekst gaat, dan wel. Als je afbeeldingen gebruikt moet je consequent zijn en moeten ze in het verlengde van de tekst liggen. Het visuele dient overeen te komen met de identiteit van de schrijver, zodat de twee samenvallen en een afgerond geheel vormen.’

‘Voor mijn blog Sajaara plukte ik lukraak foto’s van het internet en ik plakte ze erop. Het was super inconsequent van mij. Maar voor Psychokippen had ik een vriend die passende foto’s maakte. Zo herinner ik me een hele mooie, domweg van mijn been op een barkruk. Daar zat wél een lijn in. Dat was esthetisch wél doordacht.’

Het einde van het gesprek naderde en het ging over onontdekte talenten. Zou een immomakelaar in Gdansk een zeldzaam getalenteerde striptekenaar kunnen zijn? Een beenhouwer een grensverleggende architect? Of de bassist van The Beatles een grandioze tuinarchitect. 

‘Dat zal wel. Het kan toch niet zo zijn dat je al je talenten opgebruikt hebt. Zo was ik onlangs keihard verrast door het schrijftalent van fotografe Kaat Pype.’

‘Omgekeerd is een collega-redacteur naast journalist ook een begaafd fotograaf. Dat talent rijmt hij met een geordende geest. Zo publiceert hij op Instagram een duoreeks. Soms gebeurt het dat ik met hem voor een reportage door het land reis en als hem onderweg iets opvalt moeten we stoppen. Hij wil er dan absoluut een beeld van maken. Uit zijn archief van duizenden foto’s weet hij precies met welk ander beeld hij het kan linken. Hij is voortdurend bezig met kijken. Er zit veel dimensie in zijn foto’s.’

Het gesprek zat erop. Als trage schrijver sprak ik mijn bewondering uit over de snelheid van professionele pennen. Wat er ook gebeurt in de wereld – een dichter die sterft, een strafschop die gemist wordt, een bom die afgaat, een land dat een buurland binnenvalt – de volgende ochtend liggen er goed geschreven en degelijk onderbouwde analyses klaar.

‘Op de avond dat Prince stierf zijn we met z’n allen onmiddellijk naar de redactie teruggekeerd en ’s morgens hadden we twaalf pagina’s over het leven en de muziek van His Royal Badness geschreven.’

Gevraagd naar de schrijvers die ze graag leest, antwoordde Lieve: ‘Mijn absolute favorieten zijn Paul Auster, Douglas Coupland en Haruki Murakami. Vorige week heb ik mijn boekenkast nog eens uitgemest en vier zakken weggedaan. Het waren toffe boeken die ik graag heb gelezen, maar ik moet ze daarom niet bijhouden.’

Want ja, hoe vaak lees je in je leven een boek dat je echt nooit had willen missen?

We rekenden af en namen afscheid. 

Met dezelfde energieke tred als waarmee ze was binnengewandeld snelde Lieve naar buiten. Ze moest die avond haar koffers nog klaarzetten voor haar volgende woestijnreis.

De laatste bankzitters (vangst #254)

Afscheid is een aangrijpend en strak gecomponeerd verhaal over verlies. Iris van de blog Vleermuys verstaat de kunst om met weinig woorden veel te zeggen. Ze laat suggestieve stiltes vallen. In enkele paragrafen kleurt ze de laatste maanden uit het leven van haar geliefde moeder in en beschrijft ze de leegte die deze na haar dood achterliet.

Tijdens de wintermaanden zijn er weinig columnisten die ik liever lees dan Jan Devriese van De week van Devriese. Jan, zelf niet gespeend van melancholie, lijkt geboren te zijn om met zijn dartele pen de zwaarte van ons bestaan te verlichten. Zijn knap portret van een Brugse kroegtijger, die niet aan het klimmen der jaren kon ontkomen, moet niet onderdoen voor het beste van Simon Carmiggelt.

Al sinds het prille begin zijn de redactieleden van Aanlegplaats het er roerend over eens dat Tom Wouters – de Peter Pan van de blog Het ongerijmde – een uitzonderlijk talent is. We zijn dan ook zeer verheugd dat het eerste boek van Tom Wouters voor volwassenen volgend jaar in mei bij uitgeverij Tzara zal verschijnen. De titel is al even sterk als de cover: In mijn hoofd zwemmen vissen. Want het is hoog tijd dat ook de rest van de wereld Tom Wouters ontdekt.

‘Die ‘als’ is nu een vaststaand feit, met een datum en een uur. Vanaf nu kunnen we niet meer doorvragen. Wat, als je er niet meer bent? Welke liedjes wou je op je uitvaart, welke bloemen, welke urne, welke teksten? Het zijn vragen die ik nooit over mijn lippen heb gekregen. Maar nu zitten we hier en moeten we alles zelf beslissen in de eeuwige twijfel of het wel dat is wat je wou.’

Uit: Afscheid van Vleermuys

‘Wat wel hielp, was muziek. Maar dan enkel Echte Muziek. Als er geen gitaar in zat, groeiden zijn oren dicht. Van al die nieuwlichterij moest hij niet weten. Meer dan eens bespraken wij aldus de Werken van Led Zeppelin, of van Rory Gallagher, of een andere bestofte gitaarheld. Daarbij bespeelde hij weleens, met subtiel vingerwerk, zijn jagersjasje zonder mouwen. Waarna wij er samen nog eentje namen.’

Uit: Slainte van Jan Devriese

‘Ik zit me te verstoppen in de verhalen in dit boek, en zoals bij elk spelletje verstoppertje hoop je gevonden en gezien te worden. Voor iemand die grote delen van zijn tijd in zijn verbeelding opgesloten zit, is het idee om te mogen bestaan erg aanlokkelijk. Ik hoop dat mensen dit boek met veel plezier en liefde zullen lezen.’

Uit: Binnenkort in de boekhandel: In mijn hoofd zwemmen vissen van Tom Wouters

De man met de spiegel (vangst #253)

Een vrolijke kerstvangst, dat is alles wat we wilden. Echter, de staat van de wereld, de condition humaine, etc. Het leven is nu eenmaal geen ponykamp, zelfs niet met kerst. Wat zeggen we, het lijkt eerder alsof de feestverlichting en zeemzoete deuntjes ons menselijk lijden extra in de verf zetten!

Loïs Blank van Hard//hoofd is boos op Pantone omdat die gebroken wit tot kleur van het jaar heeft verkozen en ze pleit voor een bontgekleurde glitteroutfit op de barricaden. Kotsen op woensdag pleit er dan weer voor onszelf op te sluiten in het lichaam en te sterven van de pijn. Ik moet me toch ergens aan vastklampen, als jij niet vast te klampen bent? Hoop komt van Johan Bosmans, die met de ontmoeting tussen Marcel en Ella welhaast een alternatief kerstverhaal te pakken heeft. Merry Christmas lieve lezers!

Wat Cloud Dancer betreft: Pantone beschrijft de samenleving als een ‘die de waarde van stille reflectie herontdekt’. Wanen we ons in 2026 straks allemaal stille, reflecterende dansers tussen witte wolken van visuele zuiverheid?

Ik denk zacht gezegd dat het een goed idee is als we dat proberen te voorkomen. We moeten stille reflectie niet herontdekken, we hebben een gebrek aan luide reflectie – voornamelijk van de huidige wereldleiders, techbazen en ultrarijken. We hebben geen toevluchtsoord voor visuele zuiverheid nodig, we willen een wereld waarin niemand op de vlucht is.

Uit: Een klein manifest voor tierelantijntjes op Hard//hoofd

Wat bezielde mij ook? Denken dat jij en ik een wij konden zijn. De mens is niet meer capabel om degene die de spiegel voorhoudt graag te zien. Laat ons maar lijden door onze gedachten en emoties. Het eerste de beste voorwerp nemen en slaan. Uiteindelijk zijn we allen onschuldig, gekweld door schaamte en schuld die we zelf creëren.

Uit: Denken dat jij en ik een wij konden zijn op Kotsen op woensdag

De vinger van Marcel wees nog altijd naar de kader. Voor zover ze kon nagaan zat er alleen een wit papier in de kader. Ze had al zeer dikwijls naar de merkwaardige decoratie gekeken. En even dikwijls had ze hem om uitleg willen vragen, en even dikwijls had ze op haar tong gebeten.
Langzaam haalde hij de kader van de muur.
“Heb ik lang lang geleden van Helga cadeau gekregen.”
Ze wist dat hij zijn hele leven met zijn jeugdliefde Helga getrouwd was geweest. Ze wist ook het was misgelopen bij de eerste zwangerschap en dat ze hun droom van kinderen daarna hadden moeten opbergen. Een jaar of tien geleden had hij van haar afscheid moeten nemen.
“Voor deze kader ophing had ik hier een kattebelletje met een citaat van Rilke op de muur gespeld. Ken je Rilke? Rainer Maria Rilke. Een dichter. Niet erg als je er nog nooit van gehoord hebt, behalve de naam wist ik er destijds ook nauwelijks iets van. 
Ik leerde het citaat kennen in het Engels.

The brightness of a new page
Where yet everything can happen

Uit: Rainer Maria Rilke op Vijf voor twaalf

Gaten stoppen is verleden tijd (vangst #252)

Ter voorbereiding van gedwongen familiereünies met luid getaterwater en geleuk, trauma’s onder de mat geveegd en eten wat de doofpot schaft, kleffe vla en opvulblabla die angstvallig moet vermijden dat de bomma racistische liedjes begint te zingen na haar derde glas, schenken wij u ideeën over de taal en het weefsel. Interessante weetjes, handige tips, filosofische bedenksels. Laat de pijnlijke stiltes maar komen, mijmert u vooral heerlijk voort.

Mark Nankman van Verwoede Noten heeft een voorstel om bepaalde woorden te laten vallen. Aron Groot leidt ons naar het pad van het woord ‘pad’. Kristien Bonneure vertelt iets moois over textielconservators.

Daar wij wollig taalgebruik voortaan te allen tijde dienen te verbloemen zou ik willen voorstellen om per ommegaande rigoureus te snijden in het gebruik van daar in de betekenis van omdat. Nu omdat al voldoende alternatieve synoniemen kent zoals aangezien en nu, kunnen we mijns inziens prima daar daar niet meer voor gebruiken.

uit: Daar dus niet op Verwoede Noten.

van Verwoede Noten

Dan nu ons woord pad. Niet de amfibie, maar het woord dat ‘weg(getje)’ of ‘route’ betekent. Dat wordt door taalhistorici in verband gebracht met het Latijnse pōns (accusatief pontem, ‘brug’), de voorloper van onder andere het Franse pont (‘brug’, denk aan de Pont Neuf in Parijs). Ook het Griekse πόντος (pontos, ‘zee’) zou aan pad verwant zijn. De Proto-Indo-Europese oervorm wordt gereconstrueerd als *pónt-eh₁- (‘pad’).

Uit: Waarom de p in ons woord ‘pad’ op een Iraanse oorsprong wijst van Aron Groot

van Gevleugelde Woorden

Gaten stoppen is dus verleden tijd. “Vroeger werd er veel meer hersteld. Dat zie je ook: oudere reparaties waarbij gaten werden gestopt of stukken werden herweven. Maar na verloop van tijd creëert dat net meer spanning en schade.” Achter deze werkwijze zit een filosofie:“Wij willen niet meer teruggaan naar de originele staat van het wandtapijt, maar de huidige staat net behouden. Ook om te vermijden dat we een eigen invulling zouden geven aan de lacunes,” verduidelijkt Emma Damen. Een textielconservator stelt zich bescheiden op. 

Uit: Engelengeduld en precisiewerk: op bezoek in de Koninklijke Manufactuur De Wit van Kristien Bonneure

Straks maken we weer vrolijke vangsten (vangst #251)

Voor we met kerst of yule of wat je ook als feest verkiest weer volop de kaart van de hoop trekken, is er eerst de meest duistere periode van het jaar. Op Hier herkent het kerkhof mijn naam nog met een heerlijke tongue-in-cheek, bij Henk van Straten al wat serieuzer, over de vele manieren om met trauma om te gaan, om bij Marijke Van Thielen te eindigen met de rauwe, onblusbare pijn van het overlijden van haar echtgenoot.

Straks maken we weer vrolijke vangsten, maar eerst toch even deze.

Het kwam tot die tijd vaker voor, dat bepaalde mensen de gave van het zicht hadden. Wanneer hij iemand op straat tegenkwam kon hij diegene zo vertellen of de dochter des nachts met een duivel lag te flikflooien of dat er een gebochelde distels op zijn akkers aan het zaaien was, of, juist op dat moment, er een demoon met een vinger vol ziektekiemen haar lippen aan het beroeren was. Kijk, ik zeg niet dat het prettig is om te weten, maar het zijn toch van die zaken die je desondanks wel wil weten.

uit: Advent op Hier herkent het kerkfof mijn naam

De toename van het aantal bezeten mensen was toe te schrijven aan de moderne tijd. Specifieker: aan trauma’s. Een trauma is een wijde opening voor de duivel en zijn—hoe ze te noemen—fladderende hellebeesten? Iedereen voelt zich verloren in deze wereld. In feite staat leven gelijk aan getraumatiseerd raken; doen is oplopen. De duivel kan dus overal zo naar binnen, bij iedereen. 

uit: Hoe de duivel binnenkomt van Henk van Straten

‘Om kwart na elf heb ik de laatste dingen meegemaakt’, verkondigde mijn man toen hij verlamd in bed lag. Of hij dan wist hoe laat het was, vroeg ik hem. ‘Kwart na elf’, zei hij, en de klok sloeg drie uur. Kwart na elf gebeurde vier dagen later. Sindsdien beweegt de tijd verder vooruit, stroef en onverschillig. Aan zijn stolsels blijven ervaringen kleven, want zo ontstaat herinnering. Klonters worden meegesleept, samengedrukt, opgenomen en weggebracht. Alles wordt meegenomen, niets houdt stand en tussen toen en straks zit slechts acht minuten oud zonlicht.

uit: De rand, de val, de tijd van Marijke Van Thielen

De vangst van Kimme Tigra (#250)

Blogs die ik toch wekelijks tracht te vangen zijn die van Byzeebroek – de dochter van Kamagurka – en de verzen van Johan Sebastiaan Stuer, huisdichter van de Humo.

Byzeebroek (Zij heet in het echt Aurelie Zeebroek) ontdekte ik pas een paar maanden geleden. Ik vind het lachen, wat ze schrijft. Er zit veel absurditeit in, maar volgens mij is het overgrote deel van wat ze schrijft echt gebeurd of beter gezegd: echt gehoord. Ze luistert vaak mensen af op terrassen of op de trein. Dat doe ik ook geregeld en dat levert inderdaad vaak goud op. Ik blijf het vaak herhalen maar de realiteit overtreft de fictie A-L-T-I-J-D.

Een vriend van me is seksverslaafd. Hij schrijft de goorste verhaaltjes in een klein notitieboek zonder fysieke intimiteit op te zoeken. “Soms is het zo erg dat ik zelfs de top van een ijsberg zie spuiten”, vertrouwt hij me toe. Ik bedenk me dat ik nooit ijsbergen zie. “Echte seks verveelt me, het zou zelfs verboden moeten worden”, gaat hij verder.

Door Byzeebroek op Instagram

Johan ken ik van samen mee op te treden. Ik vind zijn versjes niet minder dan geniaal. We traden ooit eens samen op in de gevangenis van Ieper. Hij had veel succes bij de gedetineerden, ze lagen in een deuk.

Na meerdere zessen en vijven
Heeft zij mij het huis uitgezet
De hond daarentegen mocht blijven
Wellicht is hij beter in bed

Door Johan Sebastiaan Stuer op Instagram

Als laatste vangst had ik graag nog iemand aangedragen waarmee ik geregeld optreed. Ze heet Pierrette Coffrée en haar teksten zijn veelal geïnspireerd door het Christendom, godencultussen en tabak. Ze is daarenboven een heel bijzonder specimen. Als je de kans krijgt om haar eens te zien performen, zeker doen!

Mijn moeder ooi zei ooit profetisch
O jij mijn kind wordt ooit
een sterke mooie ooi,
een prooi, dat nooit.
Ik werd een Lam Gods
dat wegneemt de zonden der wereld.
En toen pataboem
verdwenen cafés en
verschenen teevees
en werd ik fokschaap
dat alle fuck en fake der wereld
wegfret

Door Pierrette COffrée

Kimme Tigra, het interview

Het is een druilerige woensdag namiddag in Kortrijk. Op mijn weg naar de oudste DIY underground muziekvenue van België, kom ik een hond tegen. Deze hond is van plan dezelfde richting uit te gaan en wacht op haar baasje dat achterwaarts de deur uit komt: een paar benen in luipaardprint, gevolgd door een regenjas en rosse haren. Dat moet Kimme Tigra zijn!

Kimme Tigra, geboren Kim Lefevre, kennen we bij Aanlegplaats van de vaak hilarische zkvtjes (zeer kort verhaal) op haar Instagram, waar romantiek, criminaliteit en pitagroentjes laconiek door elkaar gehusseld worden en robotmaaiers net zo goed gevoelens hebben. In 2022 werden ze gebundeld met teksten van K.RJ Tochthond en uitgegeven in het boek Prozac en gezelschapsdieren (Fluxenberg).

We wandelen samen verder naar de legendarische locatie in kwestie, die The Pit’s heet en waar Kim vrijwilliger is. Daar worden we warm onthaald met een lokaal Blauwke en een fortuinlijke poging de chauffage aan te zwengelen in de backstage. “Kimme,” vraagt de barman, “voordat jullie helemaal filosofisch worden: zijn er nog bouillonblokken?” Terwijl Kim de voorraad checkt, springt haar hond die Fran heet, met een balletje het podium op. Hier speelde dit weekend nog de populaire Amsterdamse punkband Hang Youth. “Normaal gezien niet te betalen voor ons, maar uit sympathie hebben ze hier een stop gemaakt. Ze hebben zelfs hun T-shirts zwaar afgeprijsd.”

Je zou denken dat een mens na vier jaar interviews wat ervaring opbouwt, maar ik loop met open ogen in de val waar Julie Cafmeyer eerder bij Jo Komkommer thuis in was gelopen: ik gooi met het balletje. Een vrolijk doch hardnekkig probleem hijgt in mijn oor; één keer gooien is blijven gooien. ‘Jezelf verplaatsen van locatie is volgens mij de snelste manier om van hardnekkige problemen af te komen,’ schreef een jonge columniste waar we later nog op terug zullen komen. Ik volg het advies, maar Fran volgt harder en beter. Negeren dan. Het is erg moeilijk, ze heeft een vlekje op haar neus en haar oren staan zo guitig en bovendien drukt ze het balletje nogal grensoverschrijdend in mijn weke delen. Hoog tijd om de eerste vraag te stellen.

Waarom ben je begonnen met je zkvtjes?

Ik schreef langere teksten, maar toen ik ergens in 2019 werd uitgenodigd om voor te lezen op Punk, Proza en Pannenkoeken in de Kinky Star, heb ik eens geprobeerd iets heel korts te maken. Dat ging eigenlijk vrij vanzelf en ik vond het heel tof om aan die tekstjes te sleutelen en te knutselen. Dan ben ik daarmee doorgegaan op Instagram. Eerst elke week, maar dat lukt niet meer; ik merkte dat de kwaliteit begon achteruit te gaan.”

Zijn ze echt gebeurd?

70% is echt gebeurd… maar het is niet altijd met mij gebeurd.

Mogen we van een alter ego spreken?

Jawel, sommige dingen zou ik toch echt niet zelf doen. Maar er zit wel veel van mij in.

Ik ben blijven optreden met de zkvtjes. Bij de Sprekende Ezels en de Dinsdagclub, maar ook in Nederland: Op Ruwe Planken in Nijmegen en in De Poetsclub in Rotterdam. Ik treed vaak op met Tine Moniek en Pierrette COffrée. Hier in Kortrijk ben ik samen met Siebrand Craeynest Veel Vijfen en Zessen gestart, een reizend woordkunstpodium. Er is wel veel hoor op vlak van woord, maar het is heel niche en blijft daarmee vree onder ons.

Ik heb een drang om te schrijven, om verhalen te vertellen. Ik vind het heel leuk om daarmee bezig te zijn.

Zou je graag meer schrijven?

Ja, ik zou wel graag meer schrijftijd hebben, maar mijn probleem is dat ik veel graag doe. Ik ben hier in de Pits verantwoordelijk voor de boodschappen en het koken, ik heb een atelier in het Textielhuis waar ik teken en creatief bezig ben – momenteel maak ik een mozaïek voor in mijn keukentafel; ik heb een lief, een hond, een vriendenkring – die ook nog eens graag dingen organiseert – en werk fulltime. Het is veel.

Eerlijk: als ik het zonder optredens zou kunnen doen, graag. Voordragen geeft me toch altijd wel wat stress. Maar al mijn volgers komen van de voorleesavonden.

En je wordt wel graag gelezen?

Ja, dat wel. In Antwerp Music City werd ik eens aangesproken door iemand die ik volg op Instagram en echt heel cool vind. Bleek dat zij mijn zkvtjes fantastisch vind! Dat vond ik een hele eer. Ik treed ook graag op met mensen als Tine en Pierrette: ik vind dat niet alleen leuke mensen, maar ik vind hun werk ook echt heel goed.

Wat maakt een blog voor jou goed?

Er moet een verrassingselement in zitten, dat vind ik heel belangrijk. En ik grijp altijd terug naar het tragikomische: als ik schrijf én als ik lees. Het donkere trekt me aan, ook in muziek. Tegelijkertijd gaat het om lachen met jezelf of een situatie, niet altijd alles serieus nemen.

Het was An Olaerts die ons in haar interview wees op jouw account. Heb jij ook tips?

Er zijn niet veel anderen die zkvtjes posten, Joke Van Caesbroeck doet het en ByZeebroek, de dochter van Kamagurka misschien ook, alhoewel dat al meer columns zijn. Wel echt goed, vind ik. En verder Frank D’hanis, die staat al in jullie haven. Ik ken hem al van in onze studententijd, we hebben samen een hoorspel gebracht op Urgent FM. Abraham Von Solo vind ik goed, Johan Sebastiaan Stuer en Ken Van Roose alias Tochthond natuurlijk, maar die is gestopt. Sarah De Grauwe, dat is heel iets anders maar ook goed gedaan. Oh en Sarah Van Heuverzwijn, haar vind ik de max, haar schrijfsels zijn soms echt van de pot gerukt.

Ooit ben ik in een of ander rabbit hole op Instagram Marc van der Holst tegengekomen. Die schreef jaren geleden ook zeer korte verhaaltjes en één zin eruit is mij altijd bijgebleven: ‘Er zullen altijd meer tepels dan mensen op de wereld zijn’. Zoiets vind ik fantastisch; mijn lief heeft het op een tegeltje laten zetten. Hoe kom je d’r bie?

Van wie zou je graag een blog lezen?

Mag het iemand zijn die niemand kent? Mijn grootmoeder. Ze is op 8 oktober 99 jaar geworden en vertelt ook heel graag. Nu, tegenwoordig zijn het vaak dezelfde verhalen: over de oorlog, over haar moeder die vroeg gestorven is door een medische fout… Ik had graag nog meer verhalen van haar gehoord, verhalen die ik nog niet ken. Soms lees of kijk ik iets over de geschiedenis en dan denk ik: tiens, mémé was daar gewoon bij!

Ze is gelukkig wel nog in mijn podcast geweest. Ik heb ooit een reeks gemaakt ‘In mijn tijd was ’t beter’, waarin aan de hand van verschillende onderwerpen, verschillende generaties vrouwen aan het woord kwamen over hoe het eraan toe ging in hun tijd. Over anticonceptie, uitgaan, … Mijn grootmoeder heeft dan verteld over een meisje dat gestorven was na een clandestiene abortus. En over hoe ze na het dansen door haar moeder werd betrapt met mijn grootvader.

Welke boeken zitten er in je tas?

Ik heb er acht meegenomen: Handleiding voor poetsvrouwen van Lucia Berlin, 6 tot 8 zwarte mannen van Davis Sedaris, Fight Club van Chuck Palahniuk, The first bad man van Miranda July, Mijn jaar van rust en kalmte door Ottessa Moshfegh, The Death of Bunny Munro van Nick Cave en Vrolijke verwoesting van Delphine Lecompte.

Delphine Lecompte heeft mij door een zware periode geholpen. Enkele jaren geleden zat ik echt diep: ik ging uiteen met mijn man en ik moest mijn huis uit, wat ook het einde betekende van het kattenpension dat ik daar had. Toen ik Lecompte’s werk leerde kennen – per toeval eigenlijk, ik was in de bib op zoek naar hedendaagse dichters – dacht ik echt: what the fuck? Zij heeft ook veel meegemaakt: een alcoholverslaving, misbruik in de psychiatrie, de nodige problematische relaties. Ze schrijft overal over – en ze is ook pas later bekend geworden.

Ik heb haar ooit ontmoet, op een koffietafel voor Paul Snoek die hier in crematorium Uitzicht werd georganiseerd. Zij heeft daar voorgedragen. Haar hondjes waren mee en dan ben ik op haar afgestapt. Ze heeft over onze ontmoeting geschreven in Humo.

Na mijn speech word ik aangesproken door een jonge authentieke gekwelde vrouw met prachtige rode haren en een goddelijke pancreas, elke dinsdag fietst ze naar de bibliotheek om met haar smartphone foto’s te nemen van mijn Humo-column. Ze heeft niet genoeg geld om Humo te kopen.

(De titel van de column is ‘Humo is schandelijk duur geworden en zelden de moeite om afstand te doen van je vier euro’, red.)

Nu, ik ben vooral fan van haar gedichten, hoor. Minder van haar proza.

Maar mijn meest favoriete schrijver is toch wel Charles Bukowski. Toen ik 18 jaar was wist ik niet wat ik wilde doen. Mijn vader was postbode en zo kwam ik op een postsorteercentrum in Gent. St. Pieters terecht. Daar heb ik één van mijn beste vriendinnen leren kennen. Ze was negen jaar ouder dan ik en leerde me heel veel kennen van boeken en muziek. Ook Charles Bukowski. En dat resoneerde kweeniehoe hard. Hoe heelder dagen zuipen een mooi boek kan opleveren.

Die vriendin is ondertussen gestorven aan een maagbloeding. Zij kon ook heel goed schrijven. We hebben heel veel mails uitgewisseld, ook in die stijl: donker, tragikomisch en heel grappig.

Zou je zelf een roman willen schrijven?

Goh, ik heb dat wel eens geprobeerd. Ik heb Literaire Creatie gevolgd en een manuscript opgestuurd, waar wel wat interesse voor was maar uiteindelijk niks mee gebeurd is. En als ik dan naar het programma van Boektopia kijk en influencers als Jitske Van de Veire zie staan, besef ik dat daar niet tegenop te boksen is: uitgeverijen kiezen tegenwoordig voor het veilige, voor een naam die zeker zal verkopen. En ik denk dat ik dat eigenlijk ook niet wil.

De backstage is warm, de Blauwke’s zijn op en hoewel het aangenaam rock-&-roll aftappen is in Kims nabijheid, kan ik mezelf niet langer voor de gek houden. Tijd om afscheid te nemen van Kortrijk en van Kim. Maar niet voordat ze me haar domein heeft laten zien: de keuken van The Pit’s, waar de muren vol bandnamen, piemels en andere inspirational quotes staan en waar Kim eigenhandig gekleurde flikkerlichtjes boven het fornuis heeft geïnstalleerd, zodat ze in stijl kan koken. Al was dat zonder vast ook gelukt. Saluutjes é!

Grensovergangen (vangst #249)

Ingrid van der Graaf, de vrouw achter de blog Werk in uitvoering, slaagt er telkens weer in om een bijzonder licht te werpen op haar alledaagse bezigheden. Deze keer neemt ze ons mee naar een bezoek aan de kringloopwinkel van een dorp in de Veluwe. In wezen gaat het om een gesprek met een man uit voormalig Joegoslavië die geen lidwoorden kent, zijn spraakzaamheid als twee jonge meisjes hem een vraag stellen en het inpakken van porto glaasjes – en toch is het zeer bijzonder.

Op de vraag of Vlaanderen en Nederland zouden moeten samensmelten tot één land antwoordde Kees van Kooten ooit: ‘Neen, want dan ontnemen we elkaar onze enige kans om ook in het buitenland beroemd te worden.’ Zoals o.m. Gerbrand Bakker, Christien Brinkgreve en Nicolien Mizee recent mochten ervaren valt het met die beroemdheid in Vlaanderen reuze mee. De auteurs waren samen met een rits anderen uitgenodigd door Steven van Ammel op Boektopia op Toer. Wereldberoemd tussen Roosendaal en Groningen, maar bij de grensovergang verdampte hun faam. Over lege zalen en felle toneellichten schreef Gerbrand Bakker een leuk, meanderend stukje.

De moeder van Joe Duncair, van de blog Ontaarding, krijgt van de oncoloog te horen dat ze kanker heeft. In een aangrijpend verhaal blikt Joe terug op wat zijn moeder voor hem betekend heeft en kijkt hij vooruit naar het beetje toekomst dat hen nog rest vooraleer ze de grens zal oversteken waarvan niemand ooit is weergekeerd.

‘De meisjes waren nu als echte meisjes met elkaar in gesprek. Of de drie kandelaars, die door de man van de winkel omwikkeld waren met papier, in de ook gekochte pan pasten. Ze legden de kandelaars in de pan. Het paste. Toen deden ze de pan in een van de tasje. Waarna ze opgewonden pratend de winkel uitliepen. De man van de winkel zag eruit alsof hij iets verspeeld had maar niet wist wat.’

Uit: Iets om in te pakken van Ingrid van der Graaf

‘Een gedachte die vroeger dan wel eens opkwam was: ‘Ben ik nou helemaal hierheen komen reizen om voor een tiental mensen te gaan zitten praten?’, maar aan de andere kant denk ik momenteel eerder: ‘Nou ja, ik krijg ervoor betaald, het is werk en de nazit is vaak gezellig, vooral als er wat te roddelen valt.’ Ik telde de volgende ochtend bij Nicolien Mizee maar liefst elf bezoekers.’

Uit: Ruis van Gerbrand Bakker

‘Kanker is overal. Drie weken geleden verscheen zijn lelijke kop weer. Het doelwit: mijn moeder, die nog maar net 65 werd. Ik probeer het nog steeds te bevatten. Ben ik al op die leeftijd waarop mensen afscheid horen te nemen van hun ouders? Is zij al op de leeftijd dat ze afscheid hoort te nemen van haar geliefden, van het leven? Het is moeilijk om de wanhoop te weerstaan.’

Uit: Chemoschipper van Joe Duncair

Ach wereld (vangst #248)

De wereld draait door en de mensen zijn gek maar dat levert gelukkig goed voer onze haven. Suzanne Brink ziet geesten als ze fietst door een hip parkje. Sjors buigt zich over de moeilijke Moerdijkse vraagstukken en Kimme Tigra beschrijft vrolijk de dystopie met fitnessvolk en midlifecrisismacho’s.

Ik fiets over de Oosterspoorbaan in Utrecht, een spoor dat omgebouwd is tot park, en zie iemand in een fel oranje hesje een dansje maken in de groenstrook. Aparte plek, denk ik. En zo te zien zonder camera erbij.

uit: Zie ik daar een geest? op https://suzannebrink.nl/

Hoe plegen we dan wel verzet, zonder vrouw en kinderen te laten huilen? Tegen een bulldozer boks je niet op. Je verstopt een industriële schoorsteen niet met twee emmers sop. Ieder pionnetje kan met iemand anders ruilen. 

uit: De Entlösung voor het Moerdijkse vraagstuk van Hier herkent het Kerkhof mijn Naam

Vanmorgen las ik in de krant dat er iemand vermoord werd in de Lange Levenstraat. Ik hoop vurig dat de kwinkslag met voorbedachten rade was.

Op een bepaalde leeftijd wordt de wereld volgens mij onvermijdelijk een dystopie: cafés worden gestaag vervangen door Basic Fits en sociaal onaangepasten verplaatsen zich vandaag met elektrische steps in plaats van Harleys. Enkel de oorlog voelt vertrouwd aan.

uit: Vanmorgen las ik in de krant dat er iemand vermoord werd in de Lange Levenstraat van Kimme Tigra