Henk van Straten

Henk Van Straten zat in de allereerste vangst van de week, hier op Aanlegplaats. Daarna verdween hij achter een betaalmuur, kwam dan terug met losse emails, om dan nu op substack te landen.

Daar zijn we blij om. Omwille van de zelfrelativering. En de tattoos.

Het is niet per se érg hoor. Zo gaat het nu eenmaal met cultuur, met mode. Ja, mij persoonlijk maakt het somber, omdat ik vaak terugdenk aan hoe het vroeger was, maar dat is mijn probleem. En dat ik anno nu met mijn tatoeages bij de hippe koffiezaak om de hoek een flat white met havermelk en een zoete kardemom-croissant bestel, is niet minder tragisch dan die Temu André van Duin uit Groningen die met zijn tatoeages bij Omroep Max komt zitten.

Sturm und Drang (vangst #247)

Winteruur! De lucht wordt donkerder, het gemoed zwaarder…

In de blogs van deze week drie mannen die actief bezig zijn met hun mentale gezondheid. Jan-Paul van Spaendonck deelt over zijn stemmingswisselingen en hoe de wild-romantische kant van de herfst hem de put in kan sleuren. Henk van Straten (terug in de haven!) wordt voorbereid op schematherapie en probeert niet te laten merken hoe omgevingsdetails hem uit het moment halen. “Bovendien stormt er achter dat ongeduld en die verveling een maalstroom van onbegrijpelijke, beangstigende emotie, dat weet ik ook heus wel.” 

Van Vitalski tenslotte, ook niet bang om in zijn blog gedachten en gevoelens te benoemen en te analyseren, kiezen we evenwel een filmbespreking. Hij keek Del Toro’s Frankenstein en maakt zich er druk over dat ook deze frankensteinfilm niet ontsnapt aan de cliché’s van het victorianisme, terwijl het boek eigenlijk ten tijden van de ‘regency’ werd geschreven. “dit is niet de verwaterde romantiek, maar de oer-romantiek; lord byron; en dat is dé frankenstein.” Aldus, een omgekeerde ode aan Sturm und Drang in al zijn harde kaalheid.

Magie en neurobiologie hebben veel gemeen, vertelde mijn vriend. Denkbeelden en gevoelens sturen het immuunsysteem aan, net zo goed als farmacie dat doet, de twee zouden elkaar moeten tegemoetkomen in plaats van te bestrijden. (Ik hoop dat ik hem goed begrepen heb.) De dag ervoor, na de woensdagse koorrepetitie, had een andere tenor me gevraagd hoe het met me ging. We keken naar de volle maan, waarlangs wolken streken. Ik aarzelde met antwoorden. Ik had nog steeds vrij veel last van de naweeën van een euforisch reisje door het oostelijke buurland. Mijn aangeboren stemmingsstoornis speelde op, aangewakkerd door de sturm und drang van de zinderende herfst, de wisselende decors van het Teutoburger Wald en een teveel aan spraakwater (vooral Dunkelweizen en Grauburgunder).

Uit: Stemmingen op Voorheen Rookzanger

En zijn armen, die allebei volledig zijn getatoeëerd, met alleen maar zwart en grijstinten, met namen erop in sierlijke letters, leiden me ook soms af. Armen die me doen denken aan de armen van profvoetballers. Wat me vooral uit het moment haalt is dat er op één onderarm heel groot—ook weer met grote sierletters—Por Vida staat. ‘Voor het leven.’ Ik wil weten wat de aanleiding was. Ik vermoed de liefde voor zijn vrouw, of misschien voor een vriendengroep. Ik moet niks zeggen over domme tatoeages. Ik heb ergens een G-sleutel. Want ik hou van muziek? In tegenstelling tot alle andere zeventien miljoen mensen van Nederland?

Uit: Wat je een kat niet kwalijk kunt nemen, kun je ook een mens niet kwalijk nemen op Henk van Straten

het acteerwerk, de setting, de soundtrack, de dialogen – het is allemaal heel goéd – maar: het had echt onvergetelyke Kunst kunnen zyn geweest. in plaats van de verhoopte oerromantiek, de verhoopte oer-werther, kryg je toch maar weêr, eigenlyk, biedermeier. dit is niet mary shelley dit is wééral bram stoker. in films is alles altyd maar 1900 in plaats van 1800.

Uit: @the Movies op Vitalskiblog

De grote herfstschoonmaak (vangst #246)

Nu de herfst in het land is, is de blog van Kristien Bonneure meer dan ooit een baken in cultuurland. Er kan geen tentoonstelling geopend worden of Kristien vereert deze met een bezoek en schrijft er een sfeervol en goed gestoffeerd artikel over. Haar stuk over de expo van de Antwerpse kunstenares Marthe Donas, haar partner Archipenko & La Section d’Or leest als een warme oproep om deze te gaan bezoeken. Dat hebben we dan ook gedaan. En we hopen van u hetzelfde.

Op zondag 16 november om 14.00 uur mag ik op uitnodiging van Boektopia op toer Marieke Groen interviewen in Cronopio over haar boek Het verhaal van mijn schaarste. Al vanaf het eerste stuk dat ik op haar blog las, hield ik van de onderkoelde manier waarop ze haar leven belicht. In Aanwezig probeert Marieke met de hulp van een masseuse de afstand tussen haar hoofd en lichaam te overbruggen.

Vertel het niet verder, maar ik ben al jaar en dag een grote fan van de blog van redactielid Marjon Meijer: Marjon Werkt. Haar laatste verhaal – over een zware herfstvakantiedip – is opnieuw bijzonder sterk. Met haar heerlijk lichtvoetige pen fileert Marjon haar donkere dagen. Steeds weet ze bij mij een glimlach te ontlokken. Had ik al gezegd dat ik haar de Nora Ephron van Drenthe vind?

‘Rond Donas hing een zweem van mysterie. Ze tekende haar werk eerst met ‘Tour Donas’, mogelijk geïnspireerd door de verzen van Apollinaire over de Tour Eiffel. ‘Tour’: een genderneutraal pseudoniem. Waarom? Adriaan Gonnissen legt uit: “Vrouwen werden gezien als kunstenaars die goed bloemen en portretten konden schilderen. Maar als ze zich waagden aan de bevrijde, krachtige, kubistische kunst, werden ze gewantrouwd.”’   

Uit : Ontdek Marthe Tour Donas van Kristien Bonneure

‘Zul je altijd zien, heb je eindelijk succes, weet die kop weer roet in het eten te gooien. Aan de andere kant, als ik die kop niet had gehad, was er geen aanleiding geweest om dat boek te schrijven en dan was in elk geval dít succes aan me voorbij gegaan.’

Uit: Aanwezig van Marieke Groen

‘De herfstvakantie is korter dan een liter Griekse yoghurt van de Lidl, korter dan een pak koffie, korter dan dit boek hier op mijn schoot, korter dan de bedenking of ik het misschien toch niet al eens heb gelezen. De herfstvakantie is langer dan mijn zak geheime winegums, te lang voor voortdurende blijdschap over geen wekkers of brooddozen, te lang om te ontkomen aan vakantiedepressie.’

Uit: Herfstvakantie van Marjon Meijer

Heleen Debruyne, het interview

Een van de bijzonderste boeken die ik de laatste jaren heb gelezen was De huisvriend van Heleen Debruyne. Maar ook zonder De huisvriend had ik al een zwak voor Heleen. Wekelijks neemt ze in haar columns in Humo genuanceerde standpunten in over maatschappelijk gevoelige thema’s die juist uitnodigen tot polarisatie en ondoordachte brandbrieven. In een sobere maar uitnodigende stijl denkt ze – wars van alle sociale en culturele ideologieën die je van haar als progressieve feministe zou mogen verwachten – zelfstandig na en weet ze op een heldere manier telkens haar punt te maken. Tijdens de treinrit naar haar woonplaats Oostende viel het me op dat we onze boeken in dezelfde jaren publiceren (2016, 2021, 2025,…) en ook dat nam me voor haar in. Net als het feit dat Heleen, laat ik het maar ruiterlijk toegeven, een even oogstrelende verschijning is als haar illustere naamgenote uit Troje. 

Omdat ik in haar een zielsverwante van Nora Ephron vermoedde wilde ik als attentie I Remember Nothing meenemen, maar het boek was nergens in Oostende te verkrijgen en daarom kocht ik Uit pure wanhoop van Geoff Dyer. Dyer is dan weer een zielsverwant van mij, die met zijn mislukte poging om een wetenschappelijke studie over D.H. Lawrence te schrijven hét meesterwerk over uitstelgedrag schreef. 

We spraken af in de net heropende taverne Le Châtelet. Het is een nieuwe brasserie met een afgebladderde, oude ziel. Uit de luidsprekers klinken Franse schlagers die herinneringen oproepen aan zuidelijke vakanties van in de tijd toen de wereld nog in polaroidkleuren baadde. Aan de tafels zitten gepensioneerde, zwijgzame stellen voor zich uit te staren. 

Naar goede gewoonte was ik te vroeg aangekomen en ik nipte, verwachtingsvol door de ramen kijkend, van een cappuccino. Plots verscheen Heleen in de deuropening. Een ranke vrouw met wilde krullen. Ze schreed naar binnen en op slag verstomde de muziek. Ik trachtte in weerwil van hoe ik me voelde een ontspannen indruk te maken, maar moest op mijn tippen gaan staan om haar een begroetingskus te geven. Zonder verder glazen, bloemstukken en tafels om te gooien, ging ik terug zitten. So far, so good. 

Het was vreemd om een stem te horen die ik al jarenlang kende van gewaardeerde radioprogramma’s zoals Pompidou en De jaren. Getrouw aan haar schrijfstijl maakte ze een onopgesmukte indruk. Heleen is geen diva die het als haar taak ziet om de wereld in te palmen. Integendeel: ze heeft tegelijkertijd iets schuchters én zelfbewust, alsof ze voorbestemd is om langs de zijlijn, weemoedig glimlachend, de falende mens te observeren. 

‘Bij mij lukt het niet om mijn existentiële angst met religie op te vullen.’ (lacht).

Als iemand zoiets zegt, herken ik onmiddellijk een lotgenote en het was dan ook een kleine moeite om een ober te wenken en Heleen te trakteren. 

‘Een latte alstublieft.’

‘Voor mij een spuitwater.’

En dat op een maandagochtend in Oostende!

Voor we het gesprek definitief richting bloggen stuurden, vroeg ik haar of ze me de pdf van haar nieuwe roman Aline zou willen mailen. Heleen waarschuwde me dat er in de huidige versie nog spellingfouten zaten, maar geruststellend bekende ik dat ik nog nooit wie dan ook op een taalfout heb kunnen betrappen. Zo is mijn brein niet bedraad. 

‘Ah, echt niet? Ik wel. Ik ben een echte spellingsneuroot.’

In haar ogen danste een zweem van ironie waarmee ze de wereld op afstand houdt. De drank kwam. Het was tijd om ons te verdiepen in de wonderlijke wereld van het bloggen. 

  1. Waarom ben je ooit met een blog begonnen?

‘Ik vroeg het me gisterenavond af toen je me de vragen doorstuurde, want ik herinnerde me vaag dat ik ooit had geblogd. Daarom ben ik het terug gaan opzoeken en ergens in de krochten van het internet bestaat mijn blog nog. Ik startte ermee in 2014. Het waren kortverhalen. Deels verzonnen en deels gebaseerd op observaties.’

‘Zelf was ik het compleet vergeten. Het was een leuke ervaring om al die stukjes opnieuw te lezen.’

‘Qua schrijfstijl merk ik wel dat ik toen meer mijn best zat te doen. Ik was vierentwintig, de leeftijd waarop je probeert je pen vorm te geven en nog zoekt naar ingewikkeldere metaforen. Dat heb ik nu helemaal niet meer. Tijdens het schrijven doe ik heus wel mijn best, maar ik zit niet meer te schaven aan vergelijkingen. Het verbaasde me vooral om te zien dat ik eigenlijk weinig veranderd ben in de dingen die ik opmerk en interessant vind.’

‘In mijn blog ging het veel over seksualiteit en mensen die blind blijven voor hun eigen pretenties. Ik beschreef personen uit mijn omgeving die ik fictieve namen gaf, maar tijdens het herlezen herkende ik hen onmiddellijk. Weliswaar goot ik mijn ervaringen in verzonnen verhalen en gaf ik er een fictieve draai aan. Maar de dingen die ik nu nog interessant vind, zaten er wel al in zoals: Waarom gedragen mensen zich zoals ze zich gedragen? Waarom willen ze aan bepaalde normen beantwoorden? Hoe komt het dat ze zo graag geloven in hun eigen verhaal dat ze zichzelf voorspiegelen…?’

‘Zelf ben ik iemand die van mening kan veranderen, zeker over zaken waar ik niet veel van afweet. Als je me dan meer en betere informatie verschaft, kan je me gemakkelijk overtuigen en zal ik mijn standpunt herzien. Maar over de aard van de mensheid – over de kern van wie we zijn – ben ik nog niet van mening veranderd. (lacht).’

‘Waarom ik met de blog ben begonnen? Ik heb altijd graag geschreven. Ik was jong en had nog niets gepubliceerd, maar had al wel contact met een uitgeverij. Als je schrijft wil je ook gelezen worden, daarom leek het me een fijn idee om via een blog lezers te zoeken. In die tijd werd er meer geblogd. Het was gangbaarder. Mijn officieel debuut, De plantrekkers, verscheen in 2016. Ik was toen zevenentwintig jaar.’

‘In mijn studententijd heb ik nooit voor een schoolkrant of een studentenblad geschreven, want ik had geen zin om in een redactiesysteem opgenomen te worden. Als bijverdienste schreef ik echter wel voor gratis stadsmagazines zoals Zone 09 en Zone 03 – weekbladen die het culturele en culinaire reilen en zeilen in Gent en Antwerpen op de voet volgden.’

‘Wie mijn invloeden waren? Al op jonge leeftijd las ik Willem Elsschot en ik was er danig van onder de indruk. Met hem deel ik dezelfde blik op de wat sukkelige mens. Zijn taal is op een onopvallende manier uitzonderlijk goed. Iedere keer als ik een boek van hem herlees, geraak ik opnieuw begeesterd. Laatst herlas ik een van zijn minder bekende novelles: Het tankschip. Wederom uitstekend. Later las ik de kortverhalen van Tsjechov. In hun droogheid zijn die voor mijn verwant aan die van Elsschot. Een derde grote invloed is Simone de Beauvoir en niet alleen vanwege haar kijk op de maatschappij. Haar visie op de mensheid vind je ook terug in haar romans. Dat is wat ik probeer te doen als ik fictie of autofictie schrijf: de ideeën die ik over de samenleving heb – en hoe mensen er in hun dagelijks leven onderhevig aan zijn – te illustreren met behulp van een verhaal.’

‘Het is gek, want je wordt als schrijver heel vroeg gevormd. Bij mij is het allemaal voor mijn tweeëntwintigste gebeurd en hoewel ik nadien best nog veel gelezen heb, is er niet veel meer bijgekomen dat me echt heeft beïnvloed.’

Mocht Wim Oosterlinck (lees je mee, Wim?) je ooit uitnodigden voor zijn podcast Drie boeken welke drie boeken zou je dan aan de luisteraars aanraden? 

‘Wat ik nu net zei. Niet persé Het tankschip, maar wel het volledige oeuvre van Elsschot. De kortverhalen van Tsjechov. En De mandarijnen van Simone de Beauvoir.’

2) Wie zou je willen dat een blog begint en waarom?

‘Spontaan denk ik aan een van de eerste voorvechtsters van vrouwenrechten: Mary Wollstonecraft. Ze leefde in de achttiende eeuw en was een feministe avant-la-lettre en tevens de moeder van Mary Shelley, de schrijfster van Frankenstein. Ten tijde van de Franse revolutie geraakte Mary Wollstonecraft erg geïnspireerd door het revolutionaire gedachtegoed en ze reisde er zelfs voor naar Parijs. Daar besefte ze plots: “Maar wacht eens: die vrijheid en broederlijkheid en zo dat geldt niet voor mij! De revolutionairen zijn de vrouw helemaal vergeten.” Als reactie heeft ze A Vindication of the Rights of Woman geschreven. Een pamflet waarin ze vooral Rousseau affakkelt, maar ook Voltaire en vele andere verlichtingsdenkers. Ze belichtte hun tekortkomingen in hoe ze naar de vrouw keken.’

‘Het zou goed zijn mocht ze bloggen omdat ze dan kort op de bal kan spelen en snedig op bepaalde politieke misstanden kan reageren.’

‘Mary Shelley heeft haar moeder nooit gekend want die is in het kraambed gestorven.’

3) Wat maakt een blog goed?

‘Door je vraag ben ik erover beginnen nadenken en ik vind het jammer dat ik bijna nooit meer blogs lees. In de jaren dat ze erg populair waren, las ik er best veel. Zo was er bijvoorbeeld een Amerikaanse blog over fashion history die ik interessant vond. Wekelijks werden er filmkostuums of afleveringen van Mad Men geanalyseerd. Vroeger las ik veel meer van dat soort zaken, maar die zijn bijna allemaal naar de sociale media gemigreerd en dat is toch niet hetzelfde. De stukken op de blogs waren vaak langer en beter onderbouwd dan die op Facebook en aanverwanten. Verder serveren de algoritmes je voortdurend dingen voor, terwijl je bij de blogs zelf de beslissing moest nemen om er naartoe te gaan. Dat is iets heel anders dan een selectief algoritme dat kiest wat het je laat zien en wat niet.’

‘De toenmalige kracht van het echte internet was dat er meestal geen commercieel gewin achter zat. En een blog was ook democratisch. Iedereen kon er eentje beginnen en je werd op bijna eerlijke wijze veel of weinig gelezen. Dat speelveld is nu verpest door de bedrijven die de algoritmes in handen hebben en hard bepalen wat wij te zien krijgen.’

‘Blogs doen me gewoon denken aan de betere tijden van het internet toen onze aandachtsspanne nog niet zo kort was. Je ging naar het forum en zocht op wat je interessant vond en hield daar dan met andere geïnteresseerden een discussie over.’

‘Rond de tijd dat mijn debuut verscheen ben ik met mijn columns in Humo begonnen.’ 

‘Waarover mijn nieuwe roman Aline gaat? Het is een portretschets van mijn sociale klasse. Het hoofdpersonage is een vrouw uit mijn middenklasse-omgeving die verhuist naar een nog niet gegentrificeerde straat in Oostende waar er van alles speelt en ondertussen is het ook niet bepaald gezellig in het kerngezin. De thema’s en de omgeving zijn autobiografisch. Maar het hoofdpersonage is niet op mij geënt – wel op de omgeving waarin ze zich beweegt. Het gaat over hoe mensen zichzelf dingen kunnen wijsmaken.’

‘Soms is het moeilijk om inzicht in jezelf te hebben en blijf je blind voor je eigen aandeel in bepaalde situaties. Aline handelt over veel zaken tegelijk, maar het centrale thema is de beklemming van het kerngezin. Ze is bijzonder boos. Ik wilde een vrouwelijk hoofdpersonage creëren dat niet bovenmatig sympathiek is. Soms weet je als lezer niet of je al dan niet aan haar kant moet staan. Ze is ook een onbetrouwbare vertelster.’

‘Vooraleer ik aan een boek begin te schrijven gaat er veel denkwerk, geploeter en geschrap aan vooraf. Maar eenmaal dat proces achter de rug ligt, gaat het vrij snel. Aan Aline heb ik ongeveer anderhalf jaar gewerkt – eigenlijk langer, want ik heb een eerdere roman weggegooid. Ik denk lang over de opbouw en de scènes na, maar het schrijven zelf redigeer ik bijna niet meer. Zoals gezegd zoek ik niet naar metaforen. De taal moet vooral zijn doel dienen en helder zijn, want het is voor mij meer een vehikel dan een speeltuin. Hoewel ik me wel kan ergeren aan slechte taal hoor. Je kan met metaforen ook zo uit de bocht vliegen. Ik lees veel Nederlandstalige boeken en regelmatig denk ik: ‘Oei, als je dit beeld ten gronde doordenkt slaat het werkelijk nergens op.’

‘Het kunnen gebruiken van metaforen is gewoon een gave en als je die niet bezit, kan je er beter van wegblijven. Willem Elsschot schreef zelden vergelijkingen, maar als hij het deed was het meteen zo goed. “Haveloos, als iemand die te voet uit Rusland kwam.” Dàt beeld klopt, je ziet het meteen voor je.’

‘Vorige week las ik iets heel straf: het in eigen beheer uitgebrachte boek van Michiel Leen over zijn alcoholverslaving. Hij beschreef zijn worsteling op een droge manier, weg van alle clichés en pathos.’

‘Het is niet zo dat ik naar een boekenwinkel hol telkens als er een nieuwe roman van die of die auteur is verschenen. Ik heb niet zo’n talent voor bewondering. Het fandom-schap is me vreemd. In een schrijversleven gaat het ook op en af. Er zal eens een geniaal boek tussenzitten en dan misschien twee mindere. Je kan niet altijd op hetzelfde niveau presteren.’

‘Voor de gasten die in de De jaren langskomen – het programma dat ik op Klara presenteer – volg ik eigenlijk altijd de suggesties van de redactie. Ik zeg op alles: ‘Ja!’ Tijdens het gesprek laat ik mijn voorbereiding zoveel mogelijk los en luister ik aandachtig naar de gast en probeer ik in te pikken op hoe de conversatie verloopt. Hoewel er natuurlijk wel onderwerpen zijn die ik aan bod wil laten komen en dan stuw ik het gesprek opnieuw die kant uit.’

‘Ik ben enig kind. Soms vind ik dat knap lastig. Later zal ik de enige zijn met herinneringen aan hoe het vroeger thuis was. Het is nu niet aan de orde, want mijn ouders zijn nog kerngezond, maar ik ben een beetje een doemdenker. (lacht).’

Het interview was afgelopen en haar nieuwe vriend, die sprekend op de jonge Iggy Pop lijkt, kwam erbij zitten. Ook hij vloog, als een ware protopunker, onmiddellijk in de cappuccino! Net als Heleen spreekt hij vloeiend Latijn, maar opdat dat ik de conversatie enigszins zou kunnen volgen schakelden ze welwillend op het Nederlands over. 

Het gesprek dartelde alle kanten uit en surfte van Alain de Botton, over radicale eerlijkheid in relaties tot de noodzaak om moedig voor je principes op te komen. Op een bepaald ogenblik vertelde Heleen dat ze als jonge twintigster in het ouderlijk huis regelmatig de Knack zag rondslingeren. In dat tijdschrift las ze bijna altijd de reportages van Stijn Tormans. Onder andere zijn pen spoorde haar aan om, na haar studies geschiedenis, journalistiek te gaan studeren; alleen besefte ze na het behalen van haar diploma dat er in het toenmalige (en huidige) medialandschap te weinig ruimte was voor typische Stijn-stukken. Daarom wilde ze stage lopen bij Klara en sindsdien verblijdt ze de meerwaardezoekende luisteraars met haar beschouwende terzijdes en doortastende vragen. 

Op de trein huiswaarts begon ik Aline te lezen. Twee avonden later was het uit en opnieuw was ik onder de indruk van Heleens heldere pen. In een achteloze maar stilistisch vaak briljante stijl – die net als die van Elsschot ten dienste van het verhaal staat – verdween ik voor de duur van een roman in de wereld van hoofdpersonage Aline. Ik werd deelgenoot aan haar worstelingen, twijfels en obsessies. Het boek gaat over de verwarring na een relatiebreuk, maar het schetst tegelijkertijd een boeiend beeld van de niet bij naam genoemde stad Oostende en de omgeving waarin het zich afspeelt. Het knappe aan het boek is dat de vele maatschappelijke thema’s die Heleen beroeren op een natuurlijke manier in het verhaal worden verwerkt. Nooit staan ze opzichtig op de voorgrond, maar onderhuids voel je wat er speelt.

Aline is een sterk verhaal over de valkuilen van hedendaagse verwachtingspatronen rond moederschap, relaties, status, feminisme en buurtbewoners. En dat allemaal heerlijk lichtvoetig neergeschreven.

“We stonden onze volwassen levens te spelen. Verantwoordelijk en bedachtzaam waren we, maar toch nog wild van geest, niet vatbaar voor clichés. We lazen allemaal dezelfde boeken van vrouwelijke auteurs die de pietepeuterige details met een pincet uit hun levens pulken om ze met eindeloos veel woorden te beschrijven.”

Bo Vanluchene in Londen

Dichter Bo Vanluchene – hun solodebuut verscheen op 7 februari 2026 – verhuisde naar Londen voor de liefde, en doet daar in een schitterende blog verslag van. An Englishman in New York, beginnen wij dan spontaan te fluiten, maar dan anders en beter.

De Britse humor heeft Bo alvast helemaal onder de knie.

Later kwam een enthousiaste vrouw mijn boekenkast en Kallax-kast ophalen, geholpen door haar oude moeder tegen wie ik haar hoorde zeggen: “De vorige keer kreeg ik nét geen twee Kallaxen op elkaar gestapeld in de koffer”. Bestaan er verwoede verzamelaars van Zweeds meubilair? Is haar huis een labyrint van vakkenkasten? Kan iemand er té veel hebben? Ik had misschien moeten gaan voor de persoon wiens doodzieke hond alleen maar in Kallaxen zijn medicatie wil nemen of zo.

Hip en cool en zo (vangst #245)

Niet de middelbare school van Rein Hannik (r) Wim Bladt

Wie hip en cool en succesvol is en zo, die heeft geen tijd om goede blogs te schrijven.

Maar voor de niet zo hippe meisjes en jongens is de blog het ultieme wraakmiddel. Zie je wel dat ze goed zijn terecht gekomen? Zoals deze week Rein Hannik, die ook vertelt over mijn jeugd – of zo lijkt het toch. Of dichter Bo Vanluchene (nieuw op Aanlegplaats!), die voor de liefde naar London is verhuisd, en daar verslag over uitbrengt. Of Suzanne Brink, die voor een fietstijdschrift iemand interviewt die niets over fietsen te vertellen heeft, en geen idee heeft hoe het gesprek af te kappen.

lk dool weer door die gang, nu als een ‘aanwezigheid’, om een jonge Rein te waarschuwen voor wat er komen gaat. Ik hoor de piepende schoenzolen. Het geschreeuw. Het gelach. Het gehoon. De bassen van de leraren. Het krijsen van de juffen. Het rinkelen van de schoolbel. Ik voel de onmacht weer. De onoverbrugbare afstand tot meisjes. Tot populariteit. Maar ook tot thuis. Tot alles.

Uit: De absentie van Rein Hannik

Na de aankoop van wat poëzie, trok ik naar het gratis deel van Tate Modern. Voor Cultuur met de grote C. Nu klinkt het per ongeluk toch alsof ik een cool leven heb, maar ik heb vooral wat overweldigd naar reusachtige Rothko’s gestaard en een deur proberen te openen waarop stond dat die naar een ‘stille kamer’ leidde voor mensen die even rust nodig hadden, maar ik kreeg die helemaal niet open, er was geen klink en op den duur moest ik cool wegwandelen alsof dat aldoor al mijn bedoeling was.

Uit: De gezonde inbreker van Bo Vanluchene

Daarna ging hij los. Levensloop, cv en alle boeken die hij had geschreven. Soms stond hij op: ‘Dit boek heb ik ook nog geschreven.’
Zijn vrouw zat er ook gezellig bij en lachte hard om zijn anekdotes. 
‘Maar om terug te komen op de fiets’, probeerde ik vaak. 
Hij luisterde graag naar de Tour de France op de radio, fantastisch hoe die wielrenners de grenzen van hun eigen kunnen opzochten. Verder had hij niks met fietsen.

Uit: Mislukt interview over Jezus en de fiets van Suzanne Brink

Vleermuys

Vleermuys is gewoon mijn schrijvend alterego, aldus Iris Salembier. Ze neemt bij momenten mijn gedachten over en verspreidt ze in blog en tekst. Ze is onverschrokken en durft neerschrijven wat ik nooit had durven zeggen. Vleermuys is mijn wereld op z’n copy.

En schrijven doet ze, aldus redactielid Jo Komkommer, met een frisse en vindingrijke taal.

De hoogdagen van het naseizoen (vangst #244)

Het viel onze geweldige collega Marjon al op dat Dirk en ik in onze inleidingen en blogs bovenmatig veel koffie drinken. Dat kan beter en gezonder. Daarom zette ik op een maandagochtend verse gemberthee, begon de blog Vleermuys te lezen en werd meteen ingepalmd door de frisse, vindingrijke schrijfstijl. In de voetstappen van de schrijfster reis je mee naar een stad aan de Noordzee en dat in de steeds groeiende overtuiging dat van alle seizoenen het laagseizoen het allermooiste is.

De Kopenhagen-trilogie van Tove Ditlevsen vond ik een van de meest overrompelde leeservaringen van de laatste jaren. Het deed me dan ook plezier om te merken dat Ingrid van der Graaf die – anders dan Dirk en ik – haar koffies hoofdzakelijk in Deventer drinkt, er precies hetzelfde over denkt. Bovendien brengt zij perfect onder woorden waarom de (autobiografische) boeken van Ditlevsen zo uitzonderlijk goed zijn.

Besluiten doen we met Jan-Willem Lubbers die terugblikt op de tijd dat hij een studentenkamer deelde met een jongeman die Marcel Proust en Plato adoreerde en desondanks overtuigd was van de volmaaktheid van zijn kennis.

En dan ga ik nu koffie drinken.

‘De kust vind ik op z’n best buiten het zomerseizoen, om vele redenen, en één ervan – die ik nu pas ontdek- is dat ik hier blijkbaar gratis mag parkeren, dat kan zelfs niet op de parking van het ziekenhuis.’

Uit: Zeehond van Vleermuys

‘Ik denk aan Tove Ditlevsen die in het geheim aan haar eerste roman schreef. Daarna schrijft ze verder, verhalen vooral, ‘het gordijn tussen mij en de werkelijkheid is weer dik en geeft me een gevoel van geborgenheid.’ Vanaf haar twaalfde schreef ze gedichten, droomde ervan een boek te zijn dat door anderen meegenomen zou worden, gelezen worden. Is dromen het begin van succes?’

Uit: Neem me mee, lees me van Ingid van der Graaf

Maar onze enthousiaste gesprekken werden in de loop der tijd steeds vaker discussies en die discussies werden steeds moeizamer en pijnlijker. Zeker op het gebied van klassieke muziek. Waar ik ook enthousiast over was, hij wist altijd een dirigent of pianist te noemen die natuurlijk beter waren (of het beter zouden doen) en stond niet open voor alternatieven en de gedachte dat het ene het andere niet uitsloot. Waar ik eeuwig zoekend was, mat hij zich een air aan dat hij het allemaal al gevonden had. Waar ik twijfelde wist hij alles zeker. Dat ik muziekwetenschappen had gestudeerd en het soms toch echt beter wist, daar had hij geen boodschap aan.

Uit: 2096 van Jan-Willem Lubbers

Dope sucks (vangst #243)

Onze bloggers hebben nood aan verdovende middelen. Kimme Tigra staat in de rij voor neusspray, Gerbrand Bakker houdt het bij shag. Dat Herman Brood al in 1978 wist dat Dope sucks, vernemen we deze week via Marc Kregting in zijn onderzoek naar een specifiek soort spreektaal – “Ik denk aan termen uit een laag register, die allicht eerder een andere taal bereiken dan jargon uit de zoveelste exacte wetenschap. Scheld- en geslachtstreekwoorden, zoals fuck.”

Iedere schrijver zijn verslaving.

Het is Black Friday in de apotheek. Wie vroeg genoeg was kon neusspray in bulk kopen. Terwijl ik sta aan te schuiven in de monsterlijke wachtrij hoor ik op de podcast die ik aan het beluisteren ben een man zeggen dat zijn vriendin geen vorige bedpartners mag hebben gehad. Voor ze dus met hem samen was moest ze al rekening met hem houden.

Uit: Kimme Tigra op Instagram

Tankstations zijn zo’n beetje de enige plekken waar je nog shag kunt kopen. Ik zei tegen het meisje achter de balie wat ik wilde en zij vroeg: ‘Mag ik uw identificatiebewijs zien?’ Eerst keek ik haar zonder iets te zeggen aan. Daarna zei ik: ‘Ik ben drieënzestig!’ Haar collega, een vrouw die een stuk ouder was, zei: ‘Nieuwe regels.’ Ik stond naar adem te happen. ‘Maar kijk naar me, ik ben drieënzestig!’ Ze wees naar een bord dat op de balie stond. ‘Daar staat het.’ Alsof alles wat op een bord staat onmiddellijk geldig en allesbepalend is.

Uit: Agressie en geweld op Gerbrand Bakker

Afgaand op Van Dale bestaat in het Nederlands sinds 2009 de term sucker. Ik ontdek dat dankzij de computer, want het was te vinden in het lemma ‘zuigen’. Daar leer ik verder dat to suck betekent: waardeloos zijn. Maar sinds wanneer? Herman Brood poneerde in 1978 dan wel ‘Dope sucks’, maar dat deed hij in slang-Amerikaans. Historisch vind ik het onbegrijpelijk interessant dat Van Dale in oktober 2012 fok in de betekenis van fuck toevoegde, en fak in april 2018.

Uit: Altijd sukken op De honingpot

De vangst van Alain Grootaers (vangst #242)

‘Een blog die ik hogelijk waardeer is die van Philippe Clerick. Hij weet de actualiteit altijd met een scherpe scalpel te fileren en te duiden. Bovendien weet hij ook vaak de feiten historisch te kaderen, iets waar ik een zwak voor heb.’

‘Een andere blog die ik regelmatig lees is victa placet mihi causa van Marc Vanfraechem. Hij volgt de Franse actualiteit en literatuur op de voet en schijnt op die manier een licht op een donkere hoek in mijn kennis, vermits ik me nu meer bezig hou met de Spaanse actualiteit.’

‘Wie de beslissing van het Festival verdedigt, haalt aan dat Shani niet geweerd werd omdat hij een Jood is of een Israëlische staatsburger is, maar omdat hij muziekdirecteur is van het Israëlisch Filharmonisch Orkest. Dat is waar. Shani is wel degelijk muziekdirecteur van dat orkest. Tja, wat wil je? Voor zulke functies neemt men nu eenmaal de meest getalenteerde dirigenten aan. Is het een misdaad om getalenteerd te zijn?
      Ja maar, antwoordt men, daardoor is Shani gelieerd aan het ‘regime’, daardoor bekleedt hij, schrijven 14 Vlaamse cultuurhuizen, een ‘invloedrijke functie’.
Invloedrijke functie? Dat zal dan toch om muzikale invloed gaan hoop ik. Of heeft de dirigent een vinger in de pap bij het Israëlisch kabinet? En gelieerd? Shani niet meer gelieerd aan het Israëlische ‘regime’ dan Michaël De Cock aan het Belgisch koningshuis, ook al is hij hoofd van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg.’

Uit: Bedenkingen bij het gecancelde concert van Philippe Clerick

‘Met zijn zware ingrepen in de marktwerking, en zijn idee dat wat één land wint een ander land verliest, komt Trump dicht bij de economische opvattingen van bijvoorbeeld Ferdinando Galiani (1728-1787), of Voltaire (1694-1778) en de meesten van hun tijdgenoten. Ook zij vonden dat import en export (minstens wat graan betreft) door de staat geregeld moest worden.

Al hoorde men toen ook andere stemmen, die van de fysiocraten namelijk, die eerder l’ordre naturel voorstonden, het laissez-faire waarbij de staat zo min mogelijk tussenkwam.

Misschien is Trump wel een stiekeme lezer van Galiani?’

Uit: Leest Trump Ferdinando Galiani? van Marc Vanfraechem