Alain Grootaers, het interview

Telkens als ik Alain Grootaers zie moet ik aan het credo van Johan Anthierens denken: Niemands meester, niemands knecht. Zijn dwarse, sprankelende geest heeft iets ongrijpbaars. Je weet dat hij denkt, maar niet op voorhand wat hij denkt.

Net als zijn gedachten dartelde ook zijn loopbaan alle kanten uit. Als student had ik een mateloze bewondering voor Alains ondernemerschap. Terwijl ik me afvroeg welk leven me in de schoot geworpen zou worden, startte hij in de jaren negentig – nauwelijks twee jaar ouder dan mij – het ene na het andere tijdschrift. Ze waren allemaal losjes geïnspireerd op de Engelse mannenbladen die toen in zwang waren. P-magazine, Ché, Teek,… Stuk voor stuk voelden ze de tijdsgeest goed aan en de aandachtige lezer begreep dat ze meer om het lijf hadden dan de prikkelende en in jongenskamers legendarische badpakken-specials. De magazines stonden vol spitse artikels en onbevangen pennen kregen er de kans om ervaring op te doen en in alle rust aan te scherpen. Een betreurde vriend werkte enige tijd op de redactie van P-magazine en vertelde me dat het er zeer kameraadschappelijk aan toe ging. Er mocht wat afgelachen worden.

Dat goedlachse heeft Alain altijd gehad. Zijn donkere ogen stralen een jeugdige schalksheid uit, ook al rukken de rimpels eronder ongenadig op. In zijn gezelschap regent het kwinkslagen en dat hoeft niet te verwonderen want een van zijn oudere broers, Walter, was de zanger van De Kreuners en de bedenker van een van de meest poëtische Belgische LP-titels aller tijden: Natuurlijk zijn er geen Alpen in de Pyreneeën. 

Hoewel Alain voor luiheid als kunstvorm het grootste respect opbrengt, leest zijn biografie als die van een man met zeven levens. Niet voor niets noemen intimi hem de Leonardo da Vinci van Lier. Talentvolle doelman die voorbestemd leek om Danny Verlinden in het eerste elftal van K. Lierse S.K. op te volgen; begaafd fotograaf die uiteindelijk besliste om politieke wetenschappen aan de VUB te gaan studeren; manager van De Kreuners; eerste winnaar van de populaire quiz De Slimste Mens ter Wereld; olijfboer in Spanje; reisbegeleider; begenadigd kok die met Table d’Alain de culinaire lat in Antwerpen voor mindere goden zoals Sergio Herman op onbereikbare hoogte legde; betrokken vader; paardenfluisteraar; schrijver van een zeer divers oeuvre; maar bovenal: levenskunstenaar. Een heuse Pallieter. 

Jarenlang woonden we in dezelfde straat en terwijl onze langbenige Nederlandse vrouwen de wereld rondreisden, brachten wij plichtgetrouw onze dochters naar school. Elkaar aan de schoolpoort begroeten schept een band en ik had dan ook maar wat graag met Alain op café afgesproken om het over vroeger te hebben, maar zijn drukke bestaan liet het niet toe. Daarom werd het – primeur! – mijn allereerste online interview. 

Als digibeet riep ik de hulp van mijn vrouw Jolanda in en na wat gesteggel verscheen als bij toverslag Alain in beeld met op de achtergrond een staalblauwe hemel waarvan ik veronderstelde dat het de Spaanse was. Het was echter, verklapte hij me, een computeranimatie. Moet je daarvoor helemaal naar Andalusië verhuizen?

Er was wat onduidelijkheid over de beeldkwaliteit en Jolanda vroeg hem of hij ons goed kon zien.

‘Ik zie jou groot en Jo in het klein, zoals in de werkelijkheid.’

Het interview kon beginnen en vooraf vroeg ik Alain of ik het gesprek mocht opnemen.

‘Ik heb liever dat je het allemaal met de hand noteert.’

De toon was gezet.

1) Waarom ben je ooit met een blog begonnen?

‘Tijdens corona heb ik met mijn toenmalige partner Jakobien Huisman en regisseur Mark Sanders de documentairereeks Tegenwind gemaakt waarin ik wetenschappers interviewde die het niet eens waren met de maatregelen die de regering aan de bevolking oplegde en plots verloor ik al mijn werk. Ik werd gecancelled. Tot die periode schreef ik regelmatig bijdragen voor DS Weekblad en af en toe voor de website van de VRT-redactie of De Morgen. Ineens waren alle opdrachten weg.’

‘Met Tegenwind hebben we de Publieksprijs van de Ultimas gewonnen. De laatste aflevering werd in de Elisabethzaal vertoond en er was enorm veel volk komen opdagen. De eerste drie afleveringen van de reeks zijn in totaal door 7 miljoen mensen bekeken geworden. Vanaf dat moment kregen we zelf van de mainstream media veel tegenwind – met Knack, De Standaard en De Morgen voorop.’

‘Ik ben geschrokken van die tegenreacties, want ik had enkel mensen geïnterviewd waarvan ik vond dat het nuttig was om hun stem te laten horen. Een van de kernwaarden van de journalistiek is waarheidsvinding. Als ik nu de verslaggeving over Gaza lees: daar zijn zoveel gaten in te schieten. Je herkent de pertinente leugens of de verdraaiingen van de waarheid. Ik denk dat de journalistiek daar zwaar in de fout is gegaan. En het is allemaal met corona begonnen. De kritische houding van de journalistiek is toen verdwenen. Sindsdien is ze volgzaam geworden en loopt ze gedwee aan de hand van de overheid mee. De huidige pers is een beetje de Pravda van vroeger geworden.’ 

‘Maar om op je vraag terug te komen: Ik ben met mijn blog begonnen om mijn pen geoefend te houden. Op basis van mijn stukjes werd ik door Doorbraak gevraagd om een column te schrijven die in het verlengde van de blog lag.’

Zet twee oudere jongeren bij elkaar en algauw worden herinneringen opgerakeld aan de tijd dat we dachten voetbalgoden te zijn die in afwachting van een gouden toekomst bij Real Madrid, na een zoveelste nederlaag, in vermolmde kantines in de Kempen Oxo dronken.

‘Dat je dat nog weet, Jo! Inderdaad: de voor mannen van onze generatie legendarische rockjournalist Marc Mijlemans woonde achter het stadion van Lierse op het Lisp. Hij kwam naar de wedstrijden van de reserves kijken en stond achter mijn goal. Hij moedigde me aan om vooral te blijven schrijven. “Je moet een nieuwe Jan Mulder worden.” Op zijn aanraden ben toen aan een boek met verhalen over de kleedkamer-avonturen van een voetbalploeg begonnen. Het waren waarachtige, uit het voetballeven gegrepen anekdotes. Spelers die in de douche tegen elkaars benen pisten en ander hoogstaand cultureel vertier.’

‘Als vijftienjarige richtte ik met mijn neef Marc Hendrickx een eigen striptijdschrift op: Clumsy’. Ik was gek van stripverhalen en we reisden het hele land af om striptekenaars te interviewen. Zelf ben ik een abominabele tekenaar, daarom dat die wereld me zo fascineerde.’

‘Wat me altijd is bijgebleven is het gesprek met Pom, de tekenaar van Piet Pienter en Bert Bibber. Achter zijn tekentafel hing een houten plankje met daarop twee boeken: een exemplaar van het Groene Boekje – want Pom was in Duitsland opgegroeid en worstelde soms met de Nederlandse taal. En Hommeles in Rommelgem uit de Robbedoes-reeks van André Franquin. Het exemplaar was door veelvuldig gebruik volledig stukgelezen. Als Pom bijvoorbeeld moeite had om handen te tekenen – een ware nachtmerrie voor de meeste schilders en tekenaars, zo verdubbelde de Spaanse schilder Goya zijn prijs als hij zijn opdrachtgever met beide handen moest schilderen, vandaar dat je op veel werken van Goya in het Prado edelmannen ziet die één hand achter hun rug houden – greep hij telkens weer terug naar het album van grootmeester Franquin, want volgens Pom tekende er niemand beter dan de geestelijke vader van Guust Flater.’

‘Of ik dankzij mijn blog nieuwe opdrachten heb gekregen? Ja en neen. Het helpt om je bezig te houden; om je pen aan te scherpen; om je te stimuleren en na te denken; om onderwerpen en invalshoeken te zoeken. Dat is belangrijk. En in mijn geval, toen ik ziek werd (Alain werd in 2023 op de motor in Malaga getroffen door een hersenbloeding), fungeerde het als een soort van dagboek waar ik later op kon terugvallen. Mijn dagboeknotities vormden de basis voor mijn recent verschenen boek Beroerd.’

‘Het aantal lezers van mijn blog schommelt enigszins. Het hangt ervan af hoeveel reclame ik er op sociale media voor maak. Maar het varieert tussen de 5000 en 20.000 per week. Een zeer behoorlijk bereik.’

‘Mijn kracht als schrijver is dat ik mezelf niet té serieus neem. Ik zal altijd proberen er wat humor in te steken. Ik tracht alles door een schertsende bril te bekijken. Mijn credo is: Jezelf niet te serieus nemen, maar je werk wél.’

2) Wie zou je willen dat een blog begint en waarom?

‘Ik zou weleens een blog van onze premier willen lezen. Ik heb net op YouTube zijn bijzonder intelligente voordracht in Nederland voor Elsevier Weekblad gezien. Bart De Wever is een historicus en tijdens de lezing greep hij meteen terug naar de splitsing van de Nederlanden. Hij kaderde het in een historisch perspectief en kwam uiteindelijk bij het huidige Europa uit. Die splitsing is ook een beetje mijn stokpaardje want ik ben, net als De Wever, een orangist (het orangisme is een beweging die ijvert voor het herstel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden). De Wever staat daarin niet alleen. Ook socialisten zoals ‘vadertje’ Edward Anseele zijn hem daarin voorgegaan. Volgens Anseele was de grootste historische fout uit onze geschiedenis de Belgische revolutie en de scheiding van de Nederlanden en ik ben het daar volledig mee eens. Ik zou dus wat vaker in het hoofd van De Wever willen kijken omdat ik hem een intelligent en belezen man vind en ik wil weten hoe hij zelf die spreidstand ervaart om nu als Vlaams nationalist plotsklaps ook de Belgische staat te moeten belichamen.’

‘Politiek gezien zou je mij een progressieve conservatief kunnen noemen. Ethisch progressief, maar cultureel en economisch conservatief. Ik heb politieke wetenschappen en internationale betrekkingen gestudeerd en ben Marxistisch opgeleid. Op mijn achttiende was ik uitgesproken links, maar dat is wel veranderd – ook door de geschiedenis beter te bestuderen en te zien wat het communisme ons heeft gebracht en vooral niet heeft gebracht. Op dat vlak is er bij mij mentaal een sterke verschuiving geweest. Ook in het Gaza-conflict sta ik eerder, denk ik, aan de Israëlische kant dan aan de kant van Hamas. Ik bekijk het wat pragmatischer. Ik vind de reacties op het conflict heel emotioneel. En ook hier is de rol van de pers weer in twijfel te trekken waarbij propaganda soms moeilijk van verslaggeving te onderscheiden valt. Propaganda-gewijs worden veel mensen gevoelsmatig in een bepaalde richting geduwd. Die psychologische oorlogsvoering in ons hoofd is tijdens de coronacrisis begonnen, waar mensen als kuddes een eenduidige visie werd opgedrongen. Als je niet plooide was je asociaal, of een antivaxer of een complottheoreticus. Je werd meteen gemarginaliseerd. En nu zie ik hetzelfde gebeuren met Gaza. De tragiek van 7 oktober 2023 – waar onschuldige festivalgangers werden afgeslacht – veroorzaakte een trauma in de Israëlische samenleving. Stel je voor dat op Rock Werchter zweefvliegtuigen zouden overvliegen en parachutisten neerdalen en op de massa beginnen schieten. Ga je dan nog zo reageren? Ik heb Israël een tiental jaar geleden bezocht. Het was naar aanleiding van een boek dat ik al lang had gepland over de reis die de Vlaamse Fransiskaner monnik Willem van Ruysbrouck te voet ondernam naar Mongolië om daar in opdracht van de Franse koning en de paus de grote Khan te ontmoeten. Zijn reis en dus ook mijn onderzoek, startte in Acre, het bruggenhoofd van de tempelridders in Israël, dichtbij de grens met Libanon. Bovendien heb ik tijdens dat bezoek veel van oorsprong Arabische Israëliërs ontmoet, want mensen vergeten dat 21% van de inwoners van het land van Arabische origine is en dezelfde rechten genieten. Het is de enige democratie in wat wij nog steeds het Midden-Oosten noemen – terwijl het alleen maar zo heet omdat het in het midden tussen Londen en Indië ligt. Velen onder hen werkten in de tech-industrie en vertelden me dat ze zich in een Arabisch land nooit zo hadden kunnen ontwikkelen. Ze kregen toen van de Israëlische overheid evenveel kansen, ook financieel, als de andere bewoners. Dat heb ik tijdens dat bezoek geleerd. Ik denk dat reizen een sleutelpunt is om de wereld beter te kunnen begrijpen. En uiteraard de geschiedenis kennen!’

3) Wat maakt een blog goed?

‘De kans om in het hoofd van een schrijver te kijken. Waar is hij of zij mee bezig. Hierbij gaat het niet alleen om het aankaarten van wereldproblemen maar ook om de persoonlijkheid van de auteur, om hoe hij zijn levenssfeer inkleurt. Dat was de grote kracht van een van mijn favoriete schrijvers: Godfried Bomans. Hij gaf een inkijk in zijn privé-leven en verstond de kunst om van daar uit te waaien naar bredere onderwerpen. Meestal speelden die zich dan op café af. (lacht).’

‘Als jonge tiener las ik naast Bomans eveneens bijzonder graag P.G. Wodehouse. Maar als ik zelf een boek aan het schrijven ben, moet ik goed uitkijken wie ik lees, want ik heb de neiging om een stijl waar ik van hou over te nemen. Als ik in een Dashiell Hammett bezig ben, wordt een column soms een hard-boiled mysterie uit de jaren dertig vol spitse one-liners en fatale blondines. Daar moet ik echt voor oppassen.’

‘Het visuele aspect van een blog is voor mij minder belangrijk. Het gaat om de tekst – hoewel ik er zelf wel foto’s tussenschuif om het geheel wat te verluchten. Maar in de kern draait het voor mij om het verhaal.’

‘Hoewel ik graag in België ben – en zeker in Lier waar ik opgroeide – blijf ik in Spanje wonen. Het is mijn thuisland geworden. Ik ben nu een filmscript voor een televisiereeks aan het schrijven. Samen met mijn Spaanse echtgenote Estrella, die binnenhuisarchitecte is, heb ik een productiehuis opgericht en daar gaan we mee aan de slag. Eind december moet het scenario klaar zijn. Het zal een kostuumfilm worden die zich afspeelt in het Spanje van de zestiende eeuw. Hun gouden eeuw.’ 

Lier is altijd mooi, en zeker op een donderdagavond in de herfst. In een goed gevulde galerij Artisjok hield Alain Grootaers er zijn nieuwste boek Beroerd boven het doopvont. In de grote ruimtes van de kunstgalerij wemelde het van gezichten uit zijn rijkgeschakeerd verleden en hoewel de neergang bij de meesten van ons aan een onstuitbare opmars was begonnen, werd er behoorlijk wat afgelachen. Iedereen voelde zich welkom: zelfs Royale Union Saint-Gilloise-supporters uit de Brusselse rand. Na de zwierige inleidingen van Liesbeth Imbo en Bert Kruismans – die zelf door een herseninfarct was getroffen en een lotgenoot was – nam Alain het woord. Zijn stem klonk nog immer krachtig en zijn gedachten waren nog steeds – zoals het motto van de Amsterdamse verzetskrant Het Parool – vrij en onverveerd. Er werd gul met grappen gestrooid maar even vaak zag je dat hij, rondkijkend in de zaal, door emoties werd overmand. Oude jeugdliefdes met wie het goed toeven was aan de oevers van de Nete waren oma’s geworden; bevriende journalisten met scherpe pennen leunden nu op wandelstokken; kortom: le tout Lier was aanwezig en inwoners van andere Metropolen konden alleen maar afgunstig toekijken op de warmte die er die avond in de Pallieterstad hing. 

Na het overdonderende applaus verscheen Yarrid van uitgeverij Pelckmans met een grote bos bloemen ten tonele, waarop Alain hem verwelkomde met de woorden: ‘Yarrid dacht dat ik dood zou neervallen en heeft bloemen meegenomen voor op mijn graf.’

Yarrid bood niet alleen bloemen maar ook een helpende arm aan en ondersteunde een fier rechtopstaande Alain. Met het klimmen der jaren is hij – die ooit door een optimistisch gestemde moeder naar Alain Delon werd vernoemd – meer en meer op een Spaanse edelman gaan lijken. Slank. Trots. Maar ook breekbaar. Een man die tot voor zijn hersenbloeding met de motor de hoogste bergkammen beklom, schuifelde nu behoedzaam naar zijn signeertafel.

Op de trein begon ik Beroerd te lezen en twee avonden later was het uit. Het boek is een wervelend geschreven verslag van de ziekte die zijn leven danig overhoop gooide. Nooit wentelend in zelfmedelijden, nooit tranerig, nooit belerend. Afwisselend geestig en ontroerend vertrekt het uit een particuliere ervaring om algemene zaken over een ziekte te zeggen die in België jaarlijks 19.000 mensen treft. De toon is vintage Alain Grootaers: al monkellachend het leven en de liefde omarmend, zonder evenwel de schaduwkanten ervan uit het oog te verliezen.

‘Als ik mijn hele leven naar dit soort handelaars in angst had geluisterd, dan was ik verzekeringsagent geworden in plaats van journalist. Dan was ik nooit naar Andalusië verhuisd, de beste beslissing ooit. Of dan had ik nooit een sabbatjaar genomen om met mijn toen negenjarige dochter door India en Zuid-oost-Azië te reizen, een ervaring waar ze nu nog steeds de vruchten van plukt. Of dan had ik nooit de Himalaya en de Andes overgestoken met de motor. Ik zou mezelf beroofd hebben van levensveranderende ervaringen en herinneringen waar ik nu, in een Spaans ziekenhuisbed – trouwens ook een levensveranderende ervaring – nog steeds van geniet als ik eraan terugdenk.’

Meer moet dat niet zijn (vangst #241)

Gouden raad van Tante Kaat op een dinsdag in de herfst. De bomen kleuren al amber, mahonie, koper. Verslik u niet in uw Espresso Macchiato, slurp geduldig met genotvolle slokken, proef het zachte schuim. Dat je niet moet moeten, behalve doodgaan op het einde. Hoe je dan misschien wel meer betekenis geeft aan alles, schrijft Joe Duncair.

Eveline Vanhaverbeke heeft slaaptips in petto. Praktisch nu de donkere dagen en lange nachten lonken. Het misschien wel goede nieuws: seks kan altijd.

Margot Springvlo schetst een ruimte waarin leven nog mag zonder regelneefjes en kommaneukers en muggenzifters. Tranen, lege flessen wijn, peuken, een snorrend kacheltje, lieve warmte.

Sinds het relatief vroege overlijden van zijn ouders, leeft hij het leven veel meer van dag tot dag. Dat wordt door zijn ziekte nog versterkt. Ik beheers die vaardigheid nog niet. De kankerliefde leerde het mij, van dag tot dag. Zelfs een restaurant dat louter een afspiegeling is van de werkelijke vakantiebestemming, wordt hierdoor iets moois, iets wat we zelf invullen, zelf betekenis geven. “Niets moet” is geen universeel geldende wijsheid – die bestaan namelijk niet. Het is wat er gebeurt als de dood je in de ogen kijkt. Dan realiseer je: enkel sterven moet. Dat werkt bevrijdend. Het is die vrijheid die ik als tiener projecteerde op veertigplussers. Op voorwaarde dat ze niet sterven natuurlijk.

uit:  Herinneringstempel  van: Ontaarding

Tip 13: Hou je bed exclusief als een plek om te slapen.

Het is belangrijk dat onze geest ons bed ziet als de plek waar er geslapen wordt. Doe daarom geen andere activiteiten in bed dan slapen (en seks). Laat je gsm sowieso buiten de slaapkamer, maar ga ook niet lezen in bed of tv kijken. Door je bed alleen te gebruiken als een plek om te slapen versterk je de associatie die je geest maakt tussen je bed en slaap.

uit: Volg-deze-16-tips-om-snel-in-slaap-te-vallen-en-eindelijk-weer-goed-door-te-slapen van Flow with life

in de schuur ben ik thuis
mijn tranen hebben zich in het hout genesteld
mijn lach ligt achter de boormachine
mijn boek in de hoek
lege flessen wijn 
volle bakken peuken
het kacheltje snort 
ik lees er de krant 
ik kijk er een film 
in de schuur ben ik thuis

uit:  Schuur  van Margot ten Kaat

Gevleugelde woorden

Geen literaire blog, maar wel veel te leuk om niet op te nemen, zo oordeelde de redactie van Aanlegplaats.

In Gevleugelde Woorden brengt Aron Groot elke zaterdag een stuk taalgeschiedenis. Met als bonus een handleiding Proto-Indo-Europees lezen. Onweerstaanbaar toch?

Het schrijven van deze stukjes kost tijd – in dit geval mijn hele donderdagnacht. Mocht je mij willen motiveren om door te blijven gaan, dan kan dat door a) dit stukje te liken, b) je te abonneren, of c) een donatie te doen. Maar wees niet bang: ook zonder jullie steun zou ik door blijven gaan! Ik vind het schrijven van deze stukjes namelijk erg leuk.

We weten dat het pijn doet (vangst #240)

Deze week rekken we de grenzen van het toch al niet kraakheldere begrip ‘literaire blog’ nog wat verder op. Net als Kathy Mathys geloven we namelijk dat de waarneming het woord vooraf gaat. Zij geeft ons wat oefeningen om verder te kijken dan onze neus lang is.

Over neus gesproken: Aron Groot (wiens Gevleugelde woorden bezwaarlijk een literaire blog kunnen worden genoemd, maar we houden nu eenmaal heel veel van woorden) leest meer in Elsschots Het huwelijk dan wetten en praktsche bezwaren, wat hem naadloos brengt bij veest, het woord dat u uw kinderen nooit hebt bijgebracht wanneer ze een stille scheet losten.

Eindigen doen we met minder. Met zo veel dank aan Eliane De Bleser in Andere Woorden.

Wij zijn zo sterk visueel ingestelde wezens dat we dikwijls voorbijgaan aan wat de andere zintuigen ons laten voelen. In deze oefening luisteren we naar wat onze vingers vertellen.

-Vraag aan een huisgenoot, vriend of buur om een tas te vullen met spullen. Je kunt dit ook zelf doen, maar dan is de inhoud geen verrassing meer.

-Trek blind een object en houd je ogen gesloten. Betast het grondig zonder te gluren. Je kunt het object ook tegen je andere lichaamsdelen aandrukken. Probeer een open geest te bewaren, blijf nieuwsgierig, ook wanneer je weet welk object het is.

Uit: In de vingers van Kathy Mathys

Maar het Proto-Indo-Europees kende ook de nagenoeg identieke wortel *psd-. Het enige verschil met *prd- is een s in plaats van een r. We hebben het hier dus over het laten van een scheet die niet zo veel geluid maakt. Voor de Proto-Indo-Europeanen kennelijk een belangrijk onderscheid.

Uit: Twee onomatopeeën voor scheten op Gevleugelde Woorden

(We horen slechts 1 stem)
Ik wil uw linkerooglid.
Ja, ik weet dat het pijn doet.
Nu wil ik een kies.
Ja, ik weet dat het pijn doet.
Nu een hap uit uw linkerdij.
Jaja, ik weet dat het pijn doet.
En een van uw duimen. U mag kiezen dewelke.

Uit: Een ooglid of zo op Andere Woorden

Nummerplaten maken de man (vangst #239)

Al sinds het jaar 1999 hou ik een dagboek bij in een al bij voorbaat mislukte poging het grote vergeten te slim af te zijn. Veel van wat Suzanne Brink in haar zwierig geschreven stuk over dagboeken schrijft – de eerlijkheid, de ongepolijste stijl – en de slimme woorden van Ian McEwan vond ik herkenbaar. Hoewel niemand er ooit in zal slagen mijn handschrift te ontcijferen.

De verdwenen werelden van gisteren die Jan Devriese telkens weer in enkele paragrafen weet op te roepen maken dat ik verslaafd ben geraakt aan zijn onvolprezen blog De week van Devriese. Staand voor zijn kleerkast wordt Jan overvallen door gedachten aan vroeger en aan de vele Jannen die de huidige versie zijn voorafgegaan. Want meer nog dan nummerplaten maken kleren de man.

En dan is het nu tijd voor een scoop! Op zondag 14 november heb ik de eer om in het kader van Boektopia op toer in boekhandel Cronopio Marieke Groen te interviewen over haar rijk boek over een jeugd in armoede: Het verhaal van mijn schaarste. Het is genomineerd voor de Boekenbon Literatuurprijs. De Aanlegplaats-redactie was er unaniem lovend over. Nu de rest van de wereld nog.

‘Dagboek schrijven, realiseerde ik me, is de kern van mijn bestaan. Het is persoonlijke hygiëne. Het is schetsen in een kladblok. Geen paniek als het geen likes oplevert. Het hoeft niet mooi. Het moet eruit. Als ik dat niet doe ga ik literatuurderig schrijven: in de derde persoon, over mensen die langs betekenisvolle bomen lopen en ‘denkramen weven van humaniteit met eilandjes van borsten, billen en buiken.’ Citaat uit stokoud eigen werk.’

Uit: Emotioneel lek van Suzanne Brink

‘Dat was alweer veel te lang geleden. Je gooit niets weg, want je weet maar nooit. Je weet maar nooit dat je plots vrijwillig tien kilo vermagerd blijkt. Je weet maar nooit dat dat gerafeld vod morgen weer hip is. Je weet maar nooit. Alles komt terug. Modeontwerpers doen tenslotte niet veel anders dan recycleren. Met een flamboyant smoezensausje eroverheen.’

Uit: Kleerkast van Jan Devriese

‘Dit was literatuur ontdaan van zijn heilige status en het oogde bedrieglijk eenvoudig. Ik zal niet de enige wannabe schrijver zijn geweest die in die tijd heeft gedacht: dit kan ik ook. Het enige probleem: ik was geen grootgebruiker van Boliviaans marcheerpoeder, ik had geen McJob en ik was te arm om gedachteloos te kunnen consumeren – mijn Levi’s 501 kwam niet uit een exclusieve boetiek annex expositieruimte, maar uit een muf ruikende dumpstore waar ze kleding per kilo verkochten.’

Uit: Generatie Nix van Marieke Groen

De vangst van Marthe van Bronkhorst (#238)

‘For sale: baby shoes, never worn’ is misschien wel het bekendste korte verhaal ter wereld. Precies zulke readymades en verhalen, maar dan waargebeurd en anoniem, lees je op het weblog https://postsecret.com/ (voorheen postsecret.blogspot.com). Het idee is simpel: Amerikaan Frank Warren opende een brievenbus waar mensen anoniem hun geheimen per postkaart naartoe kunnen sturen. Om die geheimen te verzamelen verstopte hij duizenden blanco ansichtkaarten, geadresseerd aan zichzelf in boeken, bibliotheken en op openbare plekken, met de uitnodiging ‘send me your secret’.

De korte verhalen en kunstwerkjes die per ansicht aankomen en elke zondag online worden geplaatst – dat is misschien wel de top internetcontent van de eeuw. 

Denk aan foto’s van een echo, met een viltstift opschrift ‘she’s not his’, of ‘I’m glad my mom died.’ Vroeger was er ook een Nederlandse variant – briefgeheimen.nl . Die geheimen zijn nu door de beheerder meegenomen in het graf, zo te zien. 

Ik zat daar echt voor klaar, elke zondag zat ik die twee pagina’s te refreshen.

Zoek je een verhaal? Elke zondag dus, postsecret.com.

Ik ga jullie nogmaals meenemen naar vroege jaren 00 Y2K internetcontent: https://failblog.cheezburger.com/thereifixedit : 

Dit is een spinoff van het ‘icanhascheezbburger’blog: een fenomeen waarop mensen kattenplaatjes plaatsten met stomme, kinderachtige onderschriften met expres veel grammaticale fouten. Ja, denk aan: I CAN HAS CHEEZBURGER?, bij een plaatje van een kat die een bord aflikt. Dat soort ongein.

De site was zo immens populair dat er talloze spin-offs ontstonden, zoals failblog: een blog waarin mensen hun funniest home video instuurden. Of totallylookslike.com een handige blog ooit bedoeld om de namen van beroemdheden op te zoeken die qua uiterlijk op iemand anders lijken – die werd natuurlijk al gauw misbruikt om lookalikeplaatjes van Trump te plaatsen naast een plak bezwete kaas op een ham,en dergelijke.

Tegenwoordig zouden we dit brainrot noemen. Ik verlang wel terug naar deze y2k tijd van het internet: geen social media, de enige populariteit die je verzamelde was een upvote op reddit.

Als je het internet wilt begrijpen, dan is deze website een soort casestudy.

Maar er zat ook een duister randje aan dit netwerk. Je kon. Er zelf memes maken en die ontstonden ook – zoals allerlei varianten van Pepe the Frog en Wojzeck. Dit zijn memeplaatjes die later een racistische en seksistische connotatie kregen en extreem populair werden in alt-right kringen op 4chan en elders. En daar hebben we nu nog steeds politieke last van: een bloeiende, extreemrechtse subcultuur die makkelijk communiceert en ideeën deelt in memes.

De schattigste spinoffsite vind ik denk ik https://failblog.cheezburger.com/thereifixedit 

Mensen sturen foto’s in van hun reparatieprojecten. Ze zijn allemaal,.zonder uitzondering, verschrikkelijk slecht gedaan. Als je je zelf slecht voelt over je gebrekkige onderhoud aan je huis, of je schaamt je voor je onhandigheid, kijk dan af en toe eens naar deze parels, van balkons die worden omhooggehouden door ladders, houtjetouwtjecomputers, en architectonische rampen zoals doorzichtige badkamermuren.

Tiradeblog

Het kan eigenlijk niet: dat ik als hardhoofd-columnist de conculega’s van literair tijdschrift Tirade ga aanraden – en hun prachtige tiradeblog. Ik heb een reputatie hoog te houden, en daar past heulen met andere literaire pareltjes niet bij.

Dat doe ik dus niet, dus bij deze: mensen,  ga absoluut niet naar https://www.vanoorschot.nl/tirade-blog/ ! Blijf daar weg.

Het tiradeblog kent verschillende auteurs van Van Oorschot die wel eens bloggen. Een van mijn favoriete schrijvers, en een heel fijn mens die ik zeer hoog heb zitten, is Gilles van der Loo. Zijn boek Café Dorian verhaalt over een man die een nieuw leven start in een café en zo langzaam een bron van werk, zingeving en liefde wordt voor de mensen om hem heen: iedereen bloeit op. Behalve de man zelf, die worstelt met een geheim. Het is een ontwapenend boek, en die ontwapenende stijl lees je precies terug in het blog waarin Gilles dan weer over zijn dochter op logeerpartij, dan weer over zijn eigen boekverkoop schrijft.

En natuurlijk: Twan Vet, bij lezers van Hard//hoofd ook wel bekend als stadsdichter T. of goede vriend T., schreef hier lange tijd mooie mijmeringen, waar intertekstueel ook nog wel eens een verwijzing naar ene Em in voorkwam. https://www.vanoorschot.nl/tirade_blog/de-belofte/ https://www.vanoorschot.nl/tirade_blog/het-vergeten-van-de-dingen/ 

Ga dit NIET lezen of uitzoeken. 

Wie doet maandag en dinsdag? (vangst #237)

De moedigsten aller bloggers houden vast aan een vaste dag om te posten. Wekelijks! We hadden al Kotsen op Woensdag van Sam Sterckx en de Vrijdag van Vincent Merckx, nu is daar ook Dave (Schut) op Donderdag bij. Tijd voor ons om de onvermijdelijke vraag te stellen: wie durft maandag en dinsdag te doen?

Ik heb vuur gemaakt. Daar waar de dag de nacht trof. Handschoenen aan, sigaret tussen de lippen en een plek uitzoeken waar geen ziel mij stoort. Zonnebril de neus op en een jerrycan vol pijnlijke herinneringen over het brandhout uitgieten. De ogen sluiten en horen hoe de laatste druppel het vat verlaat. Afstand nemen, om dan op het juiste moment de sigaret tussen de duim en wijsvinger af te vuren. In een boog de stapel op. De inslag zorgt voor een steekvlam die de leegte opvult. De vlammen vreten al wat was op. Door de knieën zakken, de heupen kantelen en bedwelmd rond, wat ooit van mij was, dansen.

Woensdag 13 – 08 – 25 op Kotsen op woensdag

Erdbrink reageerde niet. Ik googelde op ‘deskundigen iran’ en vond enkele namen. Van Maaike Warnaar (Universiteit Leiden) kreeg ik een autoreply waarin zij vertelde dat zij niet meer op mediaverzoeken inging. Ik kon beter bij Peyman Jafari (ook ooit Universiteit Leiden, nu de William & Mary-universiteit in de VS) zijn, schreef ze, die ik eveneens had gemaild. Ik had naar iedereen hetzelfde bericht verstuurd, alleen de naam had ik aangepast, en vreesde voor mijn imago dat Warnaar de mail zou doorsturen naar Jafari, waardoor ik als sjabloonverzender door de mand zou vallen.

Ach, sprak ik mezelf toe. Wie in een geopolitieke mediaoorlog belandt, maakt vuile handen.

Uit: Hoe ik in een Iraans magazine belandde op Dave op Donderdag

Jaren geleden vroeg de man in de zetel me met een zekere professionele aandrang waarom dat precies kwam, waarom ik het er zo moeilijk mee heb om mensen te ontgoochelen, waarom ik altijd alles maar wil oplossen. Ik kon daar en toen geen gepast antwoord bedenken, het achtervolgt me tot vandaag, ik kan alleen maar hopen dat hij sindsdien rust heeft gevonden, zelf schrijf ik er misschien ooit nog eens een boek over.

Uit: Vrijdag 22 augustus: Duivel op Vrijdag

Marthe van Bronkhorst, het interview

Foto: Oscar van Beest

Het heeft bijna vijf jaar geduurd, maar nu heeft Aanlegplaats eindelijk een interview kunnen versieren op het water. Ik ben in een Amsterdamse haven bij schrijver en psycholoog Marthe van Bronkhorst.

Van Bronkhorst (1993) heeft een driewekelijkse column in het literaire tijdschrift Hard//hoofd, deed mee aan het Das Mag-schrijverskamp en maakt (jeugd)theater. Verhalen en gedichten van haar verschenen in onder meer NRC, de Standaard, De Revisor en DW B; ze publiceerde artikelen in Trouw, De Groene Amsterdammer, de Volkskrant en de Standaard. In januari verschijnt haar debuutroman Het ontduiken van Lo Laan bij uitgeverij De Geus.

Marthe maakt een zeer frisse indruk voor de drie dagen Lowlands die ze achter de rug heeft. Ze stelde er voor Hard//hoofd de show ‘Sex, drugs & poetry’ samen. In de boot geeft ze me een rondleiding waarbij ik niet hoef te bewegen – “toilet, keuken, woonkamer en alles” – om me vervolgens het dek op te begeleiden, waar we met een kussen in de rug plaatsnemen in de stralende zon. Ze trekt haar roze gympies uit om nog even haar voeten in het water te steken en dan kunnen we beginnen.

Je wordt omschreven als een schrijver die de grote thema’s niet schuwt.

Ik denk dat ik voor Hard//hoofd nu wel iets heb geschreven over zo’n beetje alle onderwerpen die ik wilde behandelen. Vrije wil, de agro-industrie, klimaatangst, polyamorie, AI, armoede, zogenaamde tegennatuurlijkheid,… Ja.

Is een column hetzelfde als een blog?

Een column kan ook heel sec zijn natuurlijk, maar de columns die ik schrijf voor Hard//hoofd vertrekken wel altijd van een persoonlijke anekdote. Daarmee onderscheidt het zich in mijn ogen van een essay of een opinie. Korter is ‘ie ook – heel belangrijk voor mijn redacteuren. Het moet over iets actueels gaan; niet de waan van de dag, want daar verschijnt hij te weinig voor. De column moet daarnaast prettig te lezen zijn. Aandacht is iets dat je moet verdienen – er is geen enkel woord voor een lezer verplicht om te lezen.

Oh ja en ook literair: hij moet verhalend zijn, je moet mooie taal gebruiken.

Is jouw…

En ik sluit de column af met een gedicht, dat op zichzelf staat en een nieuw licht werpt op de zaak.

Is jouw column belangrijk voor je?

Ja, heel. Ik vind het een voorrecht om te mogen maken en voel ook een grote verantwoordelijkheid: niet iedereen heeft een plek om zijn ideeën te verspreiden. Natuurlijk zijn we maar een speldenknop in het literaire landschap, maar ik voel hierdoor wel dat mijn column meer moet zijn dan mijn persoonlijke uitlaatklep. Meer dan deze boot. Het water mag er niet direct uit klotsen, het moet wat rondjes maken. Het mag niet zomaar een dagboek zijn. Taal schept de wereld.

Heb je van die columns waarin aan alle criteria werd voldaan? Waarin je iets nieuws hebt geschapen?

Het lukt nooit helemaal, maar ik hoop dat ik in mijn columns over online haat en over het hypocrisieverwijt wel mensen heb kunnen bewapenen met de juiste taal.

Zit daar een overlap met je werk als psycholoog?

De gemene deler is het opkomen tegen onrecht. Mensen maken allerlei shit mee en ik wil aan hun zijde staan als anderen, politiek of reguliere media, verstek laten gaan. Voor de rest ben ik heel kritisch voor psychologenpraat.

Ik heb een theaterstuk geschreven over een man die naar de psychiater gaat. Hij legt uit dat hij last heeft van het overview effect (waarbij je je bewust bent van de grootte van het heelal en de kwetsbaarheid van onze planeet, red.). Waarop de psychiater, die zich helemaal heeft blindgestaard op de kleinheid van een hersencel, zich getroost voelt en zegt ‘hèhè, u heeft me goed geholpen.’

Zou je je columns ook schrijven als je geen plek had bij Hard//hoofd?

Oh ja zeker, ik heb altijd geschreven en op alle platforms geprobeerd binnen te raken.

Hoe ben je bij Hard//hoofd binnengeraakt?

Dat was nog heel lastig. Een middelbare schoolvriendin schreef voor Hard//hoofd en had me eens meegenomen naar een borrel. Het was daar heel ons-kent-ons en ik was volop aan het babbelen, dus ik dacht ‘jeej, ik ben goed bezig’. Totdat ik via andere kanalen hoorde dat er ook borrels waren waar ik niet werd uitgenodigd. Er was sprake van een buitenring met enkele binnenringen, waar ik nog niet bij hoorde.

Ik stuurde wel eens een idee op, maar dan werd het teruggestuurd. Of ze vonden het goed maar dan kwam het toch niet van de grond. Het heeft geduurd tot een vaste redacteur zijn beide polsen gebroken had en ze dringend iemand nodig hadden, tot ik iets mocht schrijven voor Weerwoord, de toenmalige vrije rubriek. Dat heb ik drie keer gedaan. Toen er een positie van vaste columnist vrijkwam, moest ik alsnog solliciteren voor die plek.

Het is een verhaal dat ik graag vertel, want het toont dat je naast netwerken en jezelf niet te goed voelen om een paar keer opnieuw van onderop te beginnen, alsnog veel toeval nodig hebt om als schrijver-die-gelezen-wil-worden, een plek te krijgen. En ondertussen blijven schrijven. Je moet honderd keer proberen om één keer raak te schieten.

Schreef je anders in het begin dan nu?

Ik denk dat ik toen wat dromeriger schreef, nu is het wat bozer. Hoewel: mijn eerste column ging ook over revolutie en aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan.

Welke columns lees je zelf graag?

Die van Tobi Lakmaker, daar moet ik vaak hardop om lachen. Hij wisselt humor af met sérieux en je voelt niet aankomen wanneer het omslaat, dat vind ik heel prettig. En zijn zelfspot natuurlijk. Pieter Derks’ radiocolumn vind ik ook héél goed, net als de tv-recensies van Jonasz Dekkers.

Lees je ook blogs?

Een blog lees ik voor verhalen die ik elders niet vind. Sommige nieuwsbrieven lees ik heel graag, zoals Graafnotities van Nikki Dekker, die ze bijhoudt vanuit haar hyperfixatie op dieren en gedierte. Maxime Garcia Diaz maakte een soort blogdagboek voor de Internet Gids terwijl ze deelnam aan de Iowa Writer’s Workshop, heel tof: een mix van notities, poëzie, memes en foto’s. Maar ik moet zeggen dat ik aan de meeste Substacks die ik in mijn mailbox krijg, evenveel waarde hecht als aan de reclameboodschappen waar ze tussen staan.

Waarom vind je ze niet goed?

Ik vind er geen enkele poging tot contact maken in terug, geen enkele moeite om uit te leggen waarom ze een gevoel graag met ons willen delen. Gewoon: ‘ik deed dit en ik vind dat’.

Stoor je je dan aan autobiografisch schrijven überhaupt?

Nee autobiografisch is het probleem niet, ik vind het eerder jammer dat er zo weinig origineel wordt geschreven. Mensen snijden steeds dezelfde thematieken aan. Terwijl ik toch eerder op zoek ben naar de Wednesday Addams, the odd one. Mensen die met niemand vergeleken kunnen worden. Het hoort er natuurlijk bij, maar ik kreeg zelf zowat een identiteitscrisis toen de uitgeverij wilde bepalen met welke schrijvers ze me ging vergelijken voor de verkoop van mijn boek. Dit wil ik helemaal niet! Uiteindelijk is het iets van ‘in de lijn van Adolescence’ geworden denk ik, daar kan ik nog wel mee leven.

Maxime Garcia Diaz is zo’n onvergelijkbare schrijver, maar ook Yentl Van Stokkum bijvoorbeeld, met haar bundel Ik zeg Emily over Emily Brontë. Hierin beschrijft ze fandom dat compleet uit de hand loopt, uiteindelijk ligt ze naast Brontë’s graf en laat ze zien wat het betekent om ‘jezelf helemaal verliezen in iemand’: niet op een zoetsappige manier, maar op een gestoorde, grappige manier. En Twan Vet vind ik ook heel goed. Die wordt trouwens altijd vergeleken met Ingmar Heytze, wat hem volgens mij helemaal geen recht doet. Hij is een oude ziel in het lichaam van een jonge man, die mijmerend schrijft over onverklaarbare heimweegevoelens in een tijd dat dat helemaal niet in de mode is. Nu moet alles hysterisch en in your face.

Je zei dat je zelf vroeger ook dromeriger schreef. Heb je je stijl aangepast?

Ja, ik pas me ook wel aan aan de Zeitgeist. Ik ben sterk bezig met wat ik schrijf en voor wie. Soms is dat gevaarlijk, wordt het moeilijk om tussen al die verschillende geuren van de tijd en de lezer en het spel van borrelen en pitchen je eigen stemgeluid en plezier in het oog te houden. Bij mij helpen mijn gedichten me daarbij. En soms denk ik ook: ik stop ermee. Ik word heks in een verlaten boerderij op Texel.

Wie zou wat jou betreft dringend een blog moeten beginnen?

Deze vraag bracht me terug naar de roman Zorba de Griek. Heb je die gelezen? Fantastisch boek. Zorba is zo’n beetje een gast van 12 ambachten 13 ongelukken en de ik-figuur is een schrijver die met hem meereist. ‘Wat zit je nou de hele tijd in dat boekje te schrijven?’ zegt Zorba tegen hem. En hij terug: ‘Joh, als je het allemaal zo goed weet, dan schrijf je het toch lekker zelf.’ ‘Ik ben veel te druk met al mijn avonturen,’ zegt Zorba dan, ‘ik heb geen tijd om te schrijven.’ Daar vrees ik voor, dat alle mensen van wie ik graag iets zou lezen, het veel te druk hebben om daarover te schrijven.

Ik denk bijvoorbeeld dat het heel goed zou zijn als Savriël Dillingh en Nina Zeelen, twee mensen waar ik mee samenwerk, op regelmatige basis iets zouden schrijven dat terug te lezen is voor anderen. Hij is politiek filosoof en een kei in het eenvoudig uitleggen van moeilijke thema’s, zij doet heel belangrijk werk als fact checker. Maar ze hebben het allebei te druk, met proefschrift schrijven en een revolutie ontketenen in de journalistiek.

En verder… ik houd heel erg van ‘slashies’: mensen die het een én het ander zijn. Die denken ‘nee schoenmaker, ik blijf niet bij m’n leest’, die niet bang zijn om iets totaal anders te proberen. Het lijkt me leuk om te lezen over die verschillende petten. Collega Hard//hoofd Loïs Blank bijvoorbeeld, is modefilosoof en natuurkundige, een heel coole combinatie. Emma Zuiderveen is schrijver/ chemicus en weet heel veel van forellen, hoe gaaf zou het zijn moest zij geregeld een dag in haar leven beschrijven? ‘12 januari – stalen genomen van de Maas, toch niet zo vervuild als gedacht, hypothese overboord en opnieuw beginnen; 17 februari – oh nee corruptie in het onderzoek, het is allemaal nog veel erger; 4 april – laatste hand gelegd aan mijn roman over pornoverslaving.’

Sowieso denk ik dat er veel mogelijkheden zijn om klimaatwetenschap interessant te brengen. De zus van mijn beste vriendin is aardwetenschapper en doet veldwerk bij Spitsbergen. Jaarlijks keert ze terug om de wisselwerking tussen planten en klimaat in kaart te brengen. Ze doet al aan publiekscommunicatie hoor, ze maakt tekeningen van haar bevindingen en daar bestaat zelfs een strip van. Maar ik zou het leuk vinden als ze ook zou vertellen over dat ze door een vertraagde vlucht te laat was voor de schiettraining die nodig is als je daar onverwachts een beer tegenkomt. In een blog, of een podcast.

Maar daar heeft ze het te druk voor?

Ja. Nu, ook relevant werk bevat natuurlijk heel veel onzintaken. Vergaderingen en Zoom zouden gewoon afgeschaft kunnen worden. Op emails zou een beperking moeten staan.

Waarom doen we het dan toch?

Omdat we doordrongen zijn van een psychologische en maatschappelijke druk om productief te zijn. Die onzintaken bieden ons een gevoel van schijnproductiviteit en dat is altijd nog beter dat het gevoel van falen en lui zijn. Maar dat is een uitputtende levensstijl, zowel voor onze grondstoffen als voor onze psyches. Het enige dat we eraan overhouden is geld, waarmee we in het beste geval wat tijd kunnen kopen.

Marthe is nog niet uitgesproken of er komt er een enorm cruiseship van Virgin Voyages de haven in gevaren. Zeventien verdiepingen hoog, slaat het een schaduw over de tientallen bootjes in de haven. “Weg hier!” roept Marthe met haar handen om haar mond. “Boe!”

“Niemand heeft hier iets aan: de aarde niet en die mensen ook niet. Ze krijgen niks mee van de reis en hebben waarschijnlijk allemaal buikloop.”

Wat kunnen we doen om cruisetoeristen en slashy’s te bevrijden?

Een basisinkomen invoeren, als je het mij vraagt. Minder tijd naar het onzingedeelte van werk. En de journalistiek moet meer doen om relevant werk inzichtelijk te maken.

Het valt me altijd op hoe enthousiast iedereen is als er dan eens een wetenschapper in Zomergasten zit. Ook in onze interviews komen zwarte gaten en diepzeevissen vaak voorbij in de categorie verborgen interesses.

Ja, mensen zijn op zoek naar magie en verwondering. Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat elk onderwerp, hoe saai ook, boeiend gemaakt kan worden als je maar de juiste metaforen gebruikt en duidelijk maakt wat erin zit voor de lezer. Kijk bijvoorbeeld naar het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Dat is zó slecht geframed. Niemand heeft ooit zelfs nog maar de moeite gedaan om daar een beter woord voor te verzinnen! Terwijl het heel interessant is en heel belangrijk is voor veel mensen.

Zo brengt een lelijk woord een einde aan een mooi gesprek. Rest ons enkel nog de foto met het favoriete boek. Marthe heeft een hele stapel: Great Expectations van Charles Dickens, The Catcher in the Rye van J.D. Salinger, dichtbundels van Yentl Van Stokkum en Hannah van Binsbergen en een roze met de boeiende titel Geef geen namen aan koeien die je van plan bent te slachten. “Oh nee, ik ben helemaal vergeten mijn Hard//hoofd-collega Elianne van Elderen te noemen!”

Ik zou kunnen stellen dat het typisch voor een millennial is om geen keuze te kunnen maken, maar de waarheid is dat deze schijnproductieve Xennial haar geen tijd gunt een weloverwogen keuze te maken – ik ben al tien minuten te laat voor mijn volgende afspraak aan de overkant van het IJ. “Houd ze maar gewoon allemaal voor je gezicht.” Het lukt. Natuurlijk lukt het.

Terwijl ik even later op een drafje langs de kade hobbel en per sms lieg dat ik er bijna ben, denk ik aan koeien en hypotheekrenteaftrek. Aan alles wat geen naam heeft maar toch bestaat. Aan alles en iedereen die wel een naam had en niet meer bestaat, aan iedereen met een naam die zomaar wordt weggevaagd. Waar blijft dat overview effect? Een zwart gat klinkt heerlijk. Ik ren en ren, de hitte van de stad tegemoet.

Chrétien Breukers

Chrétien Breukers hoeven we u niet meer voor te stellen. De oude Contrabas, De Nieuwe Contrabas (als podcast), een WordPress blog en nu dus een Substack, gepast getiteld Chrétiens Substack, allemaal uitlaatkleppen voor de vele meningen en bedenkingen over literatuur die hem eigen zijn.

Hij schrijft natuurlijk ook zelf, en het is misschien goed om eens naar zijn poëtica te luisteren, als achtergrond van al die meningen:

Schrijven zou ergens over kunnen, of misschien wel moeten, gaan. Over jezelf. Over je plek in de wereld. En nooit, nooit zou schrijven moeten gaan over de goede daden die je verricht, in je dagelijkse leven of in de grote wereld. Schrijven is nooit een vorm van straten maken. Als je een straat wilt maken, ga je maar een straat maken. Als je lief wil zijn tegen je medemensen: good for you, en veel plezier. Als je bommen en granaten naar Oekraïne wil brengen: be my guest, maar wat heeft het met je werk te maken? IJdelheid heeft vele maskers. Leg ze af en kijk wat er dan gebeurt.